Description



  • Titel:
  • Jan Cremer (1940) - Jan Cremer als schilder, Haagse periode
  • Geschatte waarde:
  • €150.0
  • Belangrijk:
  • Winnende biedingen zijn exclusief 9% koperbescherming + €3





    Jan Cremer (1940-2024)Titel van het kunstwerk: “47”Jaar: 1989Techniek: Aquarel / collageSignatuur: HandgesigneerdEditie: OrigineelStaat: In goede staatBeeldformaat catalogus: 42 x 21 cmBeeldformaat aquarel/collage: 21 x 21 cm.Lijst: 67 x 47 cm, 4 cm breed en 3 cm hoog. Kan zo aan de muurDe aquarel /collage is recent zwevend ingelijst in nieuwe zwarte houten lijst in een zwart passe-partout. De gehele catalogus is ingelijst, zie ook de extra foto’s van de catalogus voor het inlijsten (deze foto’s worden op verzoek nagezonden aan de koper). De dubbele pagina met links de originele aquarel/collage en rechts het manifest “Op beschadigde poten lopen”, zie je aan de voorzijde ingelijst.Achtergrond werk: Tentoonstellingscatalogus van de tentoonstelling Jan Cremer als schilder, Haagse Periode 1958-1962, gehouden in galerie Nouvelles Images te Den Haag, 1984. In deze periode ontwikkelde hij zijn beroemde stijl die hij zelf “peinture barbarisme” noemde. Deze werken van Jan Cremer waren ook te zien tijdens de tentoonstelling “Informele kunst in België en Nederland 1955-1960” in het museum voor Schone Kunsten te Antwerpen van 4 februari tot 25 maart 1984.De totale oplage van de tentoonstelingscatalogus was 2000 stuks. Het exacte aantal catalogussen met een unieke collage van Jan Cremer is niet bekend. Schattingen zijn tussen de 20 en 25 exemplaren. Overigens is elke collage uniek en bestaat uit opgeplakte papiersnippers met een zwarte penseelaccenten en zijn signatuur “Cremer 89”.Jan Cremer.Jan Cremer volgde zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. Hij woonde en werkte in Amsterdam.Reeds op jonge leeftijd was Jan Cremer een uiterst origineel en bezeten kunstenaar, die er alles voor over had om te kunnen werken. Bij zijn eerste eenmanstentoonstelling in Galerie De Posthoorn in Den Haag in 1958, spraken de critici - nauwelijks bekomen van de rellen rondom CoBrA - van een 'woest beest'. Zijn deelname aan de Haagse Salon (1958) werd een schandaal. Een jaar later exposeerde hij in het Haags Gemeentemuseum en in 1960 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ondertussen werkte Cremer aan zijn eerste boek Ik Jan Cremer dat in 1964 in Nederland verscheen en sindsdien in miljoenenoplage in vele talen is gepubliceerd. In dezelfde periode volgen er meer dan honderd tentoonstellingen van zijn beeldende kunst in binnen- en buitenlandse musea en galeries. Met de eerste opbrengsten van zijn boek vertrekt Jan Cremer eind 1964 naar Amerika.In New York begint hij met het schilderen van Hollandse landschappen. Dit zeer kleurrijke en vooral strak gecomponeerde ‘Hollands Realisme’, met koeien, boerinnen en tulpenvelden, vormt een breuk met het sterk abstracte expressionistisch werk uit de jaren ervoor. Het thema Hollandse landschappen keert in Cremers complete oeuvre telkens terug, maar ook de steppen, woestijnen en bergketens van Siberië en Mongolië, streken die hij veelvuldig bereist, zijn een permanente inspiratiebron. Daartussendoor verblijft hij voor kortere of langere tijd in Berlijn, Londen of Amsterdam waar hij hoofdzakelijk steendrukken maakt. In 1972 vervaardigt Cremer zijn eerste filmdocumentaire 'The long white trail', over zijn expeditie met de Inuït in Noordwest-Groenland. Als reporter reisde hij veelvuldig de wereld rond. Cremer weet zijn werk te combineren met zijn reis- en zwerflust. Zes maanden per jaar is hij onderweg, de andere maanden verdeelt hij zijn tijd tussen schilderen en schrijven bij voorkeur in Zuid-Frankrijk of Zwitserland. Op 19 juni 2024 is Jan Cremer overleden op 84-jarige leeftijd.Haagse periode Jan Cremer.De wegen tussen Amsterdam en Den Haag zijn lang. Een relatie die enigszins vergelijkbaar is met die tussen New York en Washington: de internationale metropool en de ietwat provinciale regeringszetel. Dit was merkbaar in de jaren vijftig; Haagse kunstenaars gingen soms naar Amsterdam, Amsterdammers nooit naar Den Haag. Toen het Haags Gemeentemuseum in 1956 de tentoonstelling Facetten 2, hedendaagse Belgische en Nederlandse schilderkunst organiseerde, ontmoetten veel Haagse en Amsterdamse kunstenaars elkaar voor het eerst tijdens de opening.Amsterdam werd gedomineerd door Cobra; door Appel, Corneille, Constant en alle anderen die in de ruimste zin van het woord tot de groep behoorden. Je kon het bijna niet negeren of missen. Andersdenkenden kregen weinig kans. De sfeer werd gekenmerkt door een ruwe, brede en dramatische schilderstijl, direct, vitaal, dynamisch, primitief, magisch geïnspireerd. Appels speelse stijl en, aan het andere uiterste, de elegantere esthetiek van de droom in het werk van Corneille.Er waren veel internationale contacten, Cobra werd wereldwijd erkend. En de wereld kwam naar Amsterdam. De lange reeks wisselende, altijd actuele en trendsettende tentoonstellingen die Sandberg vanuit binnen- en buitenland naar het Stedelijk Museum bracht, was in volle gang. Het kunstklimaat in Den Haag werd in die tijd vooral gekenmerkt door de Verve-groep, een tamelijk heterogene groep die over het algemeen neigde naar de sfeer van de École de Paris. Daar trof men variaties aan van een post-Picasso realisme en in het bijzonder een breed scala aan doorgaans aangename abstracte impressies en expressies.Sterke figuren als W.J. Rozendaal, Paul Citroen en R.J. Drayer van de Academie van Beeldende Kunsten waren belangrijk voor generaties jongeren. In de abstracte kunst stonden Willem Hussem en Jaap Nanninga duidelijk alleen als autonome meesters in het genre en werden ook buiten Den Haag erkend. Pieter Ouborg, een geïsoleerde figuur wiens kracht en originaliteit door Cobra werden gewaardeerd, kwam uit Nederlands-Indië en maakte zijn entree in het milieu. Zijn faam groeide snel en bereikte een hoogtepunt in de, typerend voor die tijd, controverse rond de toekenning van de Jacob Maris-prijs voor zijn abstracte tekening 'Vader en zoon'. Co Westerik was in opkomst, maar bleef lange tijd een eenzame en weinig begrepen kunstenaar. Peter Struycken zette in die tijd zijn eerste stappen in de kunstwereld in Den Haag. De Vrije Academie werd gedomineerd door Livinus van der Bundt, die zijn lichtorgel volledig had ontwikkeld.En toen, eind 1958, verscheen de achttienjarige Jan Cremer, officieel ingeschreven als student aan de Vrije Academie en al snel ook assistent van Hussem en Nanninga. Hij vond een woonplek in het centrum van Den Haag, in een bedrijfspand in de Annastraat achter restaurant 't Goude Hooft. Via een luik kwam je op een vrij ruime verdieping, een omgeving die een rol zou spelen in de vroege publiciteit rond zijn snel ontluikende persoonlijkheid.Jan Cremer werd geboren in Enschede in 1940. Kunst speelde al vroeg een rol in zijn leven. Na de basisschool en een jaar voortgezet onderwijs werkte hij vanaf zijn veertiende bij een reclameschilderbedrijf. Via een stand voor Boekelo-zout op de e55-beurs in Rotterdam maakte hij kennis met het werk van Karel Appel, wat een grote indruk op hem maakte. Ook zag hij boeken over Miro en Klee, die hem inspireerden tot het maken van tekeningen en collages.Als minderjarige leerling van een jeugdgevangenis stond Jan Cremer onder toezicht van Pro Juventute. Via de huishoudster van zijn toegewezen voogd, een jeugdrechter, kwam zijn werk in handen van de zus van Cornelis Veth. Via haar werd het werk gezien door de grote man zelf, de voormalige Haagse karikaturist, criticus en schrijver van Prikkelidyllen en vele andere boeken. Dankzij zijn aanbeveling kreeg Jan de kans om een opleiding te volgen bij Johan Haanstra aan de aki in Enschede. Het duurde echter niet lang voordat het daar mis ging, waarop zijn voogd hem de keuze gaf tussen de marine of een jeugdgevangenis. Hij koos voor de marine, maar dat duurde niet langer dan een jaar. De dynamische en explosieve levensstijl van de jonge Jan bleef problemen opleveren. Uiteindelijk gaf de Rijksvoogd toestemming voor zijn inschrijving aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem in september 1956. Onder zijn docenten bevonden zich Fred Sieger, Hendrik Valk en Henk Peeters, maar al vanaf het begin kreeg hij problemen met directeur Harry Verburg over disciplinekwesties, wat ertoe leidde dat hij na slechts één semester werd verwijderd. Cremer leerde van Valk wat grafische technieken en maakte zijn eerste lithografieën. Begin 1957 verliet hij Arnhem definitief, werkte ongeveer een jaar als vrachtschipper, voornamelijk in Russische havens, en reisde in de zomer van 1958 over land naar Italië.Na diverse omzwervingen arriveerde Cremer in de nazomer van 1958 vanuit Zuid-Frankrijk in Parijs en het duurde natuurlijk niet lang voordat hij opdook in de legendarische oude leerlooierij in de Rue San.


    Hét online veilinghuis voor jou!

    Catawiki is het meest bezochte online platform in Europa voor bijzondere objecten geselecteerd door experts, en biedt wekelijks meer dan 65.000 objecten aan voor de veiling. Het is onze missie om onze klanten een spannende en probleemloze ervaring te bieden bij het kopen en verkopen van bijzondere, moeilijk te vinden objecten.


    Waarom Catawiki?
  • Lage veilingkosten
  • Al onze objecten zijn gecontroleerd door onze 240+ experts
  • 24/7 meebieden in onze app

    Ga snel naar de website van Catawiki om mee te bieden op dit item
  • ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    ...
    Livre dans toute la Belgique
    vu 0x
    sauvegardé 0x
    Depuis 6 août '26
    Numéro de l'annonce: a165259527