Caractéristiques

État
Comme neuf
Thème
Année (orig.)
2000
Auteur
zie beschrijving

Description

||boek: Hegel|vertaling: Willemien de Leeuw|Lemniscaat-Kopstukken Filosofie

||door: Peter Singer

||taal: nl
||jaar: 2000
||druk: ?
||pag.: 136p
||opm.: softcover|zo goed als nieuw

||isbn: 90-5637-282-3
||code: 1:000785

--- Over het boek (foto 1): Hegel ---

Hegel is regarded as one of the most influential figures on modern political and intellectual development. After painting Hegel's life and times in broad strokes, Peter Singer goes on to tackle some of the more challenging aspects of Hegel's philosophy. Offering a broad discussion of Hegel's ideas and an account of his major works, Singer explains what have often been considered abstruse and obscure ideas in a clear and inviting manner.

[source: https--www.bol.com]

Many people regard Hegel's work as obscure and extremely difficult, yet his importance and influence are universally acknowledged. Professor Singer eliminates any excuse for remaining ignorant of the outlines of Hegel's philosophy by providing a broad discussion of his ideas and an account of his major works. ABOUT THE SERIES: The Very Short Introductions series from Oxford University Press contains hundreds of titles in almost every subject area. These pocket-sized books are the perfect way to get ahead in a new subject quickly. Our expert authors combine facts, analysis, perspective, new ideas, and enthusiasm to make interesting and challenging topics highly readable.

[source: https--www.bol.com]

Veel mensen beschouwen het werk van Hegel (1770-1831) als duister en extreem moeilijk, maar desalniettemin worden het belang en de invloed ervan alom erkend. In dit boek elimineert Peter Singer alle voorwendselen om onwetend te blijven van de hoofdlijnen van Hegels filosofie. Hij biedt een ruimdenkende bespreking van Hegels ideeën en een beschrijving van diens belangrijkste werken. Om Hegels denken toegankelijk te maken, kiest Singer voor een zo vriendelijk mogelijke benadering. Hij begint met het meest concrete deel van Hegels denken: diens filosofie van de geschiedenis. Van daaruit gaat de auteur, terwijl hij nog steeds op het sociale en politieke niveau blijft, over naar Hegels opvattingen over vrijheid en de rationele ordening van de maatschappij. Ten slotte bespreekt hij Die Phänomenologie des Geistes en de Wissenschaft der Logik.

[bron: https--www.dekaft.be/boeken/hegel]

Hegel is regarded as one of the most influential figures on modern political and intellectual development. After painting Hegel's life and times in broad strokes, Peter Singer goes on to tackle some of the more challenging aspects of Hegel's philosophy. Offering a broad discussion of Hegel's ideas and an account of his major works, Singer explains what have often been considered abstruse and obscure ideas in a clear and inviting manner.

About the Series: Combining authority with wit, accessibility, and style, Very Short Introductions offer an introduction to some of life's most interesting topics. Written by experts for the newcomer, they demonstrate the finest contemporary thinking about the central problems and issues in hundreds of key topics, from philosophy to Freud, quantum theory to Islam

[source: https--www.goodreads.com]

Een heldere inleiding op de filosofie van Hegel [2019-07-02]

Bron: De Internationale, Nederlandstalig theoretisch orgaan van de IVe Internationale, 2001, herfst, (nr. 78), jg. 45 - Transcriptie/HTML en contact: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive

Georg Wilhelm Friedrich Hegel (en niet George, zoals in dit boek staat geschreven) was een van de belangrijkste en invloedrijkste filosofen van de negentiende en twintigste eeuw. Volgens de auteur Peter Singer zelfs de belangrijkste, met als mogelijke uitzondering Karl Marx, "maar Marx werd zelf sterk door Hegel beïnvloed", zoals Singer schrijft. Dat is al voldoende reden om te proberen om enig zicht te krijgen op de hoofdlijnen van het denken van Hegel (1770-1831).

Eenvoudig is dat niet, want Hegel staat bekend als een duister en moeilijk te doorgronden filosoof. Dat is niet geheel ten onrechte. Ik heb me eens een lange kerstvakantie gestort op de Phänomenologie des Geistes, onder leiding van de hoogleraar filosofie en anarchist Wim van Dooren (die later een deel van dit werk van Hegel heeft vertaald) en dat viel zwaar tegen. Singer spreekt zelf van een "heel dik en heel ingewikkeld boek" en van "verbijsterend en gecompliceerd proza". Marx noemde het boek "de ware geboorteplaats en het ware geheim van Hegels filosofie". In tegenstelling tot Hegel schrijft Singer zeer helder en begrijpelijk. Het is jammer dat de vertaling hier en daar wat slordig is. Zo wordt er gesproken van "overwaarde", waar er meerwaarde wordt bedoeld. Singer behandelt niet de hele filosofie van Hegel. Hij begint, na een zeer korte inleiding op Hegels leven, met de relatief makkelijke historische en politieke aspecten van diens filosofie door een bespreking van de Philosophie der Geschichte en de Philosophie des Rechts. Pas daarna komt de Phänomenologie des Geistes aan bod en tot slot zegt hij nog heel erg kort iets over de Wissenschaft der Logik.

Het is jammer dat de logica en dialectiek er zo bekaaid afkomen, want het is algemeen bekend hoeveel waarde Marx en ook Lenin daaraan hebben gehecht. (Zie daarvoor het artikel van Michel Löwy in De Internationale nummer 57). Helaas is Marx nooit toegekomen aan zijn goede voornemen (in een brief aan Engels in 1858) om "voor het gewone menselijke verstand duidelijk (...) maken wat er rationeel is aan de methode die Hegel ontdekte, maar die hij tegelijkertijd met mystiek omhulde (...)." Veel later, in het nawoord bij de tweede Duitse druk van Das Kapital, kwam Marx terug op Hegels logica.

Ik kan niet beoordelen of Peter Singer in alle gevallen een juiste beoordeling geeft van wat Hegel geschreven of bedoeld heeft. Singer twijfelt zelf ook meermalen over wat een juiste interpretatie van Hegels geschriften zou kunnen zijn. Maar hij geeft een heldere uiteenzetting en zijn beoordeling van Hegel is een stuk genuanceerder en soms veel verrassender dan wat we vaak over de relatie tussen Hegel en Marx lezen. Het klopt dat Hegel een 'absolute idealist' was en dat een historisch-materialistische wereldbeschouwing Hegel dus 'op zijn kop' moest zetten. "Meine dialektische Methode ist der Grundlage nach von der Hegelschen nicht nur verschieden, sondern ihr direktes Gegenteil", schrijft Marx in het nawoord van Das Kapital. Dat neemt niet weg dat enig inzicht in de filosofie van Hegel niet alleen kan leiden tot een beter begrip van veel denkers van na zijn tijd, maar ook ons eigen denken aanzienlijk aan kan scherpen, met alle plezier van dien. Soms is Hegel zeer verrassend. Zo kritiseert hij in het begin van de negentiende eeuw het door het kapitalisme opgedrongen consumeren: "Daarom komt de behoefte aan groter gemak (Hegel bedoelt hier een grotere consumptie) niet precies rechtstreeks in uzelf naar boven. Die behoefte wordt u gesuggereerd door degenen die hopen winst te maken, omdat de behoefte is gecreëerd." Op dezelfde bladzijde waarin Marx Hegels dialectiek "op zijn kop" zet, verklaart hij zich tot leerling "van deze grote denker".

Het betrekkelijk goedkope boek van Singer geeft ook nog vele tips om verder te lezen in of over Hegel.

Peter Singer is hoogleraar filosofie en waarnemend directeur van het Centre for Human Bioethics aan de Monash University in Melbourne. Hij schreef in deze zelfde serie 'kopstukken' ook een boek over Marx.

Rob Gerretsen [bron: https--www.marxists.org/nederlands/tijdschriften/internationales/2001nr78uitgelezen1.htm]

--- Over (foto 2): Peter Singer ---

Peter Albert David Singer (Melbourne, 6 juli 1946) is een Australisch filosoof. Hij is hoogleraar bio-ethiek aan Princeton (leerstoel Ira W. DeCamp Professor of Bioethics) en Laureate Professor aan het Centre for Applied Philosophy and Public Ethics.

Singer is gespecialiseerd in toegepaste ethiek. Hij benadert ethische kwesties vanuit een invalshoek van voorkeurs-utilitarisme en atheïsme. In 1996 kwam hij onsuccesvol uit bij de senaatsverkiezingen voor de groene partij Australian Greens in Australië. In 2004 werd hij verkozen tot humanist van het jaar door de Council of Australian Humanist Societies, een Australische humanistische organisatie.

Buiten academische kringen dankt Singer zijn bekendheid aan zijn boek Animal Liberation (dierenbevrijding), dat wordt beschouwd als een toetssteen voor het dierenrechtenactivisme. Niet alle dierenrechtenactivisten delen deze mening echter, en Singer zelf heeft ook gezegd dat de media het statuut van dit werk overschatten. Dit werk en zijn mening over andere kwesties in de bio-ethiek trekken regelmatig aandacht, maar zijn ook onderwerp van debat.

Singer studeerde aan de prestigieuze Universiteit van Oxford. Hij geldt als een van de meest vooraanstaande hedendaagse Australische denkers.

Animal Liberation

Singers boek Animal Liberation (1975) wordt beschouwd als een van de toonaangevende werken op het gebied van dierenrechten, en heeft invloed gehad op vele dierenrechtenactivisten. Het centrale argument van het boek vertrekt van het klassieke utilistische idee dat het grootste geluk voor het grootste aantal de enige maatstaf is voor goed of ethisch handelen, dat Singer dan wil uitbreiden naar andere dieren naast de mens. Volgens Singer is er geen gegronde reden waarom we deze maatstaf niet op andere dieren kunnen of moeten toepassen. Hij gebruikt in dit verband de term speciesisme (die hij overneemt van Richard Ryder), om de praktijk te beschrijven van het voortrekken van leden van de eigen soort (species) boven de andere diersoorten.

Toegepaste ethiek

Singers meest omvattende werk, Practical Ethics (praktische ethiek), is een gedetailleerde analyse van de belangen van verschillende levende wezens en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Hij beschrijft zijn utilitaristisch principe van gelijke afweging van belangen (equal consideration of interests) en hoe dit uitgangspunt niet noodzakelijk leidt tot een gelijke behandeling van alle levende wezens (dat wil zeggen: wezens met belangen en behoeften), aangezien verschillende belangen of verlangens, een andere behandeling mogelijk maken. Zo hebben bijvoorbeeld wel alle wezens een belang bij de afwezigheid van pijn, maar dit is niet zo uniform op het vlak van de behoefte om zijn talenten te cultiveren.

Naast het feit dat dit principe een verschillende behandeling van verschillende behoeftes rechtvaardigt, legitimeert het ook een verschillende behandeling van dezelfde belangen in het geval van diminishing marginal utility. Met deze term, oorspronkelijk uit de economie, doelt Singer op het proces waarbij men één persoon helpt, en dus zijn geluk laat stijgen, zonder dat anderen hier in gelijke mate nadeel bij hebben. Een voorbeeld hiervan is het geval waarbij een uitgehongerd persoon voorrang krijgt op een ander persoon die weliswaar ook honger heeft, maar in mindere mate.

Practical Ethics is geen louter abstract en academisch werk. Singer probeert ook concrete "praktische" oplossingen te bieden voor maatschappelijke problemen. Zo bevat het ook een hoofdstuk waarin Singer pleit voor een herverdeling van de rijkdom om de absolute armoede te bestrijden (Hoofdstuk 8, Rich and Poor) en vervolgens ook nog een hoofdstuk rond het probleem van immigratie en vluchtelingen in de geïndustrialiseerde landen (hoofdstuk 9, Insiders and Outsiders).

Ondanks dat de natuurlijke, dode omgeving geen intrinsieke waarde heeft voor een utilitarist als Singer, vormt milieuvervuiling volgens Singer wel een groot gevaar voor het bewuste leven. Daarom steunt Singer ook de ecologisten en zelfs hun opvatting dat de natuur moet gezien worden als een 'werelderfgoed'. Bescherming van het milieu dient immers de behoeften en noden van levende wezens.

Singers visie op abortus

In overeenstemming met zijn algemene ethische theorie stelt Singer dat het recht te leven intrinsiek verbonden is met de capaciteit van een wezen om voorkeuren te hebben, welke op haar beurt verbonden is met de capaciteit van een wezen om pijn en plezier te voelen. Vervolgens analyseert hij het klassieke syllogisme dat tegen abortus pleit:


  • Het is verkeerd een onschuldig mens te doden.
  • Een menselijke foetus is een mens.

Aldus is het fout om een menselijke foetus te vermoorden.

In zijn boek Rethinking Life and Death (Tussen Dood en Leven), alsook in zijn eerder aangehaald werk Practical Ethics, beweert Singer dat als we de premissen aannemen, de redenering geheel correct is. Een vaak voorkomende kritiek echter bestaat uit een aanval op de tweede premisse waarbij men beweert dat de foetus nog geen mens is. Singer wijst deze kritiek echter af als foutief door te wijzen op het feit dat de menselijke ontwikkeling een gradueel proces is en het praktisch onmogelijk is om te zeggen waar de exacte overgang naar het menselijk leven begint.

Singers argument vóór abortus verschilt van de traditionele argumenten doordat hij in plaats van de tweede premisse aan te vallen, zich vooral fixeert op de eerste premisse, waarbij hij dus ontkent dat het noodzakelijk fout is een onschuldig leven te beëindigen. Hij schrijft:

"[The argument that a fetus is not alive] is a resort to a convenient fiction that turns an evidently living being into one that legally is not alive. Instead of accepting such fictions, we should recognise that the fact that a being is human, and alive, does not in itself tell us whether it is wrong to take that being's life."

"[Het argument dat een foetus niet levend is], is een toevlucht tot een handige fictie dat een onmiskenbaar levend wezen verandert in één dat wettelijk niet in leven is. In plaats van zulke ficties te accepteren, zouden we moeten erkennen dat het feit op zich dat een wezen leeft en menselijk is, ons niet vertelt of het fout is om dat leven te beëindigen."

In plaats daarvan stelt Singer een utilitaristische benadering voor: men moet de argumenten voor of tegen abortus baseren op utilistische berekeningen die de voorkeuren van de vrouw tegen de voorkeuren van de foetus afweegt. Singer definieert een voorkeur als iets dat men wil bereiken of net wil vermijden; waarbij alle positieve en negatieve gevolgen voor een wezen direct overeenkomen met de bevrediging of onthouding van een of meer van zijn voorkeuren of behoeftes. Aangezien de capaciteit om pijn of genot te voelen de voorwaarde bij uitstek is voor elke voorkeur of elk behoefte, en een foetus, tenminste tot de achttiende week van de zwangerschap, de capaciteit ontbreekt om pijn of genot te voelen, is het niet mogelijk voor zo'n foetus om bepaalde behoeftes, voorkeuren of belangen te hebben. Aldus is er volgens de utilistische berekeningen, geen reden om tegen abortus te zijn en is het moreel verantwoord.

Singers visie op wereldarmoede

In Famine, Affluence, and Morality (Hongersnood, rijkdom, en de moraal), een van de bekendste essays van Singer, stelt hij dat de huidige situatie rond armoede moreel onverantwoord is: sommige mensen leven in de grootste armoede, terwijl anderen de grootste overvloed en spilzucht vertonen. Singer stelt voor dat iedereen die in staat is de armen te helpen een deel van zijn inkomen zou moeten doneren aan goede doelen om zo de armoede terug te dringen. Singer argumenteert dat, wanneer men toch al een comfortabel leven leidt, een verdere poging om dit comfort te verhogen, verbleekt tegenover het moreel gewicht dat uitgaat van het redden van een ander persoon (uit de armoede) door dit geld aan hem of haar te geven. Zelf doneert Singer steeds 25 procent van zijn inkomen aan Oxfam en UNICEF. In Rich and Poor, de versie uit de tweede editie van het eerder genoemde werk Practical Ethics, zet hij het als volgt uiteen:

"If we can prevent something bad without sacrificing anything of comparable significance, we ought to do it; absolute poverty is bad; there is some poverty we can prevent without sacrificing anything of comparable moral significance; therefore we ought to prevent some absolute poverty."

"Als we iets slechts kunnen voorkomen zonder dat wij ook maar iets van gelijke waarde moeten opofferen, zijn we verplicht dit te doen; absolute armoede is een slechte zaak; er bestaat armoede die wij kunnen voorkomen zonder ook maar iets met een even groot moreel gewicht te moeten opofferen; aldus zijn wij verplicht om deze absolute armoede te bestrijden en te voorkomen."

In een van zijn recentste publicaties, The Life You Can Save (Het leven dat je kan redden), werkt Singer het argument uit dat het een duidelijke morele plicht is voor burgers van een ontwikkeld land om meer te geven aan goede doelen. Ondanks dat Singer erkent dat er bepaalde problemen bestaan rond de efficiëntie, en er steeds twijfels zijn of het geld wel bij de juiste mensen terechtkomt, is hij niet van mening dat deze praktische moeilijkheden en bezwaren zijn originele conclusie ondermijnen (dat de mens zich veel harder moet inspannen om de armoede te bestrijden).

Overbevolking

Een verwant onderwerp dat hij onder de aandacht van zijn publiek tracht te brengen is het probleem van de mondiale overbevolking. Wereldwijd geeft hij hierover lezingen onder de titel Too Many people? Ethics and Population in the 21st Century. Doorbreken van het taboe rond de overbevolking ziet hij als de enige manier om honger de wereld uit te helpen en klimaatveranderingen tegen te gaan. Regeringen en non-profit organisaties zouden dit probleem moeten meennemen bij maatregelen tegen honger of klimaatverandering. Beperken van de bevolkingsgroei zou beter zijn voor arme en overbevolkte gebieden. Niet alleen voor inwoners, maar ook voor de biodiversiteit en ook voor het aanpakken van de klimaatverandering.

Effectief altruïsme

Peter Singer is mede de grondlegger van de ethische beweging Effectief altruïsme, uiteengezet in zijn boek Effectief altruïsme. De beweging pleit voor het gebruik van bewijsmateriaal ("evidence") en rationele overwegingen om de meest effectieve manieren te bepalen om voor anderen "het goede" te doen.

Bibliografie


  • Famine, Affluence and Morality (1972)
  • Democracy and Disobedience (1973)
  • Animal Liberation: A New Ethics for our Treatment of Animals (1975)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Pro Mens, Pro Dier' (Anthos, 1977) en 'Dierenbevrijding' (De Geus, 1994)


  • Animal Rights and Human Obligations: An Anthology (1976)
  • Practical Ethics (1979)
  • Karl Marx (1980)

- Onder dezelfde titel in het Nederlands verschenen


  • Animal Factories (1980)
  • The Expanding Circle: Ethics and Sociobiology (1981)
  • Hegel (1982)

- Onder dezelfde titel in het Nederlands verschenen


  • Test-Tube Babies: a guide to moral questions, present techniques, and future possibilities (1982)
  • The Reproduction Revolution: New Ways of Making Babies (1984)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Het nieuwe nageslacht'


  • Should the Baby Live? The Problem of Handicapped Infants (met Helga Kuhse, 1985)
  • In Defence of Animals (1986)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Dierenactieboek'


  • Ethical and Legal Issues in Guardianship Options for Intellectually Disadvantaged People (1986)
  • Applied Ethics (1986)
  • Animal Liberation: A Graphic Guide (1987)
  • A Companion to Ethics (1991)
  • Save the Animals! (1991)
  • The Great Ape Project: Equality Beyond Humanity (1993)
  • How Are We to Live? Ethics in an Age of Self-interest (1993)
  • Ethics (1994)
  • Individuals, Humans and Persons: Questions of Life and Death (met Helga Kuhse, 1994)
  • Rethinking Life and Death: The Collapse of Our Traditional Ethics (1994)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Tussen Dood en Leven'


  • The Greens (1996)
  • A Companion to Bioethics (met Helga Kuhse, 1998)
  • Ethics into Action: Henry Spira and the Animal Rights Movement (1998)
  • Bioethics: An Anthology (met Helga Kuhse , 1999)
  • A Darwinian Left (1999)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Darwin voor links'


  • Writings on an Ethical Life (2001)

- In het Nederlands uitgegeven 'Een ethisch leven'


  • Unsanctifying Human Life: Essays on Ethics (2001)
  • Een ethisch leven (Nederlandse compilatie van Singers werk)
  • One World: Ethics and Globalization (2002)

- In het Nederlands uitgegeven als 'Een Wereld: Ethiek in een tijd van globalisering'


  • Pushing Time Away: My Grandfather and the Tragedy of Jewish Vienna (2003)
  • The President of Good and Evil: The Ethics of George W. Bush (2004)

- In het Nederlands verschenen als 'De president van goed en kwaad'


  • In Defense of Animals. The Second Wave (2005)
  • The Way We Eat: Why Our Food Choices Matter/The Ethics of What We Eat (2006)
  • Stem Cell Research. The Ethical Issues (2007)
  • The Bioethics Reader: Editors' Choice. (2007) (met Ruth Chadwick, Helga Kuhse, Willem Landman en Udo Schüklenk)
  • The Future of Animal Farming: Renewing the Ancient Contract (2008) (met Marian Stamp Dawkins en Roland Bonney)
  • The Life You Can Save: Acting Now to End World Poverty (2009)

- In het Nederlands uitgegeven 'Het kan wel! - Armoede hoeft niet'


  • Peter Singer Under Fire: The Moral Iconoclast Faces His Critics (2009) (onder redactie van Jeffrey Schaler)
  • J. M. Coetzee and Ethics: Philosophical Perspectives on Literature (2010) (met A. Leist)
  • The Most Good You Can Do: How Effective Altruism Is Changing Ideas About Living Ethically (2015)

- In het Nederlands uitgegeven als Effectief altruïsme (Lemniscaat, 2017). ISBN 9789047709442.

[bron: wikipedia]

Journalists have bestowed on me the tag of "world's most influential living philosopher." They are probably thinking of my work on the ethics of our treatment of animals, often credited with starting the modern animal rights movement, and of the influence that my writing has had on development of effective altruism. I am also known for my controversial critique of the sanctity of life ethics in bioethics.

Several key figures in the animal movement have said that my book Animal Liberation, first published in 1975, led them to get involved in the struggle to reduce the vast amount of suffering we inflict on animals. To that end, I co-founded the Australian Federation of Animal Societies, now Animals Australia, the country's largest and most effective animal organization. My wife, Renata, and I stopped eating meat in 1971.

I am the founder of The Life You Can Save, an organization based on my book of the same name. It aims to spread my ideas about why we should be doing much more to improve the lives of people living in extreme poverty, and how we can best do this. You can view my TED talk on this topic here.

My writings in this area include: the 1972 essay "Famine, Affluence, and Morality" in which I argue for donating to help the global poor; and two books that make the case for effective giving, The Life You Can Save (2009) and The Most Good You Can Do (2015).

I have written, co-authored, edited or co-edited more than 50 books, including Practical Ethics, The Expanding Circle, Rethinking Life and Death, One World, The Ethics of What We Eat (with Jim Mason) and The Point of View of the Universe (with Katarzyna de Lazari-Radek. My writings have appeared in more than 25 languages.

I was born in Melbourne, Australia, in 1946, and educated at the University of Melbourne and the University of Oxford. After teaching in England, the United States, and Australia, in 1999 I became Ira W. DeCamp Professor of Bioethics in the University Center for Human Values at Princeton University. I am now only teaching at Princeton for the Fall semester. I spend part of each year doing research and writing in Melbourne, so that Renata and I can spend time with our three daughters and four grandchildren. We also enjoy hiking, and I surf.

[source: https--petersinger.info/about-me-cv]

Born: July 6, 1946 (age 75) Melbourne Australia
Subjects Of Study: infanticide

Peter Singer, in full Peter Albert David Singer, (born July 6, 1946, Melbourne, Australia), Australian ethical and political philosopher best known for his work in bioethics and his role as one of the intellectual founders of the modern animal rights movement.

Singer's Jewish parents immigrated to Australia from Vienna in 1938 to escape Nazi persecution following the Anschluss. Three of Singer's grandparents were subsequently killed in the Holocaust. Growing up in Melbourne, Singer attended Scotch College and the University of Melbourne, where he earned a B.A. in philosophy and history (1967) and an M.A. in philosophy (1969). In 1969 he entered the University of Oxford, receiving a B.Phil. degree in 1971 and serving as Radcliffe Lecturer in Philosophy at University College from 1971 to 1973. At Oxford his association with a vegetarian student group and his reflection on the morality of his own meat eating led him to adopt vegetarianism. While at Oxford and during a visiting professorship at New York University in 1973-74, he wrote what would become his best-known and most influential work, Animal Liberation: A New Ethics for Our Treatment of Animals (1975). Returning to Australia, he lectured at La Trobe University (1975-76) and was appointed professor of philosophy at Monash University (1977); he became director of Monash's Centre for Human Bioethics in 1983 and codirector of its Institute for Ethics and Public Policy in 1992. In 1999 he was appointed Ira W. DeCamp Professor of Bioethics in the University Center for Human Values at Princeton University.

Human action has triggered a vast cascade of environmental problems that now threaten the continued ability of both natural and human systems to flourish. Solving the critical environmental problems of global warming, water scarcity, pollution, and biodiversity loss are perhaps the greatest challenges of the 21st century. Will we rise to meet them?

In keeping with ethical principles that guided his thinking and writing from the 1970s, Singer devoted much of his time and effort (and a considerable portion of his income) to social and political causes, most notably animal rights but also famine and poverty relief, environmentalism, and reproductive rights (see also abortion). By the 1990s his intellectual leadership of the increasingly successful animal rights movement and his controversial stands on some bioethical issues had made him one of the world's most widely recognized public intellectuals.

Singer's work in applied ethics and his activism in politics were informed by his utilitarianism, the tradition in ethical philosophy that holds that actions are right or wrong depending on the extent to which they promote happiness or prevent pain. In an influential early article, "Famine, Affluence, and Morality" (1972), occasioned by the catastrophic cyclone in Bangladesh in 1971, he rejected the common prephilosophical assumption that physical proximity is a relevant factor in determining one's moral obligations to others. Regarding the question of whether people in affluent countries have a greater obligation to help those near them than to contribute to famine relief in Bangladesh, he wrote: "It makes no moral difference whether the person I can help is a neighbor's child ten yards from me or a Bengali whose name I shall never know, ten thousand miles away." The only important question, according to Singer, is whether the evil that may be prevented by one's contribution outweighs whatever inconvenience or hardship may be involved in contributing-and for the large majority of people in affluent societies, the answer is clearly yes. An interesting philosophical implication of Singer's larger argument was that the traditional distinction between duty and charity-between actions that one is obliged to do and actions that it would be good to do even though one is not obliged to do them-was seriously weakened, if not completely undermined. On the utilitarian principles Singer plausibly applied to this case, any action becomes a duty if it will prevent more pain than it causes or cause more happiness than it prevents.

The publication of Animal Liberation in 1975 greatly contributed to the growth of the animal rights movement by calling attention to the routine torture and abuse of countless animals in factory farms and in scientific research; at the same time, it generated significant new interest among ethical philosophers in the moral status of nonhuman animals. The most-important philosophical contribution of the book was Singer's penetrating examination of the concept of "speciesism" (which he did not invent): the idea that the species membership of a being should be relevant to its moral status. To the contrary, argued Singer, all beings with interests (all beings who are capable of enjoyment or suffering, broadly construed) deserve to have those interests taken into account in any moral decision making that affects them; furthermore, the kind of consideration a being deserves should depend on the nature of the interests it has (what kinds of enjoyment or suffering it is capable of), not on the species it happens to belong to. To think otherwise is to endorse a prejudice exactly analogous to racism or sexism. Speciesism was extensively explored by ethical philosophers and eventually became a familiar theme in popular discussions of animal rights in a variety of forums.

In numerous books and articles published in the 1980s and after, Singer continued to develop his positions on animal rights and other topics in applied ethical and political philosophy-including stem cell research, infanticide, euthanasia, global environmental concerns, and the political implications of Darwinism (see also human evolution)-placing them within the context of theoretical developments in utilitarianism. Even as his philosophical defense of animal rights gained currency in academia and beyond, however, his stances on other issues engendered new controversies, some of which pitted him against people who had supported his work on behalf of animal rights or had been sympathetic to his general philosophical approach. In 1999, his appointment to Princeton University was protested by activists on behalf of the disabled, who objected to his view that the active euthanasia of severely disabled human infants is morally permissible in some circumstances.

In addition to Animal Liberation, Singer's many books include Practical Ethics (3rd ed. 2011; originally published 1979), The Life You Can Save: Acting Now to End World Poverty (2009), One World: The Ethics of Globalization (2002), A Darwinian Left: Politics, Evolution, and Cooperation (1999), How Are We to Live?: Ethics in an Age of Self-Interest (1995), and Rethinking Life and Death: The Collapse of Our Traditional Ethics (1994). Singer is also the author of Encyclopædia Britannica's article on ethics.

Brian Duignan [source: https--www.britannica.com/biography/Peter-Singer]

Peter Singer (6 juli 1946) is een Australisch filosoof en schrijver. Hij is hoogleraar bio-ethiek aan Princeton en gespecialiseerd in toegepaste ethiek. Hij benadert ethische kwesties vanuit een invalshoek van voorkeurs-utilitarisme en atheïsme.

In 2004 werd Singer door de Council of Australian Humanist Societies uitgeroepen tot Australisch humanist van het jaar en wordt in zijn moederland ook gezien als een van de meest invloedrijke publieke intellectuelen.

Hij bekleedde meerdere keren de positie van professor aan verschillende universiteiten, waaronder Monash University en de Universiteit van Melbourne.

Buiten de academische kringen is hij vooral bekend door zijn boek Animal Liberation: A New Ethics for our Treatment of Animals (1975), in het Nederlands vertaald als Pro Mens, Pro Dier' (Anthos, 1977) en 'Dierenbevrijding' (De Geus, 1994). Zijn laatste publicaties gaan over ethische kwesties rondom voedsel The Way We Eat: Why Our Food Choices Matter/The Ethics of What We Eat (2006) en stamcel onderzoek Stem Cell Research. The Ethical Issues (2007).

Op zijn website zegt hij binnenkort een gereviseerde versie van zijn meest omvangrijke werk Practical Ethics (1979) uit te geven en bezig te zijn met een boek over één van de grote utilitaristen uit de negentiende eeuw, Henry Sidgwick.

[bron: https--www.sg.uu.nl/sprekers/peter-singer]

De invloedrijke filosoof Peter Singer begon een tijdschrift voor omstreden ideeën (zoals die van hemzelf) [2021-06-14]

Mens en dier zijn gelijkwaardig, je geld moet je weggeven en euthanasie moet een optie zijn voor zwaar gehandicapte pasgeborenen. Het zijn ideeën waarmee Peter Singer (74) zich niet bij iedereen populair maakt. Des te meer reden om het erover te hebben. Vandaar een nieuw tijdschrift: The Journal of Controversial Ideas.

Peter Singer: 'Ik ben ethiek gaan zien als iets dat niet zwart-wit is. Ik denk nu veel meer over ethiek als een spectrum.'

Dat Peter Singer 's werelds invloedrijkste levende filosoof is, daar is weinig discussie over. Of we daar blij mee moeten zijn - daar zijn de meningen wél over verdeeld. Ezra Klein, columnist van The New York Times, noemde hem in 2019 in een podcast 'de publieke intellectueel die het meeste goed heeft gedaan in mijn leven'.

Niet iedereen is het daarmee eens. Het Britse dagblad The Guardian schreef in 1999 een profiel over hem onder de kop 'De gevaarlijkste man ter wereld'. The Wall Street Journal citeerde een jaar daarvoor drie Duitse parlementariërs die hem vergeleken met Hitlers topadviseur Martin Bormann.

Is hij daardoor aan zijn ideeën gaan twijfelen? 'Door die vergelijking met Bormann?', zegt Singer, een magere man van 74 met zachte stem en dun grijs haar, lachend vanuit zijn huis in Melbourne, via Skype. 'Totaal niet. Het was absurd. Wel heeft het me boos gemaakt. U kent denk ik het Holocaust-verleden van mijn familie?' Singer is Joods, zijn ouders vluchtten na de Anschluss in 1938 vanuit Oostenrijk naar Australië. Twee grootouders werden door de nazi's gedeporteerd, waarna niets meer van ze is vernomen. Een derde stierf in het concentratiekamp in Theresienstadt.

Voorstanders als Ezra Klein roemen de invloed die Singer heeft gehad met boeken als Animal Liberation en The Life You Can Save (gratis te downloaden via thelifeyoucansave.org). Dat eerste boek, uit 1975, wordt gezien als de Bijbel van de dierenrechtenbeweging - Singer is al een halve eeuw veganist. In het tweede boek, uit 2009, schrijft hij dat het ethisch zou zijn als rijke mensen - volgens hem bijna iedereen in het Westen - vrijwel al hun inkomsten af zouden staan aan goede doelen die extreem arme mensen helpen.

Die ideeën spruiten voort uit Singers geloof in het hedonistisch utilisme, een filosofische stroming die handelingen beoordeelt op hun gevolgen. Leiden ze tot zoveel mogelijk geluk en plezier en zo min mogelijk pijn, dan zijn ze ethisch. Tot deze stroming behoren onder meer de Britse filosofen Jeremy Bentham (1748-1832), John Stuart Mill (1806-1873) en Henry Sidgwick (1838-1900).

De filosofie lijkt weinig controversieel. Maar, zoals de publicaties in The Guardian en The Wall Street Journal aantonen, kan die zo wel degelijk uitpakken. Voornamelijk Singers ideeën over ernstig gehandicapte pasgeborenen - hij vindt dat ouders in bepaalde gevallen toestemming mogen geven om ze te euthanaseren als ze ernstige handicaps hebben - stuiten op weerstand.

'Singer raus', 'Singer raus', joelden studenten op de Universiteit van Zürich in 1991, toen Singer een toespraak wilde geven. Een van hen liep naar het podium, rukte Singers bril van zijn gezicht en stampte die kapot.

Nu, dertig jaar later, is Singer nog niet klaar met omstreden ideeën. Samen met de Amerikaanse filosofen Jeff McMahan en Francesca Minerva richtte hij het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Controversial Ideas op, waarvan vorige maand het eerste nummer verscheen.

Een breed scala aan onderwerpen komt voorbij. Een wetenschapper pleit voor kunstmatige coma als vervanging van gevangenisstraf. Een ander stelt dat geweld gerechtvaardigd is bij de verdediging van dieren. Een derde beargumenteert dat een dictatuur noodzakelijk is om de klimaatcrisis af te wenden.

Waarom zijn jullie met het tijdschrift begonnen?

'Wetenschappers die schrijven over controversiële onderwerpen worden uitgescholden en bedreigd. Nadat Francesca een stuk had geschreven over de euthanasie van pasgeborenen, kreeg ik doodsbedreigingen. Uitnodigingen aan controversiële sprekers worden soms door universiteiten ingetrokken na protesten en petities.

'Zo kwamen we op het idee van een wetenschappelijk peer reviewed (vakgenoten beoordelen het werk, red.) tijdschrift waarin pseudoniemen zijn toegestaan, zodat auteurs zich geen zorgen hoeven te maken over repercussies. We kregen kritiek omdat wetenschappers met hun naam verantwoording zouden moeten afleggen, maar we vinden dat ideeën op zichzelf beoordeeld moeten worden. Van de tien stukken in het eerste nummer zijn er drie geschreven onder een pseudoniem. Zonder ons tijdschrift waren die waarschijnlijk niet gepubliceerd.'

Een artikel stelt dat alleen een biologische vrouw een vrouw genoemd moet worden. Dat zal transgenders mogelijk pijn doen. Hoe wegen jullie hun vrijheid af tegen de vrijheid van meningsuiting van de auteur?

'We verdedigen niet het recht om mensen uit te schelden op sociale media. Maar we hechten wel aanzienlijke waarde aan de uitwisseling van goed beargumenteerde ideeën - daarom zijn we peer reviewed. Als het recht om niet gekwetst te zijn al een reden is om ideeën niet uit te dragen, vernauw je de vrijheid van discussie drastisch. Er zijn heel veel groepen die gekwetst kunnen worden. Je kunt niet overal rekening mee houden.'

Ook Zwarte Piet komt in het blad aan bod. De Nederlandse filosoof Bouke de Vries vraagt zich in een stuk af of het zwartschminken van gezichten bij feestelijke tradities ooit gerechtvaardigd kan zijn. Ja, concludeert De Vries, als er aan drie criteria wordt voldaan. 1) De overgrote meerderheid van mensen die meewerkt aan het feest vindt niet dat de traditie beledigend is voor zwarte mensen. 2) De traditie schildert zwarte mensen niet op denigrerende wijze af. 3) De traditie is niet nodeloos kwetsend.

De Zoeloe-parade in New Orleans voldoet aan de criteria, volgens De Vries. De viering van Driekoningen in Spanje, waarbij koning Balthasar een schminkbeurt ondergaat, in bepaalde gevallen ook. Alleen Zwarte Piet moet wat De Vries betreft stoppen, omdat het tweede criterium niet kan worden afgevinkt. 'Er zijn veel aanwijzingen', schrijft de Vries, 'dat Zwarte Piet een zwarte dienaar representeert en daardoor zwarte mensen op een denigrerende wijze afschildert.'

Wat vond u van dit stuk?

'Ik vond het overtuigend. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik eerder niet lang over dit onderwerp heb nagedacht.'

Een zeer omstreden onderwerp binnen de wetenschap is het vermeende verband tussen etniciteit en IQ. Zou u een artikel publiceren dat beargumenteert dat daar inderdaad sprake van is?

'Onder wetenschappers was en is er debat hierover. Dat gaat over de mogelijkheid van gemiddelde verschillen; het lijkt me zeer ongeloofwaardig dat iemand betoogt dat alle leden van een bepaalde groep slimmer zijn dan alle leden van een andere groep.

'Als iemand hierover een artikel inlevert en uit de peer review blijkt dat de argumenten legitiem zijn, publiceren we het. We wijzen het zeker niet af omdat het onderwerp controversieel is, voor dat soort stukken zijn we opgericht.'

Zou u als utilist het ook publiceren als u zou weten dat de conclusies ervan munitie vormen voor extreem-rechtse politici?

'Ja. Als je zo'n vraagstuk weigert te bediscussiëren zullen mensen denken dat het sowieso waar is. Je moet het in de publieke ruimte bespreken, zo kom je tot de waarheid. En als die waarheid niet is zoals ik hoop en verwacht dat die is - dat er geen verband is -, moeten we nadenken over de implicaties daarvan. Dat betekent niet dat extreem-rechtse politici dan in hun recht zouden staan om een vorm van white supremacy te prediken. We zullen dan bijvoorbeeld het gat via het onderwijs moeten zien te dichten.'

In het inleidende commentaar van The Journal of Controversial Ideas schrijft u met uw co-auteurs dat Descartes, Locke, Spinoza, Voltaire en Hume ook ooit anoniem of onder een pseudoniem moesten schrijven, omdat de politiek en de samenleving toen nog niet openstonden voor hun opvattingen. Zijn er ideeën die nu controversieel zijn, waarvan u vermoedt dat ze dat over jaren of decennia niet meer zijn?

'Mijn opvattingen over dieren waren in 1975 controversieel. Ik herinner me dat ik bij een bekende talkshow te gast was. De presentator wist dat ik het zou hebben over dieren, maar veronderstelde dat ik zou praten over wreedheden tegen honden en katten. Hij kon er met zijn hoofd niet bij toen ik zei dat het verkeerd was om dieren te doden voor ons voedsel. Dat idee is nu minder omstreden.

'Dat heeft je vraag niet beantwoord, want je vroeg naar standpunten die nu nog controversieel zijn. Ik denk dat het de ideeën over wereldwijde armoede zijn. Ik vind het verwerpelijk dat we leven in een welvarende wereld waarin we geld uitgeven aan luxe terwijl er mensen doodgaan door een gebrek aan basale zorg. Ik hoop dat die gedachte over twee decennia minder controversieel is.'

In 2009 schreef Singer in The Life You Can Save het volgende gedachte-experiment.

Onderweg naar je werk passeer je een kleine vijver. Op warme dagen spelen kinderen soms in de vijver, die kniediep is. Vandaag is het koud en vroeg, dus ben je verbaasd dat je een kind ziet spetteren in het water. Als je dichterbij komt, zie je dat het een jong kind is, een peuter, die wild om zich heen slaat en niet in staat is om rechtop te staan of de vijver uit te lopen. Je zoekt naar de ouders of oppas, maar er is niemand. (...) Als je haar er niet uit haalt, lijkt het waarschijnlijk dat ze verdrinkt. Haar redden is makkelijk en veilig, maar je zult je nieuwe schoenen ruïneren en je pak wordt nat en modderig. Tegen de tijd dat je het kind overdraagt aan iemand die verantwoordelijk voor haar is en je je verkleed hebt, ben je te laat voor werk. Wat zou je doen?

Alleen monsters laten het kind verdrinken, zeggen studenten tegen Singer, hoogleraar bio-ethiek aan de Amerikaanse universiteit Princeton. Maar, werpt Singer dan tegen, jaarlijks sterven miljoenen kinderen aan oorzaken die effectieve goede doelen simpel en tegen relatief lage kosten kunnen voorkomen. Iedere keer dat je besluit geld uit te geven aan dingen die niet absoluut noodzakelijk zijn - vakanties, dure elektronica, mooie kleren, restaurants, een biertje op het terras - besluit je met dat geld niet de levens van arme mensen te redden. In hoeverre verschil je dan van een persoon die het kind laat verdrinken?

Volgens deze theorie leid je pas een ethisch leven als je geld overmaakt aan goede doelen totdat je in dezelfde armoede verzeild dreigt te raken als de mensen die je probeert te helpen. Van belang is daarbij dat de donaties effectief zijn: deze stroming wordt effectief altruïsme genoemd. Op de site van Singers boek, thelifeyoucansave.org, staat een lijst met goede doelen die verantwoording afleggen over wie ze helpen en hoe. Waarom tienduizenden dollars uitgeven aan het fokken, opvoeden en trainen van een blindengeleidehond als in ontwikkelingslanden volgens een schatting uit 2006 ongeveer 7 dollar volstaat om te voorkomen dat mensen überhaupt blind worden door de infectieziekte trachoom?

En het draait niet alleen om geld: tijd die je doorbrengt met vrienden, zou je ook kunnen besteden aan vrijwilligerswerk voor de extreem armen.

Vanuit evolutionair opzicht begrijpt Singer dat we meer waarde hechten aan de levens van onze familie en vrienden dan aan die van wildvreemden. Maar, schrijft hij in The Life You Can Save, 'dat is geen rechtvaardiging om die gevoelens onze daden te laten bepalen'.

De theorie is bekritiseerd omdat die te veeleisend zou zijn. Ook u houdt zich er niet aan. U doneert 'slechts' eenderde tot de helft van uw inkomsten aan goede doelen. U besteedt veel tijd aan familie en vrienden. En, niemand neemt het u natuurlijk kwalijk, maar toen uw moeder op late leeftijd alzheimer kreeg, bent u haar blijven verzorgen, terwijl u de tijd en het geld volgens uw ethiek beter aan armen had kunnen besteden. Wat is de theorie waard als zelfs de beroemdste uitdrager ervan zich er niet aan houdt?

'Ik ben ethiek gaan zien als iets dat niet zwart-wit is. Ik denk nu veel meer over ethiek als een spectrum. Misschien zat Hitler aan de ene kant ervan en een aantal heiligen aan de andere kant. De meesten zitten daar ergens tussenin. Ik denk niet dat we ons schuldig moeten voelen als we ons niet aan de heilige kant ervan bevinden, maar we moeten wel tevreden zijn als we niet aan de andere kant zitten.'

In uw vrije tijd surft en hiket u. Voelt u zich dan schuldig?

'Nee. Ik vind het belangrijk om fit te blijven, hopelijk kan ik daardoor langer blijven schrijven. Soms voel ik me een beetje schuldig als ik met vakantie ga, maar dan neem ik mijn laptop mee om 's avonds te werken. Ik ga dan met mijn vrouw, zij ondersteunt me in mijn werk, maar is minder toegewijd aan het effectief altruïsme dan ik.'

Voeren jullie discussie over bepaalde beslissingen, als ze niet stroken met uw filosofie?

'Zeker, vaak over het uitgeven van geld. Op vakantie kijken we bijvoorbeeld niet naar viersterrenhotels. De hotels waar wij verblijven moeten schoon en comfortabel zijn, maar zijn een stuk eenvoudiger dan waar vrienden met vergelijkbare inkomens overnachten.'

In The Life You Can Save schrijft u dat het ethisch zou zijn als welvarende mensen bijna alles weggeven. Maar achterin het boek adviseert u in een tabel mensen met een salaris tussen de 40- en 80 duizend dollar per jaar slechts 1 procent weg te geven. Waarom dat verschil?

'Dit is het gevolg van mijn utilisme. Ik wilde dat het boek zoveel mogelijk donaties voor effectieve goede doelen zou opleveren en dacht dat het zou helpen als ik lezers vraag een bescheiden bedrag te doneren. Als ze 1 procent geven, zullen ze merken dat dat geen significant offer is en vermoedelijk een voldaan gevoel hebben omdat hun bijdrage ervoor zorgt dat extreem arme mensen betere levens leiden. Hopelijk gaan ze dan naar 2, 5 en 10 procent.'

U heeft ook kritiek gekregen omdat uw werk zich niet zou richten op de oorzaak van de extreme ongelijkheid: het kapitalisme. U werkt samen met miljardairs als Bill Gates en Warren Buffett, onder meer uw ideeën hebben hen geïnspireerd tot het opzetten van The Giving Pledge, een belofte van extreem rijken om na overlijden minstens 50 procent van het vermogen aan goede doelen te doneren. Wat vindt u van die kritiek?

Lachend: 'Vertel mij maar wanneer de revolutie uitbreekt.'

U denkt niet snel?

'Nee, niet in de komende vijftig jaar. En waar zou je het kapitalisme mee moeten vervangen? In het verleden zijn pogingen vaak uitgedraaid op het fascisme. Ik ben wel voor een belastingstelsel waardoor er geen miljardairs meer zouden zijn. Maar nu ze er nog wel zijn, heb ik liever dat ze filantropische stichtingen opzetten dan dat ze hun geld uitgeven aan sportteams of luxe jachten.'

Wat is de plaats van cultuur binnen uw ethiek? In uw boek Ethics in the Real World uit 2016 schrijft u dat het bouwen van een nieuwe museumvleugel voor 50 miljoen dollar misschien niet zo'n ethische investering is als je beseft dat datzelfde bedrag kan voorkomen dat miljoenen mensen blind worden door trachoom. Zouden musea volgens u überhaupt gebouwd moeten worden? En moeten ze hun werken niet verkopen?

'Ik denk niet dat we buitensporig dure nieuwe musea of vleugels moeten bouwen. Ik denk wel dat we de grote culturele schatten moeten conserveren. Ik hoop dat we de problemen van extreme armoede op enig punt, misschien zelfs binnen honderd jaar, hebben opgelost. Ik hoop ook dat onze soort, de homo sapiens, nog duizenden of miljoenen jaren bestaat. In dat geval zijn er nog vele toekomstige generaties die de werken kunnen bewonderen. Ik denk dus dat je het, als je het over een langere periode beziet, kunt rechtvaardigen om nu geld uit te geven aan schilderijen in plaats aan arme mensen. Je hoeft je geen zorgen te maken: het Rijksmuseum mag zijn collectie behouden.'

Ik wil het ook nog even met u hebben over het euthanaseren van pasgeboren kinderen. Hoe zijn uw opvattingen daar nu over?

'Ik blijf bij mijn opvatting dat ouders de mogelijkheid moeten hebben om het leven van een pasgeboren kind met zeer serieuze handicaps te beëindigen. Maar pas nadat ze zichzelf hebben geïnformeerd. Niet alleen via dokters, maar ook via mensen wier kinderen die handicaps hebben. En, als ze in staat zijn te praten, ook via mensen die de handicap zelf hebben. Inmiddels is dit in bepaalde gevallen toegestaan in Nederland (het enige land waar dit vooralsnog mogelijk is, via het zogenoemde Groningen-protocol, red.), dus het is minder controversieel dan toen ik het eerst naar voren bracht.'

Het lijden van een dier en een mens is even erg, schrijft u in Animal Liberation. Wie dat niet vindt, maakt zich volgens u schuldig aan speciësisme (discriminatie naar soort, red.), een term die u in dat boek populariseerde. Zou u het ethischer vinden om wetenschappelijke experimenten uit te voeren op een mens zonder bewustzijn, dan bij een chimpansee met?

'Als dit gebeurt bij oude mensen in vegetatieve staat die nooit toestemming hebben gegeven voor dergelijke experimenten, zouden andere mensen kunnen vrezen dat hen hetzelfde overkomt. Dat zou een reden kunnen zijn om het niet te doen.

'Bij een kind dat door een ziekte geen bewustzijn heeft, zou ik het besluit niet ondersteunen als de ouders het niet willen. Maar stel dat de ouders zeggen: 'Ons kind lijdt aan anencefalie (stoornis waarbij de hersenen nauwelijks zijn aangelegd, red.), heeft geen enkel bewustzijn en zal hoe dan ook snel sterven. We hebben liever dat het experiment op ons kind wordt uitgevoerd dan op een chimpansee die wel pijn ervaart.' Dan vind ik dat een juiste beslissing. Maar de kans dat ouders zo'n onthecht oordeel over hun kind kunnen vellen, lijkt me klein.'

Peter Singer

Peter Singer (Melbourne, 1946) brak in 1975 wereldwijd door met Animal Liberation, een boek waarmee hij de ontluikende dierenrechtenbeweging inspireerde. In 1999 stelde de Amerikaanse universiteit Princeton hem aan als professor bio-ethiek. Singer is de auteur of co-auteur van 29 boeken, onder meer over Marx, Hegel, utilisme, veganisme en globalisering. Zijn laatste publicatie is een bewerking van The Golden Ass (De gouden ezel), een boek van Lucius Apuleius Madaurensis uit de tweede eeuw dat volgens Singer als de eerste roman kan worden gezien.

Gijs Beukers [bron: https--www.volkskrant.nl/mensen/de-invloedrijke-filosoof-peter-singer-begon-een-tijdschrift-voor-omstreden-ideeen-zoals-die-van-hemzelf~b804eb38]

Peter Singer (1946) is bekend om zijn radicale - en daardoor controversiele - opvattingen over praktische ethiek, onder meer op het gebied van dierenrechten, levensbeeindiging, armoedebestrijding en bio-ethiek. Hij studeerde aan de universiteiten van Melbourne en Oxford.

Van 1977 tot 1999 was hij hoogleraar filosofie aan Monash University, Melbourne. Daar werd hij in 1983 ook hoogleraar in de menselijke bio-ethiek. In 1999 werd hij hoogleraar bio-ethiek in de VS, aan Princeton University in New Jersey.

Hij is de auteur van vele spraakmakende boeken, waaronder Darwin voor links, Een ethisch leven, Eén wereld en de eerder bij Lemniscaat verschenen boeken in de serie Kopstukken Hegel en Marx.

[bron: https--www.lemniscaat.nl/auteurs/singer-peter]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 146x
sauvegardé 0x
Depuis 1 déc. '24
Numéro de l'annonce: m2208001255