Caractéristiques
État
Comme neuf
Origine
Belgique
Année (orig.)
2003
Auteur
Zie beschrijving
Description
||boek: De leeuw van Vlaanderen||Bibliotheek Het Laatste Nieuws [01-35]
||door: Hendrik Conscience
||taal: nl
||jaar: 2003
||druk: ?
||pag.: 368p
||opm.: hardcover|zo goed als nieuw|mét flap
||isbn: N/A
||code: 1:000239
--- Over het boek (foto 1): De leeuw van Vlaanderen ---
De Vlaamse schrijver Hendrik Conscience (1812-1883) schreef een zeer omvangrijk en toegankelijk oeuvre en staat daarom bekend als 'de man die zijn volk leerde lezen'. Zijn bekendste werk en de klassieker bij uitstek in de Vlaamse letterkunde is de historische roman 'De Leeuw van Vlaanderen' over de Guldensporenslag aan de Groeningebeek te Kortrijk op 11 juli 1302, waarin een Vlaams leger van voetvolk het opneemt tegen een Frans ridderleger. Dit in meeslepende stijl geschreven epos van Europees formaat heeft veel bijgedragen aan de bewustwording van het Vlaamse volk.
[bron: https--www.standaardboekhandel.be]
De leeuw van Vlaanderen (oorspronkelijk: De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen) is een historische roman geschreven door de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience in 1838. Het boek vertelt het verhaal over de Guldensporenslag in 1302. Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van het boek na het zien van het schilderij De Slag der Gulden Sporen van Nicaise De Keyser.
In De leeuw van Vlaanderen beschrijft Conscience de Guldensporenslag die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Béthune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Conscience werd vaak verweten dat hij in zijn boek een loopje nam met de geschiedenis. Zo verschijnt Robrecht III van Béthune in het boek als redder van het Vlaamse leger op het slagveld terwijl hij in werkelijkheid in Franse gevangenschap verbleef. Conscience had nochtans een twintigtal historische bronnen geraadpleegd, de plaats van de slag zelf verkend en deskundigen in middeleeuwse geschiedenis om advies gevraagd. Hij liet zich echter misleiden door foutieve informatie die hij in middeleeuwse kronieken aantrof. Volgens Conscience mocht Robrecht tot tweemaal toe zijn gevangenis in Bourges verlaten, omdat de kastelein hem waardeerde om zijn successen toen hij in Italië voor Frankrijk streed. De eerste keer werd hij vervangen door Adolf van Nieuwlandt en wist hij zijn dochter Machteld uit handen van de Fransen te redden. De tweede keer verscheen hij als de gulden ridder met een rood kruis op de borst om de Vlamingen in de slag bij Kortrijk aan de overwinning te helpen. Ook de edelman Diederik de Vos speelt bij Conscience een belangrijke rol: hij weet zich te vermommen als pelgrim en monnik en cruciale informatie door te spelen. De Franse koningin en echtgenote van Philippe le Bel, Johanna van Navarra wordt door Conscience gezien als de kwade genius achter zijn spilziek beleid en dwingelandij. 'Ende si beval heuren ooms (Robert d'Artois) dar men alle de sueghen van Vlaenderen hare borsten afsnyden en al huere verckenen met sweerden duerspeten soude, dat waren die vrauwen en kinderen, ende die mans alle dootslaen, dewelcke si hiet die honden van Vlaenderen' (Die excellente Cronike). 'Deze schandelijke woorden door een Koningin, door een vrouw gesproken, zijn, ten bewijze harer wreedheid in de Kronieken bewaard.'
Volgens Conscience was het Franse leger 'boven de zestigduizend man sterk' en bestond het Vlaamse leger uit dertigduizend man.
De Fransen werden aangevoerd door de graaf van Artois, die Sigis, de koning van Melinde en Balthazar, de koning van Majorca bij zich had. De graaf voerde 5000 ruiters en 16000 'voetgangers' (uit Gascogne, Languedoc en Auvergne) aan. Jaques de Chatillon had 3200 'soldeniers te paard' te leiden, Guy de St.-Pol 3400 ruiters en 7000 man voetvolk, Renauld de Trie 3200 zware ruiters (vooral uit het 'Orléansgebied'), Rodolf de Nesle 700 edele ridders en 2000 ruiters, Louis de Clermont 3600 ruiters uit het koninkrijk Navarra, Graaf Jean d'Aumale en Ferry van Lotharingen elk 2700 ruiters en Jean de Barlas voerde de eerste 'bende' aan van 3000 dravers en 4000 te voet (uit het zuiden van Frankrijk, 'meer dan de helft waren Spanjaarden en Lombarden'). Daarnaast droeg Godfried van Brabant 500 paarden bij. Dat maakt 30.000 ruiters en 27.000 manschappen te voet.
De Vlamingen hadden 500 Naamse ruiters van de jonge Gwijde, 600 van graaf Jan van Namen, 4000 man van Pieter Deconinck, 12.000 van Jan Breydel, 400 Zeelanders van Jan III van Renesse, 500 Kasselse ruiters van Willem van Gulik, 5000 Gentenaren van Jan Borluut, 800 Zeelanders van Hugo van Arkel (die op het laatste moment overliep) en Arnold van Oudenaarde met 300 man, wat 24.100 man maakt. Maar er waren ook mannen uit Veurne en 'eenzame ridders' als Hendrik van Loncin uit Luxemburg, Goswyn van Goetsenhoven en Jan van Cuyck, 'twee edele Brabanders'.
Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen kreeg Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in 20e eeuw en daarna.
Bob De Moor bewerkte het boek in 1949-1950 tot een stripverhaal. Ook in De Rode Ridder-stripreeks is het album De leeuw van Vlaanderen (1984) op Conscience's roman gebaseerd. De roman werd ook in 1985 verfilmd door Hugo Claus en assistent-regisseurs Stijn Coninx en Dominique Deruddere, met in de hoofdrollen Jan Decleir, Julien Schoenaerts en Frank Aendenboom.
[bron: wikipedia]
De Leeuw verhaalt het conflict tussen de steden uit het graafschap Vlaanderen en de legitieme Franse vorst in de vroege Middeleeuwen, met als grootse finale de Guldensporenslag te Kortrijk op 11 juli 1302.
De duidelijk goed gedocumenteerde Conscience geeft een nauwkeurig relaas van de feiten, maar hij dikt die met veel verbeelding aan zodat ze een tijdloze symbolische dimensie krijgen. Een feodaal, sociaal en economisch conflict wordt herschapen in een heldhaftige nationale vrijheidsstrijd van Vlamingen tegen Fransen. Hoewel er veel bloed vloeit in deze soms gruwelijke roman, krijgt alles zin en betekenis. Zo wordt de gewelddadige opstand die de Guldensporenslag was, opgevoerd als een wettige en heilige strijd voor een betere toekomst van het vaderland.
De Leeuw van Vlaenderen is meer dan zomaar een historische roman. Door zijn mobiliserende kracht had hij een grote impact op de culturele identiteit van de Vlaamse Belgen. Consciences historische fictie verbeeldt in de spiegel van een topmoment uit het glorierijke verleden het ideaalbeeld van het soevereine en vooruitstrevende België na 1830.
Het eensgezinde optreden van adel, burgerij en het volk, van waaruit Conscience een grote bezielende kracht laat uitgaan, is ook een voorafspiegeling van de democratische samenhorigheid in een moderne natiestaat met het Nederlandstalige, Vlaamse volksdeel als vitale kern. Zo is de roman ook een pleidooi voor de emancipatie van dit Vlaamse volk zonder te vervreemden van zijn eigenheid en verleden. Ook in zijn latere historische romans (De boerenkrijg, Jacob van Artevelde, De kerels van Vlaanderen e.a.) pleit Conscience voor traditie, verzoening én vooruitgang.
Dit optimistische mens- en wereldbeeld is overigens ook terug te vinden in de talrijke zeden- en dorpsromans van Conscience (Wat eene moeder lijden kan, De plaag der dorpen, De loteling etc.), waaruit de lezer het vertrouwen kon putten dat het goede ook in een moderne wereld vol kwalen uiteindelijk zegeviert. In België werd hij daarmee een succesauteur. In het buitenland werd hij geloofd als 'the Walter Scott of Belgium'. Naar aanleiding van zijn honderdste boek viel hem in 1881 een grootse hulde te Brussel ten deel waar tienduizenden hem vierden als een nationaal symbool.
De roem die Conscience aan deze romans ontleende was niet van eeuwige duur. Met de komst van de kunst-om-de-kunstopvatting raakte Conscience in diskrediet als toonbeeld van een achterhaald schrijverstype dat zich opoffert voor de Vlaamse zaak. Voor de esthetisch ingestelde lezer werd hij in de loop van de twintigste eeuw ongenietbaar. Dit had een bijzonder neveneffect: uitgerekend omdat Conscience in het literaire debat als referentiepunt verdween, kon hij in het cultuurpolitieke domein uitgroeien tot een mythe - 'Hij leerde zijn volk lezen' - en tot schepper van een symbolisch universum (geënt op namen, leuzen, voorwerpen en gebaren) dat in de evolutie naar een Vlaamse nationale massabeweging een grote rol speelde.
Uitgerekend de roman De Leeuw van Vlaenderen leverde daarvoor de nodige stof. Zo behoren 11 juli (de Vlaamse feestdag), de klauwende leeuw (wapen van de Vlaamse gemeenschap), de zwart-gele leeuwenvlag, de goedendag, Jan Breydel (een voetbalstadion in Brugge is naar hem genoemd) en de kreet 'Schild en vriend' tot het collectieve geheugen van Vlaanderen en de verbeelding van het politiek Vlaams-nationalisme. De leeuw zal niet vlug verdwijnen uit de officiële symboliek die de Vlaamse deelstaat in België hanteert. Tot het collectieve geheugen van Vlaanderen behoren ook de scène uit de roman De Witte (1920) van Ernest Claes waarin de Guldensporenslag wordt nagespeeld (verfilmd door Robbe de Hert in 1980), de mooie stripalbum van Bob de Moor uit 1952 en de film De Leeuw van Vlaanderen uit 1984 in een regie van Hugo Claus.
Noem eens een andere roman die zoveel invloed heeft gehad!
[bron: https--literairecanon.be]
De Leeuw van Vlaenderen is een historische roman. Historische romans nemen meestal een bijzondere plaats in tussen feit en fictie: ze vertellen veel feiten uit het verleden, maar ook veel wat de schrijver er zelf bij verzonnen heeft. De historische roman was een nieuw genre rond 1800 en het was Hendrik Conscience die het met zijn debuut In 't Wonderjaer (1837) in Vlaanderen introduceerde. In 1838 schreef hij De Leeuw van Vlaenderen over een heldhaftige veldslag die echt plaats had gevonden in 1302. Maar hij wilde er meer mee bereiken dan een geschiedenis vertellen. Hij wilde in zijn eigen tijd het Vlaamse volk, zijn natie, er zelfvertrouwen mee geven. De Leeuw van Vlaenderen werd veel meer dan een historische roman; het werd het nationale epos van Vlaanderen.
Om te beginnen is er dus het historische verhaal van de veldslag. Dat is de kern waar het verhaal om draait. Conscience vertelt het verhaal aan de hand van de lotgevallen van de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, en zijn zoon, Robrecht de Béthune. De bijnaam van deze laatste is 'de leeuw van Vlaanderen' en hij is ook de echte held van het boek. Graaf Gwijde en zijn zoon werden door Filips de Schone, koning van Frankrijk, gevangen gezet. De koning kon zo zijn gezag over het graafschap Vlaanderen uitoefenen en hij hief er zware belastingen. Een opstand kon, zo schrijft Conscience, natuurlijk niet uitblijven. Die brak inderdaad uit onder de ambachtslieden in Brugge, onder leiding van Pieter De Coninck en Jan Breydel. Deze opstand van het volk werd bekend als de Brugse Metten van 18 mei 1302. De koning stuurde een strafexpeditie van Franse ridders naar de opstandige Vlamingen. Zij troffen elkaar bij de Slag der Gulden Sporen, 11 juli 1302. Deze twee historische gebeurtenissen vormen de hoogtepunten van Consciences geschiedenis.
Aan die geschiedenis voegde Conscience ook wat toe. Zoals in veel andere historische romans (en nu nog in historische films) was dat in de eerste plaats een liefdesgeschiedenis, in dit geval tussen Adolf van Nieuwland en Machteld, de dochter van De Leeuw van Vlaanderen. Daarnaast vertelde Conscience alles vanuit het perspectief van de hoofdpersoon Robrecht. Dat gebeurde wel vaker, maar het bijzondere is dat hij De Leeuw als een held voorstelt. Op het hoogtepunt van de Guldensporenslag lijkt Robrecht zelfs bovennatuurlijke eigenschappen te bezitten - althans, zo zagen de Vlamingen zijn krijgsdaden. Hoewel hij volgens de historische bronnen niet aan de veldslag deelnam maar gevangen zat in Parijs, keerde De Leeuw in Consciences verhaal de krijgskansen. Robrecht de Béthune werd zo niet meer de zoon van een graaf uit een ver verleden, maar een held die aan zijn volk zijn kracht heeft getoond en zijn volk gered heeft van de Franse onderdrukking.
De Leeuw van Vlaanderen was niet alleen in het verleden krachtig, zo meende Conscience, maar ook in zijn eigen tijd. Zijn verhaal moest aantonen dat de gebeurtenissen uit 1302 net zo goed in 1838 zouden kunnen geschieden. Daarom spreekt Conscience in zijn voorwoord (dat in latere drukken verdween) zijn landgenoten rechtstreeks aan. Hij wil hen opwekken om de politieke toestand, waarin het Nederlands in het nieuwe België geen volwaardige plaats had naast het Frans, te veranderen en op te komen voor hun eigenheid. En na het hoopgevende en heldhaftige verhaal van de oude Vlamingen en hun graven, richt hij opnieuw het woord tot de Vlaamse lezer van de negentiende eeuw:
"Gy Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg, by de roemryke daden welke hetzelve bevat, wat Vlaenderen eertyds was - wat het nu is - en nog meer wat het worden zal indien gy de heilige voorbeelden uwer Vaderen vergeet!"
Conscience wilde met het roemrijke verhaal de Vlamingen laten zien hoe groots hun verleden was geweest, hoe slecht de natie er vandaag aan toe was onder de nieuwe Franse onderdrukking en wat daarvan de gevaren voor de toekomst waren. Hij was bekommerd om zijn Vlaamse natie en schreef daarom met De Leeuw van Vlaenderen eigenlijk een nationaal epos, een heldenverhaal waarin het Vlaamse volk haar oudste grootsheid kon terugvinden.
Het Vlaamse volk was gaandeweg zijn heldendaden vergeten. Maar Conscience bracht ze in herinnering en verhaalde hoe dapper het ooit geweest was. In het heetst van de Guldensporenslag, wanneer de Vlamingen door de Fransen teruggedrongen zijn tot aan de rivier de Leie en het er voor hen dus helemaal niet goed uitziet, duikt er plots een gouden ridder op. Het is de vermomde Robrecht de Béthune, die eigenlijk gevangen zit, maar zijn medevlamingen te hulp komt. Alleen graaf Gwijde en de ridder Alfons van Nieuwland herkennen hem; het Vlaamse volk is slechts onder de indruk van zijn onversaagde en dappere optreden. De verschijning van de gouden ridder geeft hun nieuwe strijdlust.
Op dit oogenblik zag men in de richting van Audenaerde, achter de Gaverbeek, iets dat hevig tegen de zon blonk, zich tusschen de boomen bewegen; dit wonderbaer verschynsel naderde met snelheid en kwam eindelyk in het open veld; twee ruiteren vertoonden zich en kwamen in vollen draf naer het slagveld geloopen. De eene was een ridder, dit kon men aen zyne prachtige uitrusting zien; zyn harnas en alle het yzer dat hem en zyn peerd bedekte was verguld en schitterde verwonderlyk. Een groote blaeuwe vederbos rolde op den wind achter zynen rug, het leder van zyn tuig was geheel met zilveren schelpjes bekleed, en op zyne borst was een rood kruis geschilderd: boven dit teeken op eenen zwarten grond stond het woord Vlaenderen in groote zilveren letteren te lezen.
[...]
De Vlamingen wendden hunne oogen met blyde hoop naer den gulden ridder, die in de verte kwam aenrennen. Zy konden het woord Vlaenderen nog niet lezen, en konden dus niet weten of hy een vriend of een vyand was; maer in hunnen uitersten toestand droomden zy dat God, onder die gedaente hun eenen zyner Heiligen toezond om hen te verlossen. Alles kon hun dit doen gelooven, zyne glansende uitrusting, zyne buitengewoone gestalte en het rood kruis dat hy op de borst droeg.
Gwyde en Adolf, die zich te midden der vyanden verweerden, bezagen elkander met de grootste opgetogenheid, zy hadden den gulden ridder erkend. Nu scheen het hun dat de Franschen veroordeeld waren, want zy hadden een volle betrouwen in de macht en de kunde van dien nieuwen kryger. De blikken, die zy zich onderling toestuerden, zegden:
"ô Geluk, daer is de Leeuw van Vlaenderen!"
De gulden ridder naderde eindelyk by de fransche benden; eer men hem vragen kon wie hy bestryden of bystaen wilde, viel hy op het dikste der ruiters en sloeg met zynen marteel zoo woest en zoo verschriklyk onder hen, dat zy, met vrees bevangen, elkander omverdrongen om zyne slagen te ontwyken. Alles viel voor zynen pletterenden hamer, - en achter zyn peerd bleef in de vyandlyke scharen een ydel spoor gelyk het sog dat een zeilend schip na zich laet; in dier voege, al wat hy treffen kon overhoop smytende, kwam hy met wonderlyke snelheid tot by de benden, welke tegen de Leye gedreven waren en riep:
"Vlaenderen den Leeuw! Volgt my! Volgt my!"
Deze woorden roepende, wierp hy een groot getal Franschen in het slyk, en ging zoo verbazend in de slachting voort dat de Vlamingen hem als een bovennatuerlyk wezen aenzagen.
Nu daelde de moed in hunne harten terug, zy smeten zich te gelyk met een bly gehuil vooruit, en volgden den gulden ridder in wonderdaden na.
Het volk weet niet wie de gouden ridder is, die zo heldhaftig opduikt, en het gelooft in een goddelijke tussenkomst. Dat het eigenlijk de zoon van de graaf is wordt hun verder niet duidelijk. De werkelijke toedracht was voor Conscience ook niet van belang. Wat hij wilde laten zien was dat één figuur, een held, een heel volk weer moed kon geven en kon aansporen om zijn voorbeeld te volgen. Dat deed hij met een deels verzonnen, deels waarheidsgetrouw verhaal uit het verleden, maar hij wilde de Vlamingen in het heden ermee aansporen om voor een betere toekomst te vechten. Het is voor een groot deel aan de invloed van Consciences De Leeuw van Vlaenderen te danken dat de Vlamingen zich een natie zijn gaan voelen en zich schaarden achter een nieuwe leeuw van Vlaanderen op hun vlag (en vanaf 1847 in een nieuw volkslied van de dichter Hippoliet van Peene). In de twintigste eeuw zou de dag van de Guldensporenslag, 11 juli, zelfs de officiële feestdag worden van de Vlaamse Gemeenschap in België.
[bron: https--www.literatuurgeschiedenis.nl]
--- Over (foto 2): Hendrik Conscience ---
Henri (Hendrik) Conscience was een Vlaamse schrijver. Hij staat in Vlaanderen bekend als "De man die zijn volk leerde lezen".
[bron: https--www.goodreads.com]
Hendrik (Henri) Conscience (Antwerpen, 3 december 1812 - Elsene, 10 september 1883) was een Vlaams schrijver. Hij werkte zich door talent en ijver op tot een Vlaams volksschrijver. Er wordt van hem gezegd dat hij "de man was die zijn volk leerde lezen."
Door middel van zijn 'schilderende' teksten probeerde hij het volk op te voeden en te onderwijzen. Conscience was pro-Belgisch maar tegelijk bleek uit zijn geschriften een felle Vlaamsgezindheid. Zijn populairste werk, De leeuw van Vlaanderen, werd bijna een eeuw later verfilmd door Hugo Claus.
Naast schrijver was hij ook bestuurder, griffier, redacteur, arrondissementscommissaris en conservator van musea.
Hendrik Conscience was een zoon van de Antwerpse ongeletterde Cornelia Balieu, en van Pierre Conscience, afkomstig uit Besançon. Die werkte voor de marine van Napoleon Bonaparte onder het Franse keizerrijk en was in 1811 verbonden aan de Antwerpse haven. Toen de Fransen na het Congres van Wenen wegtrokken uit Antwerpen, bleef Pierre met zijn gezin achter.
Het echtpaar kreeg acht kinderen, van wie er twee dood geboren werden en vier na korte tijd overleden. Alleen Hendrik en Jean-Balthasar (4 januari 1815 - 11 oktober 1880) bleven in leven. Hendriks moeder stierf op 14 december 1820. In 1826 trad zijn vader in het huwelijk met de veel jongere Anna Catherina Bogaerts. Zij kregen negen kinderen, van wie er vier zeer jong overleden.
Hendrik had een zwakke gezondheid. Hij bracht zijn zeven eerste levensjaren door in een stoeltje bij het venster. Zijn moeder beurde hem op door het vertellen van oude Antwerpse verhalen. Toen hij in de daaropvolgende jaren de kracht kreeg om de straat op te gaan met zijn speelmakkers, werd hij hun geliefkoosde verteller. Zijn vader was zijn eerste onderwijzer. In de familiale tuin werd hij daarenboven een vriend van bloemen en planten en later een groot bewonderaar van de natuur. Het onderwijs, dat hij daarna in een privaatschool van Borgerhout genoot, was eerder gering. De begaafde leerling werd in die school hulponderwijzer. Hij oefende zich vervolgens als autodidact in het Engels en het Frans en kon ondermeester worden in een van de voornaamste scholen van de stad.
Bij het begin van de Belgische Revolutie tekende Conscience op 28 september 1830 als vrijwilliger een dienstverbintenis voor twee jaar, op 7 april 1831 omgezet in een contract voor vijf jaar. Na korporaal, fourier, sergeant-majoor en onderwijzer van de regimentschool te zijn geweest, verliet hij het leger op 21 mei 1836.
Hij onderhield toen al contacten met Antwerpse lettervrienden, onder meer met Jan De Laet en Theodoor van Ryswyck. Bij zijn terugkomst in zijn geboortestad werd hij lid van de rederijkerskamer "De Olijftak" en ontpopte zich stilaan tot volksschrijver. Hij had echter in zijn literaire loopbaan met tegenspoed te kampen. Hij had weinig middelen van bestaan en het was zijn vriend de kunstschilder Gustaaf Wappers die hem een baan als vertaler bij het provinciaal bestuur bezorgde. Vanwege zijn Vlaamsgezindheid was hij echter al gauw verplicht van dit ambt af te zien. Uit noodzaak werd hij toen hovenier.
Conscience schreef aanvankelijk Franse gedichten. In 1837 publiceerde hij In 't Wonderjaer 1566 en Phantazy, maar deze werken kenden weinig succes. In deze tijd had hij zware financiële problemen. Hij kreeg van Leopold I een subsidie en kreeg ook de erefunctie van leraar Nederlands van de koninklijke prinsen.
Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van De leeuw van Vlaanderen na het zien van het schilderij De Groeningeslag van Nicaise De Keyser in het Antwerpse Vleeshuis. In de roman beschrijft hij de Guldensporenslag, die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Bethune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Een aantal passages in het boek, die niet stroken met de geschiedenis, probeerde hij later in zijn Geschiedenis van België recht te zetten. Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen verdiende Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in de 20ste eeuw.
Zijn letterkundige werken verwierven toen reeds zoveel bijval, dat het Wappers, die bestuurder van Antwerpens Academie werd, gelukte, hem op 6 november 1841 tot zijn griffier te doen benoemen. Ook in dit ambt ontmoette de schrijver van allerlei zijden weerstand.
In 1842 huwde Conscience met Maria Peinen. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier jong overleden: Hildevert (Antwerpen 1843 - Diksmuide 1869), Machteld (Antwerpen 1848 - Antwerpen 1851), Marie (1852-1922), Clara (Antwerpen 1855 - Kortrijk 1857) en Hendrik (Antwerpen 1857 - Elsene 1869). Beide zonen overleden aan de gevolgen van tyfus, Clara aan kroep. Marie trad in 1870 in het huwelijk met de dichter-componist Gentil Antheunis. Conscience vluchtte weg uit de stad, naar Schilde en maakte er vele wandelingen. Op een dag kwam hij in een hoeve in Zoersel waar hij de inspiratie voor De loteling opdeed.
Het in 1843 verschenen Hoe men schilder wordt was het eerste boek van een nieuwe periode. Het was het levensverhaal van zijn vriend Edward Dujardin, die verschillende van zijn werken illustreerde.
Samen met enkele bevriende letterkundigen was hij medeoprichter van het Vlaamsgezinde dagblad Vlaemsch België, dat in Brussel uitgegeven werd vanaf 1 januari 1844 maar al in november van datzelfde jaar ter ziele ging.
Nadat zijn beschermheer Wappers van het bestuur van de academie had moeten afzien, gaf ook Conscience zijn ontslag op 3 februari 1854. Om de vervolgde Vlaamse schrijver te troosten en op te beuren, gaven zijn Antwerpse vrienden en bewonderaars hem feesten, op welke de gevierde kunstenaar zijn buitengewone redenaarsgaven deed uitschijnen. Het was een droeve tijding voor de Vlaamse kunststad Antwerpen toen het ministerie van Binnenlandse Zaken hem op 6 januari 1857 benoemde tot arrondissementscommissaris in Kortrijk. Daar leefde Conscience, tot hij op 10 september 1868 werd aangesteld als bewaarder der koninklijke musea voor schilder- en beeldhouwkunst in Brussel. Terwijl hij daar in het Wiertzmuseum was gevestigd, vierde men tijdens een druk bijgewoond feest de publicatie van zijn honderdste boekdeel.
De inhuldiging van zijn standbeeld (van beeldhouwer Frans Joris) in Antwerpen op 13 augustus 1883 kon hij wegens ziekte niet bijwonen. Hij stierf op 10 september 1883.
Zes dagen later werd zijn gebalsemd lijk in Antwerpen met vorstelijke luister begraven op het Kielkerkhof, waar op 19 september 1886 boven zijn grafkelder een gedenkzuil werd geplaatst, eveneens van de hand van Frans Joris. Tijdens deze plechtigheid liet Peter Benoit de "Treur- en Triomfzang" ("Conscience-cantate") uitvoeren, een compositie op een gedicht van Victor Alexis de la Montagne. Later werden het stoffelijk overschot van de schrijver en zijn grafmonument naar het Schoonselhof overgebracht, waar het tegenover perk U te bezichtigen is.
Publicaties
Literatuur
In de populaire cultuur
[bron: wikipedia]
Hendrik Conscience geldt als één van de aartsvaders van de Vlaamse Beweging. Zijn beroemde historische roman 'De leeuw van Vlaanderen' uit 1838 is een pleidooi voor de Vlaamse emancipatie. Tegelijkertijd geeft het boek een krachtige impuls aan de ontwikkeling van de jonge Vlaamse literatuur. Conscience heeft door zijn roman en door zijn politieke stellingname grote invloed in het Vlaanderen van zijn tijd. 'Hij leerde zijn volk lezen' is de meest gehoorde uitspraak over Hendrik Conscience.
Hendrik Conscience wordt in 1812 in Antwerpen geboren. Zijn vader is afkomstig uit het Franse Besançon en zijn moeder uit Brecht in de provincie Antwerpen. Thuis wordt Frans gesproken, maar de jonge Conscience zal al gauw kiezen voor het Vlaams. Na zijn schooltijd wordt hij zelf onderwijzer in verschillende plaatsen in België.
Als in 1830 de Belgische Opstand uitbreekt tegen de Hollandse overheersing, sluit Conscience zich aan bij de rebellen. Hij meldt zich op zijn zeventiende als vrijwilliger. Bij de slag om Leuven raakt hij gewond. Hoewel hij zich met de wapens verzet tegen het Hollandse regime, is hij altijd contacten blijven onderhouden met Nederlandse schrijvers. J.J.A. Gouverneur, die tijdens de opstand onder de Hollandse wapenen dient, dicht later: 'Conscience! In een en dertig, had/Ik u toen voor den kop geschoten,/Wat was er dan in Brussels stad/Dit jaar veel minder bier gevloten'.
Na zijn tijd in het Belgische leger begint Consciences literaire carrière pas echt. In 1837 verschijnt zijn eerste historische roman In 't wonderjaer. Het boek handelt over de zestiende eeuw, maar het boek kost Conscience meer dan het hem oplevert. Ondertussen komt Hendrik Consciences betrokkenheid bij de Vlaamse emancipatie in een stroomversnelling. Steeds feller hekelt hij de ondergeschoven positie van het Vlaams ten opzichte van het Frans in België.
Consciences echte doorbraak volgt bij het verschijnen van De leeuw van Vlaanderen in 1838. Het is één van de invloedrijkste boeken uit de Vlaamse literatuur. De historische roman handelt over de grote overwinning die de Vlamingen boekten op de Fransen bij de Guldensporenslag in 1302 onder leiding van de zoon van de Graaf van Vlaanderen, Robert van Bethune, bijgenaamd 'de Leeuw van Vlaanderen'.
Conscience wekt met zijn romantische 'Leeuw' grote geestdrift. Conscience wil met zijn historische roman de inerte Vlamingen tot nieuw verzet tegen de onderdrukking opzwepen. Hij slaagt daar ook goed in. Niet dat de Vlamingen naar het slagveld trekken, maar Consciences politieke stellingname vindt veel navolging. Conscience pleit echter nooit voor het opheffen van België, gelijkberechtiging van de Vlamingen in België is zijn doel.
Ook staat sinds het verschijnen van De leeuw de Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw grotendeels in het teken van de Vlaamse ontvoogding.
[bron: https--www.bibliotheek.nl]
Vlaams auteur van een honderdtal romans en novellen, vertegenwoordiger van de romantiek. Zijn werken kunnen worden ingedeeld in (1) historische romans met vooral In 't Wonderjaar 1566 (debuut, 1837, de allereerste roman in de Vlaamse letteren), De Leeuw van Vlaanderen (1838) en Jacob van Artevelde (1849); (2) zedenkundig-maatschappelijke romans met o.m. Het geluk van rijk te zijn (1855) en Bavo en Lieveke (1865); (3) dorpsverhalen, vooral in de Antwerpse Kempen gesitueerd, o.m. De Loteling (1850) en Baas Ganzendonck (1850). Hij was de allereerste laureaat van de Vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde, voor een aantal werken gepubliceerd van 1850 tot 1854; voor Bavo en Lieveke (1865) kreeg hij deze prijs een tweede maal.
Doorheen zijn ganse schrijverscarrière onderhield hij contacten met Gent en de Gentse vertegenwoordigers van de Vlaamse Beweging (o.m. Ferdinand Augustijn Snellaert, Jan Frans Willems, Philip Blommaert, Prudens van Duyse, Frans Rens, Willem Rogghé en anderen). Hij verbleef vaak in Gent, ter voorbereiding van een aantal van zijn romans, voor besprekingen in het kader van de Vlaamse Beweging, om er deel te nemen aan vergaderingen (b.v. van De Tael is gansch het Volk) en congressen (zo in september 1863 een internationaal "Congrès pour le progrès des sciences sociales", waar hij Victor Hugo en Alexandre Dumas ontmoette), om er voordrachten te houden of om de begrafenis van een van zijn Gentse vrienden bij te wonen (b.v. de inhuldiging van het praalgraf van Jan Frans Willems, op 26 juni 1848, waar hij in een toespraak de term "Campo Santo" gebruikte en daarmee de definitieve benaming van deze erebegraafplaats zou geïnspireerd hebben). Bij verschillende van zijn bezoeken verbleef hij in hotel De Ster, aan de Koornmarkt. Hij was lid van de Koninklijke Maatschappij van Schone Kunsten te Gent, lidmaatschap dat hij vermeldde op de titelbladzijde van zijn De Leeuw van Vlaanderen.
Zijn eerste "Gentse" roman, Jacob van Artevelde, wordt beschouwd als één van zijn gaafste werken. Deze historische roman droeg in belangrijke mate bij tot de 19de-eeuwse rehabilitatie van de Gentse "ruwaard" en tot het oprichten van diens standbeeld op de Vrijdagsmarkt.
Bavo en Lieveke was de geschiedenis van twee werkmanskinderen. Het verhaal bevat tal van verwijzingen naar inmiddels verdwenen gebouwen en plaatsen in Gent. Vanuit een eerder conservatief standpunt beschrijft Conscience de benarde situatie van de fabrieksarbeiders.
Op 17 september 1883, daags na zijn begrafenis, besliste de Gentse gemeenteraad de verbinding tussen de toenmalige Laurierstraat en de Rogierstraat, links van de hogeschoolgebouwen, voortaan Hendrik Consciencestraat te noemen. Dat was op de plaats waar zich eertijds de sloppenwijk Batavia bevond (tussen de huidige Sint-Hubertusstraat, de Rozier en de Jozef Plateaustraat). Die wijk was in het begin van de jaren '80 van de 19de eeuw gesloopt en vervangen door een modelwerkmanscité. De cité zou (met inbegrip van de Consciencestraat) rond 1936 op zijn beurt verdwijnen voor de uitbreiding van de universiteit (met o.m. de Boekentoren van de universiteitsbibliotheek).
Aan de Vlaamse Kaai werd in 1894 een "villa" gebouwd (thans nr. 95) die, hem ter ere, "Villa Hendrik Conscience" is genoemd. Ze is versierd met een borstbeeld en met het opschrift Eigen taal en zeden, werk en kunst.
In 1912, honderd jaar na zijn geboorte en bijna 30 jaar na zijn overlijden, werden in Gent (net als in Antwerp en in Brussel) grootse, massaal bijgewoonde herdenkingsfeesten georganiseerd.
Naar aanleiding van de honderdste verjaring van zijn overlijden herdacht het Cultureel Comité Sint-Amandsberg hem in 1983 met een tentoonstelling in de kapel van het Campo Santo. Bij die gelegenheid realiseerde de Filmploeg Miklos Rozsa Stichting (van de Gentse brandweer) een filmisch docu-drama over het leven van Hendrik Conscience én een historische documentaire Wat te Groeninghe gebeurde...
De Stedelijke Openbare Bibliotheek (aan het Zuid) bezit nagenoeg zijn volledig werk en talrijke werken over hem. Meer voor wetenschappelijke doeleinden zijn er de universiteitsbibliotheek én de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In beide instellingen is zijn volledige werk aanwezig (veelal verschillende edities), uiteraard in het Nederlands maar ook in vertaling (Frans, Engels, Duits...). Vanzelfsprekend vindt men daar ook tal van werken en andere documenten (o.m. ook brieven) over hem.
[bron: http--literairgent.be/lexicon/auteurs/conscience-hendrik]
||door: Hendrik Conscience
||taal: nl
||jaar: 2003
||druk: ?
||pag.: 368p
||opm.: hardcover|zo goed als nieuw|mét flap
||isbn: N/A
||code: 1:000239
--- Over het boek (foto 1): De leeuw van Vlaanderen ---
De Vlaamse schrijver Hendrik Conscience (1812-1883) schreef een zeer omvangrijk en toegankelijk oeuvre en staat daarom bekend als 'de man die zijn volk leerde lezen'. Zijn bekendste werk en de klassieker bij uitstek in de Vlaamse letterkunde is de historische roman 'De Leeuw van Vlaanderen' over de Guldensporenslag aan de Groeningebeek te Kortrijk op 11 juli 1302, waarin een Vlaams leger van voetvolk het opneemt tegen een Frans ridderleger. Dit in meeslepende stijl geschreven epos van Europees formaat heeft veel bijgedragen aan de bewustwording van het Vlaamse volk.
[bron: https--www.standaardboekhandel.be]
De leeuw van Vlaanderen (oorspronkelijk: De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen) is een historische roman geschreven door de Vlaamse schrijver Hendrik Conscience in 1838. Het boek vertelt het verhaal over de Guldensporenslag in 1302. Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van het boek na het zien van het schilderij De Slag der Gulden Sporen van Nicaise De Keyser.
In De leeuw van Vlaanderen beschrijft Conscience de Guldensporenslag die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Béthune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Conscience werd vaak verweten dat hij in zijn boek een loopje nam met de geschiedenis. Zo verschijnt Robrecht III van Béthune in het boek als redder van het Vlaamse leger op het slagveld terwijl hij in werkelijkheid in Franse gevangenschap verbleef. Conscience had nochtans een twintigtal historische bronnen geraadpleegd, de plaats van de slag zelf verkend en deskundigen in middeleeuwse geschiedenis om advies gevraagd. Hij liet zich echter misleiden door foutieve informatie die hij in middeleeuwse kronieken aantrof. Volgens Conscience mocht Robrecht tot tweemaal toe zijn gevangenis in Bourges verlaten, omdat de kastelein hem waardeerde om zijn successen toen hij in Italië voor Frankrijk streed. De eerste keer werd hij vervangen door Adolf van Nieuwlandt en wist hij zijn dochter Machteld uit handen van de Fransen te redden. De tweede keer verscheen hij als de gulden ridder met een rood kruis op de borst om de Vlamingen in de slag bij Kortrijk aan de overwinning te helpen. Ook de edelman Diederik de Vos speelt bij Conscience een belangrijke rol: hij weet zich te vermommen als pelgrim en monnik en cruciale informatie door te spelen. De Franse koningin en echtgenote van Philippe le Bel, Johanna van Navarra wordt door Conscience gezien als de kwade genius achter zijn spilziek beleid en dwingelandij. 'Ende si beval heuren ooms (Robert d'Artois) dar men alle de sueghen van Vlaenderen hare borsten afsnyden en al huere verckenen met sweerden duerspeten soude, dat waren die vrauwen en kinderen, ende die mans alle dootslaen, dewelcke si hiet die honden van Vlaenderen' (Die excellente Cronike). 'Deze schandelijke woorden door een Koningin, door een vrouw gesproken, zijn, ten bewijze harer wreedheid in de Kronieken bewaard.'
Volgens Conscience was het Franse leger 'boven de zestigduizend man sterk' en bestond het Vlaamse leger uit dertigduizend man.
De Fransen werden aangevoerd door de graaf van Artois, die Sigis, de koning van Melinde en Balthazar, de koning van Majorca bij zich had. De graaf voerde 5000 ruiters en 16000 'voetgangers' (uit Gascogne, Languedoc en Auvergne) aan. Jaques de Chatillon had 3200 'soldeniers te paard' te leiden, Guy de St.-Pol 3400 ruiters en 7000 man voetvolk, Renauld de Trie 3200 zware ruiters (vooral uit het 'Orléansgebied'), Rodolf de Nesle 700 edele ridders en 2000 ruiters, Louis de Clermont 3600 ruiters uit het koninkrijk Navarra, Graaf Jean d'Aumale en Ferry van Lotharingen elk 2700 ruiters en Jean de Barlas voerde de eerste 'bende' aan van 3000 dravers en 4000 te voet (uit het zuiden van Frankrijk, 'meer dan de helft waren Spanjaarden en Lombarden'). Daarnaast droeg Godfried van Brabant 500 paarden bij. Dat maakt 30.000 ruiters en 27.000 manschappen te voet.
De Vlamingen hadden 500 Naamse ruiters van de jonge Gwijde, 600 van graaf Jan van Namen, 4000 man van Pieter Deconinck, 12.000 van Jan Breydel, 400 Zeelanders van Jan III van Renesse, 500 Kasselse ruiters van Willem van Gulik, 5000 Gentenaren van Jan Borluut, 800 Zeelanders van Hugo van Arkel (die op het laatste moment overliep) en Arnold van Oudenaarde met 300 man, wat 24.100 man maakt. Maar er waren ook mannen uit Veurne en 'eenzame ridders' als Hendrik van Loncin uit Luxemburg, Goswyn van Goetsenhoven en Jan van Cuyck, 'twee edele Brabanders'.
Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen kreeg Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in 20e eeuw en daarna.
Bob De Moor bewerkte het boek in 1949-1950 tot een stripverhaal. Ook in De Rode Ridder-stripreeks is het album De leeuw van Vlaanderen (1984) op Conscience's roman gebaseerd. De roman werd ook in 1985 verfilmd door Hugo Claus en assistent-regisseurs Stijn Coninx en Dominique Deruddere, met in de hoofdrollen Jan Decleir, Julien Schoenaerts en Frank Aendenboom.
[bron: wikipedia]
De Leeuw verhaalt het conflict tussen de steden uit het graafschap Vlaanderen en de legitieme Franse vorst in de vroege Middeleeuwen, met als grootse finale de Guldensporenslag te Kortrijk op 11 juli 1302.
De duidelijk goed gedocumenteerde Conscience geeft een nauwkeurig relaas van de feiten, maar hij dikt die met veel verbeelding aan zodat ze een tijdloze symbolische dimensie krijgen. Een feodaal, sociaal en economisch conflict wordt herschapen in een heldhaftige nationale vrijheidsstrijd van Vlamingen tegen Fransen. Hoewel er veel bloed vloeit in deze soms gruwelijke roman, krijgt alles zin en betekenis. Zo wordt de gewelddadige opstand die de Guldensporenslag was, opgevoerd als een wettige en heilige strijd voor een betere toekomst van het vaderland.
De Leeuw van Vlaenderen is meer dan zomaar een historische roman. Door zijn mobiliserende kracht had hij een grote impact op de culturele identiteit van de Vlaamse Belgen. Consciences historische fictie verbeeldt in de spiegel van een topmoment uit het glorierijke verleden het ideaalbeeld van het soevereine en vooruitstrevende België na 1830.
Het eensgezinde optreden van adel, burgerij en het volk, van waaruit Conscience een grote bezielende kracht laat uitgaan, is ook een voorafspiegeling van de democratische samenhorigheid in een moderne natiestaat met het Nederlandstalige, Vlaamse volksdeel als vitale kern. Zo is de roman ook een pleidooi voor de emancipatie van dit Vlaamse volk zonder te vervreemden van zijn eigenheid en verleden. Ook in zijn latere historische romans (De boerenkrijg, Jacob van Artevelde, De kerels van Vlaanderen e.a.) pleit Conscience voor traditie, verzoening én vooruitgang.
Dit optimistische mens- en wereldbeeld is overigens ook terug te vinden in de talrijke zeden- en dorpsromans van Conscience (Wat eene moeder lijden kan, De plaag der dorpen, De loteling etc.), waaruit de lezer het vertrouwen kon putten dat het goede ook in een moderne wereld vol kwalen uiteindelijk zegeviert. In België werd hij daarmee een succesauteur. In het buitenland werd hij geloofd als 'the Walter Scott of Belgium'. Naar aanleiding van zijn honderdste boek viel hem in 1881 een grootse hulde te Brussel ten deel waar tienduizenden hem vierden als een nationaal symbool.
De roem die Conscience aan deze romans ontleende was niet van eeuwige duur. Met de komst van de kunst-om-de-kunstopvatting raakte Conscience in diskrediet als toonbeeld van een achterhaald schrijverstype dat zich opoffert voor de Vlaamse zaak. Voor de esthetisch ingestelde lezer werd hij in de loop van de twintigste eeuw ongenietbaar. Dit had een bijzonder neveneffect: uitgerekend omdat Conscience in het literaire debat als referentiepunt verdween, kon hij in het cultuurpolitieke domein uitgroeien tot een mythe - 'Hij leerde zijn volk lezen' - en tot schepper van een symbolisch universum (geënt op namen, leuzen, voorwerpen en gebaren) dat in de evolutie naar een Vlaamse nationale massabeweging een grote rol speelde.
Uitgerekend de roman De Leeuw van Vlaenderen leverde daarvoor de nodige stof. Zo behoren 11 juli (de Vlaamse feestdag), de klauwende leeuw (wapen van de Vlaamse gemeenschap), de zwart-gele leeuwenvlag, de goedendag, Jan Breydel (een voetbalstadion in Brugge is naar hem genoemd) en de kreet 'Schild en vriend' tot het collectieve geheugen van Vlaanderen en de verbeelding van het politiek Vlaams-nationalisme. De leeuw zal niet vlug verdwijnen uit de officiële symboliek die de Vlaamse deelstaat in België hanteert. Tot het collectieve geheugen van Vlaanderen behoren ook de scène uit de roman De Witte (1920) van Ernest Claes waarin de Guldensporenslag wordt nagespeeld (verfilmd door Robbe de Hert in 1980), de mooie stripalbum van Bob de Moor uit 1952 en de film De Leeuw van Vlaanderen uit 1984 in een regie van Hugo Claus.
Noem eens een andere roman die zoveel invloed heeft gehad!
[bron: https--literairecanon.be]
De Leeuw van Vlaenderen is een historische roman. Historische romans nemen meestal een bijzondere plaats in tussen feit en fictie: ze vertellen veel feiten uit het verleden, maar ook veel wat de schrijver er zelf bij verzonnen heeft. De historische roman was een nieuw genre rond 1800 en het was Hendrik Conscience die het met zijn debuut In 't Wonderjaer (1837) in Vlaanderen introduceerde. In 1838 schreef hij De Leeuw van Vlaenderen over een heldhaftige veldslag die echt plaats had gevonden in 1302. Maar hij wilde er meer mee bereiken dan een geschiedenis vertellen. Hij wilde in zijn eigen tijd het Vlaamse volk, zijn natie, er zelfvertrouwen mee geven. De Leeuw van Vlaenderen werd veel meer dan een historische roman; het werd het nationale epos van Vlaanderen.
Om te beginnen is er dus het historische verhaal van de veldslag. Dat is de kern waar het verhaal om draait. Conscience vertelt het verhaal aan de hand van de lotgevallen van de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, en zijn zoon, Robrecht de Béthune. De bijnaam van deze laatste is 'de leeuw van Vlaanderen' en hij is ook de echte held van het boek. Graaf Gwijde en zijn zoon werden door Filips de Schone, koning van Frankrijk, gevangen gezet. De koning kon zo zijn gezag over het graafschap Vlaanderen uitoefenen en hij hief er zware belastingen. Een opstand kon, zo schrijft Conscience, natuurlijk niet uitblijven. Die brak inderdaad uit onder de ambachtslieden in Brugge, onder leiding van Pieter De Coninck en Jan Breydel. Deze opstand van het volk werd bekend als de Brugse Metten van 18 mei 1302. De koning stuurde een strafexpeditie van Franse ridders naar de opstandige Vlamingen. Zij troffen elkaar bij de Slag der Gulden Sporen, 11 juli 1302. Deze twee historische gebeurtenissen vormen de hoogtepunten van Consciences geschiedenis.
Aan die geschiedenis voegde Conscience ook wat toe. Zoals in veel andere historische romans (en nu nog in historische films) was dat in de eerste plaats een liefdesgeschiedenis, in dit geval tussen Adolf van Nieuwland en Machteld, de dochter van De Leeuw van Vlaanderen. Daarnaast vertelde Conscience alles vanuit het perspectief van de hoofdpersoon Robrecht. Dat gebeurde wel vaker, maar het bijzondere is dat hij De Leeuw als een held voorstelt. Op het hoogtepunt van de Guldensporenslag lijkt Robrecht zelfs bovennatuurlijke eigenschappen te bezitten - althans, zo zagen de Vlamingen zijn krijgsdaden. Hoewel hij volgens de historische bronnen niet aan de veldslag deelnam maar gevangen zat in Parijs, keerde De Leeuw in Consciences verhaal de krijgskansen. Robrecht de Béthune werd zo niet meer de zoon van een graaf uit een ver verleden, maar een held die aan zijn volk zijn kracht heeft getoond en zijn volk gered heeft van de Franse onderdrukking.
De Leeuw van Vlaanderen was niet alleen in het verleden krachtig, zo meende Conscience, maar ook in zijn eigen tijd. Zijn verhaal moest aantonen dat de gebeurtenissen uit 1302 net zo goed in 1838 zouden kunnen geschieden. Daarom spreekt Conscience in zijn voorwoord (dat in latere drukken verdween) zijn landgenoten rechtstreeks aan. Hij wil hen opwekken om de politieke toestand, waarin het Nederlands in het nieuwe België geen volwaardige plaats had naast het Frans, te veranderen en op te komen voor hun eigenheid. En na het hoopgevende en heldhaftige verhaal van de oude Vlamingen en hun graven, richt hij opnieuw het woord tot de Vlaamse lezer van de negentiende eeuw:
"Gy Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg, by de roemryke daden welke hetzelve bevat, wat Vlaenderen eertyds was - wat het nu is - en nog meer wat het worden zal indien gy de heilige voorbeelden uwer Vaderen vergeet!"
Conscience wilde met het roemrijke verhaal de Vlamingen laten zien hoe groots hun verleden was geweest, hoe slecht de natie er vandaag aan toe was onder de nieuwe Franse onderdrukking en wat daarvan de gevaren voor de toekomst waren. Hij was bekommerd om zijn Vlaamse natie en schreef daarom met De Leeuw van Vlaenderen eigenlijk een nationaal epos, een heldenverhaal waarin het Vlaamse volk haar oudste grootsheid kon terugvinden.
Het Vlaamse volk was gaandeweg zijn heldendaden vergeten. Maar Conscience bracht ze in herinnering en verhaalde hoe dapper het ooit geweest was. In het heetst van de Guldensporenslag, wanneer de Vlamingen door de Fransen teruggedrongen zijn tot aan de rivier de Leie en het er voor hen dus helemaal niet goed uitziet, duikt er plots een gouden ridder op. Het is de vermomde Robrecht de Béthune, die eigenlijk gevangen zit, maar zijn medevlamingen te hulp komt. Alleen graaf Gwijde en de ridder Alfons van Nieuwland herkennen hem; het Vlaamse volk is slechts onder de indruk van zijn onversaagde en dappere optreden. De verschijning van de gouden ridder geeft hun nieuwe strijdlust.
Op dit oogenblik zag men in de richting van Audenaerde, achter de Gaverbeek, iets dat hevig tegen de zon blonk, zich tusschen de boomen bewegen; dit wonderbaer verschynsel naderde met snelheid en kwam eindelyk in het open veld; twee ruiteren vertoonden zich en kwamen in vollen draf naer het slagveld geloopen. De eene was een ridder, dit kon men aen zyne prachtige uitrusting zien; zyn harnas en alle het yzer dat hem en zyn peerd bedekte was verguld en schitterde verwonderlyk. Een groote blaeuwe vederbos rolde op den wind achter zynen rug, het leder van zyn tuig was geheel met zilveren schelpjes bekleed, en op zyne borst was een rood kruis geschilderd: boven dit teeken op eenen zwarten grond stond het woord Vlaenderen in groote zilveren letteren te lezen.
[...]
De Vlamingen wendden hunne oogen met blyde hoop naer den gulden ridder, die in de verte kwam aenrennen. Zy konden het woord Vlaenderen nog niet lezen, en konden dus niet weten of hy een vriend of een vyand was; maer in hunnen uitersten toestand droomden zy dat God, onder die gedaente hun eenen zyner Heiligen toezond om hen te verlossen. Alles kon hun dit doen gelooven, zyne glansende uitrusting, zyne buitengewoone gestalte en het rood kruis dat hy op de borst droeg.
Gwyde en Adolf, die zich te midden der vyanden verweerden, bezagen elkander met de grootste opgetogenheid, zy hadden den gulden ridder erkend. Nu scheen het hun dat de Franschen veroordeeld waren, want zy hadden een volle betrouwen in de macht en de kunde van dien nieuwen kryger. De blikken, die zy zich onderling toestuerden, zegden:
"ô Geluk, daer is de Leeuw van Vlaenderen!"
De gulden ridder naderde eindelyk by de fransche benden; eer men hem vragen kon wie hy bestryden of bystaen wilde, viel hy op het dikste der ruiters en sloeg met zynen marteel zoo woest en zoo verschriklyk onder hen, dat zy, met vrees bevangen, elkander omverdrongen om zyne slagen te ontwyken. Alles viel voor zynen pletterenden hamer, - en achter zyn peerd bleef in de vyandlyke scharen een ydel spoor gelyk het sog dat een zeilend schip na zich laet; in dier voege, al wat hy treffen kon overhoop smytende, kwam hy met wonderlyke snelheid tot by de benden, welke tegen de Leye gedreven waren en riep:
"Vlaenderen den Leeuw! Volgt my! Volgt my!"
Deze woorden roepende, wierp hy een groot getal Franschen in het slyk, en ging zoo verbazend in de slachting voort dat de Vlamingen hem als een bovennatuerlyk wezen aenzagen.
Nu daelde de moed in hunne harten terug, zy smeten zich te gelyk met een bly gehuil vooruit, en volgden den gulden ridder in wonderdaden na.
Het volk weet niet wie de gouden ridder is, die zo heldhaftig opduikt, en het gelooft in een goddelijke tussenkomst. Dat het eigenlijk de zoon van de graaf is wordt hun verder niet duidelijk. De werkelijke toedracht was voor Conscience ook niet van belang. Wat hij wilde laten zien was dat één figuur, een held, een heel volk weer moed kon geven en kon aansporen om zijn voorbeeld te volgen. Dat deed hij met een deels verzonnen, deels waarheidsgetrouw verhaal uit het verleden, maar hij wilde de Vlamingen in het heden ermee aansporen om voor een betere toekomst te vechten. Het is voor een groot deel aan de invloed van Consciences De Leeuw van Vlaenderen te danken dat de Vlamingen zich een natie zijn gaan voelen en zich schaarden achter een nieuwe leeuw van Vlaanderen op hun vlag (en vanaf 1847 in een nieuw volkslied van de dichter Hippoliet van Peene). In de twintigste eeuw zou de dag van de Guldensporenslag, 11 juli, zelfs de officiële feestdag worden van de Vlaamse Gemeenschap in België.
[bron: https--www.literatuurgeschiedenis.nl]
--- Over (foto 2): Hendrik Conscience ---
Henri (Hendrik) Conscience was een Vlaamse schrijver. Hij staat in Vlaanderen bekend als "De man die zijn volk leerde lezen".
[bron: https--www.goodreads.com]
Hendrik (Henri) Conscience (Antwerpen, 3 december 1812 - Elsene, 10 september 1883) was een Vlaams schrijver. Hij werkte zich door talent en ijver op tot een Vlaams volksschrijver. Er wordt van hem gezegd dat hij "de man was die zijn volk leerde lezen."
Door middel van zijn 'schilderende' teksten probeerde hij het volk op te voeden en te onderwijzen. Conscience was pro-Belgisch maar tegelijk bleek uit zijn geschriften een felle Vlaamsgezindheid. Zijn populairste werk, De leeuw van Vlaanderen, werd bijna een eeuw later verfilmd door Hugo Claus.
Naast schrijver was hij ook bestuurder, griffier, redacteur, arrondissementscommissaris en conservator van musea.
Hendrik Conscience was een zoon van de Antwerpse ongeletterde Cornelia Balieu, en van Pierre Conscience, afkomstig uit Besançon. Die werkte voor de marine van Napoleon Bonaparte onder het Franse keizerrijk en was in 1811 verbonden aan de Antwerpse haven. Toen de Fransen na het Congres van Wenen wegtrokken uit Antwerpen, bleef Pierre met zijn gezin achter.
Het echtpaar kreeg acht kinderen, van wie er twee dood geboren werden en vier na korte tijd overleden. Alleen Hendrik en Jean-Balthasar (4 januari 1815 - 11 oktober 1880) bleven in leven. Hendriks moeder stierf op 14 december 1820. In 1826 trad zijn vader in het huwelijk met de veel jongere Anna Catherina Bogaerts. Zij kregen negen kinderen, van wie er vier zeer jong overleden.
Hendrik had een zwakke gezondheid. Hij bracht zijn zeven eerste levensjaren door in een stoeltje bij het venster. Zijn moeder beurde hem op door het vertellen van oude Antwerpse verhalen. Toen hij in de daaropvolgende jaren de kracht kreeg om de straat op te gaan met zijn speelmakkers, werd hij hun geliefkoosde verteller. Zijn vader was zijn eerste onderwijzer. In de familiale tuin werd hij daarenboven een vriend van bloemen en planten en later een groot bewonderaar van de natuur. Het onderwijs, dat hij daarna in een privaatschool van Borgerhout genoot, was eerder gering. De begaafde leerling werd in die school hulponderwijzer. Hij oefende zich vervolgens als autodidact in het Engels en het Frans en kon ondermeester worden in een van de voornaamste scholen van de stad.
Bij het begin van de Belgische Revolutie tekende Conscience op 28 september 1830 als vrijwilliger een dienstverbintenis voor twee jaar, op 7 april 1831 omgezet in een contract voor vijf jaar. Na korporaal, fourier, sergeant-majoor en onderwijzer van de regimentschool te zijn geweest, verliet hij het leger op 21 mei 1836.
Hij onderhield toen al contacten met Antwerpse lettervrienden, onder meer met Jan De Laet en Theodoor van Ryswyck. Bij zijn terugkomst in zijn geboortestad werd hij lid van de rederijkerskamer "De Olijftak" en ontpopte zich stilaan tot volksschrijver. Hij had echter in zijn literaire loopbaan met tegenspoed te kampen. Hij had weinig middelen van bestaan en het was zijn vriend de kunstschilder Gustaaf Wappers die hem een baan als vertaler bij het provinciaal bestuur bezorgde. Vanwege zijn Vlaamsgezindheid was hij echter al gauw verplicht van dit ambt af te zien. Uit noodzaak werd hij toen hovenier.
Conscience schreef aanvankelijk Franse gedichten. In 1837 publiceerde hij In 't Wonderjaer 1566 en Phantazy, maar deze werken kenden weinig succes. In deze tijd had hij zware financiële problemen. Hij kreeg van Leopold I een subsidie en kreeg ook de erefunctie van leraar Nederlands van de koninklijke prinsen.
Conscience werd hoogstwaarschijnlijk geïnspireerd tot het schrijven van De leeuw van Vlaanderen na het zien van het schilderij De Groeningeslag van Nicaise De Keyser in het Antwerpse Vleeshuis. In de roman beschrijft hij de Guldensporenslag, die hij als achtergrond gebruikt om de liefdesavonturen te schetsen van Machteld, de dochter van Robrecht III van Bethune met ridder Adolf van Nieuwlandt. Een aantal passages in het boek, die niet stroken met de geschiedenis, probeerde hij later in zijn Geschiedenis van België recht te zetten. Met het grote succes van De leeuw van Vlaanderen verdiende Conscience de titel "de man die zijn volk leerde lezen". Verder heeft dit boek sterk bijgedragen tot de Vlaamse bewustwording in de 19de eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging tot in de 20ste eeuw.
Zijn letterkundige werken verwierven toen reeds zoveel bijval, dat het Wappers, die bestuurder van Antwerpens Academie werd, gelukte, hem op 6 november 1841 tot zijn griffier te doen benoemen. Ook in dit ambt ontmoette de schrijver van allerlei zijden weerstand.
In 1842 huwde Conscience met Maria Peinen. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier jong overleden: Hildevert (Antwerpen 1843 - Diksmuide 1869), Machteld (Antwerpen 1848 - Antwerpen 1851), Marie (1852-1922), Clara (Antwerpen 1855 - Kortrijk 1857) en Hendrik (Antwerpen 1857 - Elsene 1869). Beide zonen overleden aan de gevolgen van tyfus, Clara aan kroep. Marie trad in 1870 in het huwelijk met de dichter-componist Gentil Antheunis. Conscience vluchtte weg uit de stad, naar Schilde en maakte er vele wandelingen. Op een dag kwam hij in een hoeve in Zoersel waar hij de inspiratie voor De loteling opdeed.
Het in 1843 verschenen Hoe men schilder wordt was het eerste boek van een nieuwe periode. Het was het levensverhaal van zijn vriend Edward Dujardin, die verschillende van zijn werken illustreerde.
Samen met enkele bevriende letterkundigen was hij medeoprichter van het Vlaamsgezinde dagblad Vlaemsch België, dat in Brussel uitgegeven werd vanaf 1 januari 1844 maar al in november van datzelfde jaar ter ziele ging.
Nadat zijn beschermheer Wappers van het bestuur van de academie had moeten afzien, gaf ook Conscience zijn ontslag op 3 februari 1854. Om de vervolgde Vlaamse schrijver te troosten en op te beuren, gaven zijn Antwerpse vrienden en bewonderaars hem feesten, op welke de gevierde kunstenaar zijn buitengewone redenaarsgaven deed uitschijnen. Het was een droeve tijding voor de Vlaamse kunststad Antwerpen toen het ministerie van Binnenlandse Zaken hem op 6 januari 1857 benoemde tot arrondissementscommissaris in Kortrijk. Daar leefde Conscience, tot hij op 10 september 1868 werd aangesteld als bewaarder der koninklijke musea voor schilder- en beeldhouwkunst in Brussel. Terwijl hij daar in het Wiertzmuseum was gevestigd, vierde men tijdens een druk bijgewoond feest de publicatie van zijn honderdste boekdeel.
De inhuldiging van zijn standbeeld (van beeldhouwer Frans Joris) in Antwerpen op 13 augustus 1883 kon hij wegens ziekte niet bijwonen. Hij stierf op 10 september 1883.
Zes dagen later werd zijn gebalsemd lijk in Antwerpen met vorstelijke luister begraven op het Kielkerkhof, waar op 19 september 1886 boven zijn grafkelder een gedenkzuil werd geplaatst, eveneens van de hand van Frans Joris. Tijdens deze plechtigheid liet Peter Benoit de "Treur- en Triomfzang" ("Conscience-cantate") uitvoeren, een compositie op een gedicht van Victor Alexis de la Montagne. Later werden het stoffelijk overschot van de schrijver en zijn grafmonument naar het Schoonselhof overgebracht, waar het tegenover perk U te bezichtigen is.
Publicaties
- In 't Wonderjaer 1566 (1837)
- Phantazy (1837)
- De Leeuw van Vlaenderen (1838)
- Hoe men schilder wordt (1843)
- Wat een Moeder lijden kan (1843)
- Siska van Roosemael (1844)
- Geschiedenis van België (1845)
- Geschiedenis van graaf Hugo van Craenhove en van zijnen vriend Abulfaragus (1845)
- Avondstonden (1846)
- Eenige bladzyden uit het boek der natuer (1846)
- Lambrecht Hensmans (1847)
- Jacob van Artevelde (1849)
- De Loteling (1850)
- Baes Gansendonck (1850)
- Houten Clara (1850)
- Blinde Roza (1850)
- Rikke-tikke-tak (1851)
- De arme edelman (1851)
- De Gierigaard (1853)
- De Grootmoeder (1853)
- De Boerenkrijg (1853)
- Hlodwig en Clothildis (1854)
- De Plaeg der Dorpen (1855)
- Het Geluk van Rijk te zijn (1855)
- Moeder Job (1856)
- Jubelfeesten (1856)
- De geldduivel (1856)
- Batavia (1858)
- Redevoeringen (1858)
- De omwenteling van 1830 (1858)
- Simon Turchi (1859)
- De Kwaal des Tijds (1859)
- De Jonge Dokter (1860)
- Het IJzeren Graf (1860)
- Bella Stock (1861)
- De burgers van Darlingen (1861)
- Het Goudland (1862)
- Moederliefde (1862)
- De Koopman van Antwerpen (1863)
- Een Uitvinding des Duivels (1864)
- Mensenbloed (1865)
- De Ziekte der Verbeelding (1865)
- Bavo en Lieveken (1865) - Bekroond met de Staatsprijs voor Letterkunde
- Valentijn (1865)
- De Burgemeester van Luik (1865)
- Levenslust (1868)
- De Kerels van Vlaanderen (1870)
- Koning Oriand (1872)
- Een Goed Hart (1872)
- Eene O te veel (1872)
- Een Stem uit het Graf (1872)
- Een Zeemanshuisgezin (1872)
- Een Slachteroffer der Moederliefde (1872)
- De Twee Vrienden (1872)
- De Baanwachter (1872)
- Korte Levensbeschrijving van F.A. Snellaert (1873)
- De Minnezanger (1873)
- De Dichter en zijn Droombeeld (1873)
- De Keus des Harten (1873)
- Everard 't Serclaes (1874)
- Eene verwarde zaak (1874)
- Levensbeschrijving van Willem Demol (1875)
- Schandevrees (1875)
- Gerechtigheid van Hertog Karel (1876)
- De Oom van Felix Roobeek (1877)
- De Schat van Felix Roobeek (1878)
- Het wassen Beeld (1879)
- De Gekkenwereld (1880)
- De Welopgevoede Dochter (1880)
- Geld en Adel (1881)
- Geschiedenis mijner jeugd (1888)
- De Duivel uit het Slangenbos (1889) (Aangevuld en uitgegeven door zijn dochter Maria Antheunis-Conscience)
Literatuur
- Georges EEKHOUD, Henri Conscience, 1881.
- Paul DE MONT, Hendrik Conscience, zijn leven en zijn werken, 1883.
- F. Jos VAN DEN BRANDEN & J. G. FREDERIKS, Hendrik Conscience, in: Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde, 1888-1891
- E. DE BOCK, Hendrik Conscience, zijn persoon en werk, 1912.
- Antoon JACOB, Briefwisseling van, met en over Hendrik Conscience uit de jaren 1837 tot 1851, 2 delen, 1913-1914.
- K. DE BOCK, Hendrik Consience en de opkomst van de Vlaamse romantiek, 1919.
- Ger SCHMOOK, De genesis van Conscience's Leeuw van Vlaanderen, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, 1952 & 1953.
- A. VAN HAGELAND, Hendrik Conscience en het volksleven, 1953.
- Gilbert DE GROOTE en J. DESCHUYTER, Hendrik Conscience en zijn uitgevers, 1953.
- Gilbert DE GROOTE, Wat een schrijver lijden kan, 1957.
- Emiel WILLEKENS, Hendrik Conscience, 1961.
- Hendrik J. ELIAS, Geschiedenis van de Vlaamse gedachte, 1963-1964.
- Gilbert DEGROOTE, Onuitgegeven en weinig bekende brieven van Hendrik Conscience (1835-1883), in: Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voot Taal en Letterkunde, 1966, 1867, 1971, 1974, 1983, 1984.
- Gilbert DEGROOTE, Hendrik Conscience, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel 2, 1966.
- A. KEERSMAEKERS, Consciences moeizame carrière, in: Noordgouw, 1972.
- Emiel WILLEKENS, Hij leerde zijn volk lezen. Profiel van Hendrik Conscience, 1982.
- Emiel WILLEKENS, Hendrik Conscience en zijn tijd, 1983.
- Ludo SIMONS, M. SOMERS & A. VAN RUYSEVELT, Hendrik Conscience of de Vlaamse 'wedergeboorte', 1983.
- Albert WESTERLINCK, Wie was Hendrik Conscience?, 1983.
- M. VAN HARTUM, Hendrik Conscience en Nederland, in: Ons Erfdeel, 1983.
- W. GOBBERS, Consciences Leeuw van Vlaanderen als historische roman en nationaal epos: een genrestudie in Europees perspectief, in: Ada Deprez en W. Gobbers (red), Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw, 1990.
- Karel WAUTERS, Hendrik Conscience, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.
- W. WATERSCHOOT, Conscience bibliofiel, Kalmthout, 2010.
- Johan VANHECKE, Kiekenvleech! Vijfhonderd onbekende Consciencebrieven, in: Zuurvrij, Berichten uit het Letterenhuis, december 2015.
- Marc CARLIER, Conscience schenkt een luxe-exemplaar van de Leeuw aan Brugge (1839), in: Biekorf, 2016.
- Chris CEUSTERMANS, Touwtrekken om Consciences' erfenis, in: Zuurvrij, nr. 37, 2019.
- Johan VANHECKE, De coronatijden van Hendrik Conscience, in: Zuurvrij, juni 2020.
In de populaire cultuur
- Zijn Vlaamse historische romans beïnvloedden verscheidene Vlaamse striptekenaars tot stripbewerkingen van zijn boeken, zoals Bob De Moor deed met De Kerels van Vlaanderen en De Leeuw van Vlaanderen.
- Het Suske en Wiskealbum De gouden ganzeveer toont Lambik totaal in de ban van Consciences boeken. Verder in het verhaal reizen hij en de overige personages terug naar de negentiende eeuw. In het verhaal worden diverse verwijzingen naar Consciences boeken gemaakt. Zo gedraagt Lambik zich als Baes Gansendonck.
- Sinds 2008 heet de bewaarbibliotheek van de stad Antwerpen Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.
- Nogal wat Vlaamse steden en gemeenten hebben straten en pleinen naar hem vernoemd; we vermelden hier het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen, de Hendrik Consciencelaan in Brugge (beiden sinds 1883) en de gelijknamige laan in Mortsel (sinds 23 juni 1938).[1]
[bron: wikipedia]
Hendrik Conscience geldt als één van de aartsvaders van de Vlaamse Beweging. Zijn beroemde historische roman 'De leeuw van Vlaanderen' uit 1838 is een pleidooi voor de Vlaamse emancipatie. Tegelijkertijd geeft het boek een krachtige impuls aan de ontwikkeling van de jonge Vlaamse literatuur. Conscience heeft door zijn roman en door zijn politieke stellingname grote invloed in het Vlaanderen van zijn tijd. 'Hij leerde zijn volk lezen' is de meest gehoorde uitspraak over Hendrik Conscience.
Hendrik Conscience wordt in 1812 in Antwerpen geboren. Zijn vader is afkomstig uit het Franse Besançon en zijn moeder uit Brecht in de provincie Antwerpen. Thuis wordt Frans gesproken, maar de jonge Conscience zal al gauw kiezen voor het Vlaams. Na zijn schooltijd wordt hij zelf onderwijzer in verschillende plaatsen in België.
Als in 1830 de Belgische Opstand uitbreekt tegen de Hollandse overheersing, sluit Conscience zich aan bij de rebellen. Hij meldt zich op zijn zeventiende als vrijwilliger. Bij de slag om Leuven raakt hij gewond. Hoewel hij zich met de wapens verzet tegen het Hollandse regime, is hij altijd contacten blijven onderhouden met Nederlandse schrijvers. J.J.A. Gouverneur, die tijdens de opstand onder de Hollandse wapenen dient, dicht later: 'Conscience! In een en dertig, had/Ik u toen voor den kop geschoten,/Wat was er dan in Brussels stad/Dit jaar veel minder bier gevloten'.
Na zijn tijd in het Belgische leger begint Consciences literaire carrière pas echt. In 1837 verschijnt zijn eerste historische roman In 't wonderjaer. Het boek handelt over de zestiende eeuw, maar het boek kost Conscience meer dan het hem oplevert. Ondertussen komt Hendrik Consciences betrokkenheid bij de Vlaamse emancipatie in een stroomversnelling. Steeds feller hekelt hij de ondergeschoven positie van het Vlaams ten opzichte van het Frans in België.
Consciences echte doorbraak volgt bij het verschijnen van De leeuw van Vlaanderen in 1838. Het is één van de invloedrijkste boeken uit de Vlaamse literatuur. De historische roman handelt over de grote overwinning die de Vlamingen boekten op de Fransen bij de Guldensporenslag in 1302 onder leiding van de zoon van de Graaf van Vlaanderen, Robert van Bethune, bijgenaamd 'de Leeuw van Vlaanderen'.
Conscience wekt met zijn romantische 'Leeuw' grote geestdrift. Conscience wil met zijn historische roman de inerte Vlamingen tot nieuw verzet tegen de onderdrukking opzwepen. Hij slaagt daar ook goed in. Niet dat de Vlamingen naar het slagveld trekken, maar Consciences politieke stellingname vindt veel navolging. Conscience pleit echter nooit voor het opheffen van België, gelijkberechtiging van de Vlamingen in België is zijn doel.
Ook staat sinds het verschijnen van De leeuw de Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw grotendeels in het teken van de Vlaamse ontvoogding.
[bron: https--www.bibliotheek.nl]
Vlaams auteur van een honderdtal romans en novellen, vertegenwoordiger van de romantiek. Zijn werken kunnen worden ingedeeld in (1) historische romans met vooral In 't Wonderjaar 1566 (debuut, 1837, de allereerste roman in de Vlaamse letteren), De Leeuw van Vlaanderen (1838) en Jacob van Artevelde (1849); (2) zedenkundig-maatschappelijke romans met o.m. Het geluk van rijk te zijn (1855) en Bavo en Lieveke (1865); (3) dorpsverhalen, vooral in de Antwerpse Kempen gesitueerd, o.m. De Loteling (1850) en Baas Ganzendonck (1850). Hij was de allereerste laureaat van de Vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde, voor een aantal werken gepubliceerd van 1850 tot 1854; voor Bavo en Lieveke (1865) kreeg hij deze prijs een tweede maal.
Doorheen zijn ganse schrijverscarrière onderhield hij contacten met Gent en de Gentse vertegenwoordigers van de Vlaamse Beweging (o.m. Ferdinand Augustijn Snellaert, Jan Frans Willems, Philip Blommaert, Prudens van Duyse, Frans Rens, Willem Rogghé en anderen). Hij verbleef vaak in Gent, ter voorbereiding van een aantal van zijn romans, voor besprekingen in het kader van de Vlaamse Beweging, om er deel te nemen aan vergaderingen (b.v. van De Tael is gansch het Volk) en congressen (zo in september 1863 een internationaal "Congrès pour le progrès des sciences sociales", waar hij Victor Hugo en Alexandre Dumas ontmoette), om er voordrachten te houden of om de begrafenis van een van zijn Gentse vrienden bij te wonen (b.v. de inhuldiging van het praalgraf van Jan Frans Willems, op 26 juni 1848, waar hij in een toespraak de term "Campo Santo" gebruikte en daarmee de definitieve benaming van deze erebegraafplaats zou geïnspireerd hebben). Bij verschillende van zijn bezoeken verbleef hij in hotel De Ster, aan de Koornmarkt. Hij was lid van de Koninklijke Maatschappij van Schone Kunsten te Gent, lidmaatschap dat hij vermeldde op de titelbladzijde van zijn De Leeuw van Vlaanderen.
Zijn eerste "Gentse" roman, Jacob van Artevelde, wordt beschouwd als één van zijn gaafste werken. Deze historische roman droeg in belangrijke mate bij tot de 19de-eeuwse rehabilitatie van de Gentse "ruwaard" en tot het oprichten van diens standbeeld op de Vrijdagsmarkt.
Bavo en Lieveke was de geschiedenis van twee werkmanskinderen. Het verhaal bevat tal van verwijzingen naar inmiddels verdwenen gebouwen en plaatsen in Gent. Vanuit een eerder conservatief standpunt beschrijft Conscience de benarde situatie van de fabrieksarbeiders.
Op 17 september 1883, daags na zijn begrafenis, besliste de Gentse gemeenteraad de verbinding tussen de toenmalige Laurierstraat en de Rogierstraat, links van de hogeschoolgebouwen, voortaan Hendrik Consciencestraat te noemen. Dat was op de plaats waar zich eertijds de sloppenwijk Batavia bevond (tussen de huidige Sint-Hubertusstraat, de Rozier en de Jozef Plateaustraat). Die wijk was in het begin van de jaren '80 van de 19de eeuw gesloopt en vervangen door een modelwerkmanscité. De cité zou (met inbegrip van de Consciencestraat) rond 1936 op zijn beurt verdwijnen voor de uitbreiding van de universiteit (met o.m. de Boekentoren van de universiteitsbibliotheek).
Aan de Vlaamse Kaai werd in 1894 een "villa" gebouwd (thans nr. 95) die, hem ter ere, "Villa Hendrik Conscience" is genoemd. Ze is versierd met een borstbeeld en met het opschrift Eigen taal en zeden, werk en kunst.
In 1912, honderd jaar na zijn geboorte en bijna 30 jaar na zijn overlijden, werden in Gent (net als in Antwerp en in Brussel) grootse, massaal bijgewoonde herdenkingsfeesten georganiseerd.
Naar aanleiding van de honderdste verjaring van zijn overlijden herdacht het Cultureel Comité Sint-Amandsberg hem in 1983 met een tentoonstelling in de kapel van het Campo Santo. Bij die gelegenheid realiseerde de Filmploeg Miklos Rozsa Stichting (van de Gentse brandweer) een filmisch docu-drama over het leven van Hendrik Conscience én een historische documentaire Wat te Groeninghe gebeurde...
De Stedelijke Openbare Bibliotheek (aan het Zuid) bezit nagenoeg zijn volledig werk en talrijke werken over hem. Meer voor wetenschappelijke doeleinden zijn er de universiteitsbibliotheek én de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In beide instellingen is zijn volledige werk aanwezig (veelal verschillende edities), uiteraard in het Nederlands maar ook in vertaling (Frans, Engels, Duits...). Vanzelfsprekend vindt men daar ook tal van werken en andere documenten (o.m. ook brieven) over hem.
[bron: http--literairgent.be/lexicon/auteurs/conscience-hendrik]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 73x
sauvegardé 0x
Depuis 10 juil. '24
Numéro de l'annonce: m2135259041
Mots-clés populaires
van hemeldoncklitterature francaisehendrik consciencevan in dans Livres scolaireslocation de van dans Langue | Anglaisle robert van dale dans Dictionnairesvan den berghe pauvers dans Art & Culture | Photographie & Designmon 2émemain dans BDvan weijer dans Romansvlaanderen in uniform dans Guerre & Militairephysique van in dans Langue | Anglaisbende van wim dans Politique & Sociétérobert van de velde dans Romansbende van nijvel dans Politique & SociétéIsolation & Étanchéité dans Isolation & Étanchéitégravier dans SableRugby dans Rugbybrommobiel dans Autos Autreporte seat leon dans Carrosserie & Tôlerieassesse dans Maisons à vendrejeux de guerre ps2 dans Jeux | Sony PlayStation 2chaudiere gaz atmospherique dans Chauffage & Radiateurshomme tout faire dans Bricoleurs & Entreprises de petits travaux du bâtimentcadre africain dans Art | Art non-occidental