Caractéristiques
Description
||boek: James||Lemniscaat-Kopstukken Filosofie
||door: Rein Gerritsen
||taal: nl
||jaar: 2004
||druk: ?
||pag.: 165p
||opm.: softcover|zo goed als nieuw
||isbn: 90-5637-498-2
||code: 1:000803
--- Over het boek (foto 1): James ---
'Op een technische manier over filosofie schrijven zou beschouwd moeten worden als een misdaad jegens de mensheid, want de wijsbegeerte gaat ons allen aan en niet slechts een handjevol uitverkorenen.' Deze uitspraak is van William James (1842 - 1910), de grondlegger van de psychologie en het pragmatisme. Pragmatisme is een methode om vastgeroeste wijsgerige begrippen als 'waarheid' en 'bewustzijn' los te weken. De lijfspreuk van James: 'Damn the absolute.'
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-520_Gerritsen/100-819_James]
De Amerikaanse filosoof en psycholoog William James was een van de invloedrijkste Amerikaanse denkers van de twintigste eeuw. Hij stond aan de basis van het pragmatisme, met vertegenwoordigers als Hilary Putnam en Richard Rorty de meest spraakmakende filosofische stroming van het moment. William James' Pragmatism is, sinds het in 1907 verscheen, in 72 talen verschenen. Een Nederlandse versie ontbrak tot nu toe. Rein Gerritsen, die filosoof die eerder een biografie over James publiceerde, verzorgde de geannoteerde vertaling.
[bron: https--www.bol.com]
William James: Older brother of novelist Henry James, William James (1842-1910) was a philosopher, psychologist, physiologist, and professor at Harvard. James has influenced such twentieth-century thinkers as Richard Rorty, Jurgen Habermans, Michel Foucault, and Julia Kristeva.
[bron: https--www.bol.com]
William James (1842 - 1910) is de voornaamste vertegenwoordiger van het Amerikaans pragmatisme. Deze stroming wenst niet al te lang stil te staan bij de oorzaak van (intellectuele) problemen, maar legt de nadruk op resultaten, het vinden van oplossingen. In Pragmatism (1907) formuleert James het pragmatische adagium uiterst beknopt: 'Waar is wat werkt.' James wordt niet alleen gezien als bedenker van het pragmatisme, maar ook als de grondlegger van de psychologie als wetenschap en de godsdienstspsychologie. The Principles of Psychology (1870) en The Varieties of Religious Experience (1903) zijn zonder meer klassiekers op hun gebied, die ook vandaag de dag nog intensief gelezen worden. In zijn opvattingen over wetenschap en religie was James wars van dogmatisme, getuige zijn lijfspreuk: 'Damn the Absolute.'
[bron: https--www.dekaft.be]
William James (de broer van de romanschrijver Henry James) staat bekend als grondlegger van het wijsgerig pragmatisme, van de psychologie als wetenschap en van de godsdienstpsychologie. Zijn 'Pragmatism' (1907), 'The Principles of Psychology' (1890) en 'The Varieties of Religious Experience' (1903) worden nog steeds gelezen, niet alleen vanwege hun wetenschappelijke, maar ook vanwege hun literaire kwaliteit. Voor het eerst is er nu in het Nederlands een monografie over hem verschenen. De schrijver, filosoof en psycholoog, werkt aan een proefschrift en een biografie over James. Zijn inleiding is helder en overzichtelijk, en voorzien van een verantwoording, noten en een literatuuropgave.
Dr. D.G. van der Steen [bron: nbd biblion]
Vrolijke denkexercities - William James - Pragmatisme - Vertaald, ingeleid en geannoteerd door Rein Gerritsen [2006-05-19]
Precies een eeuw geleden hield de psycholoog en filosoof William James (1842-1910) - de oudere broer van schrijver Henry James - gedurende acht avonden achter elkaar de Lowell-lezingen in Carnegie Hall, New York. Zijn thema: het pragmatisme. Zijn publiek, in groten getale toegestroomd: de gewone Amerikaanse arbeider, dat wil zeggen dokwerkers, tunnelgravers en andere nieuwe Amerikanen en harde werkers. James, een geboren docent, was populair. Hij wilde de filosofie uit zijn abstracte ivoren toren lokken en weer onder de mensen brengen. De wijsbegeerte diende terug te keren naar het publiek, ter vertroosting en aanmoediging. Zij moest zich weer richten op de dynamische menselijke ervaring van alledag, zich afkeren van elk absolutisme en cruciale vragen stellen. Hoe te leven? Waar gaat de wereld naartoe? Kan de toekomst er anders uitzien dan het verleden? James zag de waarheid als een relatief begrip. De waarheid leeft grotendeels op krediet en is dienstig aan wisselende wijzen van denken. Waarheden en werkelijkheden veranderen voortdurend. De wereld is wat wij ervan maken, inclusief de waarheid. James' pragmatische methode had één vast beginsel: waar is wat werkt, wat iets oplevert. Truth is what pays. En die methode, die teruggrijpt op Aristoteles en Socrates, streeft ernaar bestaande werkelijkheden te veranderen. Richard Rorty (Consequences of Pragmatism, 1982) weet zich dan ook schatplichtig aan James.
Aan het begin van zijn slotlezing in Carnegie Hall, over de verhouding tussen pragmatisme en religie, citeert James uitgebreid een lofzang op de lezer van de romanticus Walt Whitman. Whitman, de Leaves of Grass-dichter van I Celebrate Myself en I Contain Multitudes, wilde zijn lezers aanmoedigen en elektrificeren: «Wie u ook bent! Koste wat het kost, eis uw deel!» De lezers waren «even onmetelijk, oneindig» als de eindeloze weidegronden en rivieren. James ziet twee lees-wijzen: de monistische, die het mystieke en kosmische benadrukt, en de pluralistische, die zich concentreert op de mogelijkheden van de lezers, op hun energieke zelfvertrouwen. De pluralistische leeswijze is pragmatisch, omdat die de geest voedt met een reeks gedetailleerde voorstellen «over een mogelijke toekomst».
Wie William James een pragmatische idealist, een nuchtere anarchist, een vrije-wil-determinist of een pluralistische monist noemt zit op het goede spoor. Tegenover het feit dat de natuur voet bij stuk houdt, en dat het naturalistische race-milieu-moment niet weg te denken valt, staat de romantisch-vitalistische sponta-neïteit van Whitman die ervoor kan zorgen dat de toekomst geen duplicaat van het verleden wordt. De vooruitgang is een mogelijkheid. James' geloof in de vatbaarheid voor de verbetering van de mensen (meliorisme) is onderdeel van zijn pragmatische methode, ondanks zijn besef dat de menselijke geest ingeklemd zit tussen de dwang van de waarneembare wereld en een ideale wereld. «De vrije wil betekent het scheppen van iets nieuws, iets wat er nog niet was.» Noem deze denkexercities maar vrolijke dialectiek, het vrijelijk jongleren met tegenstellingen dankzij een lenige geest en rekkelijke definities. De wereld is één en veel: pluralistisch monisme. De vraag die zich opdringt, niet alleen onder absolutistisch denkende rationalisten, is natuurlijk: wat betekenen die tegengestelde begrippen nog als James die zo dialectisch-gemakkelijk met elkaar laat vervloeien? «De wijsbegeerte die uiteindelijk zegeviert zal de wijsbegeerte zijn die het meeste indruk maakt op de gewone man.» Dat klinkt wel erg populistisch, modieus en opportunistisch. Wie is die gewone man dan? En hoe kan de filosofie gevrijwaard blijven van vooroordelen, bijgeloof, opportunisme of massahysterie? James, die het humanisme een warm hart toedraagt, kan toch niet bedoeld hebben dat de bewust maatschappelijk betrokken wijsbegeerte meebuigt met de waan van de dag?
Zijn verzamelde lezingen, Pragmatisme: Een nieuwe naam voor enkele oude denkwijzen, vormen de kern van James' activistische filosofie die voortborduurt op het individualisme vol burgerlijke ongehoorzaamheid van Thoreau, maar die zich eerder richt op oriëntatie (op alle menselijke ervaringen, inclusief de religieuze) dan op confrontatie met eeuwige dogma's, onwrikbare doctrines en gesloten denksystemen. Het is zinloos te wikken tussen voorbeschikt en vrij of tussen materialistisch en spiritueel. Aan dergelijke discussies komt geen einde en ze zijn dus niet pragmatisch. Dat wil niet zeggen dat James discussies uit de weg gaat. Het gedachtegoed van Nietzsche en Schopenhauer bijvoorbeeld doet hij af met een grove oneliner: «het klaaglijk gekerm van twee creperende ratten». Dat getuigt niet van een open geest, waar James' pragmatisme zo prat op gaat. De abstract denkende filosofen storten zich op «de schimmenwereld», terwijl de zogenaamd gewone mensen («de massa in stilte denkende en voelende mensen») écht zouden leven, écht zouden ervaren en de waarheid zouden kennen, aldus James in zijn openingslezing over de dilemma's in de filosofie. Wat is dit, pragmatisme of proletarisch getinte romantiek? Bestaan er dan geen vervreemding, indoctrinatie en manipulatie, is er alleen zuivere ervaring van de Amerikaanse man in de straat? James' heeft-het-nutfilosofie is wat al te eenvoudig, en niet alleen omdat die zich op de «eenvoudigen van geest» richt.
Rein Gerritsen is al jarenlang een Hollandse pleitbezorger van William James. Hij is niet alleen de auteur van het James-deeltje in de Kopstukken Filosofie-reeks van Lemniscaat, maar ook de vertaler en inleider van Pragmatisme. In zijn inleiding schrijft hij veel van zichzelf over uit zijn James-monografie. Tegelijkertijd probeert hij krampachtig actueel en polemisch te zijn door Herman Philipse's atheïstische boekje Verlichtingsfundamentalisme?, een open brief over Verlichting en fundamentalisme aan Hirsi Ali en Donner, in een «jamesiaans betoog» te bekritiseren. De gesloten denkwereld van Philipse - die in Het atheïstisch manifest (2004) pleit voor een nuchtere hartstocht - zou intolerantie en pluralisme juist tegengaan, suggereert Gerritsen. Werkt Philipse's boekje? Dat vraagt Gerritsen zich als James-adept af. Hoewel Philipse wel degelijk inspeelt op wat er leeft, haakt Gerritsen af waar Philipse zich te buiten zou gaan aan een geharnast atheïsme (dat godsbeelden zou stimuleren). Jammer, want -hartstochtelijk debatteren over geloof en geweld, terrorisme en tolerantie is actueel, nuttig en noodzakelijk. Zo'n debat werkt alleen als niemand afhaakt. De pragmaticus is er niet door alleen maar uit te roepen: damn the absolute!
Was Gerritsen maar dieper ingegaan op Richard Rorty, om de invloed van het Amerikaanse pragmatisme uit te leggen. Rorty's antifundamentalisme en filosofisch-politieke partijdigheid (richt je op het doorsnee geluk van de doorsnee mens) komt uit de pragmatische traditie. Literatuur pays als die ethische verheffing oplevert (Achieving our Country, 1998). Een gedicht (van Walt Whitman bijvoorbeeld) of een roman van Dickens werkt als de lezer tot verdraagzaamheid en solidariteit wordt aangezet. Rorty koestert de filosofie als de strijd der getemperde hartstochten, een sociaal-democratisch gevecht waar de filosofie en de kunst zich dienen te richten op de gewone mens en op het haalbare. Maar wie het pragmatische nuttigheidsprincipe op de kunst en de filosofie loslaat, maakt ze willens en wetens ondergeschikt aan de ethiek van de dag. En waar blijft de esthetiek dan? Die verdwijnt in het sociaal realisme van de doorsnee mens. Noem mij maar geen wat-levert-het-op-pragmaticus, geef mij maar een nuchtere romanticus die in vervoering kan raken van «nutteloze» schoonheid, van een mooie formulering die de kern van onze existentie raakt. Maar William James blijft nuttig als een oude bondgenoot tegen al te esoterische wijsgeren.
Graa Boomsma [bron: https--www.groene.nl/artikel/vrolijke-denkexercities]
--- Over (foto 2): Rein Gerritsen ---
Rein Gerritsen (1959) studeerde wijsbegeerte, natuurkunde en theoretische psychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Over zijn jeugd en zijn tijd in het criminele milieu schreef Gerritsen Knock Out. De zieke ziel. Door twee en een half jaar opsluiting (inclusief 13 weken isoleercel) voor o.a. het overvallen van een bank, is Gerritsen een ervaringsdeskundige tegen wil en dank van het Nederlandse strafsysteem. Wie in de gevangenis gezeten heeft, loopt een kans van 80% daar nog eens terug te komen. Rein Gerritsen is een van de mensen die aan de goede kant van de streep bleef. Hij is al jaren actief als wetenschapsfiloof, vertaler en schrijver.
Gerritsen is freelance publicist, onder andere voor Filosofie Magazine, vertaler en bestuurslid van de Nederlandse Stichting voor Wijsgerig Pragmatisme. Hij is de auter van het boek in de serie Kopstukken James en de vertaler/inleider van James' boek Pragmatisme.
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-520_Gerritsen]
Waar is wat werkt, luidt de hoofdstelling van het wijsgerig pragmatisme. Hoe zit dat nu met ons strafrecht? Werkt dat? Als een systeem, zoals ons moderne strafrecht, een oplossingspercentage van tien tot twaalf procent voor misdrijven kent en al sinds jaar en dag een recidivecijfer van zestig tot zeventig procent, dan werkt het niet. Maar waarom werkt het niet en wat kunnen we daaraan doen? Op die vragen geeft de forensische filosofie antwoord. De forensische filosofie, een vakgebied in ontwikkeling, is een specialisme binnen de kennisleer dat zich vooral richt op de bestudering van vragen die door de forensische wetenschappen worden opgeworpen. Hoe komt een rechtsfeit tot stand, wat telt als bewijs voor de rechter, hoe bewijs je iets, maar ook wat criminaliteit is, hoe gaan de media met die feiten om en onze gevoelens van veiligheid en rechtszekerheid, zijn kwesties die binnen de forensische filosofie aan de orde komen. Anders dan de andere forensische wetenschappen voert de forensische filosofie niet per se onderzoek uit in opdracht van derden (de advocatuur, rechterlijke macht of het Openbaar Ministerie) naar schendingen van de rechtsorde, verdachten en daders, maar staan de waarheidsvinding en de waardering van het bewijsmateriaal centraal, in overeenstemming met het rechtsstatelijk beginsel: Iedereen is onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. De wetenschapsfilosoof Rein Gerritsen, samen met Ton Derksen één van de grondleggers van de forensische filosofie, laat u in een eenvoudig experiment ervaren hoe makkelijk ons rechtssysteem ontspoort en hoe u zich daartegen kunt wapenen.
[bron: https--www.speakersacademy.com/nl/spreker/rein-gerritsen]
Filosoof Rein Gerritsen schreef het boek 'Filosoof in de bajes', waarin hij antwoord probeert te geven op de vraag hoe het komt dat zijns inziens onze gevangenissen zijn verworden tot hogescholen voor criminaliteit, tot plekken waar we onze geesteszieken verstoppen. En antwoord op de vraag: hoe dit systeem effectief te veranderen? Wim Brands zocht hem op, Gerritsen vertelt om te beginnen waarom en hoe lang hij ooit zelf in de gevangenis zat.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~POMS_VPRO_479597~rein-gerritsen-filosoof-in-de-bajes~.html]
Knock-out [2009-07-00]
Zonder dit boek had ik waarschijnlijk nooit geweten wie de heer Gerritsen is, maar zijn naam zal bij veel mensen wel degelijk een belletje doen rinkelen. Intrigerende man: bekend zowel in wetenschappelijke kringen als in het criminele circuit.
Wie meer wil weten, vooral 'hoe het allemaal zo gekomen is', die heeft aan dit boek een flinke kluif. En er komt nog een tweede deel binnen deze biografische cyclus die 'De zieke ziel' zal heten. Dat is overigens een verwijzing naar William James, (de varianten van religieuze ervaring), naar wie regelmatig verwezen wordt. William James is de grondlegger van het pragmatisme, (= wat werkt is waar), een stroming die Rein Gerritsen omarmt. Knock-out is het eerste deel, en zoals dan gebruikelijk te doen beginnen we vooraan.
'In onze lichamen is bijvoorbeeld een prachtig, bijna feilloos evolutionair knock-outsysteem ingebakken. Wanneer acute pijn het lichaam te veel wordt, schakelt het via een aantal tussenstappen het gevoel gewoon uit. Eerst bestrijdt het lichaam de ervaring van acute pijn door het gevoel uit te schakelen; wanneer dat niet lukt, schakelt het het denken uit; en wanneer dat niet lukt, schakelt het het bewustzijn uit. Pas wanneer het lijf er klaar voor is en acute pijn niet meer levensbedreigend is, staat het de ervaring van pijn weer mondjesmaat toe.'
Het begin is voor Rein Gerritsen het auto-ongeluk geweest dat hij zelf veroorzaakt heeft in november 1981, waarbij zijn moeder en broer om het leven zijn gekomen. Hun dood, maar vooral zijn eigen ervaringen rondom het ongeluk en het herstel zijn van doorslaggevende betekenis voor de rest van zijn leven.
Maar eerst is er nog de terugblik naar wat daaraan voorafging ook niet onbelangrijk, namelijk: zijn jeugd als tweede zoon van gescheiden ouders, de haat-liefdeverhouding met zijn moeder, de tijd die hij doorbracht in een kloosterkostschool in Tegelen, zijn opleiding tot bakker, en daarna de tijd die hij in het leger doorbracht.
Dit alles is boeiende leesstof. Hij heeft het bepaald niet makkelijk gehad, maar zoals dat gaat: ieder mens leeft zijn eigen leven en kent geen andere manier. Zo wordt het ook beschreven, met af en toe wijsgerige en/of bespiegelende intermezzo's. Hij analyseert en beschouwt. Hij voert gesprekken met God, haalt naast James nog andere schrijvers aan en aarzelt ook niet om kritiek te leveren op bijvoorbeeld de Katholieke Kerk en diens uitwassen.
'Mensen moeten, anders worden ze raar in hun hoofd, op de een of andere manier met hun eigen geschiedenis kunnen leven, ook al betekent dit dat je hier en daar het feitelijk verloop van de gebeurtenissen wat moet masseren.'
Het ongeluk is duidelijk een keerpunt. Daarna belandt hij in het criminele circuit, op zoek naar iets maar niet wetend wat. Als hij tenslotte in de gevangenis terecht komt heeft hij tijd genoeg om tot 'bezinning' te komen. Hij ging studeren: wijsbegeerte, natuurkunde en theoretische psychologie. Sporen daarvan zijn duidelijk terug te vinden in dit boek. Dat zorgt er (gelukkig) voor dat het geen spannend jongensboek wordt, maar een boeiend relaas over een man die door zijn karakter in situaties verzeild raakte waar hij steeds weer het beste van probeerde te maken.
Dat het gedeelte over zijn criminele periode wat inzakt, ligt waarschijnlijk aan het feit dat hij daar afstandelijk blijft. Zelf zegt hij in zijn voorwoord:
'Hier is meteen een waarschuwing op zijn plaats met betrekking tot mijn eigen verantwoordelijkheden: ik heb gedaan wat ik deed en ik heb de consequenties ervan geaccepteerd, inclusief, tot op zekere hoogte, de voortvloeisels die nog staan te gebeuren, maar wie van mij verwacht dat ik mijzelf uitput in allerlei spijtbetuigingen over de dingen die ik gedaan heb, wie van mij denkt dat ik over de gehele linie het boetekleed aantrek en as op mijn hoofd strooi, die komt na lezing bedrogen uit.'
Behalve deze opmerking van zijn kant, is er ook het feit dat zijn criminele verleden nog te dicht bij ligt en er zijn nog te veel betrokkenen in leven.
Jammer, maar begrijpelijk. Misschien een idee om een deel te schrijven over deze periode in dezelfde stijl als het eerste, en dat dan nog maar een periode in de ijskast te leggen? Al rijst dan de vraag of de huidige lezers er nog zijn als die ijskast open gaat!
Isbn 978 90 477 0122 4 Paperback 400 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2009
Marjo [bron: https--www.leestafel.info/rein-gerritsen]
||door: Rein Gerritsen
||taal: nl
||jaar: 2004
||druk: ?
||pag.: 165p
||opm.: softcover|zo goed als nieuw
||isbn: 90-5637-498-2
||code: 1:000803
--- Over het boek (foto 1): James ---
'Op een technische manier over filosofie schrijven zou beschouwd moeten worden als een misdaad jegens de mensheid, want de wijsbegeerte gaat ons allen aan en niet slechts een handjevol uitverkorenen.' Deze uitspraak is van William James (1842 - 1910), de grondlegger van de psychologie en het pragmatisme. Pragmatisme is een methode om vastgeroeste wijsgerige begrippen als 'waarheid' en 'bewustzijn' los te weken. De lijfspreuk van James: 'Damn the absolute.'
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-520_Gerritsen/100-819_James]
De Amerikaanse filosoof en psycholoog William James was een van de invloedrijkste Amerikaanse denkers van de twintigste eeuw. Hij stond aan de basis van het pragmatisme, met vertegenwoordigers als Hilary Putnam en Richard Rorty de meest spraakmakende filosofische stroming van het moment. William James' Pragmatism is, sinds het in 1907 verscheen, in 72 talen verschenen. Een Nederlandse versie ontbrak tot nu toe. Rein Gerritsen, die filosoof die eerder een biografie over James publiceerde, verzorgde de geannoteerde vertaling.
[bron: https--www.bol.com]
William James: Older brother of novelist Henry James, William James (1842-1910) was a philosopher, psychologist, physiologist, and professor at Harvard. James has influenced such twentieth-century thinkers as Richard Rorty, Jurgen Habermans, Michel Foucault, and Julia Kristeva.
[bron: https--www.bol.com]
William James (1842 - 1910) is de voornaamste vertegenwoordiger van het Amerikaans pragmatisme. Deze stroming wenst niet al te lang stil te staan bij de oorzaak van (intellectuele) problemen, maar legt de nadruk op resultaten, het vinden van oplossingen. In Pragmatism (1907) formuleert James het pragmatische adagium uiterst beknopt: 'Waar is wat werkt.' James wordt niet alleen gezien als bedenker van het pragmatisme, maar ook als de grondlegger van de psychologie als wetenschap en de godsdienstspsychologie. The Principles of Psychology (1870) en The Varieties of Religious Experience (1903) zijn zonder meer klassiekers op hun gebied, die ook vandaag de dag nog intensief gelezen worden. In zijn opvattingen over wetenschap en religie was James wars van dogmatisme, getuige zijn lijfspreuk: 'Damn the Absolute.'
[bron: https--www.dekaft.be]
William James (de broer van de romanschrijver Henry James) staat bekend als grondlegger van het wijsgerig pragmatisme, van de psychologie als wetenschap en van de godsdienstpsychologie. Zijn 'Pragmatism' (1907), 'The Principles of Psychology' (1890) en 'The Varieties of Religious Experience' (1903) worden nog steeds gelezen, niet alleen vanwege hun wetenschappelijke, maar ook vanwege hun literaire kwaliteit. Voor het eerst is er nu in het Nederlands een monografie over hem verschenen. De schrijver, filosoof en psycholoog, werkt aan een proefschrift en een biografie over James. Zijn inleiding is helder en overzichtelijk, en voorzien van een verantwoording, noten en een literatuuropgave.
Dr. D.G. van der Steen [bron: nbd biblion]
Vrolijke denkexercities - William James - Pragmatisme - Vertaald, ingeleid en geannoteerd door Rein Gerritsen [2006-05-19]
Precies een eeuw geleden hield de psycholoog en filosoof William James (1842-1910) - de oudere broer van schrijver Henry James - gedurende acht avonden achter elkaar de Lowell-lezingen in Carnegie Hall, New York. Zijn thema: het pragmatisme. Zijn publiek, in groten getale toegestroomd: de gewone Amerikaanse arbeider, dat wil zeggen dokwerkers, tunnelgravers en andere nieuwe Amerikanen en harde werkers. James, een geboren docent, was populair. Hij wilde de filosofie uit zijn abstracte ivoren toren lokken en weer onder de mensen brengen. De wijsbegeerte diende terug te keren naar het publiek, ter vertroosting en aanmoediging. Zij moest zich weer richten op de dynamische menselijke ervaring van alledag, zich afkeren van elk absolutisme en cruciale vragen stellen. Hoe te leven? Waar gaat de wereld naartoe? Kan de toekomst er anders uitzien dan het verleden? James zag de waarheid als een relatief begrip. De waarheid leeft grotendeels op krediet en is dienstig aan wisselende wijzen van denken. Waarheden en werkelijkheden veranderen voortdurend. De wereld is wat wij ervan maken, inclusief de waarheid. James' pragmatische methode had één vast beginsel: waar is wat werkt, wat iets oplevert. Truth is what pays. En die methode, die teruggrijpt op Aristoteles en Socrates, streeft ernaar bestaande werkelijkheden te veranderen. Richard Rorty (Consequences of Pragmatism, 1982) weet zich dan ook schatplichtig aan James.
Aan het begin van zijn slotlezing in Carnegie Hall, over de verhouding tussen pragmatisme en religie, citeert James uitgebreid een lofzang op de lezer van de romanticus Walt Whitman. Whitman, de Leaves of Grass-dichter van I Celebrate Myself en I Contain Multitudes, wilde zijn lezers aanmoedigen en elektrificeren: «Wie u ook bent! Koste wat het kost, eis uw deel!» De lezers waren «even onmetelijk, oneindig» als de eindeloze weidegronden en rivieren. James ziet twee lees-wijzen: de monistische, die het mystieke en kosmische benadrukt, en de pluralistische, die zich concentreert op de mogelijkheden van de lezers, op hun energieke zelfvertrouwen. De pluralistische leeswijze is pragmatisch, omdat die de geest voedt met een reeks gedetailleerde voorstellen «over een mogelijke toekomst».
Wie William James een pragmatische idealist, een nuchtere anarchist, een vrije-wil-determinist of een pluralistische monist noemt zit op het goede spoor. Tegenover het feit dat de natuur voet bij stuk houdt, en dat het naturalistische race-milieu-moment niet weg te denken valt, staat de romantisch-vitalistische sponta-neïteit van Whitman die ervoor kan zorgen dat de toekomst geen duplicaat van het verleden wordt. De vooruitgang is een mogelijkheid. James' geloof in de vatbaarheid voor de verbetering van de mensen (meliorisme) is onderdeel van zijn pragmatische methode, ondanks zijn besef dat de menselijke geest ingeklemd zit tussen de dwang van de waarneembare wereld en een ideale wereld. «De vrije wil betekent het scheppen van iets nieuws, iets wat er nog niet was.» Noem deze denkexercities maar vrolijke dialectiek, het vrijelijk jongleren met tegenstellingen dankzij een lenige geest en rekkelijke definities. De wereld is één en veel: pluralistisch monisme. De vraag die zich opdringt, niet alleen onder absolutistisch denkende rationalisten, is natuurlijk: wat betekenen die tegengestelde begrippen nog als James die zo dialectisch-gemakkelijk met elkaar laat vervloeien? «De wijsbegeerte die uiteindelijk zegeviert zal de wijsbegeerte zijn die het meeste indruk maakt op de gewone man.» Dat klinkt wel erg populistisch, modieus en opportunistisch. Wie is die gewone man dan? En hoe kan de filosofie gevrijwaard blijven van vooroordelen, bijgeloof, opportunisme of massahysterie? James, die het humanisme een warm hart toedraagt, kan toch niet bedoeld hebben dat de bewust maatschappelijk betrokken wijsbegeerte meebuigt met de waan van de dag?
Zijn verzamelde lezingen, Pragmatisme: Een nieuwe naam voor enkele oude denkwijzen, vormen de kern van James' activistische filosofie die voortborduurt op het individualisme vol burgerlijke ongehoorzaamheid van Thoreau, maar die zich eerder richt op oriëntatie (op alle menselijke ervaringen, inclusief de religieuze) dan op confrontatie met eeuwige dogma's, onwrikbare doctrines en gesloten denksystemen. Het is zinloos te wikken tussen voorbeschikt en vrij of tussen materialistisch en spiritueel. Aan dergelijke discussies komt geen einde en ze zijn dus niet pragmatisch. Dat wil niet zeggen dat James discussies uit de weg gaat. Het gedachtegoed van Nietzsche en Schopenhauer bijvoorbeeld doet hij af met een grove oneliner: «het klaaglijk gekerm van twee creperende ratten». Dat getuigt niet van een open geest, waar James' pragmatisme zo prat op gaat. De abstract denkende filosofen storten zich op «de schimmenwereld», terwijl de zogenaamd gewone mensen («de massa in stilte denkende en voelende mensen») écht zouden leven, écht zouden ervaren en de waarheid zouden kennen, aldus James in zijn openingslezing over de dilemma's in de filosofie. Wat is dit, pragmatisme of proletarisch getinte romantiek? Bestaan er dan geen vervreemding, indoctrinatie en manipulatie, is er alleen zuivere ervaring van de Amerikaanse man in de straat? James' heeft-het-nutfilosofie is wat al te eenvoudig, en niet alleen omdat die zich op de «eenvoudigen van geest» richt.
Rein Gerritsen is al jarenlang een Hollandse pleitbezorger van William James. Hij is niet alleen de auteur van het James-deeltje in de Kopstukken Filosofie-reeks van Lemniscaat, maar ook de vertaler en inleider van Pragmatisme. In zijn inleiding schrijft hij veel van zichzelf over uit zijn James-monografie. Tegelijkertijd probeert hij krampachtig actueel en polemisch te zijn door Herman Philipse's atheïstische boekje Verlichtingsfundamentalisme?, een open brief over Verlichting en fundamentalisme aan Hirsi Ali en Donner, in een «jamesiaans betoog» te bekritiseren. De gesloten denkwereld van Philipse - die in Het atheïstisch manifest (2004) pleit voor een nuchtere hartstocht - zou intolerantie en pluralisme juist tegengaan, suggereert Gerritsen. Werkt Philipse's boekje? Dat vraagt Gerritsen zich als James-adept af. Hoewel Philipse wel degelijk inspeelt op wat er leeft, haakt Gerritsen af waar Philipse zich te buiten zou gaan aan een geharnast atheïsme (dat godsbeelden zou stimuleren). Jammer, want -hartstochtelijk debatteren over geloof en geweld, terrorisme en tolerantie is actueel, nuttig en noodzakelijk. Zo'n debat werkt alleen als niemand afhaakt. De pragmaticus is er niet door alleen maar uit te roepen: damn the absolute!
Was Gerritsen maar dieper ingegaan op Richard Rorty, om de invloed van het Amerikaanse pragmatisme uit te leggen. Rorty's antifundamentalisme en filosofisch-politieke partijdigheid (richt je op het doorsnee geluk van de doorsnee mens) komt uit de pragmatische traditie. Literatuur pays als die ethische verheffing oplevert (Achieving our Country, 1998). Een gedicht (van Walt Whitman bijvoorbeeld) of een roman van Dickens werkt als de lezer tot verdraagzaamheid en solidariteit wordt aangezet. Rorty koestert de filosofie als de strijd der getemperde hartstochten, een sociaal-democratisch gevecht waar de filosofie en de kunst zich dienen te richten op de gewone mens en op het haalbare. Maar wie het pragmatische nuttigheidsprincipe op de kunst en de filosofie loslaat, maakt ze willens en wetens ondergeschikt aan de ethiek van de dag. En waar blijft de esthetiek dan? Die verdwijnt in het sociaal realisme van de doorsnee mens. Noem mij maar geen wat-levert-het-op-pragmaticus, geef mij maar een nuchtere romanticus die in vervoering kan raken van «nutteloze» schoonheid, van een mooie formulering die de kern van onze existentie raakt. Maar William James blijft nuttig als een oude bondgenoot tegen al te esoterische wijsgeren.
Graa Boomsma [bron: https--www.groene.nl/artikel/vrolijke-denkexercities]
--- Over (foto 2): Rein Gerritsen ---
Rein Gerritsen (1959) studeerde wijsbegeerte, natuurkunde en theoretische psychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Over zijn jeugd en zijn tijd in het criminele milieu schreef Gerritsen Knock Out. De zieke ziel. Door twee en een half jaar opsluiting (inclusief 13 weken isoleercel) voor o.a. het overvallen van een bank, is Gerritsen een ervaringsdeskundige tegen wil en dank van het Nederlandse strafsysteem. Wie in de gevangenis gezeten heeft, loopt een kans van 80% daar nog eens terug te komen. Rein Gerritsen is een van de mensen die aan de goede kant van de streep bleef. Hij is al jaren actief als wetenschapsfiloof, vertaler en schrijver.
Gerritsen is freelance publicist, onder andere voor Filosofie Magazine, vertaler en bestuurslid van de Nederlandse Stichting voor Wijsgerig Pragmatisme. Hij is de auter van het boek in de serie Kopstukken James en de vertaler/inleider van James' boek Pragmatisme.
[bron: https--www.boomfilosofie.nl/auteur/110-520_Gerritsen]
Waar is wat werkt, luidt de hoofdstelling van het wijsgerig pragmatisme. Hoe zit dat nu met ons strafrecht? Werkt dat? Als een systeem, zoals ons moderne strafrecht, een oplossingspercentage van tien tot twaalf procent voor misdrijven kent en al sinds jaar en dag een recidivecijfer van zestig tot zeventig procent, dan werkt het niet. Maar waarom werkt het niet en wat kunnen we daaraan doen? Op die vragen geeft de forensische filosofie antwoord. De forensische filosofie, een vakgebied in ontwikkeling, is een specialisme binnen de kennisleer dat zich vooral richt op de bestudering van vragen die door de forensische wetenschappen worden opgeworpen. Hoe komt een rechtsfeit tot stand, wat telt als bewijs voor de rechter, hoe bewijs je iets, maar ook wat criminaliteit is, hoe gaan de media met die feiten om en onze gevoelens van veiligheid en rechtszekerheid, zijn kwesties die binnen de forensische filosofie aan de orde komen. Anders dan de andere forensische wetenschappen voert de forensische filosofie niet per se onderzoek uit in opdracht van derden (de advocatuur, rechterlijke macht of het Openbaar Ministerie) naar schendingen van de rechtsorde, verdachten en daders, maar staan de waarheidsvinding en de waardering van het bewijsmateriaal centraal, in overeenstemming met het rechtsstatelijk beginsel: Iedereen is onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. De wetenschapsfilosoof Rein Gerritsen, samen met Ton Derksen één van de grondleggers van de forensische filosofie, laat u in een eenvoudig experiment ervaren hoe makkelijk ons rechtssysteem ontspoort en hoe u zich daartegen kunt wapenen.
[bron: https--www.speakersacademy.com/nl/spreker/rein-gerritsen]
Filosoof Rein Gerritsen schreef het boek 'Filosoof in de bajes', waarin hij antwoord probeert te geven op de vraag hoe het komt dat zijns inziens onze gevangenissen zijn verworden tot hogescholen voor criminaliteit, tot plekken waar we onze geesteszieken verstoppen. En antwoord op de vraag: hoe dit systeem effectief te veranderen? Wim Brands zocht hem op, Gerritsen vertelt om te beginnen waarom en hoe lang hij ooit zelf in de gevangenis zat.
[bron: https--www.vpro.nl/nooitmeerslapen/speel~POMS_VPRO_479597~rein-gerritsen-filosoof-in-de-bajes~.html]
Knock-out [2009-07-00]
Zonder dit boek had ik waarschijnlijk nooit geweten wie de heer Gerritsen is, maar zijn naam zal bij veel mensen wel degelijk een belletje doen rinkelen. Intrigerende man: bekend zowel in wetenschappelijke kringen als in het criminele circuit.
Wie meer wil weten, vooral 'hoe het allemaal zo gekomen is', die heeft aan dit boek een flinke kluif. En er komt nog een tweede deel binnen deze biografische cyclus die 'De zieke ziel' zal heten. Dat is overigens een verwijzing naar William James, (de varianten van religieuze ervaring), naar wie regelmatig verwezen wordt. William James is de grondlegger van het pragmatisme, (= wat werkt is waar), een stroming die Rein Gerritsen omarmt. Knock-out is het eerste deel, en zoals dan gebruikelijk te doen beginnen we vooraan.
'In onze lichamen is bijvoorbeeld een prachtig, bijna feilloos evolutionair knock-outsysteem ingebakken. Wanneer acute pijn het lichaam te veel wordt, schakelt het via een aantal tussenstappen het gevoel gewoon uit. Eerst bestrijdt het lichaam de ervaring van acute pijn door het gevoel uit te schakelen; wanneer dat niet lukt, schakelt het het denken uit; en wanneer dat niet lukt, schakelt het het bewustzijn uit. Pas wanneer het lijf er klaar voor is en acute pijn niet meer levensbedreigend is, staat het de ervaring van pijn weer mondjesmaat toe.'
Het begin is voor Rein Gerritsen het auto-ongeluk geweest dat hij zelf veroorzaakt heeft in november 1981, waarbij zijn moeder en broer om het leven zijn gekomen. Hun dood, maar vooral zijn eigen ervaringen rondom het ongeluk en het herstel zijn van doorslaggevende betekenis voor de rest van zijn leven.
Maar eerst is er nog de terugblik naar wat daaraan voorafging ook niet onbelangrijk, namelijk: zijn jeugd als tweede zoon van gescheiden ouders, de haat-liefdeverhouding met zijn moeder, de tijd die hij doorbracht in een kloosterkostschool in Tegelen, zijn opleiding tot bakker, en daarna de tijd die hij in het leger doorbracht.
Dit alles is boeiende leesstof. Hij heeft het bepaald niet makkelijk gehad, maar zoals dat gaat: ieder mens leeft zijn eigen leven en kent geen andere manier. Zo wordt het ook beschreven, met af en toe wijsgerige en/of bespiegelende intermezzo's. Hij analyseert en beschouwt. Hij voert gesprekken met God, haalt naast James nog andere schrijvers aan en aarzelt ook niet om kritiek te leveren op bijvoorbeeld de Katholieke Kerk en diens uitwassen.
'Mensen moeten, anders worden ze raar in hun hoofd, op de een of andere manier met hun eigen geschiedenis kunnen leven, ook al betekent dit dat je hier en daar het feitelijk verloop van de gebeurtenissen wat moet masseren.'
Het ongeluk is duidelijk een keerpunt. Daarna belandt hij in het criminele circuit, op zoek naar iets maar niet wetend wat. Als hij tenslotte in de gevangenis terecht komt heeft hij tijd genoeg om tot 'bezinning' te komen. Hij ging studeren: wijsbegeerte, natuurkunde en theoretische psychologie. Sporen daarvan zijn duidelijk terug te vinden in dit boek. Dat zorgt er (gelukkig) voor dat het geen spannend jongensboek wordt, maar een boeiend relaas over een man die door zijn karakter in situaties verzeild raakte waar hij steeds weer het beste van probeerde te maken.
Dat het gedeelte over zijn criminele periode wat inzakt, ligt waarschijnlijk aan het feit dat hij daar afstandelijk blijft. Zelf zegt hij in zijn voorwoord:
'Hier is meteen een waarschuwing op zijn plaats met betrekking tot mijn eigen verantwoordelijkheden: ik heb gedaan wat ik deed en ik heb de consequenties ervan geaccepteerd, inclusief, tot op zekere hoogte, de voortvloeisels die nog staan te gebeuren, maar wie van mij verwacht dat ik mijzelf uitput in allerlei spijtbetuigingen over de dingen die ik gedaan heb, wie van mij denkt dat ik over de gehele linie het boetekleed aantrek en as op mijn hoofd strooi, die komt na lezing bedrogen uit.'
Behalve deze opmerking van zijn kant, is er ook het feit dat zijn criminele verleden nog te dicht bij ligt en er zijn nog te veel betrokkenen in leven.
Jammer, maar begrijpelijk. Misschien een idee om een deel te schrijven over deze periode in dezelfde stijl als het eerste, en dat dan nog maar een periode in de ijskast te leggen? Al rijst dan de vraag of de huidige lezers er nog zijn als die ijskast open gaat!
Isbn 978 90 477 0122 4 Paperback 400 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2009
Marjo [bron: https--www.leestafel.info/rein-gerritsen]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 103x
sauvegardé 0x
Depuis 1 déc. '24
Numéro de l'annonce: m2207998980
Mots-clés populaires
Philosophiecollection philosophiejames ensor dans Art & Culture | Arts plastiquesmon 2émemain dans BDjames ensor dans Art & Culture | Arts plastiquesreligion-et-philosophie dans Livres scolairesjames baroud dans Tentesbrian james dans Remorquesjames last dans Vinyles | Compilationsmes annonces sur 2ememain dans Jeux | Xbox Onetente de toit james baroud dans Tentesvinyl james last dans Vinyles | Compilationscoffret james bond dans DVD | Actiontente de toit james baroud dans Tentesa donner dans Aspirateurspts dans Remorquesvelo contre la montre dans Vélos | Vélos de courseserre livres dans Curiosités & Brocantehopper scouts dans Scoutismeauto mascotte dans Autres pièces automobilesandroid auto dans Navigation de voiturefauteuil cuir beige dans Fauteuilsfour lg dans Micro-ondescross wallaroo dans Cyclomoteurs | Honda