Caractéristiques
État
Comme neuf
Origine
Belgique
Année (orig.)
1989
Auteur
zie beschrijving
Description
||boek: Het Teplitz-Kwartet|Een musico-criminele fantasie in retrostijl|Manteau
||door: Jan Broeckx
||taal: nl
||jaar: 1989
||druk: ?
||pag.: 265p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 90-223-1177-5
||code: 1:000855
--- Over het boek (foto 1): Het Teplitz-Kwartet ---
130 jaar geleden: het eerste slachtoffer van Jack the Ripper [2018-08-31]
Vandaag is het 130 jaar geleden dat het lichaam van het eerste slachtoffer van Jack the Ripper, Mary Ann 'Polly' Nichols, werd gevonden in Whitechapel, in London's East End. Ze was ongeveer 42 jaar oud en was een prostituée, zoals alle latere slachtoffers van the Ripper. Opvallend: vier jaar later verschijnt er in Het Laatste Nieuws een feuilleton over "Jack the Ripper", dat wellicht als eerste Vlaamse misdaadroman kan gelden. De auteur was Raf Verhulst, een flamingantisch dichter en journalist, die tevens de geestelijke vader is van "Robert en Bertrand".
Daarna was er in de jaren dertig "Het complot der flaminganten" van een andere journalist, Theo Huet (een medewerker van Karel Van Wynendaele). Het merkwaardige voor die tijd is dat de flaminganten worden belaagd door de fascisten! De voornaamste Vlaamse detectiveschrijver in die tijd is echter natuurlijk John Flanders alias Raymond de Kremer alias Jean Ray (1887-1964). Flanders was vooral actief bij de zogenaamde Vlaamse Filmkes, die navolging kregen in de Ivanov-reeks. Zich inspirerend op Maigret, creëerde Sacha Ivanov (Rachel Van Overbeke, 1888-1943) inspecteur Robert van de "Geheime Politie van Gent". Een voorloper van "Flikken" als het ware...
In de jaren veertig volgde dan in Antwerpen Anton van Casteren, die later naam zal maken als schrijver van ontelbare afleveringen van "Schipper naast Mathilde" en als hoofdredacteur van TV-Express. Daarnaast was er Aster Berkhof met "De heer in de grijze mantel" (1943), meer recent nagevolgd door John Vermeulen met "Solorace" (1988), Libera Carlier met "Langs de kade" (1988), Staf Schoeters met "De draak achterna" (1984) en Bart Holsters (°1953) met "Blokje om, hoekje om" (1986) en "Koude kunstjes" (1988), telkens met de ironische en herkenbare Jean-Pierre Willems als spilfiguur. Het betreft hier allemaal Antwerpenaars, die hun verhaal in 't Stad situeren, wat ook het geval is bij Patrick Conrad, al draagt diens boek de misleidende titel "Louisiana" (1996).
Maar het meest van al speelt gepensioneerd journalist Piet Teigeler (°1936) in op de Antwerpse context met zijn reeks rond John Carpentier & Leo Dewit, die begon met "Een dode op Sint-Anneke" (1995).
Bob Mendes van zijn kant debuteerde reeds in 1986 met "Bestemming terreur" (over de kaping van een jumbojet), maar literaire erkenning kwam er pas in 1988 met "Een dag van schaamte". Een beetje eigenaardig, want stilistisch is dit alleszins een onbeholpen werk.
Met zijn op de realiteit geënte plots is Mendes natuurlijk een navolger van Jef Geeraerts met de boeken rond zijn progressieve commissaris Eric Vincke die terzijde wordt gestaan door de eerder rechtse Freddy Verstuyft.
Voor "Sanpaku", een misdaadroman rond een zeldzame cello, had Geeraerts informatie nodig over het intieme seksuele leven van homoseksuelen. Daarvoor deed hij naar eigen zeggen een beroep op Gerard Mortier. "Sanpaku" is het Japanse woord voor "doodsogen", een duistere kracht die aan samoerai werd toegeschreven. Het werk is dan ook geen detectiveroman in de lijn van de andere boeken van Geeraerts, maar hoort bijna in het magisch-realisme thuis.
Op hetzelfde moment als "Sanpaku" (namelijk, hoe kan het ook anders, de boekenbeurs van 1989) verscheen nog een andere Vlaamse detectiveroman die zich in muzikale middens afspeelde. "Het Teplitzkwartet" was het romandebuut van Jan L.Broeckx (Antwerpen, 1920-2006), bij leven en welzijn professor musicologie aan de Gentse universiteit en nu aan een nuttige vrijetijdsbesteding tijdens zijn pensionering toe. Het werd een whodunit die volledig baadt in de eliminatietechniek van de oeroude Angelsaksische traditie. Dat Teplitzkwartet is een tot dusver onbekend werk van Ludwig van Beethoven dat in handen komt van een strijkkwartet (Broeckx' lievelingsgenre) dat met de uitvoering daarvan een onafwendbare neergang wil afremmen. Wees gerust, het Zwitserse Nägelikwartet waarover Broeckx het hier heeft, bestaat helemaal niet. En dat zogenaamde Teplitzkwartet ook niet, al heeft de gelegenheid waarvoor het zou geschreven zijn (de ontmoeting met Goethe in Teplitz) zich wél voorgedaan. De ontrafeling van de misdaad gebeurt aan de hand van de partituur op een Eco-logische manier en het zal dus wel geen toeval zijn dat de "onuitstaanbaar intelligente" (p.223) gelegenheidsdetective (en musicoloog, what else?) Lorenzo Galli heet. Als "Watson" heeft hij dan al geen "Adson", maar toch een dokter, zijnde zijn huisknecht (!) Georges. Maar in plaats van een surplus bij het magere "whodunit"-stramien te zijn, rijdt Broeckx zich hier vast in ongeloofwaardige personages en situaties met een typische Agatha Christie-ontknoping (alle verdachten worden samengebracht in het landhuis van Galli) als toetje. Dat het taalgebruik nogal gezwollen is ("Ze trilde nu van haar kapsel tot de vetheuveltjes van haar knieën. Onder haar rok leken haar ronde dijen te sidderen" p.21), tot daaraan toe, maar dat dit zodanig doorwerkt in de dialogen dat deze totaal onuitspreekbaar worden, is natuurlijk een doodzonde.
En alsof het niet opkon verscheen nog altijd op datzelfde moment ook "De bochtenrijder van de opera" van Johny Van Tegenbos (pseudoniem van Lucas Vanclooster, °1958). Men krijgt hierin een beeld van de Munt onder het beheer van Gerard Mortier, via de chauffeur van de directeur, wat de latere VRT-journalist inderdaad ooit is geweest. Toch zet de confrontatie tussen de jongeman van vooraan in de twintig, die in een popgroepje speelt, het nog jongere Lolita-nichtje van de directeur en het hele operawereldje misschien nog het meeste aan om er toch eens kennis mee te maken. De flauwe pseudo-detective intrige van een zoektocht naar een verloren gewaande opera van Heinrich Schütz ("Daphne") moet men er maar voor lief bijnemen.
Johny Van Tegenbos had op het einde van de jaren zeventig reeds twee boeken over tehuisjongeren geschreven (ook autobiografisch, maar dan in de zin dat hij opvoeder is geweest): "Ik ben eeuwig jong" en "Een opvoeder", maar dan duurde het tien jaar voor hij met "De bochtenrijder" en "Funyu" (over de liefde van Thomas voor een Japans violistje) opnieuw te voorschijn kwam. Tussenin heeft hij o.a. bij Maatwerk gewerkt en op die manier was hij b.v. aanwezig op de benefietdag voor De Rode Vaan in Antwerpen.
Uit Gent kwam lange tijd alleen weduwe Oppermans. Volgens Herman Brusselmans was dit ook normaal: "Het is onmogelijk om een goede misdaadroman te schrijven die zich in Gent afspeelt: er gebeurt te weinig." Maar sinds 2003 hebben we niet alleen de City Parade maar ook Bavo Dhooge (°1974) erbij. Met een roman die de titel "Smak" meekreeg dan nog wel. Dus kon ook de Gentse stadsdichter Roel Richelieu Van Londersele (°1952) niet achterblijven. Een jaar later lag "Onzichtbaar" in de rekken. Samen met Dhooge was er ook nog Stefaan Van Laere (°1963), die zijn beroep als journalist niet wegsteekt in zijn debuut "Botero" en zeker niet een jaar later in "Tango Mortale", waarin persfotograaf Johan Martens een hoofdrol speelt.
In 2004 debuteerde ook Marthe Maeren (pseudoniem voor Bernadette Demeulenaere, °1959) met "Dode Letter" (Manteau). Zij geeft onbeschroomd toe dat zij zichzelf heeft geportretteerd in haar hoofdfiguur Frieda Degraeve, "een gedreven advocate". Zij heeft ook een merkwaardige verklaring voor de populariteit van vrouwelijke schrijfsters van detectiveverhalen, namelijk de dialogen: "Ik ken geen enkele man die een realistische dialoog tussen twee vrouwen kan schrijven - ze hebben geen idéé hoe bitsig vrouwen onderling kunnen zijn." (Zone 09, 7/7/2004)
In navolging van Nicci French (eigenlijk het echtpaar Nicci Gerard en Sean French) is weduwe Oppermans het pseudoniem voor het schrijversduo Wim Trommelmans en Françoise Opsomer, die in "Feestelijk vermoord" (1991) niemand minder dan Erik Hoet (lees: Eric Goeman) opvoeren bij het oplossen van een moord tijdens de Gentse Feesten, die het immobiliënproject van het Zuid als thema heeft. In de herfst van 1998 laten ze opnieuw van zich horen, deze keer met een verhaal gesitueerd in Antwerpen ("Gevallen Stad", met een knipoog naar Paul van Ostayen). Uiteraard is het Vlaams Blok (vermomd als de partij "Vlaanderen Voor Ons") het onderwerp en de Marokkaanse Fatima het slachtoffer. Ondertussen is de "weduwe" als koppel uit elkaar gevallen, maar als schrijvers zouden ze toch nog verder werken.
Axel Bouts (°1938) is uit Kortrijk afkomstig, maar zijn "Wolven" zijn minder geslaagd. In West-Vlaanderen is de vroegere CVP blijkbaar de pineut als het om verweving tussen overheid en misdaad gaat, want dat geldt ook voor Pieter Aspe(slag), de ex-conciërge van de Heilig-Bloedkerk in Brugge, die in 1995 op 42-jarige leeftijd met "Het vierkant van de wraak" (Manteau) debuteerde.
Dat zo'n "verankering" gewenst is, mag blijken uit "Paarse dijen" van wetenschappelijk Knack-medewerker Dirk Draulans. Hij situeert zijn roman in het luchtledige en die blijft daar dan ook hangen. Al is de hoofdfiguur een kabinetsmedewerker, toch komt zelfs Brussel niet tot leven in deze roman, die ook voor de rest erg gekunsteld overkomt (wat voor een wetenschapper toch wel merkwaardig is). Het vermengen van droom en werkelijkheid is reeds eerder nefast gebleken om met een echt misdaadverhaal uit te pakken (cfr. "Twice upon a time" van Johan de Belie, samen met ondergetekende). En ook de erotische component is van dezelfde kunstmatigheid. De cliché-beschrijvingen van erg conventionele vrijpartijtjes "volgens het boekje" blijken dan achteraf inderdaad niet bevredigend te zijn, zodat het vrouwelijke hoofdpersonage (de vrijgevochten partner van de kabinetsmedewerker) het in verkrachtingsfantasieën gaat zoeken. Maar als die fantasieën dan zoals gezegd de realiteit beginnen te raken en die realiteit bovendien een vakbondsconflict blijkt te zijn, dan kan de roman zijn beloften toch niet waarmaken. En zelfs al zijn de "goei" uiteindelijk toch de "goei" en de "slechte" de "slechte" (alhoewel het er de hele roman door juist omgekeerd uitziet) en zelfs al zou het einde met de twee vrouwen die voor elkaar kiezen i.p.v. voor al die macho-mannen normaal gezien in mijn lijn moeten liggen, toch vind ik het geen goede roman. Allicht omdat het bij het schrijven als zodanig fout gaat.
[bron: https--ronnydeschepper.com/2018/08/31/130-jaar-geleden-het-eerste-slachtoffer-van-jack-the-ripper]
--- Over (foto 2): Jan Broeckx ---
Jan L. Broeckx (1920-2006) [2021-08-19]
Het is al tien jaar geleden dat musicoloog Jan L. Broeckx is overleden. Toen ik mijn burgerdienst deed bij prof. Bolckmans, liep ik geregeld langs in zijn seminarie, waar ik dan boeken over muziekgeschiedenis ontleende.
Musicoloog Jan Broeckx legt in zijn talrijke publicaties (Van Beethoven tot Stravinsky; Muziek en mens; Muziek, ratio en affect) vaak de klemtoon op de relatie tussen mens en muziek.
Doordat de mens zijn verbrokkeld zelfbeeld niet wil aanvaarden, kan hij de avantgardekunst niet waarderen, verklaart Broeckx. Vandaar ook de "vlucht in de klassieke muziek" en het succes van pop en opera, waar gestileerde emotie, fraaiheid en oppervlakkige virtuositeit overwegen. "Popmuziek weerspiegelt de voorliefde voor sonore kitch en lichamelijke opwinding. Dat is een symptoom van de mislukking van de culturele democratisering".
In 1989 schreef Jan Broeckx, professor emeritus aan de R.U.G., een intelligente misdaadroman. De speurneus Lorenzo Galli en zijn huisknecht Georges hanteren daarin het muzikale ontleedmes. De passie voor een onbekende partituur van Beethoven, de "Grote Dove" uit de muziekgeschiedenis, lokt een crescendo uit van aanslagen, diefstal en moord.
Volgens de auteur is de roman de uitgelezen ruimte voor een confrontatie van rede en emotie, van historische feiten en fantasie, van psycho-analyse en muzikale structuren. Hij hoopte daarmee in het spoor te treden van Dostojevski, Simenon en Umberto Eco...
Ronny De Schepper [bron: https--ronnydeschepper.com/2021/08/19/jan-l-broeckx]
Broeckx, Jan (1920-2006) [2013-08-09]
Jan Broeckx gaat de UGent-geschiedenis in als de man die van het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek (IPEM) een van de Europese centra van de elektronische muziek heeft gemaakt. De kruisbestuiving die hij op gang brengt tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke creaties, is een bijzondere episode uit de geschiedenis van de universiteit én de VRT.
Leven met muziek
Broeckx wordt geboren op 17 oktober 1920 als de zoon van de componist Jan Pieter Karel Broeckx. Aan het Conservatorium van Antwerpen studeert hij fagot, contrapunt en piano en zit op de schoolbanken naast Edward Verheyen, Marinus de Jong, Marcel Poot en Jean Absil. Tijdens de oorlogsjaren volgt Broeckx universitaire studies in Gent en in 1943 haalt hij zijn doctoraat in de Kunsten met een dissertatie over het Landschap in de miniatuur. In hetzelfde jaar wordt hij door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten geroemd om zijn studie over componist Lodewijk Mortelmans. Na zijn studies kan Broeckx aan de slag in achtereenvolgens het conservatorium van Gent en Antwerpen waar hij muziekgeschiedenis doceert en reeds in 1946 wordt hij adjunct-curator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. In 1966 wordt hij benoemd tot professor Musicologie aan de UGent waar hij verantwoordelijk is voor de vakken Muziekgeschiedenis van de Moderne Tijd en Muziekesthetiek en al snel vakgroepvoorzitter wordt van het Seminarie voor Muziekgeschiedenis.
23 jaar leiding aan het IPEM
Nog in 1966 stichten professor en ingenieur Hubert Vuylsteke en programmadirecteur van de BRT Corneel Mertens het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek. Het IPEM bestaat uit een elektronische studio en een laboratorium en heeft als doelstelling een vruchtbare kruisbestuiving tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke producties tot stand te brengen. Als professor Vuylsteke datzelfde jaar onverwacht sterft, neemt Jan Broeckx de wetenschappelijke leiding van het IPEM over. Met deze directeurswissel verhuist het IPEM van de faculteit Ingenieurswetenschappen naar de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Onder leiding van Broeckx groeit de productiestudio van het IPEM uit tot een van de Europese centra van de elektronische muziek. Componisten van over de hele wereld krijgen er de vrijheid om artistieke creaties te maken met de nieuwste middelen die door de instrumentenbouwers en wetenschappers worden ontwikkeld. Broeckx blijft tot aan zijn emeritaat in 1986 directeur van het IPEM, het jaar waar ook de samenwerking tussen de BRT en de UGent wordt stopgezet. Vanaf dan zal het IPEM zich onder impuls van directeurs Herman Sabbe en later Marc Leman ontplooien tot wetenschappelijk onderzoekcentrum van topniveau.
Musicologie op internationaal niveau
Zijn eigen wetenschappelijk werk situeert zich het onderzoek naar de stilistische evolutie en culturele betekenis van Europese Muziek in de transitieperiode 1880-1950. Broeckx publiceert in internationale vakbladen als The Music Quarterly, Musique en Jeu en het IPEM tijdschrift Interface. Dat laatste groeit uit tot een internationaal vakblad voor musicologie waarvan Broeckx hoofd was van de Belgische sectie van de redactieraad.
Broeckx is een humanist en interesseert zich buitengewoon in muziekesthetiek en de problemen van de muzikale ontologie. Hij sterft op 19 augustus 2006.
Micheline Lesaffre [bron: https--www.ugentmemorie.be/personen/broeckx-jan-1920-2006]
Archief Jan L. Broeckx
Doctor in de kunsten, leerkracht, hoogleraar RUG, directeur van het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek (IPEM).
Jan Lea Broeckx werd geboren te Antwerpen op 17 oktober 1920, als zoon van componist Jan Broeckx. Hij studeerde fagot, contrapunt en piano aan het Conservatorium van Antwerpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed Broeckx universitaire studies in Gent en in 1943 haalde hij zijn doctoraat in de Kunsten. Na zijn studie kon hij achtereenvolgens aan de slag in het Conservatorium van Gent en Antwerpen waar hij muziekgeschiedenis doceerde. In 1946 werd hij adjunct-curator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. In 1966 werd hij benoemd tot professor Musicologie aan de Universiteit Gent waar hij verantwoordelijk was voor de vakken Muziekgeschiedenis van de Moderne Tijd en Muziekesthetiek. Hij werd er ook vakgroepvoorzitter van het Seminarie voor Muziekgeschiedenis. In 1966 werd het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek gesticht. Na de dood van één van de stichters van het Instituut nam Broeckx de wetenschappelijke leiding van het IPEM over. Onder zijn leiding groeide de productiestudio van het IPEM uit tot één van de Europese centra van de elektronische muziek. Broeckx bleef tot aan zijn emeritaat directeur van het IPEM. Broeckx bestudeerde zelf de stilistische evolutie en culturele betekenis van Europese muziek in de transitieperiode 1880-1950. Hij was lid van verschillende binnen- en buitenlandse musicologische verenigingen, publicist van ontelbare artikels en auteur van verschillende boeken over de muziekgeschiedenis en de muziekesthetica. Hij publiceerde in internationale vakbladen zoals "Interface", het tijdschrift van het IPEM. Dit groeide uit tot een internationaal vakblad voor musicologie, waarvan Broeckx hoofd was van de Belgische sectie van de redactieraad. Hij was ook medestichter ren raadslid van het Humanistisch Verbond (HV) in Vlaanderen, dat gesticht werd op 1 december 1951 en waarvan hij één van de drijvende krachten was. Jan Broeckx stierf op 19 augustus 2006 te Sint-Martens-Latem.
[bron: https--www.archivesportaleurope.net/ead-display/-/ead/pl/aicode/BE-A4009/type/fa/id/812]
||door: Jan Broeckx
||taal: nl
||jaar: 1989
||druk: ?
||pag.: 265p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 90-223-1177-5
||code: 1:000855
--- Over het boek (foto 1): Het Teplitz-Kwartet ---
130 jaar geleden: het eerste slachtoffer van Jack the Ripper [2018-08-31]
Vandaag is het 130 jaar geleden dat het lichaam van het eerste slachtoffer van Jack the Ripper, Mary Ann 'Polly' Nichols, werd gevonden in Whitechapel, in London's East End. Ze was ongeveer 42 jaar oud en was een prostituée, zoals alle latere slachtoffers van the Ripper. Opvallend: vier jaar later verschijnt er in Het Laatste Nieuws een feuilleton over "Jack the Ripper", dat wellicht als eerste Vlaamse misdaadroman kan gelden. De auteur was Raf Verhulst, een flamingantisch dichter en journalist, die tevens de geestelijke vader is van "Robert en Bertrand".
Daarna was er in de jaren dertig "Het complot der flaminganten" van een andere journalist, Theo Huet (een medewerker van Karel Van Wynendaele). Het merkwaardige voor die tijd is dat de flaminganten worden belaagd door de fascisten! De voornaamste Vlaamse detectiveschrijver in die tijd is echter natuurlijk John Flanders alias Raymond de Kremer alias Jean Ray (1887-1964). Flanders was vooral actief bij de zogenaamde Vlaamse Filmkes, die navolging kregen in de Ivanov-reeks. Zich inspirerend op Maigret, creëerde Sacha Ivanov (Rachel Van Overbeke, 1888-1943) inspecteur Robert van de "Geheime Politie van Gent". Een voorloper van "Flikken" als het ware...
In de jaren veertig volgde dan in Antwerpen Anton van Casteren, die later naam zal maken als schrijver van ontelbare afleveringen van "Schipper naast Mathilde" en als hoofdredacteur van TV-Express. Daarnaast was er Aster Berkhof met "De heer in de grijze mantel" (1943), meer recent nagevolgd door John Vermeulen met "Solorace" (1988), Libera Carlier met "Langs de kade" (1988), Staf Schoeters met "De draak achterna" (1984) en Bart Holsters (°1953) met "Blokje om, hoekje om" (1986) en "Koude kunstjes" (1988), telkens met de ironische en herkenbare Jean-Pierre Willems als spilfiguur. Het betreft hier allemaal Antwerpenaars, die hun verhaal in 't Stad situeren, wat ook het geval is bij Patrick Conrad, al draagt diens boek de misleidende titel "Louisiana" (1996).
Maar het meest van al speelt gepensioneerd journalist Piet Teigeler (°1936) in op de Antwerpse context met zijn reeks rond John Carpentier & Leo Dewit, die begon met "Een dode op Sint-Anneke" (1995).
Bob Mendes van zijn kant debuteerde reeds in 1986 met "Bestemming terreur" (over de kaping van een jumbojet), maar literaire erkenning kwam er pas in 1988 met "Een dag van schaamte". Een beetje eigenaardig, want stilistisch is dit alleszins een onbeholpen werk.
Met zijn op de realiteit geënte plots is Mendes natuurlijk een navolger van Jef Geeraerts met de boeken rond zijn progressieve commissaris Eric Vincke die terzijde wordt gestaan door de eerder rechtse Freddy Verstuyft.
Voor "Sanpaku", een misdaadroman rond een zeldzame cello, had Geeraerts informatie nodig over het intieme seksuele leven van homoseksuelen. Daarvoor deed hij naar eigen zeggen een beroep op Gerard Mortier. "Sanpaku" is het Japanse woord voor "doodsogen", een duistere kracht die aan samoerai werd toegeschreven. Het werk is dan ook geen detectiveroman in de lijn van de andere boeken van Geeraerts, maar hoort bijna in het magisch-realisme thuis.
Op hetzelfde moment als "Sanpaku" (namelijk, hoe kan het ook anders, de boekenbeurs van 1989) verscheen nog een andere Vlaamse detectiveroman die zich in muzikale middens afspeelde. "Het Teplitzkwartet" was het romandebuut van Jan L.Broeckx (Antwerpen, 1920-2006), bij leven en welzijn professor musicologie aan de Gentse universiteit en nu aan een nuttige vrijetijdsbesteding tijdens zijn pensionering toe. Het werd een whodunit die volledig baadt in de eliminatietechniek van de oeroude Angelsaksische traditie. Dat Teplitzkwartet is een tot dusver onbekend werk van Ludwig van Beethoven dat in handen komt van een strijkkwartet (Broeckx' lievelingsgenre) dat met de uitvoering daarvan een onafwendbare neergang wil afremmen. Wees gerust, het Zwitserse Nägelikwartet waarover Broeckx het hier heeft, bestaat helemaal niet. En dat zogenaamde Teplitzkwartet ook niet, al heeft de gelegenheid waarvoor het zou geschreven zijn (de ontmoeting met Goethe in Teplitz) zich wél voorgedaan. De ontrafeling van de misdaad gebeurt aan de hand van de partituur op een Eco-logische manier en het zal dus wel geen toeval zijn dat de "onuitstaanbaar intelligente" (p.223) gelegenheidsdetective (en musicoloog, what else?) Lorenzo Galli heet. Als "Watson" heeft hij dan al geen "Adson", maar toch een dokter, zijnde zijn huisknecht (!) Georges. Maar in plaats van een surplus bij het magere "whodunit"-stramien te zijn, rijdt Broeckx zich hier vast in ongeloofwaardige personages en situaties met een typische Agatha Christie-ontknoping (alle verdachten worden samengebracht in het landhuis van Galli) als toetje. Dat het taalgebruik nogal gezwollen is ("Ze trilde nu van haar kapsel tot de vetheuveltjes van haar knieën. Onder haar rok leken haar ronde dijen te sidderen" p.21), tot daaraan toe, maar dat dit zodanig doorwerkt in de dialogen dat deze totaal onuitspreekbaar worden, is natuurlijk een doodzonde.
En alsof het niet opkon verscheen nog altijd op datzelfde moment ook "De bochtenrijder van de opera" van Johny Van Tegenbos (pseudoniem van Lucas Vanclooster, °1958). Men krijgt hierin een beeld van de Munt onder het beheer van Gerard Mortier, via de chauffeur van de directeur, wat de latere VRT-journalist inderdaad ooit is geweest. Toch zet de confrontatie tussen de jongeman van vooraan in de twintig, die in een popgroepje speelt, het nog jongere Lolita-nichtje van de directeur en het hele operawereldje misschien nog het meeste aan om er toch eens kennis mee te maken. De flauwe pseudo-detective intrige van een zoektocht naar een verloren gewaande opera van Heinrich Schütz ("Daphne") moet men er maar voor lief bijnemen.
Johny Van Tegenbos had op het einde van de jaren zeventig reeds twee boeken over tehuisjongeren geschreven (ook autobiografisch, maar dan in de zin dat hij opvoeder is geweest): "Ik ben eeuwig jong" en "Een opvoeder", maar dan duurde het tien jaar voor hij met "De bochtenrijder" en "Funyu" (over de liefde van Thomas voor een Japans violistje) opnieuw te voorschijn kwam. Tussenin heeft hij o.a. bij Maatwerk gewerkt en op die manier was hij b.v. aanwezig op de benefietdag voor De Rode Vaan in Antwerpen.
Uit Gent kwam lange tijd alleen weduwe Oppermans. Volgens Herman Brusselmans was dit ook normaal: "Het is onmogelijk om een goede misdaadroman te schrijven die zich in Gent afspeelt: er gebeurt te weinig." Maar sinds 2003 hebben we niet alleen de City Parade maar ook Bavo Dhooge (°1974) erbij. Met een roman die de titel "Smak" meekreeg dan nog wel. Dus kon ook de Gentse stadsdichter Roel Richelieu Van Londersele (°1952) niet achterblijven. Een jaar later lag "Onzichtbaar" in de rekken. Samen met Dhooge was er ook nog Stefaan Van Laere (°1963), die zijn beroep als journalist niet wegsteekt in zijn debuut "Botero" en zeker niet een jaar later in "Tango Mortale", waarin persfotograaf Johan Martens een hoofdrol speelt.
In 2004 debuteerde ook Marthe Maeren (pseudoniem voor Bernadette Demeulenaere, °1959) met "Dode Letter" (Manteau). Zij geeft onbeschroomd toe dat zij zichzelf heeft geportretteerd in haar hoofdfiguur Frieda Degraeve, "een gedreven advocate". Zij heeft ook een merkwaardige verklaring voor de populariteit van vrouwelijke schrijfsters van detectiveverhalen, namelijk de dialogen: "Ik ken geen enkele man die een realistische dialoog tussen twee vrouwen kan schrijven - ze hebben geen idéé hoe bitsig vrouwen onderling kunnen zijn." (Zone 09, 7/7/2004)
In navolging van Nicci French (eigenlijk het echtpaar Nicci Gerard en Sean French) is weduwe Oppermans het pseudoniem voor het schrijversduo Wim Trommelmans en Françoise Opsomer, die in "Feestelijk vermoord" (1991) niemand minder dan Erik Hoet (lees: Eric Goeman) opvoeren bij het oplossen van een moord tijdens de Gentse Feesten, die het immobiliënproject van het Zuid als thema heeft. In de herfst van 1998 laten ze opnieuw van zich horen, deze keer met een verhaal gesitueerd in Antwerpen ("Gevallen Stad", met een knipoog naar Paul van Ostayen). Uiteraard is het Vlaams Blok (vermomd als de partij "Vlaanderen Voor Ons") het onderwerp en de Marokkaanse Fatima het slachtoffer. Ondertussen is de "weduwe" als koppel uit elkaar gevallen, maar als schrijvers zouden ze toch nog verder werken.
Axel Bouts (°1938) is uit Kortrijk afkomstig, maar zijn "Wolven" zijn minder geslaagd. In West-Vlaanderen is de vroegere CVP blijkbaar de pineut als het om verweving tussen overheid en misdaad gaat, want dat geldt ook voor Pieter Aspe(slag), de ex-conciërge van de Heilig-Bloedkerk in Brugge, die in 1995 op 42-jarige leeftijd met "Het vierkant van de wraak" (Manteau) debuteerde.
Dat zo'n "verankering" gewenst is, mag blijken uit "Paarse dijen" van wetenschappelijk Knack-medewerker Dirk Draulans. Hij situeert zijn roman in het luchtledige en die blijft daar dan ook hangen. Al is de hoofdfiguur een kabinetsmedewerker, toch komt zelfs Brussel niet tot leven in deze roman, die ook voor de rest erg gekunsteld overkomt (wat voor een wetenschapper toch wel merkwaardig is). Het vermengen van droom en werkelijkheid is reeds eerder nefast gebleken om met een echt misdaadverhaal uit te pakken (cfr. "Twice upon a time" van Johan de Belie, samen met ondergetekende). En ook de erotische component is van dezelfde kunstmatigheid. De cliché-beschrijvingen van erg conventionele vrijpartijtjes "volgens het boekje" blijken dan achteraf inderdaad niet bevredigend te zijn, zodat het vrouwelijke hoofdpersonage (de vrijgevochten partner van de kabinetsmedewerker) het in verkrachtingsfantasieën gaat zoeken. Maar als die fantasieën dan zoals gezegd de realiteit beginnen te raken en die realiteit bovendien een vakbondsconflict blijkt te zijn, dan kan de roman zijn beloften toch niet waarmaken. En zelfs al zijn de "goei" uiteindelijk toch de "goei" en de "slechte" de "slechte" (alhoewel het er de hele roman door juist omgekeerd uitziet) en zelfs al zou het einde met de twee vrouwen die voor elkaar kiezen i.p.v. voor al die macho-mannen normaal gezien in mijn lijn moeten liggen, toch vind ik het geen goede roman. Allicht omdat het bij het schrijven als zodanig fout gaat.
[bron: https--ronnydeschepper.com/2018/08/31/130-jaar-geleden-het-eerste-slachtoffer-van-jack-the-ripper]
--- Over (foto 2): Jan Broeckx ---
Jan L. Broeckx (1920-2006) [2021-08-19]
Het is al tien jaar geleden dat musicoloog Jan L. Broeckx is overleden. Toen ik mijn burgerdienst deed bij prof. Bolckmans, liep ik geregeld langs in zijn seminarie, waar ik dan boeken over muziekgeschiedenis ontleende.
Musicoloog Jan Broeckx legt in zijn talrijke publicaties (Van Beethoven tot Stravinsky; Muziek en mens; Muziek, ratio en affect) vaak de klemtoon op de relatie tussen mens en muziek.
Doordat de mens zijn verbrokkeld zelfbeeld niet wil aanvaarden, kan hij de avantgardekunst niet waarderen, verklaart Broeckx. Vandaar ook de "vlucht in de klassieke muziek" en het succes van pop en opera, waar gestileerde emotie, fraaiheid en oppervlakkige virtuositeit overwegen. "Popmuziek weerspiegelt de voorliefde voor sonore kitch en lichamelijke opwinding. Dat is een symptoom van de mislukking van de culturele democratisering".
In 1989 schreef Jan Broeckx, professor emeritus aan de R.U.G., een intelligente misdaadroman. De speurneus Lorenzo Galli en zijn huisknecht Georges hanteren daarin het muzikale ontleedmes. De passie voor een onbekende partituur van Beethoven, de "Grote Dove" uit de muziekgeschiedenis, lokt een crescendo uit van aanslagen, diefstal en moord.
Volgens de auteur is de roman de uitgelezen ruimte voor een confrontatie van rede en emotie, van historische feiten en fantasie, van psycho-analyse en muzikale structuren. Hij hoopte daarmee in het spoor te treden van Dostojevski, Simenon en Umberto Eco...
Ronny De Schepper [bron: https--ronnydeschepper.com/2021/08/19/jan-l-broeckx]
Broeckx, Jan (1920-2006) [2013-08-09]
Jan Broeckx gaat de UGent-geschiedenis in als de man die van het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek (IPEM) een van de Europese centra van de elektronische muziek heeft gemaakt. De kruisbestuiving die hij op gang brengt tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke creaties, is een bijzondere episode uit de geschiedenis van de universiteit én de VRT.
Leven met muziek
Broeckx wordt geboren op 17 oktober 1920 als de zoon van de componist Jan Pieter Karel Broeckx. Aan het Conservatorium van Antwerpen studeert hij fagot, contrapunt en piano en zit op de schoolbanken naast Edward Verheyen, Marinus de Jong, Marcel Poot en Jean Absil. Tijdens de oorlogsjaren volgt Broeckx universitaire studies in Gent en in 1943 haalt hij zijn doctoraat in de Kunsten met een dissertatie over het Landschap in de miniatuur. In hetzelfde jaar wordt hij door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten geroemd om zijn studie over componist Lodewijk Mortelmans. Na zijn studies kan Broeckx aan de slag in achtereenvolgens het conservatorium van Gent en Antwerpen waar hij muziekgeschiedenis doceert en reeds in 1946 wordt hij adjunct-curator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. In 1966 wordt hij benoemd tot professor Musicologie aan de UGent waar hij verantwoordelijk is voor de vakken Muziekgeschiedenis van de Moderne Tijd en Muziekesthetiek en al snel vakgroepvoorzitter wordt van het Seminarie voor Muziekgeschiedenis.
23 jaar leiding aan het IPEM
Nog in 1966 stichten professor en ingenieur Hubert Vuylsteke en programmadirecteur van de BRT Corneel Mertens het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek. Het IPEM bestaat uit een elektronische studio en een laboratorium en heeft als doelstelling een vruchtbare kruisbestuiving tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke producties tot stand te brengen. Als professor Vuylsteke datzelfde jaar onverwacht sterft, neemt Jan Broeckx de wetenschappelijke leiding van het IPEM over. Met deze directeurswissel verhuist het IPEM van de faculteit Ingenieurswetenschappen naar de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Onder leiding van Broeckx groeit de productiestudio van het IPEM uit tot een van de Europese centra van de elektronische muziek. Componisten van over de hele wereld krijgen er de vrijheid om artistieke creaties te maken met de nieuwste middelen die door de instrumentenbouwers en wetenschappers worden ontwikkeld. Broeckx blijft tot aan zijn emeritaat in 1986 directeur van het IPEM, het jaar waar ook de samenwerking tussen de BRT en de UGent wordt stopgezet. Vanaf dan zal het IPEM zich onder impuls van directeurs Herman Sabbe en later Marc Leman ontplooien tot wetenschappelijk onderzoekcentrum van topniveau.
Musicologie op internationaal niveau
Zijn eigen wetenschappelijk werk situeert zich het onderzoek naar de stilistische evolutie en culturele betekenis van Europese Muziek in de transitieperiode 1880-1950. Broeckx publiceert in internationale vakbladen als The Music Quarterly, Musique en Jeu en het IPEM tijdschrift Interface. Dat laatste groeit uit tot een internationaal vakblad voor musicologie waarvan Broeckx hoofd was van de Belgische sectie van de redactieraad.
Broeckx is een humanist en interesseert zich buitengewoon in muziekesthetiek en de problemen van de muzikale ontologie. Hij sterft op 19 augustus 2006.
Micheline Lesaffre [bron: https--www.ugentmemorie.be/personen/broeckx-jan-1920-2006]
Archief Jan L. Broeckx
Doctor in de kunsten, leerkracht, hoogleraar RUG, directeur van het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek (IPEM).
Jan Lea Broeckx werd geboren te Antwerpen op 17 oktober 1920, als zoon van componist Jan Broeckx. Hij studeerde fagot, contrapunt en piano aan het Conservatorium van Antwerpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed Broeckx universitaire studies in Gent en in 1943 haalde hij zijn doctoraat in de Kunsten. Na zijn studie kon hij achtereenvolgens aan de slag in het Conservatorium van Gent en Antwerpen waar hij muziekgeschiedenis doceerde. In 1946 werd hij adjunct-curator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. In 1966 werd hij benoemd tot professor Musicologie aan de Universiteit Gent waar hij verantwoordelijk was voor de vakken Muziekgeschiedenis van de Moderne Tijd en Muziekesthetiek. Hij werd er ook vakgroepvoorzitter van het Seminarie voor Muziekgeschiedenis. In 1966 werd het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek gesticht. Na de dood van één van de stichters van het Instituut nam Broeckx de wetenschappelijke leiding van het IPEM over. Onder zijn leiding groeide de productiestudio van het IPEM uit tot één van de Europese centra van de elektronische muziek. Broeckx bleef tot aan zijn emeritaat directeur van het IPEM. Broeckx bestudeerde zelf de stilistische evolutie en culturele betekenis van Europese muziek in de transitieperiode 1880-1950. Hij was lid van verschillende binnen- en buitenlandse musicologische verenigingen, publicist van ontelbare artikels en auteur van verschillende boeken over de muziekgeschiedenis en de muziekesthetica. Hij publiceerde in internationale vakbladen zoals "Interface", het tijdschrift van het IPEM. Dit groeide uit tot een internationaal vakblad voor musicologie, waarvan Broeckx hoofd was van de Belgische sectie van de redactieraad. Hij was ook medestichter ren raadslid van het Humanistisch Verbond (HV) in Vlaanderen, dat gesticht werd op 1 december 1951 en waarvan hij één van de drijvende krachten was. Jan Broeckx stierf op 19 augustus 2006 te Sint-Martens-Latem.
[bron: https--www.archivesportaleurope.net/ead-display/-/ead/pl/aicode/BE-A4009/type/fa/id/812]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 58x
sauvegardé 0x
Depuis 16 janv. '25
Numéro de l'annonce: m2223863936
Mots-clés populaires
Thrillersmon 2émemain dans BDjan verdoodt dans Sciencejan bucquoy dans BDaan het woord 3.1 dans Livres scolaireshet volkske dans BDhet dagboek van sara dans Romansjan saverys dans Art & Culture | Arts plastiqueshet spaarzame kookboek dans Livres de cuisinesint jan berchmans dans Histoire & Politiquehet vlaams legioen dans Guerre & Militairehet volk sport dans Livres de sportburssens jan dans Art & Culture | Arts plastiquesblake mortimer het gele teken dans BDfour electrique dans Foursremorque huy dans Remorquesscooter pour handicape dans Chaises roulantestapis course dans Équipement de fitnessborder collie pups dans Chiens | Bergers & Bouvierskoperen kandelaars en klok dans Antiquités | Horlogesweegschaal digi dans Balancescartier dans Articles de fumeurs, Briquets & Boîtes d'allumettesrecifal dans Poissons | Aquariums & Accessoirestupperware party dans Cuisine| Tupperware