Caractéristiques
Description
Marianne Keser (1932). Geboren in 's-Hertogenbosch kreeg ze de liefde voor haar stad en de prachtige kathedraal van huis uit mee. Haar leven lang kende ze de momenten van troost, van steun, van dankbaarheid bij de Zoete Lieve Vrouw in de oude Mariakapel. Na het schrijven van meer dan twintig kinderboeken stapte ze via musicals over naar historisch werk en schreef in 1998: Het Meesterteken, het verhaal van de erwtenman. Met dit verhaal kwam ze met haar research terecht in de archieven van de stad en van de provincie Noord-Brabant. Toen ze die weg eenmaal gevonden had bleek er stof genoeg te bestaan om een roman re schrijven rond de vondst van het Mariabeeld, dat vanaf 1381 een plaats vond in de Sint-Jan.
Het uitgangspunt van deze roman is het dagelijks leven van 1381 tot 1382 waar het oude beeld van Maria, dat zeer lelijk was en 42 jaar in een loods had gelegen, het leven van veel mensen beïnvloedt. Met verwondering stelt de schrijfster vast dat er in de relatie van mens tot mens, zowel in als buiten de kerk, weinig veranderd is. Immers vreugde en verdriet, liefde en haat, geloof en ongeloof, genegenheid en jaloezie, is kennelijk niet gebonden aan een jaartal. Dat na zoveel eeuwen de devotie voor Maria nog altijd bestaat is misschien wel het grootste wonder dat we kennen. De schrijfster herkent het gebed dat aan het einde van het boek door broeder Woutke wordt gebeden. 'Lieve moeder Maria, ik ontsteek dit kaarsje voor u als een teken voor mijn liefde. Ik kan hier niet blijven. De beslommeringen van deze dag maken dat ik verder moet. Maar wanneer ik mijn ogen sluit kan ik uw beeltenis zien omringd door kaarsjes. En die gedachte neem ik mee op mijn weg door mijn verder leven. Houd voor mij een kaarsje brandend Lieve Vrouwe. Wees voor mij Licht van uw Licht. Amen.'