Caractéristiques
Description
||boek: De verbeelding van het denken|Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie|Contact
||door: Errit Petersma, Jan Bor, Jelle Kingma
||taal: nl
||jaar: 2000
||druk: 6e druk
||pag.: 400p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw|cover bevat sticker
||isbn: 90-254-1398-6
||code: 1:001835
--- Over het boek (foto 1): De verbeelding van het denken ---
DE VERBEELDING VAN HET DENKEN, J. Bor / E. Petersma
In 1995 verscheen een nieuwe grote Nederlandse geschiedenis van de filosofie, van de antieken tot Rorty, waarvan dit een inhoudelijk ongewijzigde zesde druk is. Bijzonder aan het uiterlijk zijn het royale formaat (A4), de heldere en levendige typografie en de vele illustraties (veelal in kleur). Bij de inhoud valt op de keur aan specialisten die meewerken (zoals Verhoeven voor de antieken, De Rijk voor de Middeleeuwen, Zürcher voor China), de aardige filosofenbiografietjes in de marge, de goed gekozen fragmenten uit de filosofische klassieken, de substantiële aandacht voor de oosterse filosofie (ook de hedendaagse) en de brede cultuurhistorische context waarin de filosofie geplaatst wordt (en die zeker ook blijkt uit de illustraties, met reproducties van Mondriaan etc.). De over het algemeen soepele verteltrant is qua moeilijkheidsgraad vergelijkbaar met die van de bekende tweedelige Störig. Het is moeilijk voor te stellen hoe de filosofiegeschiedenis voor een breed publiek nog attractiever gemaakt kan worden. Bovendien is het boek, zeker in deze uitvoering als grote paperback, niet duur.
[bron: nbd biblion]
Geweldig [2016-10-18]
Prachtig compleet boek met zowel westerse als oosterse filosofie. Het boek is niet heel gemakkelijk geschreven maar dat maakt het juist fijner om te studeren. De stof zet echt aan tot nadenken.
erikakok [bron: https--www.bol.com]
Briljant [2005-12-26]
Briljant, uniek in zijn soort, de manier om een enthousiaste start in de filosofie te stimuleren, een prachtig boek.
apeldoorn [bron: https--www.bol.com]
het andere standaardwerk... [2007-07-17]
Naast Störig, het andere standaardwerk voor de lezer die wel eens iets moet opzoeken wat betreft filosofie. Minder saai en zwaar dan Störig, maar ook motiverend om verder te kijken in de gepresenteerde onderwerpen.
Riga, Letland [bron: https--www.bol.com]
zwaar [2008-12-24]
Het boek is geschikt als je er heel erg geïnteresseerd in bent en je op universitair niveau kan denken. Als je een beginneling bent op dit gebied, kan ik je het boek NIET aanraden. Zware kost.
Numansdorp [bron: https--www.bol.com]
Mooi compleet overzicht [2018-09-11]
Mooie combi van Oosters en Westers denken.
Noordewier [bron: https--www.bol.com]
Filosofie in de dop. [2018-10-15]
Oosterse en westerse filosofen krijgen ruime aandacht zonder dat er een diepgaande studie nodig is; met mooie illustraties.
Spruit13 [bron: https--www.bol.com]
Geheel herziene, uitgebreide en geactualiseerde editie van het in 1995 verschenen boek van Jan Bor en Errit Petersma. Zij presteerden iets dat daarvoor nog niet bestond: een geschiedenis van de filosofie waarin het oosten en het westen evenveel gewicht kregen. Het was al snel een bestseller en het boek werd in meerdere talen vertaald. Het is een veelomvattend werk dat de filosofie van de antieke tijd tot het heden beslaat.
Dit boek heeft inmiddels de status van een standaardwerk gekregen. Voor deze geactualiseerde editie schreef Connie Palmen een nieuwe inleiding. Ook is er een hoofdstuk over de eenentwintigste eeuw toegevoegd, en nieuwe stukken over vooraanstaande vrouwelijke filosofen en invloedrijjke Afrikaanse denkers.
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/product/100-438_De-verbeelding-van-het-denken]
In 1995 presenteerden Jan Bor en Errit Petersma iets dat daarvoor nog niet bestond: een geschiedenis van de filosofie waarin het oosten en het westen evenveel gewicht kregen. Het was al snel een bestseller en het boek werd in meerdere talen vertaald. Het is een veelomvattend werk dat de filosofie van de antieke tijd tot het heden beslaat. Nu verschijnt de eerste echt nieuwe editie van dit boek dat inmiddels de status van een standaardwerk heeft gekregen. René Gude en Connie Palmen schrijven een nieuwe inleiding en ook is er een hoofdstuk over de eenentwintigste eeuw toegevoegd. De nieuwe vorm: fraai gebonden, kleurenillustraties, doet recht aan de status van dit boek.
[bron: https--www.athenaeum.nl]
Het woord filosofie betekent letterlijk: liefde voor wijsheid, of wijsbegeerte. In Oost en West begon de zoektocht naar wijsheid al eeuwen voor het begin van onze jaartelling. Sindsdien heeft de filosofie een enorme rijkdom aan teksten opgeleverd, die nog altijd een levende bron van inspiratie vormt voor iedereen die zoekt naar inzicht.
Filosofen hebben altijd nagedacht over de wereld en onze verhouding daartoe. Zij staan stil bij zaken die anderen als vanzelfsprekend ervaren en hebben daarover de meest uiteenlopende theorieën opgesteld. De geschiedenis van de wijsbegeerte is dan ook het verhaal van het denken zelf.
De verbeelding van het denken zet dat verhaal in een historische context. Vele, met zorg gekozen afbeeldingen illustreren de raakvlakken van filosofie met wetenschap, kunst en religie, met de politiek en het leven van alledag.
In negen delen, geschreven door vooraanstaande deskundigen uit Nederland en Vlaanderen, wordt het fascinerende verhaal van de filosofie verteld. Naast illustraties bevat De verbeelding van het denken biografieën en bibliografieën van de belangrijkste denkers, tekstfragmenten uit beroemde werken en een uitgebreid register.
[bron: https--www.goodreads.com]
[2015-08-13]
Trek er rustig de tijd voor uit, want ondanks een hele fijne schrijfstijl, raas je niet door 750 pagina's geschiedenis van de filosofie. De overzichten voorafgaand aan ieder hoofdstuk, iedere periode in de filosofie, zijn erg goed geschreven. Ook de manier waarop de levens van de filosofen, en hun invloedsferen beschreven worden, verhelderen een groot deel van het beeld. De filosofieën zelf worden grondig, maar noodgedwongen wel compact beschreven en dat maakt het vaak niet gemakkelijk het echt te doorgronden. Maar dat is misschien ook een onmogelijke opgave wanneer je het hele menselijke denken van Oost en West samenvat in een fijne pil. Toch een echte aanrader.
Bart Timmers [bron: https--www.goodreads.com]
JAN BOR EN ERRIT PETERSMA MAKEN EEN LEKKER BOEK OVER DE GESCHIEDENIS VAN HET DENKEN; 'Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven' [1995-12-23]
Ik probeer mijn pen, de geïllustreerde geschiedenis van de Nederlandse letterkunde, was het voorbeeld. Nu is er een evenzeer geïllustreerde geschiedenis van de filosofie, De verbeelding van het denken...
ALS JAN BOR 'academia!' zegt, doet hij dat tegelijkertijd èn met ironische aanhalingstekens èn cursief èn met een verontwaardigd uitroepteken. Want de filosoof Bor heeft het niet zo op de academia, het universitaire establishment in de filosofie, op de vakgroepen waar 'iedereen maar op zijn eigen postzegel, zijn eigen krent dingen zit te doen'. Het mag duidelijk zijn dat hij daar zelf niet bijhoort (en als men zijn mening als rancune wil opvatten, mag dat ook).
Maar dan bedenkt hij zich. 'Ik wil er ook niet te veel op afgeven, ik heb die mensen toch ook allemaal bereid gevonden aan dit boek mee te werken. Je ziet: ik ben er heel dubbel in.'
Twaalfeneenhalf jaar geleden vatten Errit Petersma, destijds redacteur bij uitgeverij Boom, en Jan Bor, die voor Boom de bloemlezing 25 Eeuwen filosofie had samengesteld, het plan op een geïllustreerde geschiedenis van de filosofie te maken. Wat hun daarbij voor ogen stond, was Ik probeer mijn pen, een royaal geïllustreerde geschiedenis van de literatuur die niet lang daarvoor, in 1979, was verschenen.
Onlangs verscheen bij uitgeverij Contact De verbeelding van het denken. Een kleine vierhonderd pagina's dik, en onbekrompen voorzien van illustraties. 'Die plaatjes', zegt Bor, 'zijn echt essentieel geweest voor de joy die we van ons werk gehad hebben. Dat was onze drijfveer. We wilden iets moois. Aan een geschiedenis van de filosofie zonder plaatjes zouden we niet eens zijn begonnen.'
Om dat te benadrukken hebben ze aan het einde van het boek een plaatje uit Alice in Wonderland gezet, met daaronder: ' 'Wat heeft een boek zonder plaatjes voor zin?', dacht Alice.' Die is alvast bestemd voor de critici. Want die vragen meteen: wat heeft een boek mèt plaatjes voor zin?
Het hoofdstuk over China bijvoorbeeld opent met een serene tekening: Eenzame visser op de rivier; het Nabije Oosten zet in met de ten-hemel-opneming van Mohammed; het Duitse idealisme is voorzien van een ultra-romantisch landschap van Caspar David Friedrich; de Franse filosofie van eind vorige eeuw krijgt het schilderij Oorlog van Henri Rousseau mee (door critici omschreven als een nachtmerrie; de twintigste eeuw met haar gruwelijke wereldoorlogen kondigt zich aan) en het pragmatisme is een zwartwit fotootje van New York in de jaren veertig (toen Dewey nog een grote invloed uitoefende op het Amerikaanse denken).
Enig rechtstreeks verband met de tekst lijkt ver te zoeken.
Bor: 'Ah! Dat wil ik graag met verve verdedigen! Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven. We hebben ermee willen aangeven dat de filosofie is ingebed in een cultuur. En kunst maakt zichtbaar wat er in een cultuur aan de hand is. Je herkent er de tijdgeest aan. We denken dat je dank zij die plaatjes minder gauw verdwaalt in de filosofie.'
Bovendien, hoopt Bor, geven die illustraties de lezer het gevoel dat filosofie ook een zekere schoonheid bezit, dat 'filosofie soms ook wel lekker is, bij wijze van spreken'.
Dat doet het, ongetwijfeld. Een lekkerder boek over de geschiedenis van de filosofie bestaat niet. Jammer dat het misschien ook meteen het laatste in zijn soort zal zijn. De tijd van 'de' filosofie is, blijkens de inleiding èn de epiloog van de makers, namelijk voorbij.
Uit de epiloog: 'Een samenhangende en afdoende visie op de wereld behoort niet meer tot de mogelijkheden van het hedendaagse denken, evenmin als een theorie van het Ding an sich nog tot onze mogelijkheden behoort. (. . .) Meer dan voorheen leeft het besef dat óók in de filosofie de verbeelding aan het werk is. (. . .) Er is niet één waarheid: de waarheid heeft vele gezichten.'
- Wanneer je deze conclusie leest, blijft er van de filosofie weinig over. De filosofie wordt een vorm van literatuur, waarin het ene verhaal evenveel waard is als het andere.
Bor: 'Nou, ja, wat daar staat is een beetje de tijdgeest, hè? Maar het is niet mijn eigen mening, hoor. Nee, nee! Dit is niet de filosofie volgens Bor, als zoiets al bestaat, in alle bescheidenheid. Voor mij blijft filosofie altijd dènken, het maken van hele mooie, ingewikkelde redeneringen. Ze keert nooit terug naar de mythe, wat Mulisch bijvoorbeeld wil uitdragen.'
- Wat ook in de epiloog staat, is dat de tijd van de hegeliaanse kijk op de geschiedenis - als een proces dat uitmondt in 'een uiteindelijk en compleet weten' - voorbij is. Toch begint dit boek bij de oude Grieken en marcheert het rechtlijnig langs de kalender voort naar 1995.
Bor: 'Die chronologie is een stijlfiguur. We hebben ervoor gekozen vanuit de chronologie de geschiedenis neer te zetten, maar zonder daarbij het idee te hebben dat de laatste filosofen tegelijk ook de besten zijn. Dat niet.
'Trouwens, het postmoderne idee van filosofie, als een aantal filosofische verhalen die naast elkaar bestaan, vind je óók terug in dit boek. Je kunt er namelijk in bladeren. En al bladerend kun je Plato, Heidegger en Nagarjuna naast elkaar zetten, bijvoorbeeld.'
Bor heeft uitgerekend dat hij en Petersma ieder drie hele werkjaren in het project hebben gestoken. 'Het is heel moeilijk na te gaan waar dat werk precies in is gaan zitten. Weinigen zullen zien hoeveel moeite erin is gestoken, weinigen zullen zien dat het ook in grote mate òns boek is geworden. Als je dat wil uitleggen kom je in metaforen terecht zoals: vergelijk het met de directie van een groot orkest waar de dirigent tenslotte toch ook een duidelijk stempel drukt op de interpretatie van de symfonie.'
Het orkest, dat is in dit geval het team van specialisten dat de afzonderlijke hoofdstukken van het boek heeft geschreven. Daartoe behoren E. Zürcher (China), S. IJsseling (negentiende eeuw), Th. de Boer (twintigste eeuw) en C. Verhoeven (oudheid).
Bor: 'Het zijn gewoon de besten op hun vakgebied. Of. . . als je de keuze hebt, kies je natuurlijk degenen die het beste kunnen schrijven. Verhoeven bijvoorbeeld, die heeft toch een prachtig stuk geschreven? Anderen zullen het er misschien niet op alle punten mee eens zijn, maar het is een vreselijk mooi verhaal! De auteurs zijn zeker ook gekozen op hun mooie pen. Daar had ik door mijn andere boek gelukkig al ervaring mee opgedaan. Ik wil geen namen noemen, dat zou flauw zijn, maar een aantal lastpakken van toen mocht niet meer meedoen.'
Door de keuze voor een team van auteurs wijkt De verbeelding van het denken principieel af van de meeste andere geschiedenissen van de filosofie die door één auteur geschreven zijn (Von Aster, Störig, Russell).
Bor: 'Dat is natuurlijk heel knap, maar ook heel ouderwets. Niemand beschikt meer over al die kennis, dus wie zoiets probeert, gaat het toch weer uit de handboeken halen. Zodat je boek nooit werkelijk actueel kan worden. Als je deskundigen inschakelt, krijg je de laatste stand van zaken. Dat is het nieuwe aan ons boek: het is actueel.
'Sinds Russell en Störig is er heel veel onderzoek gedaan. Dat wil je erin hebben. En hoe we de twintigste eeuw hebben behandeld, dat is ook bepaald origineel. Kijk eens naar die indeling: dat vind je zo niet in andere geschiedenissen van de filosofie.
'Daar is zwaar over nagedacht. Het meest opvallende verschil is, dat wij een hoofdstuk aan Oost en West hebben gewijd. Een onderwerp dat er anders altijd uitgegooid wordt. Waardoor een zeer groot denker, echt een knal van een jongen, Nishida, eindelijk eens de aandacht krijgt die hij moet hebben. Petersma was aanvankelijk tegen het opnemen van die oosterse filosofie. Maar, om het in militaire termen te zeggen: die slag heb ik gewonnen. En nu beschouwt ook hij het als een absolute must.'
Behalve die keuze moest er een eindeloze reeks kleinere beslissingen worden genomen: 'Wij als redacteuren mochten bepalen hoeveel bijvoorbeeld Heidegger waard is in de hele filosofie van de twintigste eeuw.
'Twee bladzijden, zeg je?
'Hm. En toch staat het er aardig, is het niet?'
Dat kan niet ontkend worden. Het is kort, maar nergens wordt het oppervlakkig, en altijd blijft het leesbaar. Nog maar een keer: het is een lekker boek.
Bor: 'Je kunt er ook zeshonderd bladzijden over schrijven en dan leest niemand ooit meer wat Heidegger ooit gezegd heeft.
'Echt waar? Twee bladzijden maar?! Dat wil ik toch even weten.
'Een... twee... ah, kijk: drie! Wat zeg ik, drieëneenhalf, mèt een biografietje'
Via de lange omweg van het boek komt het gesprek op de plek waar het Bor pijn doet: 'Dit boek had gesubsidieerd moeten worden door het Prins Bernhard Fonds. Maar dat is niet gebeurd.' Hij zoekt in zijn zakken en haalt een brief te voorschijn. ('Dit is het enige dat ik voor dit interview heb meegenomen.') 'De argumentatie waarmee dat werd afgewezen: ze zeggen dat dit boek niets toevoegt aan de bestaande geschiedenissen van de filosofie. Dat is dus gewoon niet waar. Dat is totáál onwaar.
'En dat terwijl een soortgelijk project, dat was opgezet vanuit de academia, faliekant mislukte. Een door Nederlanders en Belgen geschreven geschiedenis van de filosofie, die gepubliceerd zou worden door Samsom. Dat boek is er nooit gekomen. Dat is gewoon mislukt door politiek gedonder. Maar dat project kostte wel een heleboel geld. Terwijl wij het uit liefde en gratis hebben moeten doen.
'En wat mij nog het meeste steekt, is dat in het hele lange traject van dit boek niemand ooit op het idee is gekomen eens te vragen: 'Jongens, hoe dóen jullie dat eigenlijk. Moeten wij jullie niet eens een bureautje geven waar jullie dat project kunnen doen? En zorgen dat je niet alleen maar patat uit de muur hoeft te trekken?' (overdreven, hè?). Dat komt in die koppen dus niet op. En dat vind ik een redelijk ernstige zaak.'
Jan Bor & Errit Petersma: De verbeelding van het denken - Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie.
Michel Maas [bron: https--www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/jan-bor-en-errit-petersma-maken-een-lekker-boek-over-de-geschiedenis-van-het-denken-met-die-plaatjes-hebben-we-de-filosofie-een-lichaam-willen-geven~b0082253]
--- Over (foto 2): Errit Petersma ---
Errit Petersma (1940-2013) was uitgever en schrijver, ook over schaken (Prettige partij).
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-411_Petersma]
Errit Petersma overleden [2013-06-08]
Op woensdag 5 juni is onze oud-voorzitter op 73-jarige leeftijd overleden. Anderhalve week eerder raakte Errit in coma waaruit hij niet meer ontwaakt is.
Errit was jarenlang een graag geziene gast in het Amsterdamse schaakleven. Hij was een stamgast van schaakcafé Gambit op de Bloemgracht, een steenworp van zijn huis op de Nassaukade. Errit was lid van Caissa waar hij van 1983-1989 voorzitter was.
Errit Petersma (1940-2013)
Als voorzitter van de SGA (vanaf oktober 1989) werd Errit in 1994 ook bestuurslid van het Max Euwecentrum. Hij was tevens de eindredacteur van het SGA-jubileumboek "Amsterdam schaakstad". In oktober 1997 werd Errit voorzitter van het MEC en was hij veelvuldig in het MEC te vinden. Onder zijn leiding werd in 2001 het 15-jarig bestaan van het MEC gevierd, maar ook moest hij in zijn voorzitterperiode voorkomen dat het MEC ten onder zou gaan omdat er een huurverhoging van 300% werd aangekondigd. Na zeven drukke jaren gaf Errit in april 2004 de voorzittershamer door aan Frank de Grave.
...
[bron: https--maxeuwe.nl/errit-petersma-overleden]
C.A. van Peursen en E.J. Petersma (red.), Metafysica, de geschiedenis van een begrip, Boom, Meppel/Amsterdam, 1981, 192 pp., 29,50 gulden.
De term 'metafysica' is wellicht één van de meest raadselachtige in de hele filosofie. Wat de eigenlijke betekenis van het begrip ook is, voor velen zal het voornamelijk associaties oproepen met duisterheid, half-mythische denkpatronen en vreemde kronkelpaden die slechts voor ingewijden begaanbaar zijn. In die betekenis wordt het woord 'metafysisch' in het dagelijks taalgebruik tegenwoordig ook vaak gehanteerd; de redacteuren geven daarvan in hun inleiding een aantal goede voorbeelden. Dit boek is bedoeld om iets van die vreemde klank van het begrip 'metafysica' weg te nemen en duidelijk te maken waar het in deze tak van filosofie eigenlijk om gaat. Daarin is men echter maar zeer gedeeltelijk geslaagd en dat is voornamelijk te wijten aan het gebrek aan onderlinge samenhang tussen de verschillende artikelen die in deze bundel zijn opgenomen. Sommige zijn historisch van aard, zoals de artikelen over Aristoteles en Kant, andere systematisch, zoals die over de relatie van de metafysica met de sociale filosofie en de wetenschapsleer, weer andere zitten daar zo'n beetje tussenin. Nu zijn uiteraard beide benaderingswijzen mogelijk, zoals de redacteuren terecht opmerken, maar wil men enige helderheid betrachten rond dit toch al weinig overzichtelijke onderwerp, dan is een strak-consistente benadering toch verre te prefereren boven deze bonte verzameling van invalshoeken, waarvoor de ondertitel 'de geschiedenis van een begrip' wel erg wijds genoemd mag worden. Veeleer heeft men te maken met een handvol los gestructureerde artikelen van wisselend gehalte, waarvan vooral de bijdrage van Peter Wesly over de metafysica-kritiek van Rudolf Carnap en de Wiener Kreis vermelding verdient.
Ger Groot [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_str008198101_01/_str008198101_01_0056.php]
25 eeuwen oosterse filosofie
Auteur: Errit Petersma, Jan Bor, K. van der Leeuw | Uitgever: Boom
In dit overzicht van de Oosterse filosofie komen achtereenvolgens de Indische, Tibetaanse, Chinese, Japanse en islamitische filosofie aan de orde. Uitvoerig worden de historische context en het specifieke karakter van elke filosofie belicht. De belangrijkste thema's worden uitgelicht en er wordt aandacht besteed aan de doorwerking en de actualiteit. De denkbeelden en stromingen worden aan de hand van fragmenten en meer dan vijftig oosterse filosofen duidelijk behandeld.
Elk gebied is voorzien van een uitgebreide inleiding, terwijl de afzonderlijke fragmenten van een korte inleiding zijn voorzien. Waar nodig zijn de teksten door commentaar toegankelijker gemaakt.
De belangrijkste stromingen en denkers van de Aziatische filosofie komen hierbij aan bod: de hindoeïstische systemen, het boeddhisme in India, Tibet, China en Japan, het confucianisme in China en Japan, het taoïsme, de 'honderd scholen' van de Chinese oudheid, het neoconfucianisme, het zen-boeddhisme in China en Japan, het shintoïsme, de klassieke islamitische filosofie, de islamitische mystiek en het politieke denken binnen de islam.
[bron: https--geschiedenis-winkel.nl/p/25-eeuwen-oosterse-filosofie]
De geschiedenis van Caïssa
De schaakvereniging Caïssa is voortgekomen uit een fusie van de schaakclubs Amsterdam-Zuid en De Vondelbrug. De Vondelbrug was een jonge, kleine club; Amsterdam-Zuid dateerde van 1934 en zag haar ledental toentertijd ernstig slinken. Na de samensmelting is de oprichtingsdatum van Caïssa bepaald op 1 mei 1951.
De eerste jaren speelde de nieuwe club in de Amsterdamse Schaakbond (ASB), maar na de scheuring in 1955 - de ASB scheidde zich af van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB), voornamelijk om financiële redenen - kozen de clubleden unaniem voor de nieuwe Hoofdstedelijke Schaakbond (HS). Zo bleef Caïssa binnen de KNSB. Op 25 maart 1969 werd de Schaakbond Groot Amsterdam (SGA) geboren, een fusie van ASB en HS.
Na de jaren vijftig en zestig is het aantal clubleden langzaam toegenomen. In oktober 1971 werd voor de eerste keer het aantal van 50 leden genoteerd. Vijf jaar later, toen Caïssa het 25-jarig jubileum vierde, waren er 81 leden.
Sinds de oprichting van Caïssa in 1951 werd gespeeld in Het Oranjehuis, Van Ostadestraat 153 in Amsterdam. Doordat het Oranjehuis een andere bestemming kreeg, is Caïssa in december 2006 noodgedwongen uitgeweken naar Het Afrikahuis, net iets verder in de Van Ostadestraat. Dit was echter van korte duur, want in de zomer van 2007 verhuisde Caïssa opnieuw, nu naar de prachtige locatie Huize Lydia aan het Roelof Hartplein. Deze mooie, centraal gelegen speelzaal droeg in belangrijke mate bij aan de gestage toename van het aantal leden.
In 2008 heeft Caïssa de verenigingsprijs van de KNSB gewonnen. Deze prijs werd gewonnen omdat in dat jaar de grootste ledenwinst werd behaald van alle Nederlandse schaakverenigingen. Netto kwamen er toen 29 leden bij.
In 2009 besloot schaakvereniging Max Euwe Amsterdam zich op te heffen en op te gaan in Caïssa. Bijna alle leden van Euwe zijn toen lid geworden van Caïssa en dit heeft ertoe geleid dat Caïssa van de derde grootste schaakclub in Nederland de grootste schaakvereniging van Nederland werd. Op dat moment (juni 2009) telde Caïssa 198 leden (165 senioren en 33 jeugdleden).
In het seizoen 2009-2010 speelde Caïssa met 13 teams extern, 5 in de KNSB en 8 in de SGA. De club was niet alleen veel groter geworden, maar aan de top ook een stuk sterker. Als gevolg hiervan behaalde het eerste team het kampioenschap in de eerste klasse KNSB. Zo bereikte Caïssa voor het eerst in haar geschiedenis de Meesterklasse van de KNSB. In het seizoen 2013-2014 speelde Caïssa met 6 teams in de KNSB-competitie.
...
Errit Petersma
Errit Petersma (1940-2013) was jarenlang een graag geziene gast in het Amsterdamse schaakleven. Hij was een stamgast van schaakcafé Gambit op de Bloemgracht, een steenworp van zijn huis op de Nassaukade. Errit was lid van Caissa waar hij van 1983-1989 voorzitter was.
Bij Caissa hebben we de Petersma trofee voor de beste prestatie in de externe competitie.
Als voorzitter van de SGA (vanaf oktober 1989) werd Errit in 1994 ook bestuurslid van het Max Euwecentrum. Hij was tevens de eindredacteur van het SGA-jubileumboek "Amsterdam schaakstad". In oktober 1997 werd Errit voorzitter van het MEC en was hij veelvuldig in het MEC te vinden. Onder zijn leiding werd in 2001 het 15-jarig bestaan van het MEC gevierd, maar ook moest hij in zijn voorzitterperiode voorkomen dat het MEC ten onder zou gaan omdat er een huurverhoging van 300% werd aangekondigd. Na zeven drukke jaren gaf Errit in april 2004 de voorzittershamer door aan Frank de Grave.
...
[bron: http--www.caissa-amsterdam.nl/archief/de-geschiedenis-van-caissa]
--- Over (foto 3): Jan Bor ---
Jan Bor (Amsterdam, 15 november 1946) is een Nederlands filosoof en publicist. Hij is kenner van het werk van Henri Bergson en heeft zich - ook in praktische zin - verdiept in Zen, gaat een dialoog met kunstenaars aan en heeft zijn sporen verdiend op het gebied van de geschiedenis van de filosofie. Maar bovenal ontwikkelt hij in zijn boeken een eigen filosofie.
Jan Bor is geboren en getogen in Amsterdam. Hij is vernoemd naar zijn vader en is een broer van Dick Bor en Christiaan Bor. Bor studeerde opvoedkunde en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) eind jaren 1960 en begin jaren 1970. Later, in 1990, promoveerde hij aan de Universiteit Leiden (UL) met het proefschrift "Bergson en de onmiddellijke ervaring."
Vanaf de jaren tachtig heeft Bor verschillende boeken geschreven over de geschiedenis van de filosofie. Hiernaast was hij onder andere docent aan de Academia Vitae in Deventer, en gastdocent bij de Gerrit Rietveld Academie, de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam en buiten Amsterdam aan de Universiteit Utrecht, de Wageningen University & Research centre en de Universiteit Maastricht. Vanaf 1994 werkte hij ook als columnist voor het Algemeen Dagblad, waar hij tot 2002 een wekelijkse column schreef.
Sinds de jaren 1970 heeft Bor zich verdiept in het zenboeddhisme. In 1976 reisde hij hiervoor naar Japan, naar een zentempel in Kioto, waar hij in de leer ging bij Kobori Roshi. Met de filmmaker Alexander Oey maakte hij hierover enige films voor de Boeddhistische Omroep Stichting.
Publicaties
1982 25 eeuwen filosofie: Teksten, toelichtingen. Met Sytske Teppema (red). Meppel: Boom
1985 Wie doet mij de tekens verstaan. Wim de Haan 1913-1967 Met Dirk Ayelt Kooiman en Ton Lenders. Amsterdam: Meulenhoff / Landshoff
1990 Bergson en de onmiddellijke ervaring. Meppel: Boom.
1995 De verbeelding van het denken. Met Errit Petersma en Jelle Kingma. Amsterdam: Contact
2003 25 eeuwen oosterse filosofie. Teksten / toelichting. Met Karel van der Leeuw. Amsterdam: Boom
2003 25 eeuwen westerse filosofie. Teksten / toelichting. Amsterdam: Boom
2004 Marinus Fuit. Met Louis Ferron en Frans Duister. Venlo: Van Spijk Art projects
2005 Op de grens van het denken: De filosofie van het onzegbare. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2009 Filosofie in een notendop. (Bijna) alles wat je wilde weten. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2010 De moed tot het onmogelijke: Kierkegaard en zen. Met Ton Lathouwers en Loes Raemakers. Rotterdam: Asoka
2010 Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2012 Wat is wijsheid. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2014 De verbeelding van het denken. Geschiedenis van de westerse & oosterse filosofie. Geheel herziene en uitgebreide editie. Met Errit Petersma. Amsterdam: Contact
2015 Mondriaan filosoof. Amsterdam. Prometheus / Bert Bakker
2016 OnZen. Amsterdam. Prometheus
2019 Modern Modern. Amsterdam. Prometheus
[bron: wikipedia]
Jan Bor (1946) is filosoof. Hij publiceerde onder meer De verbeelding van het denken, waarvan meer dan 100.000 exemplaren werden verkocht, Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie, Wat is wijsheid? en Mondriaan filosoof. In 2016 verscheen zijn laatste boek, OnZen.
[bron: https--uitgeverijprometheus.nl/auteurs/jan-bor]
De ultieme weg naar innerlijke vrijheid: Jan Bor over OnZen [2016-05-19]
Jan Bor is filosoof en publicist. Hij was medeauteur van De verbeelding van het denken. Daarnaast schreef hij boeken als Filosofie in een notendop, Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie en Wat is wijsheid?. Ook beoefende hij vele jaren zen, onder andere in Japan en Engeland. En over de invulling van moderne spiritualiteit gaat zijn nieuwe boek OnZen. Wat is daarvan de zin en onzin en bij welke filosofen kan je te rade gaan? Pieter van der Wielen spreekt met Jan Bor.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~RBX_VPRO_12948870~de-ultieme-weg-naar-innerlijke-vrijheid-jan-bor-over-onzen~.html]
Nooit Meer Slapen [2016-05-19]
Jan Bor is filosoof en publicist. Hij was medeauteur van 'De verbeelding van het denken'. Daarnaast schreef hij boeken als 'Filosofie in een notendop', 'Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie' en 'Wat is wijsheid?'. Ook beoefende hij vele jaren zen, onder andere in Japan en Engeland. En over de invulling van moderne spiritualiteit gaat zijn nieuwe boek 'OnZen'. Wat is daarvan de zin en onzin en bij welke filosofen kan je te rade gaan? Pieter van der Wielen spreekt met Jan Bor. Verder aandacht voor 'Songspiel My Videoland'. Een voorstelling van De Veenfabriek en theatergroep Domino waarbij geschoolde acteurs en muzikanten samenwerken met spelers met een beperking. En we spreken vertaler en publicist Robbert-Jan Henkes over 'Bij mij op de maan', een boek met uit het Russisch vertaalde kinderpoëzie.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~RBX_VPRO_12948870~de-ultieme-weg-naar-innerlijke-vrijheid-jan-bor-over-onzen~.html]
Bor, Jan - Filosoof en publicist
Dr. Jan Bor is filosoof en publicist. Hij studeerde sociale wetenschappen en filosofie in Amsterdam (UvA) en promoveerde in Leiden (UL) op een studie over Henri Bergson. Hij bedacht, initieerde en redigeerde een aantal Nederlandstalige boeken op het gebied van filosofie, waaronder 25 eeuwen oosterse filosofie en de bestseller De verbeelding van het denken: geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie. Hij beoefende vele jaren zen in Japan en Engeland. Met Alexander Oey maakte hij een aantal films voor de Boeddhistische Omroep. Jan Bor is tevens docent bij het kennisnetwerk Filosofie Oost-West.
[bron: https--www.home-academy.nl/sprekers/bor-jan]
Jan Bor groeide op in een bekend artistiek gezin. Evenals zijn vele bezoeken aan het Stedelijk Museum onder de bezielende leiding van Willem Sandberg was een ontmoeting met de kunstenaar Wim de Haan in 1963 medebepalend voor zijn latere zoektocht. Na een kandidaats in de opvoedkunde (1969) studeerde Bor filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Naast zijn studie was hij medewerker van het meditatiecentrum De Kosmos te Amsterdam (1970-1971) en initieerde hij met een paar vrienden het vormingscentrum Het Gras in dezelfde stad (1972-1975). Een jaar na zijn afstuderen in 1975 vertrok Bor naar Japan om er het zenboeddhisme onder Kobori Roshi te praktiseren. Vervolgens was, van 1977 tot en met 1986, Ven. Myokyo-ni (dr. Irmgard Schloegl) zijn zenmeester.
Intussen publiceerde hij de bestseller 25 eeuwen filosofie (1982) en een aantal lange essays over metafysica (waaronder een over De Haan), en werkte hij gestaag aan een proefschrift over de Franse filosoof Henri Bergson. Dat voltooide hij in 1990. In 1995 verscheen De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie (samen met Errit Petersma en Jelle Kingma), waarvan inmiddels meer dan 100.000 exemplaren zijn verkocht.
Daarvoor, van 1994 tot 2002 schreef Bor een wekelijkse column voor het Algemeen Dagblad. En eerder was hij medewerker en redacteur van het radioprogramma God zij met ons (1991-1993). Met filmer Alexander Oey maakt hij in 1992 een film over de Amerikaanse filosoof Richard Rorty en vervolgens een aantal films voor de BOS. Hij leverde het idee voor Oey's film Zen and War (2009).
Recente publicaties van Jan Bor: Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie (2011); De moed tot het onmogelijke: Kierkegaard en zen (samen met Ton Lathouwers en Luce Ramaker, 2010); Filosofie in een notendop (2009); Op de grens van het denken. De filosofie van het onzegbare (2005); 25 eeuwen oosterse filosofie (samen met Karel van der Leeuw, 2003).
Bor gaf les aan de Academia Vitae te Deventer (2005-2010), de Hogeschool van Amsterdam (1982-2004) en het Murmellius Gymnasium te Alkmaar (1978-1981) en, als gastdocent, aan ondermeer de Universiteit Utrecht (2002) en de Rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam (1989-1991).
Hij was tien jaar voorzitter van de programmaraad van de stichting Filosofie Oost-West (2000-2010). Hij organiseerde verschillende lezingenreeksen en symposia, benevens workshops en cursussen voor het bedrijfsleven en de overheid. Hij geeft lezingen en workshops door het hele land en treedt op als moderator.
[bron: https--www.speakersacademy.com/nl/spreker/jan-bor]
--- Over (foto 4): Jelle Kingma ---
Geboren: 1934
[bron: https--www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=king025]
Jelle Kingma e.a., Susanne Heynemann, typografe.- Den Haag: Museum van het Boek / Meermanno Westreenianum; Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1998.- 142 p.: ill.; 21 cm.- ISBN 90-367-0920-2. Fl. 29,50.
Een althans in het zuiden minder bekende figuur in de wereld van typografie en boekverzorging is Susanne Heynemann uit Utrecht aan wie in de loop van 1998 een tentoonstelling werd gewijd, eerst te zien in het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum te 's-Gravenhage, daarna in de Universiteitsbibliotheek te Groningen. Reinold Kuipers wijdt enkele pagina's aan Heynemann en de bellettrie, Tine van Buul aan Heynemann en Querido, Jan de Groot aan Heynemann en het schoolboek. De oeuvrecatalogus is samengesteld door Jelle Kingma. Naast en tussen deze vier auteurs die over haar persoon en over haar werk handelen, komt zijzelf aan het woord onder de vorm van 'Memoirettes', losse herinneringen die, uiteraard, betrekking hebben op haar activiteit als typografe. Susanne Heynemann vat die aan nà WO II, waarbij de draad qua stijl en opvatting inzake typografische vormgeving van vóór de oorlog werd opgenomen.
Geboren en opgeleid te Berlijn in 1913, vestigt Susanne Heynemann zich in 1939 te Amsterdam. Aanvankelijk heeft zij voor de Amsterdamse uitgever Em. Querido, na de oorlog ook voor Querido Verlag n.v. gewerkt. In tegenstelling tot wat vroeger nogal gebruikelijk was, staat zij in zowel voor het binnenwerk als voor omslag of band. Vrijwel gelijktijdig treedt zij op als boekverzorgster voor de 'Amsterdamsche Boek- en Courantmij' (ABC). Te Utrecht komt zij in aanraking met de kring bibliofielen. Tot haar adviseurs gingen Jan van Krimpen en Charles Nypels behoren. Laatstgenoemde was medeoprichter in 1945 van de Stichting De Roos die zich ging toeleggen -en dat nog steeds doet- op het uitgeven van bibliofiele boeken 'om de ongerepte en dus ook onbaatzuchtige liefde en kunst' en ook Heynemann ontwierp voor de Stichting. In het midden van de jaren 50 volgt zij haar man naar Groningen, waar ze voor J.B. Wolters en Wolters-Noordhoff werkt. In haar memoires vertelt zij verder over Sandberg van het Stedelijk Museum en H.N. Werkman, de Groningse handpersdrukker, over Henri Friedlaender.
Behalve bellettrie heeft Susanne Heynemann véél schoolboeken (Wolters) en wetenschappelijke werken (Universiteir Groningen) vormgegeven. Wie kent niet de Wolters' woordenboeken uit de jaren 70? Het belang van een goede typografische vormgeving voor school- en studieboeken kan niet genoeg benadrukt worden: indeling in hoofdstukken, paragrafen, plaatsen van afbeeldingen, grafieken en dies meer, het gebruik van letter naar type en corps - het is allemaal niet evident. Het fraaie boekje dat vorig jaar verscheen heeft veel gegevens voor het nageslacht vastgelegd en is tegelijk een passend eerbetoon.
[bron: https--www.dbnl.org/tekst/_gul005199801_01/_gul005199801_01_0014.php]
Boeken als gids door het labyrint van het leven - Jelle Kingma, e.a. (red.)
...
Boeken kunnen verschillende functies hebben. Ze kunnen kennis verspreiden, verstrooien of zelfs ontroeren. Soms echter maakt een boek zoveel indruk dat het een leidraad wordt, een boek waarvan met zegt 'dat het altijd op het nachtkastje ligt', een boek waarin men regelmatig weer leest, een boek waarop men terugvalt in moeilijke tijden, kortom: een boek als gids in het leven.
Onder de titel Boeken als gids voor het labyrint van het leven heeft de Universiteitsbibliotheek aan deze specifieke functie van boeken bijzondere aandacht willen besteden met een tentoonstelling en een begeleidende publicatie. Tentoonstelling en boek geven een historisch overzicht van belangrijke boeken die gidsfuncties in het leven van velen hebben vervuld en dat voor sommigen nog steeds doen. De heer drs. J. Kingma, voormalig plaatsvervangend bibliothecaris van de RU Groningen, heeft dit onderdeel van boek en tentoonstelling op een aansprekende wijze verzorgd, waarvoor hem veel dank toekomt.
Verder is aan een groot aantal personen binnen en buiten de RUG gevraagd of zij een boek hebben dat in hun leven een gidsfunctie vervult. Hun reacties zijn verzameld en hebben in dit boek en de tentoonstelling een plaats gekregen. Soms gaat het om boeken die al vele eeuwen als gids hebben gediend, zoals de Bijbel. In veel gevallen is echter sprake van boeken waarvan de meesten het gidsende karakter nooit hadden verwacht.
[bron: https--www.barkhuis.nl/product_info.php?cPath=21_6&products_id=42]
CIMEDART
Tijdschrift voor filosofie
sinds 1969
Interview
Een kleine ontstaansgeschiedenis
Jelle Kingma - medeoprichter Cimedart & Femke van Hout
Op zoek naar bijdragen voor ons jubileumnummer kwamen wij in contact met de heer Jelle Kingma, die in 1969 samen met Theo Kuipers Cimedart oprichtte. Redacteuren Emile en Femke zochten de 85-jarige oud-bibliothecaris op in zijn woonplaats in Groningen om hem een aantal vragen te stellen.
Het is koud als we vroeg in de middag aankomen op station Loppersum. Nog enigszins versuft door de lange reis nemen we het typisch Nederlandse landschap in ons op, terwijl onze voeten als vanzelf de dunne stroom mensen naar het eind van het perron volgen. Daar worden we opgewacht door Jelle en Gerrie Kingma, die ons hartelijk de hand schudden.
Even later zitten we met zijn vieren in hun auto. Ze wonen al sinds 1981 in Groningen, vertelt mevrouw Kingma, die ons over de smalle weg tussen de velden door manoeuvreert. Toen kreeg haar echtgenoot, na jaren bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam gewerkt te hebben, een baan aangeboden als bibliothecaris bij de Rijksuniversiteit Groningen. In 1991 kochten ze deze boerderij, vervolgt ze terwijl de auto hun erf opdraait. Een enorme schuur met een lemen vloer en een dak van zware houten balken biedt toegang tot het lichte woongedeelte. Eenmaal in Kingma's studeerkamer is het duidelijk dat we met een vakman te maken hebben; overal staan en liggen boeken, waarvan sommige antiek, hun banden glinsterend in het licht van de naar binnen schijnende zon. En alles, van de zeldzaamste boeken tot oude studiegidsen, is perfect gearchiveerd.
Zodra Kingma begint te vertellen, wordt duidelijk dat niet alleen zijn studeerkamer maar ook zijn geheugen ongekend rijk en georganiseerd is; namen, locaties, jaartallen en anekdotes buitelen over elkaar heen en vormen een levendig beeld van vervlogen tijden. Wie beter te raadplegen over de geschiedenis van ons blad en de filosofiefaculteit dan dit levende archief? Onder het genot van een kop thee spreken wij met hem over de oprichting van Cimedart, het reilen en zeilen op de faculteit, en worden wij er nogmaals aan herinnerd dat Cimedart van origine toch echt met een 't' op het eind wordt uitgesproken.
Waarom bent u filosofie gaan studeren? Hoe was de faculteit georganiseerd in die tijd?
'Nou, dat wilde ik gewoon studeren! Ik had mijn licht wel opgestoken bij andere studies, maar filosofie was het echt voor mij. In '59 schreef ik mij daarom samen met twee anderen in voor filosofie bij de Universiteit van Amsterdam. Filosofie was destijds echter onderdeel van letterenfaculteit. Er was geen apart filosofieprogramma; alles werd zo'n beetje geregeld door een klein aantal hoogleraren. En die hoogleraren schrokken zich een hoedje toen ze plots drie voltijd studenten kregen: opeens moest er een filosofieprogramma komen. Het was daarom allemaal een beetje geïmproviseerd. Pas vier jaar nadat ik begon, in '63, werd de Centrale Interfaculteit opgericht.'
Cimedart staat voor Centrale Interfaculteit MEDedelingen en ARTikelen. Maar we moeten bekennen dat wij als redacteuren erg weinig weten van de Centrale Interfaculteit... Kunt u ons hier iets meer over vertellen?
'Nou, het was duidelijk dat er een soort sturing moest komen. De Centrale Interfaculteit was een centraal orgaan dat het filosofieonderwijs in de verschillende faculteiten moest gaan verzorgen. De CI had ook een sociale functie; deze moest mensen met elkaar in contact brengen, zodat ze met elkaar konden overleggen, elkaar konden inspireren...
Een jaar na de oprichting van de CI, in '64, werd analytisch filosoof Frits Staal benoemd als hoogleraar. Hij kreeg de taak om een duidelijk filosofieprogramma op te zetten. Hij trof op de UvA een zeer geïmproviseerd geheel aan. Er bestond een grote kloof tussen de paar hoogleraren die de dienst uitmaakten en de rest van de wetenschappelijke staf, die niets te vertellen had. Vakken werden zo'n beetje uit de mouw geschud, benoemingen werden bekokstoofd door een paar mensen...'
Dat klinkt inderdaad niet erg georganiseerd...
'Dat is me nog het meest bijgebleven. Het eindeloze gehakketak over benoemingen... en natuurlijk de eeuwige richtingenstrijd tussen Alpha en Bèta. Er waren flink wat conflicten hoor... Zo kon Jan Aler, hoogleraar esthetica en cultuurfilosofie, het zó slecht met zijn collega's vinden dat hij een eigen instituut oprichtte. Daar had hij het tenminste zelf voor het zeggen. Zo kwam er het instituut voor esthetica, met een eigen staf en een eigen bibliotheek. Ik moet zeggen, dat heeft Aler goed gedaan. Dat is een heel mooie vakbibliotheek geworden. Toch bleef esthetica vooral een randvak, wat voor Aler nogal pijnlijk was. De belangstelling lag toch vooral bij analytische filosofie. Aan de andere kant had je de hele vergaarbak van het instituut voor filosofie met al die verschillende vakken, richtingen, opvattingen... en dat hing ook als los zand aan elkaar.
Er kwam toen vooral vanuit de studentengroepen de roep om alles te moderniseren, te democratiseren. Het werd duidelijk dat er iets moest veranderen, ook omdat de studenten het zelf niet meer pikten. Het waren turbulente tijden.'
Doelt u op de studentenprotesten en de bezetting van het maagdenhuis?
'Inderdaad. De roep om democratisering van het onderwijs, de vraag naar de verhouding tussen de universiteit en de maatschappij, de rol van filosofie hierin... dit alles begon halverwege de jaren '60 te spelen. De Provo's bestonden al in '66 en hielden optochten rondom het Lieverdje, het standbeeldje op het pleintje voor de Athenaeum boekhandel. Er waren veel conflicten met de politie. In '69 volgde de bezetting van het Maagdenhuis. Op een gegeven moment kon daar niemand in of uit. Overal stond politie. Toen is er vanuit de universiteitsbibliotheek een luchtbrug aangelegd om de studenten van voedsel te voorzien.
Als reactie op deze bewegingen veranderde er het een en ander op de UvA. Er kwam meer inspraak van onderaf en voor het eerst konden docenten ook door studenten beoordeeld worden. Helaas viel de democratisering ook wel wat tegen. De Algemene Vergadering werd bijvoorbeeld alleen door politiek betrokken docenten en studenten bezocht. Meestal waren er niet eens genoeg mensen aanwezig om een stem uit te brengen.'
We schrikken op als er op de deur wordt geklopt. Mevrouw Kingma komt binnen met thee en koekjes. Even komt ze erbij zitten en haalt ze met haar man herinneringen op: aan de tijd dat zij werkzaam was bij de subfaculteit psychologie als secretaresse en bibliothecaresse van de vakgroep methodeleer; aan de keren dat zij meeprotesteerde met de Dolle Mina's; aan hun trouwerij, waarvoor ze 'even langswipten' bij het stadhuis met maar een paar vrienden als getuigen; aan Kingma's eerste baan bij een antiquariaat; aan zijn tijd als studieadviseur...
U was studieadviseur?
'Ja dat klopt. Omdat de democratiseringsbewegingen veel nadruk legden op de rol van filosofie in de maatschappij, inspireerde dit veel mensen om filosofie te gaan studeren. Als studieadviseur was ik voor hen het eerste adres. Harry Mulisch kwam op een gegeven moment ook langs. Ja, om het papiertje op te halen. Zo waren er meer hoor... het was ook allemaal een beetje ongeorganiseerd. Er waren strenge docenten, die vonden dat je het hele programma moest doorlopen, en docenten die dachten: kan wel. Maar goed, Mulisch kwam bij mij, en ik gaf informatie over de toegang tot de studie: eerst colloquium doctum, daarna de drie aanvullende tentamens ter vervanging van het kandidaatsexamen, daarna het doctoraal examen... Nou, dat was bij Mulisch tegen het zere been. Dus hij naar Staal, die zou het wel even regelen. Maar toen greep Aler in. De heer Mulisch moest toch echt de tentamens doen, vond hij. Toen is Mulisch wel mooi de deur uitgelopen... Maar zo was niet iedereen hoor. Er waren vooral veel mensen die heel aarzelend waren, en die moest je dan een beetje stimuleren. Veel mensen zonder academische achtergrond, kunstenaars, mensen uit boekhandels...
Daarnaast kreeg ik veel studenten op mijn spreekuur die wilden weten hoe het reilde en zeilde op de faculteit. Daar was eigenlijk te weinig informatie over. Ik durf wel te zeggen dat ik toen degene ben geweest die heeft gezegd: er moet een faculteitsblad komen.'
Dus zo is Cimedart geboren?
'Ja, er ontstond het idee om zelf een blad op te richten waarin we alle regelingen en langlopende informatie met de studenten en docenten konden delen. Ik was ook een beetje idealistisch: ik hoopte dat het ook een plek zou zijn waar artikelen konden worden gepubliceerd, waarin studenten ook aan het woord konden komen. Zij waren er natuurlijk nog niet aan toe om te publiceren in de professorenbladen. Zo konden wij hen misschien een platform bieden.
Theo Kuipers - de adjunct-secretaris van de faculteit - ik en later Hans Swart vormden samen de redactie. Theo heeft de naam bedacht. Tien jaar geleden, toen Cimedart veertig jaar bestond, schreef hij een stuk voor het toenmalige jubileumnummer. Maar omdat hij dat blijkbaar was vergeten, vroeg hij voor hij het stuk inleverde aarzelend aan mij: 'was ik niet degene die die naam heeft bedacht?' Dat moest hij even verifiëren. Dus zo zag, in begin '70, de eerste Cimedart het licht.'
Hoe was de redactie van Cimedart destijds georganiseerd? Hoe kwamen jullie aan de informatie en artikelen?
'Eerlijk gezegd stelde de redactie toentertijd nog niet zoveel voor. Het was voor mij, Theo Kuipers en Hans Swart eigenlijk een uitvloeisel van ons werk. We hadden dus geen wekelijkse redactievergadering zoals jullie nu (lacht). In het begin ging het ook vooral om informatieverspreiding. De artikelen die daarnaast in het tijdschrift verschenen waren daar min of meer toevallig. Wat er in de eerste jaren in Cimedart kwam, kwam daar via-via. Soms schreven we zelf artikelen. Ik weet nog dat ik een serie over het filosofieonderwijs heb geschreven. En wat grappig, dat was ik helemaal vergeten... hier staat een lang artikel in over de oude diamantslijperij... daar zat de faculteit destijds, op die Nieuwe Achtergracht. Daarvóór zaten we in de Oudemanhuispoort en toen heette het nog Seminarium... Philosophisch Seminarium, met twee keer ph. Ik heb het bordje later van de deur geschroefd, dat heb ik nog wel ergens. Wacht even hoor...'
We kijken toe terwijl Kingma in een la rommelt. Het is ongelooflijk hoeveel hier bewaard ligt. Oude studiegidsen, een faculteitsbordje, tijdschriften van de Kritiese Universiteit... allemaal maken ze het verleden letterlijk tastbaar. De zon draait aan het raam voorbij terwijl we deze artefacten al pratend door onze handen laten gaan. Ook de eerste paar nummers van Cimedart worden doorgebladerd.
Het zag er toen wel heel anders uit dan nu... hoe werden die artikelen destijds samengevoegd?
'Och, als ik nu die nummers weer bekijk, geneer ik me eigenlijk. De vormgeving had op zijn zachts gezegd wel wat beter gekund. Toentertijd zette de secretaresse alle kopij op stencils en draaide deze af. Het was allemaal een beetje onbeholpen, een beetje doe-het-zelf. En ook qua indeling had ik het wel anders willen doen zie ik nu. Hoe bedenk je het: een Russell-herdenking op de voorpagina. En twee artikelen, niet eens zulke kleine, over mathematische logica in één nummer. Dat is natuurlijk ook dwaas!'
Hoe werd Cimedart op de faculteit ontvangen? Waren er veel reacties?
'Niet echt, omdat het blad eigenlijk nooit een eigen standpunt innam. We gaven vooral formele informatie en daar kon je nou niet echt een mening over hebben. Dat was ook niet de bedoeling; als we allerlei politieke meningen zouden gaan verkondigen, zouden we waarschijnlijk snel op het matje worden geroepen.
Het was wel heel leuk dat er langzaam maar zeker steeds meer opiniestukken en artikelen in Cimedart verschenen. Zo herinner ik mij een interview uit 1970 met Maarten van Nierop, die later de leerstoel filosofie van kunst en cultuur zou bekleden. Dat was niet alleen voor de studenten maar ook voor de docenten erg interessant. Maar er waren ook veel docenten die er nooit een poot aan vuil hebben gemaakt. Er kwamen verder steeds meer stukken die op elkaar reageerden. En dat ging er soms hard aan toe!
Maar als ik nu naar de nummers kijk, zie ik dat de functie van het blad totaal verschoven is. Er worden helemaal geen mededelingen meer gedaan. Nu is het toch vooral een blad waarin studenten aan het woord worden gelaten. En met de functie is ook de vorm geëvolueerd. Het ziet er zo anders uit nu...'
Het is al laat en de boeken om ons heen kleuren goudrood in het avondlicht. Cimedart is door de jaren heen zóveel veranderd, bedenken we, dat je je af kunt vragen of we überhaupt nog voor hetzelfde blad schrijven. Alleen de naam is hetzelfde gebleven, en zelfs die wordt tegenwoordig anders uitgesproken. 'Ach, ja, jullie zeggen het op z'n Frans,' zegt Kingma een aantal keer lachend. 'Maar van Jean-Baptiste weet ik niets. Die stunt kwam na mijn tijd.'
Opnieuw klopt mevrouw Kingma op de deur. Ze lacht ons toe als ze ons ziet zitten te midden van een verzameling papieren, boeken en documenten. 'Als jullie de volgende trein willen halen, wordt het toch echt tijd om af te ronden', zegt ze. Niet al te lang daarna nemen we afscheid op het station. 'Ik kijk uit naar het artikel,' zegt Kingma als hij ons voor het laatst de hand drukt.
Terwijl de donkere velden achter het treinraam aan ons voorbijschieten, begint het te dagen dat we een flinke taak voor ons hebben: hoe gaan we dit enorm rijke gesprek omvormen tot één functioneel artikeltje? Het voelt vreemd om over de toekomst te praten; even waanden we ons in een andere wereld, alsof we naast een uitstapje naar Groningen een kleine reis terug in de tijd hebben gemaakt.
[bron: http--www.cimedart.nl/onvolledig-archief/50-2/een-kleine-ontstaansgeschiedenis]
||door: Errit Petersma, Jan Bor, Jelle Kingma
||taal: nl
||jaar: 2000
||druk: 6e druk
||pag.: 400p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw|cover bevat sticker
||isbn: 90-254-1398-6
||code: 1:001835
--- Over het boek (foto 1): De verbeelding van het denken ---
DE VERBEELDING VAN HET DENKEN, J. Bor / E. Petersma
In 1995 verscheen een nieuwe grote Nederlandse geschiedenis van de filosofie, van de antieken tot Rorty, waarvan dit een inhoudelijk ongewijzigde zesde druk is. Bijzonder aan het uiterlijk zijn het royale formaat (A4), de heldere en levendige typografie en de vele illustraties (veelal in kleur). Bij de inhoud valt op de keur aan specialisten die meewerken (zoals Verhoeven voor de antieken, De Rijk voor de Middeleeuwen, Zürcher voor China), de aardige filosofenbiografietjes in de marge, de goed gekozen fragmenten uit de filosofische klassieken, de substantiële aandacht voor de oosterse filosofie (ook de hedendaagse) en de brede cultuurhistorische context waarin de filosofie geplaatst wordt (en die zeker ook blijkt uit de illustraties, met reproducties van Mondriaan etc.). De over het algemeen soepele verteltrant is qua moeilijkheidsgraad vergelijkbaar met die van de bekende tweedelige Störig. Het is moeilijk voor te stellen hoe de filosofiegeschiedenis voor een breed publiek nog attractiever gemaakt kan worden. Bovendien is het boek, zeker in deze uitvoering als grote paperback, niet duur.
[bron: nbd biblion]
Geweldig [2016-10-18]
Prachtig compleet boek met zowel westerse als oosterse filosofie. Het boek is niet heel gemakkelijk geschreven maar dat maakt het juist fijner om te studeren. De stof zet echt aan tot nadenken.
erikakok [bron: https--www.bol.com]
Briljant [2005-12-26]
Briljant, uniek in zijn soort, de manier om een enthousiaste start in de filosofie te stimuleren, een prachtig boek.
apeldoorn [bron: https--www.bol.com]
het andere standaardwerk... [2007-07-17]
Naast Störig, het andere standaardwerk voor de lezer die wel eens iets moet opzoeken wat betreft filosofie. Minder saai en zwaar dan Störig, maar ook motiverend om verder te kijken in de gepresenteerde onderwerpen.
Riga, Letland [bron: https--www.bol.com]
zwaar [2008-12-24]
Het boek is geschikt als je er heel erg geïnteresseerd in bent en je op universitair niveau kan denken. Als je een beginneling bent op dit gebied, kan ik je het boek NIET aanraden. Zware kost.
Numansdorp [bron: https--www.bol.com]
Mooi compleet overzicht [2018-09-11]
Mooie combi van Oosters en Westers denken.
Noordewier [bron: https--www.bol.com]
Filosofie in de dop. [2018-10-15]
Oosterse en westerse filosofen krijgen ruime aandacht zonder dat er een diepgaande studie nodig is; met mooie illustraties.
Spruit13 [bron: https--www.bol.com]
Geheel herziene, uitgebreide en geactualiseerde editie van het in 1995 verschenen boek van Jan Bor en Errit Petersma. Zij presteerden iets dat daarvoor nog niet bestond: een geschiedenis van de filosofie waarin het oosten en het westen evenveel gewicht kregen. Het was al snel een bestseller en het boek werd in meerdere talen vertaald. Het is een veelomvattend werk dat de filosofie van de antieke tijd tot het heden beslaat.
Dit boek heeft inmiddels de status van een standaardwerk gekregen. Voor deze geactualiseerde editie schreef Connie Palmen een nieuwe inleiding. Ook is er een hoofdstuk over de eenentwintigste eeuw toegevoegd, en nieuwe stukken over vooraanstaande vrouwelijke filosofen en invloedrijjke Afrikaanse denkers.
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/product/100-438_De-verbeelding-van-het-denken]
In 1995 presenteerden Jan Bor en Errit Petersma iets dat daarvoor nog niet bestond: een geschiedenis van de filosofie waarin het oosten en het westen evenveel gewicht kregen. Het was al snel een bestseller en het boek werd in meerdere talen vertaald. Het is een veelomvattend werk dat de filosofie van de antieke tijd tot het heden beslaat. Nu verschijnt de eerste echt nieuwe editie van dit boek dat inmiddels de status van een standaardwerk heeft gekregen. René Gude en Connie Palmen schrijven een nieuwe inleiding en ook is er een hoofdstuk over de eenentwintigste eeuw toegevoegd. De nieuwe vorm: fraai gebonden, kleurenillustraties, doet recht aan de status van dit boek.
[bron: https--www.athenaeum.nl]
Het woord filosofie betekent letterlijk: liefde voor wijsheid, of wijsbegeerte. In Oost en West begon de zoektocht naar wijsheid al eeuwen voor het begin van onze jaartelling. Sindsdien heeft de filosofie een enorme rijkdom aan teksten opgeleverd, die nog altijd een levende bron van inspiratie vormt voor iedereen die zoekt naar inzicht.
Filosofen hebben altijd nagedacht over de wereld en onze verhouding daartoe. Zij staan stil bij zaken die anderen als vanzelfsprekend ervaren en hebben daarover de meest uiteenlopende theorieën opgesteld. De geschiedenis van de wijsbegeerte is dan ook het verhaal van het denken zelf.
De verbeelding van het denken zet dat verhaal in een historische context. Vele, met zorg gekozen afbeeldingen illustreren de raakvlakken van filosofie met wetenschap, kunst en religie, met de politiek en het leven van alledag.
In negen delen, geschreven door vooraanstaande deskundigen uit Nederland en Vlaanderen, wordt het fascinerende verhaal van de filosofie verteld. Naast illustraties bevat De verbeelding van het denken biografieën en bibliografieën van de belangrijkste denkers, tekstfragmenten uit beroemde werken en een uitgebreid register.
[bron: https--www.goodreads.com]
[2015-08-13]
Trek er rustig de tijd voor uit, want ondanks een hele fijne schrijfstijl, raas je niet door 750 pagina's geschiedenis van de filosofie. De overzichten voorafgaand aan ieder hoofdstuk, iedere periode in de filosofie, zijn erg goed geschreven. Ook de manier waarop de levens van de filosofen, en hun invloedsferen beschreven worden, verhelderen een groot deel van het beeld. De filosofieën zelf worden grondig, maar noodgedwongen wel compact beschreven en dat maakt het vaak niet gemakkelijk het echt te doorgronden. Maar dat is misschien ook een onmogelijke opgave wanneer je het hele menselijke denken van Oost en West samenvat in een fijne pil. Toch een echte aanrader.
Bart Timmers [bron: https--www.goodreads.com]
JAN BOR EN ERRIT PETERSMA MAKEN EEN LEKKER BOEK OVER DE GESCHIEDENIS VAN HET DENKEN; 'Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven' [1995-12-23]
Ik probeer mijn pen, de geïllustreerde geschiedenis van de Nederlandse letterkunde, was het voorbeeld. Nu is er een evenzeer geïllustreerde geschiedenis van de filosofie, De verbeelding van het denken...
ALS JAN BOR 'academia!' zegt, doet hij dat tegelijkertijd èn met ironische aanhalingstekens èn cursief èn met een verontwaardigd uitroepteken. Want de filosoof Bor heeft het niet zo op de academia, het universitaire establishment in de filosofie, op de vakgroepen waar 'iedereen maar op zijn eigen postzegel, zijn eigen krent dingen zit te doen'. Het mag duidelijk zijn dat hij daar zelf niet bijhoort (en als men zijn mening als rancune wil opvatten, mag dat ook).
Maar dan bedenkt hij zich. 'Ik wil er ook niet te veel op afgeven, ik heb die mensen toch ook allemaal bereid gevonden aan dit boek mee te werken. Je ziet: ik ben er heel dubbel in.'
Twaalfeneenhalf jaar geleden vatten Errit Petersma, destijds redacteur bij uitgeverij Boom, en Jan Bor, die voor Boom de bloemlezing 25 Eeuwen filosofie had samengesteld, het plan op een geïllustreerde geschiedenis van de filosofie te maken. Wat hun daarbij voor ogen stond, was Ik probeer mijn pen, een royaal geïllustreerde geschiedenis van de literatuur die niet lang daarvoor, in 1979, was verschenen.
Onlangs verscheen bij uitgeverij Contact De verbeelding van het denken. Een kleine vierhonderd pagina's dik, en onbekrompen voorzien van illustraties. 'Die plaatjes', zegt Bor, 'zijn echt essentieel geweest voor de joy die we van ons werk gehad hebben. Dat was onze drijfveer. We wilden iets moois. Aan een geschiedenis van de filosofie zonder plaatjes zouden we niet eens zijn begonnen.'
Om dat te benadrukken hebben ze aan het einde van het boek een plaatje uit Alice in Wonderland gezet, met daaronder: ' 'Wat heeft een boek zonder plaatjes voor zin?', dacht Alice.' Die is alvast bestemd voor de critici. Want die vragen meteen: wat heeft een boek mèt plaatjes voor zin?
Het hoofdstuk over China bijvoorbeeld opent met een serene tekening: Eenzame visser op de rivier; het Nabije Oosten zet in met de ten-hemel-opneming van Mohammed; het Duitse idealisme is voorzien van een ultra-romantisch landschap van Caspar David Friedrich; de Franse filosofie van eind vorige eeuw krijgt het schilderij Oorlog van Henri Rousseau mee (door critici omschreven als een nachtmerrie; de twintigste eeuw met haar gruwelijke wereldoorlogen kondigt zich aan) en het pragmatisme is een zwartwit fotootje van New York in de jaren veertig (toen Dewey nog een grote invloed uitoefende op het Amerikaanse denken).
Enig rechtstreeks verband met de tekst lijkt ver te zoeken.
Bor: 'Ah! Dat wil ik graag met verve verdedigen! Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven. We hebben ermee willen aangeven dat de filosofie is ingebed in een cultuur. En kunst maakt zichtbaar wat er in een cultuur aan de hand is. Je herkent er de tijdgeest aan. We denken dat je dank zij die plaatjes minder gauw verdwaalt in de filosofie.'
Bovendien, hoopt Bor, geven die illustraties de lezer het gevoel dat filosofie ook een zekere schoonheid bezit, dat 'filosofie soms ook wel lekker is, bij wijze van spreken'.
Dat doet het, ongetwijfeld. Een lekkerder boek over de geschiedenis van de filosofie bestaat niet. Jammer dat het misschien ook meteen het laatste in zijn soort zal zijn. De tijd van 'de' filosofie is, blijkens de inleiding èn de epiloog van de makers, namelijk voorbij.
Uit de epiloog: 'Een samenhangende en afdoende visie op de wereld behoort niet meer tot de mogelijkheden van het hedendaagse denken, evenmin als een theorie van het Ding an sich nog tot onze mogelijkheden behoort. (. . .) Meer dan voorheen leeft het besef dat óók in de filosofie de verbeelding aan het werk is. (. . .) Er is niet één waarheid: de waarheid heeft vele gezichten.'
- Wanneer je deze conclusie leest, blijft er van de filosofie weinig over. De filosofie wordt een vorm van literatuur, waarin het ene verhaal evenveel waard is als het andere.
Bor: 'Nou, ja, wat daar staat is een beetje de tijdgeest, hè? Maar het is niet mijn eigen mening, hoor. Nee, nee! Dit is niet de filosofie volgens Bor, als zoiets al bestaat, in alle bescheidenheid. Voor mij blijft filosofie altijd dènken, het maken van hele mooie, ingewikkelde redeneringen. Ze keert nooit terug naar de mythe, wat Mulisch bijvoorbeeld wil uitdragen.'
- Wat ook in de epiloog staat, is dat de tijd van de hegeliaanse kijk op de geschiedenis - als een proces dat uitmondt in 'een uiteindelijk en compleet weten' - voorbij is. Toch begint dit boek bij de oude Grieken en marcheert het rechtlijnig langs de kalender voort naar 1995.
Bor: 'Die chronologie is een stijlfiguur. We hebben ervoor gekozen vanuit de chronologie de geschiedenis neer te zetten, maar zonder daarbij het idee te hebben dat de laatste filosofen tegelijk ook de besten zijn. Dat niet.
'Trouwens, het postmoderne idee van filosofie, als een aantal filosofische verhalen die naast elkaar bestaan, vind je óók terug in dit boek. Je kunt er namelijk in bladeren. En al bladerend kun je Plato, Heidegger en Nagarjuna naast elkaar zetten, bijvoorbeeld.'
Bor heeft uitgerekend dat hij en Petersma ieder drie hele werkjaren in het project hebben gestoken. 'Het is heel moeilijk na te gaan waar dat werk precies in is gaan zitten. Weinigen zullen zien hoeveel moeite erin is gestoken, weinigen zullen zien dat het ook in grote mate òns boek is geworden. Als je dat wil uitleggen kom je in metaforen terecht zoals: vergelijk het met de directie van een groot orkest waar de dirigent tenslotte toch ook een duidelijk stempel drukt op de interpretatie van de symfonie.'
Het orkest, dat is in dit geval het team van specialisten dat de afzonderlijke hoofdstukken van het boek heeft geschreven. Daartoe behoren E. Zürcher (China), S. IJsseling (negentiende eeuw), Th. de Boer (twintigste eeuw) en C. Verhoeven (oudheid).
Bor: 'Het zijn gewoon de besten op hun vakgebied. Of. . . als je de keuze hebt, kies je natuurlijk degenen die het beste kunnen schrijven. Verhoeven bijvoorbeeld, die heeft toch een prachtig stuk geschreven? Anderen zullen het er misschien niet op alle punten mee eens zijn, maar het is een vreselijk mooi verhaal! De auteurs zijn zeker ook gekozen op hun mooie pen. Daar had ik door mijn andere boek gelukkig al ervaring mee opgedaan. Ik wil geen namen noemen, dat zou flauw zijn, maar een aantal lastpakken van toen mocht niet meer meedoen.'
Door de keuze voor een team van auteurs wijkt De verbeelding van het denken principieel af van de meeste andere geschiedenissen van de filosofie die door één auteur geschreven zijn (Von Aster, Störig, Russell).
Bor: 'Dat is natuurlijk heel knap, maar ook heel ouderwets. Niemand beschikt meer over al die kennis, dus wie zoiets probeert, gaat het toch weer uit de handboeken halen. Zodat je boek nooit werkelijk actueel kan worden. Als je deskundigen inschakelt, krijg je de laatste stand van zaken. Dat is het nieuwe aan ons boek: het is actueel.
'Sinds Russell en Störig is er heel veel onderzoek gedaan. Dat wil je erin hebben. En hoe we de twintigste eeuw hebben behandeld, dat is ook bepaald origineel. Kijk eens naar die indeling: dat vind je zo niet in andere geschiedenissen van de filosofie.
'Daar is zwaar over nagedacht. Het meest opvallende verschil is, dat wij een hoofdstuk aan Oost en West hebben gewijd. Een onderwerp dat er anders altijd uitgegooid wordt. Waardoor een zeer groot denker, echt een knal van een jongen, Nishida, eindelijk eens de aandacht krijgt die hij moet hebben. Petersma was aanvankelijk tegen het opnemen van die oosterse filosofie. Maar, om het in militaire termen te zeggen: die slag heb ik gewonnen. En nu beschouwt ook hij het als een absolute must.'
Behalve die keuze moest er een eindeloze reeks kleinere beslissingen worden genomen: 'Wij als redacteuren mochten bepalen hoeveel bijvoorbeeld Heidegger waard is in de hele filosofie van de twintigste eeuw.
'Twee bladzijden, zeg je?
'Hm. En toch staat het er aardig, is het niet?'
Dat kan niet ontkend worden. Het is kort, maar nergens wordt het oppervlakkig, en altijd blijft het leesbaar. Nog maar een keer: het is een lekker boek.
Bor: 'Je kunt er ook zeshonderd bladzijden over schrijven en dan leest niemand ooit meer wat Heidegger ooit gezegd heeft.
'Echt waar? Twee bladzijden maar?! Dat wil ik toch even weten.
'Een... twee... ah, kijk: drie! Wat zeg ik, drieëneenhalf, mèt een biografietje'
Via de lange omweg van het boek komt het gesprek op de plek waar het Bor pijn doet: 'Dit boek had gesubsidieerd moeten worden door het Prins Bernhard Fonds. Maar dat is niet gebeurd.' Hij zoekt in zijn zakken en haalt een brief te voorschijn. ('Dit is het enige dat ik voor dit interview heb meegenomen.') 'De argumentatie waarmee dat werd afgewezen: ze zeggen dat dit boek niets toevoegt aan de bestaande geschiedenissen van de filosofie. Dat is dus gewoon niet waar. Dat is totáál onwaar.
'En dat terwijl een soortgelijk project, dat was opgezet vanuit de academia, faliekant mislukte. Een door Nederlanders en Belgen geschreven geschiedenis van de filosofie, die gepubliceerd zou worden door Samsom. Dat boek is er nooit gekomen. Dat is gewoon mislukt door politiek gedonder. Maar dat project kostte wel een heleboel geld. Terwijl wij het uit liefde en gratis hebben moeten doen.
'En wat mij nog het meeste steekt, is dat in het hele lange traject van dit boek niemand ooit op het idee is gekomen eens te vragen: 'Jongens, hoe dóen jullie dat eigenlijk. Moeten wij jullie niet eens een bureautje geven waar jullie dat project kunnen doen? En zorgen dat je niet alleen maar patat uit de muur hoeft te trekken?' (overdreven, hè?). Dat komt in die koppen dus niet op. En dat vind ik een redelijk ernstige zaak.'
Jan Bor & Errit Petersma: De verbeelding van het denken - Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie.
Michel Maas [bron: https--www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/jan-bor-en-errit-petersma-maken-een-lekker-boek-over-de-geschiedenis-van-het-denken-met-die-plaatjes-hebben-we-de-filosofie-een-lichaam-willen-geven~b0082253]
--- Over (foto 2): Errit Petersma ---
Errit Petersma (1940-2013) was uitgever en schrijver, ook over schaken (Prettige partij).
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-411_Petersma]
Errit Petersma overleden [2013-06-08]
Op woensdag 5 juni is onze oud-voorzitter op 73-jarige leeftijd overleden. Anderhalve week eerder raakte Errit in coma waaruit hij niet meer ontwaakt is.
Errit was jarenlang een graag geziene gast in het Amsterdamse schaakleven. Hij was een stamgast van schaakcafé Gambit op de Bloemgracht, een steenworp van zijn huis op de Nassaukade. Errit was lid van Caissa waar hij van 1983-1989 voorzitter was.
Errit Petersma (1940-2013)
Als voorzitter van de SGA (vanaf oktober 1989) werd Errit in 1994 ook bestuurslid van het Max Euwecentrum. Hij was tevens de eindredacteur van het SGA-jubileumboek "Amsterdam schaakstad". In oktober 1997 werd Errit voorzitter van het MEC en was hij veelvuldig in het MEC te vinden. Onder zijn leiding werd in 2001 het 15-jarig bestaan van het MEC gevierd, maar ook moest hij in zijn voorzitterperiode voorkomen dat het MEC ten onder zou gaan omdat er een huurverhoging van 300% werd aangekondigd. Na zeven drukke jaren gaf Errit in april 2004 de voorzittershamer door aan Frank de Grave.
...
[bron: https--maxeuwe.nl/errit-petersma-overleden]
C.A. van Peursen en E.J. Petersma (red.), Metafysica, de geschiedenis van een begrip, Boom, Meppel/Amsterdam, 1981, 192 pp., 29,50 gulden.
De term 'metafysica' is wellicht één van de meest raadselachtige in de hele filosofie. Wat de eigenlijke betekenis van het begrip ook is, voor velen zal het voornamelijk associaties oproepen met duisterheid, half-mythische denkpatronen en vreemde kronkelpaden die slechts voor ingewijden begaanbaar zijn. In die betekenis wordt het woord 'metafysisch' in het dagelijks taalgebruik tegenwoordig ook vaak gehanteerd; de redacteuren geven daarvan in hun inleiding een aantal goede voorbeelden. Dit boek is bedoeld om iets van die vreemde klank van het begrip 'metafysica' weg te nemen en duidelijk te maken waar het in deze tak van filosofie eigenlijk om gaat. Daarin is men echter maar zeer gedeeltelijk geslaagd en dat is voornamelijk te wijten aan het gebrek aan onderlinge samenhang tussen de verschillende artikelen die in deze bundel zijn opgenomen. Sommige zijn historisch van aard, zoals de artikelen over Aristoteles en Kant, andere systematisch, zoals die over de relatie van de metafysica met de sociale filosofie en de wetenschapsleer, weer andere zitten daar zo'n beetje tussenin. Nu zijn uiteraard beide benaderingswijzen mogelijk, zoals de redacteuren terecht opmerken, maar wil men enige helderheid betrachten rond dit toch al weinig overzichtelijke onderwerp, dan is een strak-consistente benadering toch verre te prefereren boven deze bonte verzameling van invalshoeken, waarvoor de ondertitel 'de geschiedenis van een begrip' wel erg wijds genoemd mag worden. Veeleer heeft men te maken met een handvol los gestructureerde artikelen van wisselend gehalte, waarvan vooral de bijdrage van Peter Wesly over de metafysica-kritiek van Rudolf Carnap en de Wiener Kreis vermelding verdient.
Ger Groot [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_str008198101_01/_str008198101_01_0056.php]
25 eeuwen oosterse filosofie
Auteur: Errit Petersma, Jan Bor, K. van der Leeuw | Uitgever: Boom
In dit overzicht van de Oosterse filosofie komen achtereenvolgens de Indische, Tibetaanse, Chinese, Japanse en islamitische filosofie aan de orde. Uitvoerig worden de historische context en het specifieke karakter van elke filosofie belicht. De belangrijkste thema's worden uitgelicht en er wordt aandacht besteed aan de doorwerking en de actualiteit. De denkbeelden en stromingen worden aan de hand van fragmenten en meer dan vijftig oosterse filosofen duidelijk behandeld.
Elk gebied is voorzien van een uitgebreide inleiding, terwijl de afzonderlijke fragmenten van een korte inleiding zijn voorzien. Waar nodig zijn de teksten door commentaar toegankelijker gemaakt.
De belangrijkste stromingen en denkers van de Aziatische filosofie komen hierbij aan bod: de hindoeïstische systemen, het boeddhisme in India, Tibet, China en Japan, het confucianisme in China en Japan, het taoïsme, de 'honderd scholen' van de Chinese oudheid, het neoconfucianisme, het zen-boeddhisme in China en Japan, het shintoïsme, de klassieke islamitische filosofie, de islamitische mystiek en het politieke denken binnen de islam.
[bron: https--geschiedenis-winkel.nl/p/25-eeuwen-oosterse-filosofie]
De geschiedenis van Caïssa
De schaakvereniging Caïssa is voortgekomen uit een fusie van de schaakclubs Amsterdam-Zuid en De Vondelbrug. De Vondelbrug was een jonge, kleine club; Amsterdam-Zuid dateerde van 1934 en zag haar ledental toentertijd ernstig slinken. Na de samensmelting is de oprichtingsdatum van Caïssa bepaald op 1 mei 1951.
De eerste jaren speelde de nieuwe club in de Amsterdamse Schaakbond (ASB), maar na de scheuring in 1955 - de ASB scheidde zich af van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB), voornamelijk om financiële redenen - kozen de clubleden unaniem voor de nieuwe Hoofdstedelijke Schaakbond (HS). Zo bleef Caïssa binnen de KNSB. Op 25 maart 1969 werd de Schaakbond Groot Amsterdam (SGA) geboren, een fusie van ASB en HS.
Na de jaren vijftig en zestig is het aantal clubleden langzaam toegenomen. In oktober 1971 werd voor de eerste keer het aantal van 50 leden genoteerd. Vijf jaar later, toen Caïssa het 25-jarig jubileum vierde, waren er 81 leden.
Sinds de oprichting van Caïssa in 1951 werd gespeeld in Het Oranjehuis, Van Ostadestraat 153 in Amsterdam. Doordat het Oranjehuis een andere bestemming kreeg, is Caïssa in december 2006 noodgedwongen uitgeweken naar Het Afrikahuis, net iets verder in de Van Ostadestraat. Dit was echter van korte duur, want in de zomer van 2007 verhuisde Caïssa opnieuw, nu naar de prachtige locatie Huize Lydia aan het Roelof Hartplein. Deze mooie, centraal gelegen speelzaal droeg in belangrijke mate bij aan de gestage toename van het aantal leden.
In 2008 heeft Caïssa de verenigingsprijs van de KNSB gewonnen. Deze prijs werd gewonnen omdat in dat jaar de grootste ledenwinst werd behaald van alle Nederlandse schaakverenigingen. Netto kwamen er toen 29 leden bij.
In 2009 besloot schaakvereniging Max Euwe Amsterdam zich op te heffen en op te gaan in Caïssa. Bijna alle leden van Euwe zijn toen lid geworden van Caïssa en dit heeft ertoe geleid dat Caïssa van de derde grootste schaakclub in Nederland de grootste schaakvereniging van Nederland werd. Op dat moment (juni 2009) telde Caïssa 198 leden (165 senioren en 33 jeugdleden).
In het seizoen 2009-2010 speelde Caïssa met 13 teams extern, 5 in de KNSB en 8 in de SGA. De club was niet alleen veel groter geworden, maar aan de top ook een stuk sterker. Als gevolg hiervan behaalde het eerste team het kampioenschap in de eerste klasse KNSB. Zo bereikte Caïssa voor het eerst in haar geschiedenis de Meesterklasse van de KNSB. In het seizoen 2013-2014 speelde Caïssa met 6 teams in de KNSB-competitie.
...
Errit Petersma
Errit Petersma (1940-2013) was jarenlang een graag geziene gast in het Amsterdamse schaakleven. Hij was een stamgast van schaakcafé Gambit op de Bloemgracht, een steenworp van zijn huis op de Nassaukade. Errit was lid van Caissa waar hij van 1983-1989 voorzitter was.
Bij Caissa hebben we de Petersma trofee voor de beste prestatie in de externe competitie.
Als voorzitter van de SGA (vanaf oktober 1989) werd Errit in 1994 ook bestuurslid van het Max Euwecentrum. Hij was tevens de eindredacteur van het SGA-jubileumboek "Amsterdam schaakstad". In oktober 1997 werd Errit voorzitter van het MEC en was hij veelvuldig in het MEC te vinden. Onder zijn leiding werd in 2001 het 15-jarig bestaan van het MEC gevierd, maar ook moest hij in zijn voorzitterperiode voorkomen dat het MEC ten onder zou gaan omdat er een huurverhoging van 300% werd aangekondigd. Na zeven drukke jaren gaf Errit in april 2004 de voorzittershamer door aan Frank de Grave.
...
[bron: http--www.caissa-amsterdam.nl/archief/de-geschiedenis-van-caissa]
--- Over (foto 3): Jan Bor ---
Jan Bor (Amsterdam, 15 november 1946) is een Nederlands filosoof en publicist. Hij is kenner van het werk van Henri Bergson en heeft zich - ook in praktische zin - verdiept in Zen, gaat een dialoog met kunstenaars aan en heeft zijn sporen verdiend op het gebied van de geschiedenis van de filosofie. Maar bovenal ontwikkelt hij in zijn boeken een eigen filosofie.
Jan Bor is geboren en getogen in Amsterdam. Hij is vernoemd naar zijn vader en is een broer van Dick Bor en Christiaan Bor. Bor studeerde opvoedkunde en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) eind jaren 1960 en begin jaren 1970. Later, in 1990, promoveerde hij aan de Universiteit Leiden (UL) met het proefschrift "Bergson en de onmiddellijke ervaring."
Vanaf de jaren tachtig heeft Bor verschillende boeken geschreven over de geschiedenis van de filosofie. Hiernaast was hij onder andere docent aan de Academia Vitae in Deventer, en gastdocent bij de Gerrit Rietveld Academie, de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam en buiten Amsterdam aan de Universiteit Utrecht, de Wageningen University & Research centre en de Universiteit Maastricht. Vanaf 1994 werkte hij ook als columnist voor het Algemeen Dagblad, waar hij tot 2002 een wekelijkse column schreef.
Sinds de jaren 1970 heeft Bor zich verdiept in het zenboeddhisme. In 1976 reisde hij hiervoor naar Japan, naar een zentempel in Kioto, waar hij in de leer ging bij Kobori Roshi. Met de filmmaker Alexander Oey maakte hij hierover enige films voor de Boeddhistische Omroep Stichting.
Publicaties
1982 25 eeuwen filosofie: Teksten, toelichtingen. Met Sytske Teppema (red). Meppel: Boom
1985 Wie doet mij de tekens verstaan. Wim de Haan 1913-1967 Met Dirk Ayelt Kooiman en Ton Lenders. Amsterdam: Meulenhoff / Landshoff
1990 Bergson en de onmiddellijke ervaring. Meppel: Boom.
1995 De verbeelding van het denken. Met Errit Petersma en Jelle Kingma. Amsterdam: Contact
2003 25 eeuwen oosterse filosofie. Teksten / toelichting. Met Karel van der Leeuw. Amsterdam: Boom
2003 25 eeuwen westerse filosofie. Teksten / toelichting. Amsterdam: Boom
2004 Marinus Fuit. Met Louis Ferron en Frans Duister. Venlo: Van Spijk Art projects
2005 Op de grens van het denken: De filosofie van het onzegbare. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2009 Filosofie in een notendop. (Bijna) alles wat je wilde weten. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2010 De moed tot het onmogelijke: Kierkegaard en zen. Met Ton Lathouwers en Loes Raemakers. Rotterdam: Asoka
2010 Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2012 Wat is wijsheid. Amsterdam: Prometheus / Bert Bakker
2014 De verbeelding van het denken. Geschiedenis van de westerse & oosterse filosofie. Geheel herziene en uitgebreide editie. Met Errit Petersma. Amsterdam: Contact
2015 Mondriaan filosoof. Amsterdam. Prometheus / Bert Bakker
2016 OnZen. Amsterdam. Prometheus
2019 Modern Modern. Amsterdam. Prometheus
[bron: wikipedia]
Jan Bor (1946) is filosoof. Hij publiceerde onder meer De verbeelding van het denken, waarvan meer dan 100.000 exemplaren werden verkocht, Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie, Wat is wijsheid? en Mondriaan filosoof. In 2016 verscheen zijn laatste boek, OnZen.
[bron: https--uitgeverijprometheus.nl/auteurs/jan-bor]
De ultieme weg naar innerlijke vrijheid: Jan Bor over OnZen [2016-05-19]
Jan Bor is filosoof en publicist. Hij was medeauteur van De verbeelding van het denken. Daarnaast schreef hij boeken als Filosofie in een notendop, Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie en Wat is wijsheid?. Ook beoefende hij vele jaren zen, onder andere in Japan en Engeland. En over de invulling van moderne spiritualiteit gaat zijn nieuwe boek OnZen. Wat is daarvan de zin en onzin en bij welke filosofen kan je te rade gaan? Pieter van der Wielen spreekt met Jan Bor.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~RBX_VPRO_12948870~de-ultieme-weg-naar-innerlijke-vrijheid-jan-bor-over-onzen~.html]
Nooit Meer Slapen [2016-05-19]
Jan Bor is filosoof en publicist. Hij was medeauteur van 'De verbeelding van het denken'. Daarnaast schreef hij boeken als 'Filosofie in een notendop', 'Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie' en 'Wat is wijsheid?'. Ook beoefende hij vele jaren zen, onder andere in Japan en Engeland. En over de invulling van moderne spiritualiteit gaat zijn nieuwe boek 'OnZen'. Wat is daarvan de zin en onzin en bij welke filosofen kan je te rade gaan? Pieter van der Wielen spreekt met Jan Bor. Verder aandacht voor 'Songspiel My Videoland'. Een voorstelling van De Veenfabriek en theatergroep Domino waarbij geschoolde acteurs en muzikanten samenwerken met spelers met een beperking. En we spreken vertaler en publicist Robbert-Jan Henkes over 'Bij mij op de maan', een boek met uit het Russisch vertaalde kinderpoëzie.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~RBX_VPRO_12948870~de-ultieme-weg-naar-innerlijke-vrijheid-jan-bor-over-onzen~.html]
Bor, Jan - Filosoof en publicist
Dr. Jan Bor is filosoof en publicist. Hij studeerde sociale wetenschappen en filosofie in Amsterdam (UvA) en promoveerde in Leiden (UL) op een studie over Henri Bergson. Hij bedacht, initieerde en redigeerde een aantal Nederlandstalige boeken op het gebied van filosofie, waaronder 25 eeuwen oosterse filosofie en de bestseller De verbeelding van het denken: geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie. Hij beoefende vele jaren zen in Japan en Engeland. Met Alexander Oey maakte hij een aantal films voor de Boeddhistische Omroep. Jan Bor is tevens docent bij het kennisnetwerk Filosofie Oost-West.
[bron: https--www.home-academy.nl/sprekers/bor-jan]
Jan Bor groeide op in een bekend artistiek gezin. Evenals zijn vele bezoeken aan het Stedelijk Museum onder de bezielende leiding van Willem Sandberg was een ontmoeting met de kunstenaar Wim de Haan in 1963 medebepalend voor zijn latere zoektocht. Na een kandidaats in de opvoedkunde (1969) studeerde Bor filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Naast zijn studie was hij medewerker van het meditatiecentrum De Kosmos te Amsterdam (1970-1971) en initieerde hij met een paar vrienden het vormingscentrum Het Gras in dezelfde stad (1972-1975). Een jaar na zijn afstuderen in 1975 vertrok Bor naar Japan om er het zenboeddhisme onder Kobori Roshi te praktiseren. Vervolgens was, van 1977 tot en met 1986, Ven. Myokyo-ni (dr. Irmgard Schloegl) zijn zenmeester.
Intussen publiceerde hij de bestseller 25 eeuwen filosofie (1982) en een aantal lange essays over metafysica (waaronder een over De Haan), en werkte hij gestaag aan een proefschrift over de Franse filosoof Henri Bergson. Dat voltooide hij in 1990. In 1995 verscheen De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie (samen met Errit Petersma en Jelle Kingma), waarvan inmiddels meer dan 100.000 exemplaren zijn verkocht.
Daarvoor, van 1994 tot 2002 schreef Bor een wekelijkse column voor het Algemeen Dagblad. En eerder was hij medewerker en redacteur van het radioprogramma God zij met ons (1991-1993). Met filmer Alexander Oey maakt hij in 1992 een film over de Amerikaanse filosoof Richard Rorty en vervolgens een aantal films voor de BOS. Hij leverde het idee voor Oey's film Zen and War (2009).
Recente publicaties van Jan Bor: Een (nieuwe) geschiedenis van de filosofie (2011); De moed tot het onmogelijke: Kierkegaard en zen (samen met Ton Lathouwers en Luce Ramaker, 2010); Filosofie in een notendop (2009); Op de grens van het denken. De filosofie van het onzegbare (2005); 25 eeuwen oosterse filosofie (samen met Karel van der Leeuw, 2003).
Bor gaf les aan de Academia Vitae te Deventer (2005-2010), de Hogeschool van Amsterdam (1982-2004) en het Murmellius Gymnasium te Alkmaar (1978-1981) en, als gastdocent, aan ondermeer de Universiteit Utrecht (2002) en de Rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam (1989-1991).
Hij was tien jaar voorzitter van de programmaraad van de stichting Filosofie Oost-West (2000-2010). Hij organiseerde verschillende lezingenreeksen en symposia, benevens workshops en cursussen voor het bedrijfsleven en de overheid. Hij geeft lezingen en workshops door het hele land en treedt op als moderator.
[bron: https--www.speakersacademy.com/nl/spreker/jan-bor]
--- Over (foto 4): Jelle Kingma ---
Geboren: 1934
[bron: https--www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=king025]
Jelle Kingma e.a., Susanne Heynemann, typografe.- Den Haag: Museum van het Boek / Meermanno Westreenianum; Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1998.- 142 p.: ill.; 21 cm.- ISBN 90-367-0920-2. Fl. 29,50.
Een althans in het zuiden minder bekende figuur in de wereld van typografie en boekverzorging is Susanne Heynemann uit Utrecht aan wie in de loop van 1998 een tentoonstelling werd gewijd, eerst te zien in het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum te 's-Gravenhage, daarna in de Universiteitsbibliotheek te Groningen. Reinold Kuipers wijdt enkele pagina's aan Heynemann en de bellettrie, Tine van Buul aan Heynemann en Querido, Jan de Groot aan Heynemann en het schoolboek. De oeuvrecatalogus is samengesteld door Jelle Kingma. Naast en tussen deze vier auteurs die over haar persoon en over haar werk handelen, komt zijzelf aan het woord onder de vorm van 'Memoirettes', losse herinneringen die, uiteraard, betrekking hebben op haar activiteit als typografe. Susanne Heynemann vat die aan nà WO II, waarbij de draad qua stijl en opvatting inzake typografische vormgeving van vóór de oorlog werd opgenomen.
Geboren en opgeleid te Berlijn in 1913, vestigt Susanne Heynemann zich in 1939 te Amsterdam. Aanvankelijk heeft zij voor de Amsterdamse uitgever Em. Querido, na de oorlog ook voor Querido Verlag n.v. gewerkt. In tegenstelling tot wat vroeger nogal gebruikelijk was, staat zij in zowel voor het binnenwerk als voor omslag of band. Vrijwel gelijktijdig treedt zij op als boekverzorgster voor de 'Amsterdamsche Boek- en Courantmij' (ABC). Te Utrecht komt zij in aanraking met de kring bibliofielen. Tot haar adviseurs gingen Jan van Krimpen en Charles Nypels behoren. Laatstgenoemde was medeoprichter in 1945 van de Stichting De Roos die zich ging toeleggen -en dat nog steeds doet- op het uitgeven van bibliofiele boeken 'om de ongerepte en dus ook onbaatzuchtige liefde en kunst' en ook Heynemann ontwierp voor de Stichting. In het midden van de jaren 50 volgt zij haar man naar Groningen, waar ze voor J.B. Wolters en Wolters-Noordhoff werkt. In haar memoires vertelt zij verder over Sandberg van het Stedelijk Museum en H.N. Werkman, de Groningse handpersdrukker, over Henri Friedlaender.
Behalve bellettrie heeft Susanne Heynemann véél schoolboeken (Wolters) en wetenschappelijke werken (Universiteir Groningen) vormgegeven. Wie kent niet de Wolters' woordenboeken uit de jaren 70? Het belang van een goede typografische vormgeving voor school- en studieboeken kan niet genoeg benadrukt worden: indeling in hoofdstukken, paragrafen, plaatsen van afbeeldingen, grafieken en dies meer, het gebruik van letter naar type en corps - het is allemaal niet evident. Het fraaie boekje dat vorig jaar verscheen heeft veel gegevens voor het nageslacht vastgelegd en is tegelijk een passend eerbetoon.
[bron: https--www.dbnl.org/tekst/_gul005199801_01/_gul005199801_01_0014.php]
Boeken als gids door het labyrint van het leven - Jelle Kingma, e.a. (red.)
...
Boeken kunnen verschillende functies hebben. Ze kunnen kennis verspreiden, verstrooien of zelfs ontroeren. Soms echter maakt een boek zoveel indruk dat het een leidraad wordt, een boek waarvan met zegt 'dat het altijd op het nachtkastje ligt', een boek waarin men regelmatig weer leest, een boek waarop men terugvalt in moeilijke tijden, kortom: een boek als gids in het leven.
Onder de titel Boeken als gids voor het labyrint van het leven heeft de Universiteitsbibliotheek aan deze specifieke functie van boeken bijzondere aandacht willen besteden met een tentoonstelling en een begeleidende publicatie. Tentoonstelling en boek geven een historisch overzicht van belangrijke boeken die gidsfuncties in het leven van velen hebben vervuld en dat voor sommigen nog steeds doen. De heer drs. J. Kingma, voormalig plaatsvervangend bibliothecaris van de RU Groningen, heeft dit onderdeel van boek en tentoonstelling op een aansprekende wijze verzorgd, waarvoor hem veel dank toekomt.
Verder is aan een groot aantal personen binnen en buiten de RUG gevraagd of zij een boek hebben dat in hun leven een gidsfunctie vervult. Hun reacties zijn verzameld en hebben in dit boek en de tentoonstelling een plaats gekregen. Soms gaat het om boeken die al vele eeuwen als gids hebben gediend, zoals de Bijbel. In veel gevallen is echter sprake van boeken waarvan de meesten het gidsende karakter nooit hadden verwacht.
[bron: https--www.barkhuis.nl/product_info.php?cPath=21_6&products_id=42]
CIMEDART
Tijdschrift voor filosofie
sinds 1969
Interview
Een kleine ontstaansgeschiedenis
Jelle Kingma - medeoprichter Cimedart & Femke van Hout
Op zoek naar bijdragen voor ons jubileumnummer kwamen wij in contact met de heer Jelle Kingma, die in 1969 samen met Theo Kuipers Cimedart oprichtte. Redacteuren Emile en Femke zochten de 85-jarige oud-bibliothecaris op in zijn woonplaats in Groningen om hem een aantal vragen te stellen.
Het is koud als we vroeg in de middag aankomen op station Loppersum. Nog enigszins versuft door de lange reis nemen we het typisch Nederlandse landschap in ons op, terwijl onze voeten als vanzelf de dunne stroom mensen naar het eind van het perron volgen. Daar worden we opgewacht door Jelle en Gerrie Kingma, die ons hartelijk de hand schudden.
Even later zitten we met zijn vieren in hun auto. Ze wonen al sinds 1981 in Groningen, vertelt mevrouw Kingma, die ons over de smalle weg tussen de velden door manoeuvreert. Toen kreeg haar echtgenoot, na jaren bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam gewerkt te hebben, een baan aangeboden als bibliothecaris bij de Rijksuniversiteit Groningen. In 1991 kochten ze deze boerderij, vervolgt ze terwijl de auto hun erf opdraait. Een enorme schuur met een lemen vloer en een dak van zware houten balken biedt toegang tot het lichte woongedeelte. Eenmaal in Kingma's studeerkamer is het duidelijk dat we met een vakman te maken hebben; overal staan en liggen boeken, waarvan sommige antiek, hun banden glinsterend in het licht van de naar binnen schijnende zon. En alles, van de zeldzaamste boeken tot oude studiegidsen, is perfect gearchiveerd.
Zodra Kingma begint te vertellen, wordt duidelijk dat niet alleen zijn studeerkamer maar ook zijn geheugen ongekend rijk en georganiseerd is; namen, locaties, jaartallen en anekdotes buitelen over elkaar heen en vormen een levendig beeld van vervlogen tijden. Wie beter te raadplegen over de geschiedenis van ons blad en de filosofiefaculteit dan dit levende archief? Onder het genot van een kop thee spreken wij met hem over de oprichting van Cimedart, het reilen en zeilen op de faculteit, en worden wij er nogmaals aan herinnerd dat Cimedart van origine toch echt met een 't' op het eind wordt uitgesproken.
Waarom bent u filosofie gaan studeren? Hoe was de faculteit georganiseerd in die tijd?
'Nou, dat wilde ik gewoon studeren! Ik had mijn licht wel opgestoken bij andere studies, maar filosofie was het echt voor mij. In '59 schreef ik mij daarom samen met twee anderen in voor filosofie bij de Universiteit van Amsterdam. Filosofie was destijds echter onderdeel van letterenfaculteit. Er was geen apart filosofieprogramma; alles werd zo'n beetje geregeld door een klein aantal hoogleraren. En die hoogleraren schrokken zich een hoedje toen ze plots drie voltijd studenten kregen: opeens moest er een filosofieprogramma komen. Het was daarom allemaal een beetje geïmproviseerd. Pas vier jaar nadat ik begon, in '63, werd de Centrale Interfaculteit opgericht.'
Cimedart staat voor Centrale Interfaculteit MEDedelingen en ARTikelen. Maar we moeten bekennen dat wij als redacteuren erg weinig weten van de Centrale Interfaculteit... Kunt u ons hier iets meer over vertellen?
'Nou, het was duidelijk dat er een soort sturing moest komen. De Centrale Interfaculteit was een centraal orgaan dat het filosofieonderwijs in de verschillende faculteiten moest gaan verzorgen. De CI had ook een sociale functie; deze moest mensen met elkaar in contact brengen, zodat ze met elkaar konden overleggen, elkaar konden inspireren...
Een jaar na de oprichting van de CI, in '64, werd analytisch filosoof Frits Staal benoemd als hoogleraar. Hij kreeg de taak om een duidelijk filosofieprogramma op te zetten. Hij trof op de UvA een zeer geïmproviseerd geheel aan. Er bestond een grote kloof tussen de paar hoogleraren die de dienst uitmaakten en de rest van de wetenschappelijke staf, die niets te vertellen had. Vakken werden zo'n beetje uit de mouw geschud, benoemingen werden bekokstoofd door een paar mensen...'
Dat klinkt inderdaad niet erg georganiseerd...
'Dat is me nog het meest bijgebleven. Het eindeloze gehakketak over benoemingen... en natuurlijk de eeuwige richtingenstrijd tussen Alpha en Bèta. Er waren flink wat conflicten hoor... Zo kon Jan Aler, hoogleraar esthetica en cultuurfilosofie, het zó slecht met zijn collega's vinden dat hij een eigen instituut oprichtte. Daar had hij het tenminste zelf voor het zeggen. Zo kwam er het instituut voor esthetica, met een eigen staf en een eigen bibliotheek. Ik moet zeggen, dat heeft Aler goed gedaan. Dat is een heel mooie vakbibliotheek geworden. Toch bleef esthetica vooral een randvak, wat voor Aler nogal pijnlijk was. De belangstelling lag toch vooral bij analytische filosofie. Aan de andere kant had je de hele vergaarbak van het instituut voor filosofie met al die verschillende vakken, richtingen, opvattingen... en dat hing ook als los zand aan elkaar.
Er kwam toen vooral vanuit de studentengroepen de roep om alles te moderniseren, te democratiseren. Het werd duidelijk dat er iets moest veranderen, ook omdat de studenten het zelf niet meer pikten. Het waren turbulente tijden.'
Doelt u op de studentenprotesten en de bezetting van het maagdenhuis?
'Inderdaad. De roep om democratisering van het onderwijs, de vraag naar de verhouding tussen de universiteit en de maatschappij, de rol van filosofie hierin... dit alles begon halverwege de jaren '60 te spelen. De Provo's bestonden al in '66 en hielden optochten rondom het Lieverdje, het standbeeldje op het pleintje voor de Athenaeum boekhandel. Er waren veel conflicten met de politie. In '69 volgde de bezetting van het Maagdenhuis. Op een gegeven moment kon daar niemand in of uit. Overal stond politie. Toen is er vanuit de universiteitsbibliotheek een luchtbrug aangelegd om de studenten van voedsel te voorzien.
Als reactie op deze bewegingen veranderde er het een en ander op de UvA. Er kwam meer inspraak van onderaf en voor het eerst konden docenten ook door studenten beoordeeld worden. Helaas viel de democratisering ook wel wat tegen. De Algemene Vergadering werd bijvoorbeeld alleen door politiek betrokken docenten en studenten bezocht. Meestal waren er niet eens genoeg mensen aanwezig om een stem uit te brengen.'
We schrikken op als er op de deur wordt geklopt. Mevrouw Kingma komt binnen met thee en koekjes. Even komt ze erbij zitten en haalt ze met haar man herinneringen op: aan de tijd dat zij werkzaam was bij de subfaculteit psychologie als secretaresse en bibliothecaresse van de vakgroep methodeleer; aan de keren dat zij meeprotesteerde met de Dolle Mina's; aan hun trouwerij, waarvoor ze 'even langswipten' bij het stadhuis met maar een paar vrienden als getuigen; aan Kingma's eerste baan bij een antiquariaat; aan zijn tijd als studieadviseur...
U was studieadviseur?
'Ja dat klopt. Omdat de democratiseringsbewegingen veel nadruk legden op de rol van filosofie in de maatschappij, inspireerde dit veel mensen om filosofie te gaan studeren. Als studieadviseur was ik voor hen het eerste adres. Harry Mulisch kwam op een gegeven moment ook langs. Ja, om het papiertje op te halen. Zo waren er meer hoor... het was ook allemaal een beetje ongeorganiseerd. Er waren strenge docenten, die vonden dat je het hele programma moest doorlopen, en docenten die dachten: kan wel. Maar goed, Mulisch kwam bij mij, en ik gaf informatie over de toegang tot de studie: eerst colloquium doctum, daarna de drie aanvullende tentamens ter vervanging van het kandidaatsexamen, daarna het doctoraal examen... Nou, dat was bij Mulisch tegen het zere been. Dus hij naar Staal, die zou het wel even regelen. Maar toen greep Aler in. De heer Mulisch moest toch echt de tentamens doen, vond hij. Toen is Mulisch wel mooi de deur uitgelopen... Maar zo was niet iedereen hoor. Er waren vooral veel mensen die heel aarzelend waren, en die moest je dan een beetje stimuleren. Veel mensen zonder academische achtergrond, kunstenaars, mensen uit boekhandels...
Daarnaast kreeg ik veel studenten op mijn spreekuur die wilden weten hoe het reilde en zeilde op de faculteit. Daar was eigenlijk te weinig informatie over. Ik durf wel te zeggen dat ik toen degene ben geweest die heeft gezegd: er moet een faculteitsblad komen.'
Dus zo is Cimedart geboren?
'Ja, er ontstond het idee om zelf een blad op te richten waarin we alle regelingen en langlopende informatie met de studenten en docenten konden delen. Ik was ook een beetje idealistisch: ik hoopte dat het ook een plek zou zijn waar artikelen konden worden gepubliceerd, waarin studenten ook aan het woord konden komen. Zij waren er natuurlijk nog niet aan toe om te publiceren in de professorenbladen. Zo konden wij hen misschien een platform bieden.
Theo Kuipers - de adjunct-secretaris van de faculteit - ik en later Hans Swart vormden samen de redactie. Theo heeft de naam bedacht. Tien jaar geleden, toen Cimedart veertig jaar bestond, schreef hij een stuk voor het toenmalige jubileumnummer. Maar omdat hij dat blijkbaar was vergeten, vroeg hij voor hij het stuk inleverde aarzelend aan mij: 'was ik niet degene die die naam heeft bedacht?' Dat moest hij even verifiëren. Dus zo zag, in begin '70, de eerste Cimedart het licht.'
Hoe was de redactie van Cimedart destijds georganiseerd? Hoe kwamen jullie aan de informatie en artikelen?
'Eerlijk gezegd stelde de redactie toentertijd nog niet zoveel voor. Het was voor mij, Theo Kuipers en Hans Swart eigenlijk een uitvloeisel van ons werk. We hadden dus geen wekelijkse redactievergadering zoals jullie nu (lacht). In het begin ging het ook vooral om informatieverspreiding. De artikelen die daarnaast in het tijdschrift verschenen waren daar min of meer toevallig. Wat er in de eerste jaren in Cimedart kwam, kwam daar via-via. Soms schreven we zelf artikelen. Ik weet nog dat ik een serie over het filosofieonderwijs heb geschreven. En wat grappig, dat was ik helemaal vergeten... hier staat een lang artikel in over de oude diamantslijperij... daar zat de faculteit destijds, op die Nieuwe Achtergracht. Daarvóór zaten we in de Oudemanhuispoort en toen heette het nog Seminarium... Philosophisch Seminarium, met twee keer ph. Ik heb het bordje later van de deur geschroefd, dat heb ik nog wel ergens. Wacht even hoor...'
We kijken toe terwijl Kingma in een la rommelt. Het is ongelooflijk hoeveel hier bewaard ligt. Oude studiegidsen, een faculteitsbordje, tijdschriften van de Kritiese Universiteit... allemaal maken ze het verleden letterlijk tastbaar. De zon draait aan het raam voorbij terwijl we deze artefacten al pratend door onze handen laten gaan. Ook de eerste paar nummers van Cimedart worden doorgebladerd.
Het zag er toen wel heel anders uit dan nu... hoe werden die artikelen destijds samengevoegd?
'Och, als ik nu die nummers weer bekijk, geneer ik me eigenlijk. De vormgeving had op zijn zachts gezegd wel wat beter gekund. Toentertijd zette de secretaresse alle kopij op stencils en draaide deze af. Het was allemaal een beetje onbeholpen, een beetje doe-het-zelf. En ook qua indeling had ik het wel anders willen doen zie ik nu. Hoe bedenk je het: een Russell-herdenking op de voorpagina. En twee artikelen, niet eens zulke kleine, over mathematische logica in één nummer. Dat is natuurlijk ook dwaas!'
Hoe werd Cimedart op de faculteit ontvangen? Waren er veel reacties?
'Niet echt, omdat het blad eigenlijk nooit een eigen standpunt innam. We gaven vooral formele informatie en daar kon je nou niet echt een mening over hebben. Dat was ook niet de bedoeling; als we allerlei politieke meningen zouden gaan verkondigen, zouden we waarschijnlijk snel op het matje worden geroepen.
Het was wel heel leuk dat er langzaam maar zeker steeds meer opiniestukken en artikelen in Cimedart verschenen. Zo herinner ik mij een interview uit 1970 met Maarten van Nierop, die later de leerstoel filosofie van kunst en cultuur zou bekleden. Dat was niet alleen voor de studenten maar ook voor de docenten erg interessant. Maar er waren ook veel docenten die er nooit een poot aan vuil hebben gemaakt. Er kwamen verder steeds meer stukken die op elkaar reageerden. En dat ging er soms hard aan toe!
Maar als ik nu naar de nummers kijk, zie ik dat de functie van het blad totaal verschoven is. Er worden helemaal geen mededelingen meer gedaan. Nu is het toch vooral een blad waarin studenten aan het woord worden gelaten. En met de functie is ook de vorm geëvolueerd. Het ziet er zo anders uit nu...'
Het is al laat en de boeken om ons heen kleuren goudrood in het avondlicht. Cimedart is door de jaren heen zóveel veranderd, bedenken we, dat je je af kunt vragen of we überhaupt nog voor hetzelfde blad schrijven. Alleen de naam is hetzelfde gebleven, en zelfs die wordt tegenwoordig anders uitgesproken. 'Ach, ja, jullie zeggen het op z'n Frans,' zegt Kingma een aantal keer lachend. 'Maar van Jean-Baptiste weet ik niets. Die stunt kwam na mijn tijd.'
Opnieuw klopt mevrouw Kingma op de deur. Ze lacht ons toe als ze ons ziet zitten te midden van een verzameling papieren, boeken en documenten. 'Als jullie de volgende trein willen halen, wordt het toch echt tijd om af te ronden', zegt ze. Niet al te lang daarna nemen we afscheid op het station. 'Ik kijk uit naar het artikel,' zegt Kingma als hij ons voor het laatst de hand drukt.
Terwijl de donkere velden achter het treinraam aan ons voorbijschieten, begint het te dagen dat we een flinke taak voor ons hebben: hoe gaan we dit enorm rijke gesprek omvormen tot één functioneel artikeltje? Het voelt vreemd om over de toekomst te praten; even waanden we ons in een andere wereld, alsof we naast een uitstapje naar Groningen een kleine reis terug in de tijd hebben gemaakt.
[bron: http--www.cimedart.nl/onvolledig-archief/50-2/een-kleine-ontstaansgeschiedenis]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 164x
sauvegardé 0x
Depuis 17 janv. '25
Numéro de l'annonce: m2224306383
Mots-clés populaires
Philosophiecollection philosophiemon 2émemain dans BDjan verdoodt dans Sciencejan bucquoy dans BDjan saverys dans Art & Culture | Arts plastiquesreligion-et-philosophie dans Livres scolairessint jan berchmans dans Histoire & Politiqueburssens jan dans Art & Culture | Arts plastiquesjan bucquoy dans BDmes annonces sur 2ememain dans Jeux | Xbox Onepuzzle jan van haasteren dans Sport cérébral & Puzzlesjan korthals dans Art | Peinture | Classiquejan cobbaert dans Art | Peinture | Modernearabe dans Chevauxdalles dans Équipement de fitnesstole de toit dans Tuiles & Revêtements de toitpetrebels dans Meubles griffoirs pour chatschauffage siemens dans Chauffage & Radiateursgps fiat 500 dans Fiatduitse militaria dans Objets militaires | Seconde Guerre mondialerevolver dans Objets militaires | Généralmaison a vendre avec garage dans Maisons à vendrepiece 250 francs dans Monnaies | Belgique