Caractéristiques
État
Utilisé
Type
Sciences naturelles
Année (orig.)
1947
Auteur
zie beschrijving
Description
||boek: De ontwikkeling der biologie||Noorduijn's Wetenschappelijke Reeks [2]
||door: M.J. Sirks
||taal: nl
||jaar: 1947
||druk: 2e druk
||pag.: 184p
||opm.: paperback|gelezen|rug beetje los|oud-nederlandse spelling
||isbn: N/A
||code: 1:001323
--- Over het boek (foto 1): De ontwikkeling der biologie ---
Dr. M.J. Sirks, De ontwikkeling der biologie. Noorduyn's wetenschappelijke reeks No. 2. - J. Noorduyn en Zoon N.V. Gorinchem 1942. 183 blz.
In Noorduyn's Wetenschappelijke Reeks - een serie, die haar waarde bij iedere nieuwe publicatie overtuigender bewijst - verscheen van de hand van den Groningschen hoogleeraar in de genetica Sirks een werkje over de ontwikkeling der biologie. De schrijver waarschuwt in de voorrede zelf, dat men het noch als een geschiedenis der biologie, noch als een verzameling van levensbeschrijvingen van biologen moet beschouwen. Het geeft weliswaar de groote lijnen van de historische ontwikkeling van het vak aan en het werpt hier en daar wel eenig licht op de persoonlijkheid van merkwaardige figuren onder zijn beoefenaars, maar dit alles wordt toch meer als middel gebruikt dan dat het als doel gesteld is. Wat wel beoogd wordt, is tweeledig: vakgenooten den samenhang van de verschillende onderdeelen, waarin de wetenschap van het leven zich langzamerhand gesplitst heeft, voor oogen te voeren om zoodoende de dreigende wederzijdsche vervreemding tegen te gaan; niet-biologen een indruk te geven van het doel, dat de biologie vervolgt, van de methoden, die ze gebruikt, van de resultaten, die ze bereikt heeft, van de taak, die haar nog wacht.
Het staat niet aan den schrijver van deze aankondiging om te beoordeelen, in hoeverre het eerste oogmerk, dat de auteur zich gesteld heeft, door de feiten gerechtvaardigd wordt; wel om vast te stellen, dat aan het tweede volledig recht van bestaan toekomt en tevens om te getuigen van de uitmuntende wijze, waarop het verwerkelijkt wordt. Misverstand over het wezen der biologische wetenschappen en daarop gebaseerd gemis aan waardeering zijn immers nog steeds geen zeldzame verschijnselen en men kan zich levendig voorstellen, hoe een bioloog, die de nobele behoefte bezit om anderen te laten deelen in de geestelijke verrijking, die de beoefening van zijn wetenschap hem zelf verschaft, zich telkens weer gedrongen voelt om aan een ruimeren kring, dan dien hij in zijn academische-werkzaamheid bereiken kan, de noodige voorlichting te verstrekken. Wij hebben er hier reeds meer dan eenmaal op gewezen - en de lezers van dit tijdschrift hebben het door kennis te nemen van de artikelen, die hij in de jaargangen 105, I en 106, III heeft bijgedragen, zelf kunnen ervaren - in hoe hooge mate Prof. Sirks de eigenschappen bezit, die voor zulk een apostolaat vereischt worden. Ook dit boekje geeft daarvan weer blijk: vlot en boeiend geschreven en wetenschappelijk volkomen verantwoord, demonstreert het nog eens overtuigend, dat het mogelijk is om lezers, die een zeker peil van geestelijke ontwikkeling bezitten, een principieel inzicht bij te brengen in gebieden van het weten, die ze niet zelfstandig hebben leeren beoefenen. Daardoor zal het kunnen medewerken tot bestrijding van het in onzen tijd van steeds verder doorgevoerde specialiseering van studierichtingen groeiende waandenkbeeld, dat een wetenschappelijke ontwikkeling in een bepaalden sector van het weten onvereenigbaar zou zijn met inzicht in en waardeering voor wat op andere gebieden bereikt wordt.
De geschiedenis der biologie moge niet het hoofddoel van het werk van Prof. Sirks vormen, dit neemt niet weg, dat het heldere en overzichtelijke beeld, dat hij ervan schetst, ieder, die in wetenschapsgeschiedenis belangstelt, ten zeerste zal boeien en bevredigen. Opmerkelijk is het parallelisme tusschen dit geschiedverhaal en dat van de wiskunde en de anorganische natuurwetenschappen. Voor alle wordt in de Grieksche oudheid het fundament gelegd, zijn de Romeinen onvruchtbaar, vertegenwoordigen de Middeleeuwen een periode van stilstand; op een krachtigen opbloei in de 16e eeuw volgt dan een stormachtige ontwikkeling in de 17e; in de 18e wordt het tempo vertraagd, waarna dan de 19e een welhaast onoverzienbaren groei in diepte en breedte brengt. Het daardoor opgewekte gevaar van al te sterke differentiatie wekt dan in de 20e eeuw een behoefte aan concentratie op, waaraan door het ontstaan van verbindende grenswetenschappen wel tot op zekere hoogte voldaan wordt, maar waarvan de bevrediging reeds door uitwendige oorzaken, zooals de niet meer te beheerschen omvang der wetenschappelijke publicatie, aanzienlijk wordt belemmerd. In astronomie, physica en chemie gaat de historische ontwikkeling gepaard met een geleidelijke versterking van het mathematisch element in de behandeling, dat voor deze drie vakken in de genoemde volgorde intreedt. Prof. Sirks licht er den lezer niet over in, hoe het in dit opzicht met de biologische wetenschappen gesteld is; in zijn uiteenzetting ontbreekt zelfs de vermelding van den term biometrie.
Het werkje wordt besloten met een uitvoerige literatuurlijst en een register van zaken en personen; dit laatste is niet onberispelijk: men mist b.v. de namen van A. von Haller en V. Koyter en termen als kiemplasma en vitalisme.
E.J.D. [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_gid001194301_01/_gid001194301_01_0039.php]
--- Over (foto 2): M.J. Sirks ---
Sirks, Marius Jacob (1889-1966)
Sirks, Marius Jacob, geneticus (Rotterdam 13-10-1889 - Groningen 20-8-1966). Zoon van Arnoldus Sirks, koopman, en Susanna Houwens. Gehuwd op 12-2-1916 met Anna Anjenetta Joustra. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.
Sirks studeerde, na het behalen van het eindexamen gymnasium te Rotterdam, biologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden, en deed in 1912 het doctoraal examen. Gedurende zijn opleiding boeiden hem vooral de colleges over erfelijkheidsleer van J.P. Lotsy (1867-1931), waardoor zijn wetenschappelijke loopbaan mede werd bepaald.
Na zijn studie begon Sirks eerst een jaar lang les te geven in Haarlem, werkte hij vervolgens van 1912 tot 1916 in de proeftuin van Lotsy te Bennebroek en nam hij ten slotte in 1917 de leiding op zich van een veredelingsproeftuin te Bunnik voor de zaadhandel Zwaan & de Wiljes uit Scheemda. Intussen werd zijn inzending op een prijsvraag, in 1912 uitgeschreven door het voormalig Koloniaal Museum te Haarlem, bekroond; hierin werd gevraagd een historisch overzicht te geven van de beoefening der natuurwetenschappen in de Nederlandse koloniën. Een nadere bewerking van deze inzending diende hem vervolgens tot dissertatie; hij promoveerde op 23 maart 1915 te Utrecht bij F.A.F.C. Went op het proefschrift Indisch natuuronderzoek. Van 1917 tot 1937 was Sirks als plantkundige verbonden aan het Instituut voor veredeling van landbouwgewassen te Wageningen. Een reeks van publikaties volgde over de erfelijkheidsverschijnselen bij verschillende land- en tuinbouwgewassen, zoals tarwe, rogge, erwten en vooral de grote tuinboon (Vicia faba).
In 1937 werd Sirks benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de variabiliteits- en erfelijkheidsleer aan de Groninger universiteit als opvolger van Tine Tammes (1871-1941). Zijn intreerede was getiteld: Het drievoudig verbond in de biologie. In 1948 werd deze leerstoel omgezet in een gewoon hoogleraarschap. Daarnaast vervulde hij tussen 1937 en 1948 een onderwijsopdracht in deze zelfde vakgebieden aan de Leidse universiteit. Voor het cursusjaar 1950/51 werd Sirks rector magnificus van de Groninger Universiteit. Zijn rectoraatsrede luidde: Verantwoordelijkheid op grond van erfelijke aanleg. Hij trad af op 19-9-1960, na op 8 juli van dat jaar zijn afscheidscollege - Concentratie en expansie der genetica - te hebben gegeven. Voor het cursusjaar 1960/61 aanvaardde hij nog een onderwijsopdracht in zijn oude vakgebied aan de universiteit van Groningen.
Tijdens Sirks' leven ontwikkelde de genetica zich tot een zelfstandige wetenschap met een eigen theoretische basis. In Nederland, waar de erfelijkheidsleer door traditie nauw met de plantenveredeling verbonden was, maakte zij zich hiervan los, niet het minst door toedoen van Sirks. Na de laatste wereldoorlog nam ook hier te lande de genetica een enorme vlucht en stichtte elke Nederlandse wetenschappelijke instelling haar eigen genetische instituten en afdelingen. Bij dit proces heeft Sirks' Handboek der algemeene erfelijkheidsleer (1922; vele herdr. en Engelse vert. in 1956) een nauwelijks te onderschatten rol gespeeld.
Veel ook heeft hij bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn vakgebied door zijn redacteurschap van de afzonderlijke tijdschriften Genetica, Bibliographia genetica en Resumptio genetica, gedurende 42 jaar, waarvan 30 jaar in de hoofdredactie (1931-1961). Zijn organisatorische talenten kwamen vooral tot uiting in zijn talrijke bestuursfuncties; een grote talenkennis en uitstekend taalgebruik maakten hem bij uitstek geschikt voor het secretariaat van buitenlandse congressen. Gedurende 30 jaren was hij lid van de Commissie voor Internationale Genetische Congressen: van 1935 tot 1947 was hij secretaris en van 1947 tot 1950 president van de International Union of Biological Sciences (IUBS), terwijl hij bovendien als secretaris optrad bij het VIIe Internationale Tuinbouwcongres te Amsterdam in 1923, bij het VIe Internationale Botanische Congres in 1935 te Amsterdam en bij het Ie Internationale Congres voor Plantenverdeling te Wageningen in 1936. In 1963 werd hij benoemd tot 'Honorary president' van het XIe Internationale Genetische Congres in Den Haag. Zijn verdiensten op wetenschappelijk gebied vonden ook erkenning in het buitenland, o.a. door de Medaille van de Rijksuniversiteit van Gent (1946) en de Medaille van de Société botanique de France (1954) en in zijn benoeming tot (ere)lid van vele binnen- en buitenlandse genootschappen.
Sirks had sterk filosofisch en maatschappelijk gerichte opvattingen betreffende de plaats van de genetica in biologie en maatschappij. Zo was hij vanaf 1946 voorzitter van de Nederlandse Federatie voor Anthropogenetica en was hij zelf vooral geïnteresseerd in de overerving van intellect en begaafdheid. Daarnaast had Sirks een grote belangstelling voor de geschiedenis van zijn vakgebied en van de biologie in het algemeen, zoals de aard van zijn proefschrift reeds had aangetoond. Voor de vakgenoot-biologen schreef Sirks een schets van De ontwikkeling van de biologie (1942), welk werk uitgroeide tot The evolution of biology (1964), geschreven samen met zijn Amerikaanse collega-geneticus Conway Zirkle.
Sirks was een stille, gesloten persoonlijkheid, welke karaktereigenschappen ertoe hebben geleid dat hij lang niet altijd over een goed geoutilleerd genetisch instituut heeft kunnen beschikken. Voor personeel en leerlingen was hij een aangenaam mens; zijn gedrag als directeur wordt door zijn oud-medewerkers als 'vaderlijk' omschreven. Door zijn bewonderaars werd hem bij zijn afscheid in 1960 een glas-in-loodraam ten geschenke gegeven, bestemd voor het nieuw te bouwen Genetisch Instituut en vervaardigd door de Groninger glazenier Johan Dijkstra.
A: Archief met circa 4000 glasnegatieven en circa 2000 diapositieven van M.J. Sirks in bezit van J. Dik te Kloosterburen; bescheiden betreffende M.J. Sirks in het Universiteitsmuseum en de Universiteitsbibliotheek te Groningen.
P: Bibliografie in onder L genoemd artikel van A. Koopmans in Genen en Phaenen.
L: A. Koopmans, 'Bij het aftreden van Professor Dr. M.J. Sirks als hoogleraar-directeur van het Genetisch Instituut, RU te Haren (Gr.)', in Genen en Phaenen 8 (1963) 4 (nov.) 65-80; eadem, in Vakblad voor Biologen 46 (1966) 173; eadem, in Der Züchter 36 (1966) 8 (,) 345-346; J.A. Beardmore, in Nieuwe Rotterdamse Courant, 30-8-1966; W. Robijns, in Jaarboek [der] Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen. Letteren en Schone Kunsten van België 28(1966) 314-318.
I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 13 (Verbeterblad).
P. Smit [bron: http--resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/sirks]
||door: M.J. Sirks
||taal: nl
||jaar: 1947
||druk: 2e druk
||pag.: 184p
||opm.: paperback|gelezen|rug beetje los|oud-nederlandse spelling
||isbn: N/A
||code: 1:001323
--- Over het boek (foto 1): De ontwikkeling der biologie ---
Dr. M.J. Sirks, De ontwikkeling der biologie. Noorduyn's wetenschappelijke reeks No. 2. - J. Noorduyn en Zoon N.V. Gorinchem 1942. 183 blz.
In Noorduyn's Wetenschappelijke Reeks - een serie, die haar waarde bij iedere nieuwe publicatie overtuigender bewijst - verscheen van de hand van den Groningschen hoogleeraar in de genetica Sirks een werkje over de ontwikkeling der biologie. De schrijver waarschuwt in de voorrede zelf, dat men het noch als een geschiedenis der biologie, noch als een verzameling van levensbeschrijvingen van biologen moet beschouwen. Het geeft weliswaar de groote lijnen van de historische ontwikkeling van het vak aan en het werpt hier en daar wel eenig licht op de persoonlijkheid van merkwaardige figuren onder zijn beoefenaars, maar dit alles wordt toch meer als middel gebruikt dan dat het als doel gesteld is. Wat wel beoogd wordt, is tweeledig: vakgenooten den samenhang van de verschillende onderdeelen, waarin de wetenschap van het leven zich langzamerhand gesplitst heeft, voor oogen te voeren om zoodoende de dreigende wederzijdsche vervreemding tegen te gaan; niet-biologen een indruk te geven van het doel, dat de biologie vervolgt, van de methoden, die ze gebruikt, van de resultaten, die ze bereikt heeft, van de taak, die haar nog wacht.
Het staat niet aan den schrijver van deze aankondiging om te beoordeelen, in hoeverre het eerste oogmerk, dat de auteur zich gesteld heeft, door de feiten gerechtvaardigd wordt; wel om vast te stellen, dat aan het tweede volledig recht van bestaan toekomt en tevens om te getuigen van de uitmuntende wijze, waarop het verwerkelijkt wordt. Misverstand over het wezen der biologische wetenschappen en daarop gebaseerd gemis aan waardeering zijn immers nog steeds geen zeldzame verschijnselen en men kan zich levendig voorstellen, hoe een bioloog, die de nobele behoefte bezit om anderen te laten deelen in de geestelijke verrijking, die de beoefening van zijn wetenschap hem zelf verschaft, zich telkens weer gedrongen voelt om aan een ruimeren kring, dan dien hij in zijn academische-werkzaamheid bereiken kan, de noodige voorlichting te verstrekken. Wij hebben er hier reeds meer dan eenmaal op gewezen - en de lezers van dit tijdschrift hebben het door kennis te nemen van de artikelen, die hij in de jaargangen 105, I en 106, III heeft bijgedragen, zelf kunnen ervaren - in hoe hooge mate Prof. Sirks de eigenschappen bezit, die voor zulk een apostolaat vereischt worden. Ook dit boekje geeft daarvan weer blijk: vlot en boeiend geschreven en wetenschappelijk volkomen verantwoord, demonstreert het nog eens overtuigend, dat het mogelijk is om lezers, die een zeker peil van geestelijke ontwikkeling bezitten, een principieel inzicht bij te brengen in gebieden van het weten, die ze niet zelfstandig hebben leeren beoefenen. Daardoor zal het kunnen medewerken tot bestrijding van het in onzen tijd van steeds verder doorgevoerde specialiseering van studierichtingen groeiende waandenkbeeld, dat een wetenschappelijke ontwikkeling in een bepaalden sector van het weten onvereenigbaar zou zijn met inzicht in en waardeering voor wat op andere gebieden bereikt wordt.
De geschiedenis der biologie moge niet het hoofddoel van het werk van Prof. Sirks vormen, dit neemt niet weg, dat het heldere en overzichtelijke beeld, dat hij ervan schetst, ieder, die in wetenschapsgeschiedenis belangstelt, ten zeerste zal boeien en bevredigen. Opmerkelijk is het parallelisme tusschen dit geschiedverhaal en dat van de wiskunde en de anorganische natuurwetenschappen. Voor alle wordt in de Grieksche oudheid het fundament gelegd, zijn de Romeinen onvruchtbaar, vertegenwoordigen de Middeleeuwen een periode van stilstand; op een krachtigen opbloei in de 16e eeuw volgt dan een stormachtige ontwikkeling in de 17e; in de 18e wordt het tempo vertraagd, waarna dan de 19e een welhaast onoverzienbaren groei in diepte en breedte brengt. Het daardoor opgewekte gevaar van al te sterke differentiatie wekt dan in de 20e eeuw een behoefte aan concentratie op, waaraan door het ontstaan van verbindende grenswetenschappen wel tot op zekere hoogte voldaan wordt, maar waarvan de bevrediging reeds door uitwendige oorzaken, zooals de niet meer te beheerschen omvang der wetenschappelijke publicatie, aanzienlijk wordt belemmerd. In astronomie, physica en chemie gaat de historische ontwikkeling gepaard met een geleidelijke versterking van het mathematisch element in de behandeling, dat voor deze drie vakken in de genoemde volgorde intreedt. Prof. Sirks licht er den lezer niet over in, hoe het in dit opzicht met de biologische wetenschappen gesteld is; in zijn uiteenzetting ontbreekt zelfs de vermelding van den term biometrie.
Het werkje wordt besloten met een uitvoerige literatuurlijst en een register van zaken en personen; dit laatste is niet onberispelijk: men mist b.v. de namen van A. von Haller en V. Koyter en termen als kiemplasma en vitalisme.
E.J.D. [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_gid001194301_01/_gid001194301_01_0039.php]
--- Over (foto 2): M.J. Sirks ---
Sirks, Marius Jacob (1889-1966)
Sirks, Marius Jacob, geneticus (Rotterdam 13-10-1889 - Groningen 20-8-1966). Zoon van Arnoldus Sirks, koopman, en Susanna Houwens. Gehuwd op 12-2-1916 met Anna Anjenetta Joustra. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.
Sirks studeerde, na het behalen van het eindexamen gymnasium te Rotterdam, biologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden, en deed in 1912 het doctoraal examen. Gedurende zijn opleiding boeiden hem vooral de colleges over erfelijkheidsleer van J.P. Lotsy (1867-1931), waardoor zijn wetenschappelijke loopbaan mede werd bepaald.
Na zijn studie begon Sirks eerst een jaar lang les te geven in Haarlem, werkte hij vervolgens van 1912 tot 1916 in de proeftuin van Lotsy te Bennebroek en nam hij ten slotte in 1917 de leiding op zich van een veredelingsproeftuin te Bunnik voor de zaadhandel Zwaan & de Wiljes uit Scheemda. Intussen werd zijn inzending op een prijsvraag, in 1912 uitgeschreven door het voormalig Koloniaal Museum te Haarlem, bekroond; hierin werd gevraagd een historisch overzicht te geven van de beoefening der natuurwetenschappen in de Nederlandse koloniën. Een nadere bewerking van deze inzending diende hem vervolgens tot dissertatie; hij promoveerde op 23 maart 1915 te Utrecht bij F.A.F.C. Went op het proefschrift Indisch natuuronderzoek. Van 1917 tot 1937 was Sirks als plantkundige verbonden aan het Instituut voor veredeling van landbouwgewassen te Wageningen. Een reeks van publikaties volgde over de erfelijkheidsverschijnselen bij verschillende land- en tuinbouwgewassen, zoals tarwe, rogge, erwten en vooral de grote tuinboon (Vicia faba).
In 1937 werd Sirks benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de variabiliteits- en erfelijkheidsleer aan de Groninger universiteit als opvolger van Tine Tammes (1871-1941). Zijn intreerede was getiteld: Het drievoudig verbond in de biologie. In 1948 werd deze leerstoel omgezet in een gewoon hoogleraarschap. Daarnaast vervulde hij tussen 1937 en 1948 een onderwijsopdracht in deze zelfde vakgebieden aan de Leidse universiteit. Voor het cursusjaar 1950/51 werd Sirks rector magnificus van de Groninger Universiteit. Zijn rectoraatsrede luidde: Verantwoordelijkheid op grond van erfelijke aanleg. Hij trad af op 19-9-1960, na op 8 juli van dat jaar zijn afscheidscollege - Concentratie en expansie der genetica - te hebben gegeven. Voor het cursusjaar 1960/61 aanvaardde hij nog een onderwijsopdracht in zijn oude vakgebied aan de universiteit van Groningen.
Tijdens Sirks' leven ontwikkelde de genetica zich tot een zelfstandige wetenschap met een eigen theoretische basis. In Nederland, waar de erfelijkheidsleer door traditie nauw met de plantenveredeling verbonden was, maakte zij zich hiervan los, niet het minst door toedoen van Sirks. Na de laatste wereldoorlog nam ook hier te lande de genetica een enorme vlucht en stichtte elke Nederlandse wetenschappelijke instelling haar eigen genetische instituten en afdelingen. Bij dit proces heeft Sirks' Handboek der algemeene erfelijkheidsleer (1922; vele herdr. en Engelse vert. in 1956) een nauwelijks te onderschatten rol gespeeld.
Veel ook heeft hij bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn vakgebied door zijn redacteurschap van de afzonderlijke tijdschriften Genetica, Bibliographia genetica en Resumptio genetica, gedurende 42 jaar, waarvan 30 jaar in de hoofdredactie (1931-1961). Zijn organisatorische talenten kwamen vooral tot uiting in zijn talrijke bestuursfuncties; een grote talenkennis en uitstekend taalgebruik maakten hem bij uitstek geschikt voor het secretariaat van buitenlandse congressen. Gedurende 30 jaren was hij lid van de Commissie voor Internationale Genetische Congressen: van 1935 tot 1947 was hij secretaris en van 1947 tot 1950 president van de International Union of Biological Sciences (IUBS), terwijl hij bovendien als secretaris optrad bij het VIIe Internationale Tuinbouwcongres te Amsterdam in 1923, bij het VIe Internationale Botanische Congres in 1935 te Amsterdam en bij het Ie Internationale Congres voor Plantenverdeling te Wageningen in 1936. In 1963 werd hij benoemd tot 'Honorary president' van het XIe Internationale Genetische Congres in Den Haag. Zijn verdiensten op wetenschappelijk gebied vonden ook erkenning in het buitenland, o.a. door de Medaille van de Rijksuniversiteit van Gent (1946) en de Medaille van de Société botanique de France (1954) en in zijn benoeming tot (ere)lid van vele binnen- en buitenlandse genootschappen.
Sirks had sterk filosofisch en maatschappelijk gerichte opvattingen betreffende de plaats van de genetica in biologie en maatschappij. Zo was hij vanaf 1946 voorzitter van de Nederlandse Federatie voor Anthropogenetica en was hij zelf vooral geïnteresseerd in de overerving van intellect en begaafdheid. Daarnaast had Sirks een grote belangstelling voor de geschiedenis van zijn vakgebied en van de biologie in het algemeen, zoals de aard van zijn proefschrift reeds had aangetoond. Voor de vakgenoot-biologen schreef Sirks een schets van De ontwikkeling van de biologie (1942), welk werk uitgroeide tot The evolution of biology (1964), geschreven samen met zijn Amerikaanse collega-geneticus Conway Zirkle.
Sirks was een stille, gesloten persoonlijkheid, welke karaktereigenschappen ertoe hebben geleid dat hij lang niet altijd over een goed geoutilleerd genetisch instituut heeft kunnen beschikken. Voor personeel en leerlingen was hij een aangenaam mens; zijn gedrag als directeur wordt door zijn oud-medewerkers als 'vaderlijk' omschreven. Door zijn bewonderaars werd hem bij zijn afscheid in 1960 een glas-in-loodraam ten geschenke gegeven, bestemd voor het nieuw te bouwen Genetisch Instituut en vervaardigd door de Groninger glazenier Johan Dijkstra.
A: Archief met circa 4000 glasnegatieven en circa 2000 diapositieven van M.J. Sirks in bezit van J. Dik te Kloosterburen; bescheiden betreffende M.J. Sirks in het Universiteitsmuseum en de Universiteitsbibliotheek te Groningen.
P: Bibliografie in onder L genoemd artikel van A. Koopmans in Genen en Phaenen.
L: A. Koopmans, 'Bij het aftreden van Professor Dr. M.J. Sirks als hoogleraar-directeur van het Genetisch Instituut, RU te Haren (Gr.)', in Genen en Phaenen 8 (1963) 4 (nov.) 65-80; eadem, in Vakblad voor Biologen 46 (1966) 173; eadem, in Der Züchter 36 (1966) 8 (,) 345-346; J.A. Beardmore, in Nieuwe Rotterdamse Courant, 30-8-1966; W. Robijns, in Jaarboek [der] Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen. Letteren en Schone Kunsten van België 28(1966) 314-318.
I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 13 (Verbeterblad).
P. Smit [bron: http--resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/sirks]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 84x
sauvegardé 0x
Depuis 18 déc. '24
Numéro de l'annonce: m2213904986
Mots-clés populaires
experts biologieSciencebiologie de boeck dans Livres scolairescampbell biologie dans Livres d'étude & Coursbiologie 6e dans Livres scolaireslivre biologie de boeck dans Livres scolairesbiologie 4 de boeck dans Livres scolairesbiologie campbell dans Livres d'étude & Coursmon 2émemain dans BDbiologie raven dans Livres d'étude & Courslivre biologie 6 dans Livres scolairesbiologie 5 dans Livres scolairesessentia biologie dans Livres scolaireslivres scolaires biologie dans Livres scolaireshonda cr 500 dans Motos | Hondajantes oz dans Pneus & Jantesvolvo 7 places dans Volvopiece argent belge dans Monnaies | Belgiquetracteur solis dans Agriculture | Tracteurspresse a ballot dans Agriculture | Outilsdt swiss dans Vélos Piècestrioliet dans Agriculture | Outilsjukebox dans Machines | Jukeboxoude bietenmolen dans Curiosités & Brocante