Caractéristiques

État
Comme neuf
Type
Série complète
Année (orig.)
2004
Auteur
zie beschrijving

Description

||boek: Encyclopedie van de jeugdliteratuur|redactie: Jan van Coillie|Joke Linders|Selma Niewold|Jos Staal|De Fontein & Wolters-Noordhoff

||door: Jan van Coillie, Joke Linders, Selma Niewold

||taal: nl
||jaar: 2004
||druk: ?
||pag.: 381p
||opm.: hardcover|ex-bibliotheek|zo goed als nieuw|gekaft

||isbn: 90-261-1988-7
||code: 1:001738

--- Over het boek (foto 1): Encyclopedie van de jeugdliteratuur ---

De Encyclopedie van de jeugdliteratuur is hét naslagwerk voor iedereen die vanuit zijn vakgebied of persoonlijke interesse zijn kennis van jeugdliteratuur wil vergroten. Het boek geeft een overzicht van alle belangrijke kinderboekenschrijvers. Schrijvers uit binnen- en buitenland. Schrijvers van nu, maar ook schrijvers van de klassieke jeugdboeken.

  • Wat zijn de favoriete thema's van Toon Tellegen?
  • Welke gescheiden moeder schreef haar wereldberoemde verhalen in het café?
  • Wanneer werd Roald Dahl geboren?
  • Wie is de auteur van Swiebertje, de zwerver die overal lak aan heeft?
  • Welk boek van Thea Beckman werd uitgeroepen tot het beste Europese historische jeugdboek?

Het antwoord op deze en vele andere vragen over Nederlandstalige en vertaalde auteurs, titels en illustratoren, staat in de Encyclopedie van de jeugdliteratuur.

[bron: flaptekst]

De opzet van dit naslagwerk was een breed en toegankelijk aanbod te verzorgen voor beroepsmatig geïnteresseerden, maar ook voor ouders en opvoeders. Het moest niet alleen informatie bevatten over auteurs en illustratoren, maar ook over belangrijke boeken, beroemde personages, genres en prijzen. Dit resulteerde in een overzicht van ruim 1000 auteurs en illustratoren en meer dan 100 titels en personages, alfabetisch geordend. Aan de auteurs- en illustratorenlemmata werd een gewicht toegekend, wat zich vertaalde in een meer of minder uitgebreide behandeling. De lemmata zijn opgebouwd volgens een stramien, waardoor de lezer verzekerd is van een set basisgegevens (land van herkomst, geboorte- en eventueel sterfjaar, opleiding, carrière etc.). Het is een toegankelijk en overzichtelijk, zij het wat karig geïllusreerd naslagwerk geworden. Elke keuze in deze is arbitrair, maar de redactie lijkt zich vooral historisch georiënteerd te hebben. Hopelijk komt er een herdruk/uitbreiding waarin het accent ook op de actualiteit komt te liggen. Toegankelijk naslagwerk dat een bron aan informatie biedt en veel meer biedt dan op internet kan worden gevonden.

W. van der Pennen-Schleicher [bron: nbd biblion]

Een hele rits Nederlandstalige en vertaalde auteurs, illustratoren, titels en literatuurprijzen in één boek verzameld. Dat is zowat een korte beschrijving van wat deze encyclopedie van de jeugdliteratuur inhoudt. Het boek is alfabetisch opgebouwd en zo vind je dus naast een naam van een auteur of illustrator ook een boektitel met korte inhoud of een boekenprijs. De biografische en bibliografische gegevens van de auteurs en illustrators zijn beknopt maar accuraat. Op diverse bladzijden werden illustraties uit boeken of hele covers opgenomen en ook bij sommige illustratoren of auteurs prijkt een zwart-wit fotootje.

Mensen die professioneel met jeugdliteratuur bezig zijn komen misschien niet volledig aan hun trekken met dit boek, dat 'slechts' 381 bladzijden telt en dus enkel de grootste namen bevat. Jonge en minder bekende schrijvers en illustratoren krijgen misschien een plekje in de volgende editie...

De samenstellers van deze encyclopedie zijn "deskundigen die zich al jaren intensief en professioneel bezighouden met jeugdliteratuur".

"Encyclopedie van de jeugdliteratuur" is een mooi, overzichtelijk en verzorgd uitgegeven boek dat een plaatsje verdiend op elke boekenplank.

Inge Umans [bron: http--www.pluizuit.be/archief2/041017/Encyclopedie van de jeugdliteratuur.htm]

Vakliteratuur [2004-00-00]

Jan van Coillie, Joke Linders, Selma Niewold en Jos Staal (red.): Encyclopedie van de Jeugdliteratuur
door Vanessa Joosen

Bloeiperiode

De Nederlandstalige jeugdliteratuur kent de laatste decennia een ware bloei-periode, zowel op het vlak van de primaire literatuur als op het gebied van wetenschappelijk onderzoek.

Welkom

Wie op zoek is naar algemene feitelijke informatie over Vlaamse en Nederlandse jeugdschrijvers, kon al langer terecht in het losbladige Lexicon van de Jeugdliteratuur. Weinig mensen of openbare bibliotheken hebben dat omvangrijke zoekinstrument in hun eigen bezit, en al die aparte kaften met losse blaadjes ogen ook niet bepaald aantrekkelijk. De Encyclopedie van de Jeugdliteratuur was dan ook meer dan welkom, zowel voor de leek die graag iets meer wil weten over zijn favoriete boeken en auteurs als voor de onderzoeker die op zoek is naar duidelijke bio- en bibliografische informatie.

Medewerkers

De medewerkers van De Encyclopedie van de Jeugdliteratuur hebben hun sporen in de wetenschappelijke studie van jeugdboeken al lang verdiend. Uit Vlaanderen werkten, naast Jan Van Coillie, onder andere Rita Ghesquiere, Majo de Sadeleer, Katrien Vloeberghs en Marita Vermeulen mee.

Evenwicht

De lemmata bevatten niet alleen veel relevante informatie, ze zijn ook beknopt geschreven en vlot leesbaar. Slechts af en toe sluipen er onnauwkeurigheden in: zo woont Peter Pan in het begin van zijn lemma in "Morgenland," maar is hij even later verhuisd naar "Wonderland." Bij de bespreking van de bekendste titels en personages uit de jeugdliteratuur, krijg je in de meeste lemmata een goed evenwicht tussen een inhoudelijke samenvatting en een overzicht van de receptie en belangrijkste interpretaties.

Afgestemd

De lemmata in de Encyclopedie zijn perfect afgestemd op de huidige Nederlandstalige kinderboekenmarkt. Er zijn zowel namen en titels van Nederlandstalige auteurs en illustratoren opgenomen als van de bekendste vertaalde auteurs. Het naslagwerk is ook heel up-to-date: veel boeken uit 2003 zijn nog opgenomen, zoals De Schepping en Verzamel de Liefde van Bart Moeyaert. Een paar recente auteurs en illustratoren die in 2003 meer bekendheid verwierven, ontbreken nog wel. Tim Polfliet bijvoorbeeld is nog niet opgenomen.

Hiaten

Er zijn ook nog een paar andere hiaten. Zo staan er bijvoorbeeld geen titels van sprookjes in de encyclopedie. Als je wil weten wie er allemaal een versie van "De Schone en het Beest" heeft geschreven, dan blijf je op je honger zitten. Ook overzichtsartikelen per land of streek (bvb "Duitse jeugdliteratuur" of "Amerikaanse jeugdboeken") hadden een meerwaarde kunnen bieden. De belangrijkste Nederlandse prijzen worden wel besproken, maar de Gouden Uil krijgt geen eigen lemma.

Diepgang

Het voordeel van de Encyclopedie van de Jeugdliteratuur is natuurlijk dat hij zo handig en compact is, maar af en toe had ik wat meer diepgang gewenst. Dit is vooral van toepassing op de overzichtsartikelen rond een bepaald genre: themata als "informatieve boeken," "dierenverhaal" of "adolescentenromans" verdienen meer uitwerking dan de halve kolom die ze nu krijgen.

Internationaal

Voor de komende jaren zijn er nog verschillende nieuwe edities van encyclopedieën over jeugdliteratuur gepland. In 2004 verschijnt een uitgebreide versie van de Routledge Companion to Children's Literature, verzorgd door Peter Hunt. Nog grootser wordt de vernieuwde Oxford Encyclopedia of Children's Literature (voorzien voor 2005), een kanjer van drie delen waarvan Jack Zipes de redactie voor zijn rekening neemt.

Klein plaatsje

Voor die internationale projecten is er een veel groter publiek en dus ook veel meer geld dan voor De Encyclopedie van de Jeugdliteratuur - ik verwacht dat de algemene lemmata dan ook veel meer uitgewerkt zullen zijn. Anderzijds is er in die internationale werken voor België maar een heel klein plaatsje voorzien - in de Oxford Encyclopedia van Zipes zijn de enige opgenomen Vlaamse auteurs Bart Moeyaert en Anne Provoost.

Aantrekkelijk

De Encyclopedie van de Jeugdliteratuur lijkt me in de eerste plaats een handig en aantrekkelijk naslagwerk om thuis te gebruiken. Je vindt er veel namen, titels en data, en het boek is heel mooi vormgegeven. Hoewel echte diepgang ontbreekt (misschien is dat wel eigen aan elke encyclopedie), is het een uitstekend instrument voor een eerste kennismaking met een onderwerp of om feitelijke gegevens zoals titels en data na te kijken. De vele zwart-wit foto's maakten mij in elk geval warm om een aantal oude en nieuwe boeken te (her)bekijken.

Jan van Coillie, Joke Linders, Selma Niewold en Jos Staal (red.) : Encyclopedie van de Jeugdliteratuur, De Fontein Baarn & Wolters-Noordhoff Groningen, 2004, 381p. ISBN 9026119887

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp

[bron: https--mappalibri.be/?navigatieid=62&recensieid=2691&via_navigatieid=25]

--- Over (foto 2): Jan van Coillie ---

Jan Van Coillie (1957) is een Belgische schrijver van kinderboeken. Als kind dook Jan Van Coillie in de verhalen van De Rode Ridder en de sprookjes van de gebroeders Grimm. Later wordt hij de eerste doctor in de kinder- en jeugdliteratuur van ons taalgebied. Elk decennium brengt hij een nieuwe bloemlezing uit met de mooiste Vlaamse en Nederlandse gedichten.

[bron: https--www.standaarduitgeverij.be/auteur/jan-van-coillie]

Jan van Coillie (Tielt, 5 januari 1957) is een Belgische schrijver van kinderboeken.

Van Coillie werd in 1957 geboren in Tielt. Al vroeg werd hij gebeten door lezen en hij trok vooral naar stripreeksen zoals De Rode Ridder en de sprookjes van de gebroeders Grimm.

Van Coillie studeerde Germaanse filologie aan de KU Leuven waar hij in 1988 promoveerde met een proefschrift over de Vlaamse jeugdliteratuur in de negentiende eeuw. Samen met professor Rita Ghesquiere verkende hij het terrein van de jeugdliteratuur dat tot dan toe amper onderzocht was geweest. Hij werd de eerste doctor in de kinder- en jeugdliteratuur in het Nederlands taalgebied.

Van Coillie was een tijdje voorzitter van het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur (NCJ). Hij doceert Nederlands in het hoger onderwijs. Daarnaast is hij gastdocent en een veelgevraagd spreker over kinder- en jeugdliteratuur, vertaler, recensent en criticus en zetelt hij in diverse jury's. Van Coillie stelt ook om de zoveel jaar een bloemlezing samen met een gevarieerd aanbod aan kindergedichten.

Wegens zijn kwalitatieve werk wordt Van Coillie gesubsidieerd door het Vlaams Fonds voor de Letteren met het geven van lezingen.

Onderscheidingen

2001 Kiddo Leespluim: Pluim van de maand februari voor Ozewiezewoze

[bron: wikipedia]

Jan Van Coillie [2007-10-00]

Jan Van Coillie is op 5 januari 1957 geboren in Tielt (België). Met vijf broers groeide hij op in Oostrozebeke en in Ieper, waar vader Georges Van Coillie schoolhoofd was. De liefde voor boeken en voor poëzie in het bijzonder kreeg hij van zijn vader mee. Georges Van Coillie zong vaak bakerrijmpjes en liedjes met zijn kinderen en las hun sprookjes voor.

Op de middelbare school koos Jan Van Coillie voor de richting Latijnwiskunde; vooral talen en geschiedenis boeiden hem. Hij ontpopte zich als een gedreven werker. Naast redacteur van de schoolkrant was hij leider en bestuurslid van een landelijke jeugdbeweging en voorzitter van feduc, de jongerenfederatie van unesco. Tijdens zijn studie Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven groeide zijn belangstelling voor jeugdliteratuur, poëzie en schrijfvaardigheid.

Hij startte zijn loopbaan als recensent in 1980 bij Jeugdboekengids. In ijltempo volgden bijdragen en artikelen over kinder- en jeugdliteratuur en poëzie in verschillende bladen. Van Coillie was en is redactielid van de tijdschriften Reflex, Jeugdboekengids, Leesidee, Leesgoed, Poëziekrant en Leeswelp, van het Lexicon van de jeugdliteratuur en van het standaardwerk Encyclopedie van de Jeugdliteratuur. In 1983 publiceerde hij zijn eerste bloemlezing kinderpoëzie, Ma, er zit een dichter in mijn boom. In 1986 promoveerde hij op een studie over de Vlaamse literatuur in de negentiende eeuw en werd hij de eerste doctor in de kinder- en jeugdliteratuur in Vlaanderen. Ondertussen trad hij op als gastdocent en voordrachtgever bij diverse verenigingen en scholen. Zijn ervaringen en inzichten verwerkte hij in 1999 in Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken.

Van Coillie was van 1999 tot 2006 voorzitter van het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur. Sinds 2006 is hij hoofddocent Nederlands aan het departement Toegepaste Taalkunde in Brussel, geassocieerd met de Katholieke Universiteit Leuven.

Werk

Jan Van Coillie is recensent, criticus, auteur, bloemlezer en docent jeugdliteratuur en taalbeheersing. Naast literair werk publiceerde hij handzame taalwegwijzers.

Zijn doctoraal proefschrift en de wetenschappelijke studie 's Levens kweekschool. Overzicht van de kinder- en jeugdliteratuur in Vlaanderen in de negentiende eeuw (1984) legden de basis voor verder onderzoek. In de prestigieuze uitgave Uit de schaduw. Een geschiedenis van de Vlaamse jeugdliteratuur van 1830 tot heden (1997) trok hij samen met Rita Ghesquiere de historische lijn door naar het einde van de twintigste eeuw.

Als recensent gaat zijn belangstelling vooral uit naar poëzie. Vanuit het warme, koesterende gevoel dat de versjes uit zijn kleutertijd opriepen, verzamelde hij in Deze haan heeft laarzen aan (1986) Vlaamse wiegeliedjes, schootspelletjes, vingerrijmpjes en educatieve versjes. Oude kinderliedjes bundelde hij in het door Klaas Verplancke origineel vormgegeven Ozewiezewoze (2000), in 2001 bekroond met een Bologna Ragazzi Award.

Voor de allerkleinsten ging Van Coillie ook zelf aan de slag. Hij schreef versjes en liedjes voor de tijdschriften Doremi, Dopido, Zonnekind en Zonneland en publiceerde een aantal boekjes bij de uitgeverijen Casterman en Averbode. In 1994 verscheen een eigen abc-raadselboekje, Ra ra ra, wie aapt mij na? Voor de educatieve reeks rond Nellie en Cezar verzorgt hij bij illustraties van Ingrid Godon regelmatig nieuwe deeltjes met speelse raadsel- en invulversjes.

Aan het eind van de jaren zeventig ontdekte hij bij een onderzoek in Vlaamse basisscholen dat de kinderen weinig andere dichters kenden dan Annie M.G. Schmidt. Dit bracht hem op het idee om de poëzieproductie tussen 1950 en 1980 in Nederland en Vlaanderen onder de loep te nemen. Het onderzoek resulteerde in de wetenschappelijke studie Van lapjeskat tot liegbeest (1982). In de inleiding bij deze uitgave laakt hij de vaak marginale positie van de kinderdichter en poneert hij zijn visie op poëzie. Goede gedichten voor kinderen voldoen volgens hem niet alleen aan literaire criteria, ze zijn ook kindgericht: 'Goede kinderpoëzie schrijven vraagt meer van de dichter dan een poëtisch aanvoelen of een dichterlijke taal (wat daaronder ook vallen mag). De gerichtheid op het kinderpubliek stelt eigen eisen, waaronder het aanvoelen van de kinderlijke belevingswereld wel het zwaarst weegt.' Vanuit deze tweezijdige visie volgt hij sinds 1980 nauwgezet eigentijdse dichters en stimuleerde hij beloftevolle debutanten.

In het tekort aan recente kinderpoëzie op school voorzag hij in 1983 met een eigen bloemlezing kindergedichten, Ma, er zit een dichter in mijn boom. Voor deze bundel selecteerde hij Nederlandse en Vlaamse kinderpoëzie uit de periode 1960 tot 1980. Inspiratie voor zijn keuze vond hij bij Willem Wilmink, die in de jaren tachtig pleitte voor toegankelijke en voor kinderen 'onthoudbare', dus berijmde gedichten. Criteria voor zijn selectie waren originaliteit, muzikaliteit en een zuiver, soepel en expressief taalgebruik.

Voor zijn bloemlezing Kom maar dichter (1990) kon Van Coillie ook in Vlaanderen terecht bij meerdere dichters die in de periode 1980-1990 gericht voor kinderen schreven. De dichter is een tovenaar (2000), een selectie uit kinderpoëzie van de jaren negentig, toont zijn aandacht voor de literaire vorm. Toch bleef hij zoeken naar toegankelijke gedichten die tegelijk een sterke poëtische taalkracht hebben. Als toegift verzamelde hij grappige en verrassende kindergedichtjes in Er staat een taart in lichterlaaie! (2004).

In zijn bloemlezingen voor tieners gaat Jan Van Coillie een stap verder dan de directe toegankelijkheid en daagt hij zijn lezers uit om grenzen te verleggen. Voor Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn (1996) selecteerde hij niet alleen gedichten uit recente tienerbundels, maar ging hij ook op zoek naar tijdloze, toegankelijke poëzie van gevestigde dichters voor volwassenen. In de vervolgbundel Met duizend blote ogen. 236 gedichten verschenen na 1990 (2005) wijst hij jongeren op de samenhang tussen vorm en inhoud. Hij ordende de gedichten in paren; de lezers spoort hij aan om verbanden te zoeken en de magie van de taal te ontdekken: 'Die wonderlijke combinatie van herkenning en vervreemding, daar gaat het om. Of die combinatie werkt, is veel meer te danken aan hoe het er staat dan aan wat er staat.'

De aandacht voor de kracht van de taal en het effect van de vervreemding wonnen aan belang bij de bloemlezing voor adolescenten, Waar ik naar verlang vandaag (2006), die hij samenstelde met zijn vrouw Lieve Lams. In deze verzameling gedichten uit de periode na 1990, waarin hij de brug legt naar de poëzie voor volwassenen, zag hij af van een thematische ordening en trefwoordenlijst. Adolescenten én volwassenen, die hij in 1999 al verraste met de bundel tijdloze liefdesgedichten Een zucht en een zoen, krijgen alle vrijheid om de betekenis van de gedichten zelf in te vullen.

Zijn talrijke recensies over poëzie en de succesrijke bloemlezingen weerspiegelen de heersende trends in de jeugdpoëzie vanaf 1950. Veel reden tot optimisme over de Vlaamse poëzie zag Van Coillie aan het eind van de twintigste eeuw niet. Zijn bloemlezingen mochten dan de horizon hebben verruimd - in Vlaanderen vond hij weinig opmerkelijke bundels en maar enkele beloftevolle debuten. 'Het lijkt erop dat de Vlaamse kinderpoëzie de jaren negentig vooral "overleefd" heeft,' stelt hij met spijt vast, 'springlevend' kun je haar niet noemen.'

Van Coillie wil kinderen actief bij de poëzie betrekken. In de inleiding van iedere bloemlezing spreekt hij rechtstreeks tot de jongeren. In talrijke didactische publicaties, waaronder Poëzie voor kinderen in de basisschool (1985, geheel herziene versie 2006), Poëzie graag (1990) en Poëzie ontdekken (2005) liet hij leerkrachten zien hoe je creatief met kinderen en poëzie aan de slag kan gaan.

Fantasie is voor Van Coillie een essentieel onderdeel van de kinderliteratuur. Vandaar zijn grote interesse voor waardevolle sprookjesverzamelingen en eigentijdse verhalen die de kinderlijke fantasie prikkelen. In artikelen met sprekende titels als 'Kniebel knabbel knoopje, wie knabbelt er aan mijn sprookje' (Volkskunde, nr. 3, 1995) vraagt hij respect voor de traditionele inhoud van het sprookje. Betuttelend snoeiwerk en geromantiseerde triviale versies vinden in zijn ogen geen genade. Meer krediet krijgen de geactualiseerde, verrassende of humoristische varianten die het origineel op zijn kop zetten of creatief interpreteren.

Van Coillie pleitte vaak voor het behoud van het orale karakter van het klassieke sprookje. De bewerker die literair taalgebruik met eenvoud, expressiviteit en een dynamische vertelstijl kan combineren, krijgt alle lof.

Naast poëzie en sprookjes recenseerde Jan Van Coillie in hoofdzaak kinderliteratuur, hoewel hij zich ook op het gebied van tiener- en adolescentenliteratuur niet onbetuigd liet. In 1999 bevestigde hij in 'Waarom kinderboeken de 21ste eeuw halen' (Kultuurleven, nr. 4, 1999) zijn geloof in het overleven van het kinderboek, ondanks de macht van de televisie en de computer. Boeken zijn volgens hem uniek omdat ze een eigen tempo toelaten, de fantasie prikkelen, inspelen op de behoefte aan emotionele veiligheid, nieuwsgierigheid en ontspanning. In publicaties en lezingen breekt hij een lans voor het 'voorlezen' als magische sleutel om kinderen en tieners voor literatuur te winnen. Én als bindmiddel tussen verschillende culturen. Kernwoorden bij het beoordelen van literatuur zijn invoelbaarheid, originaliteit, authenticiteit en een heldere, rijke stijl en taal.

Hoewel zijn aandacht naar zowel binnen- als buitenlandse auteurs uitgaat, is hij vooral alert op de literaire jeugdboekenwereld in Vlaanderen. Zijn jarenlange inzet als bestuurslid en voorzitter van het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur getuigt daarvan. Hij volgde de auteurs op de voet, stimuleerde hen en liet zich ook geregeld kritisch uit. In april 1993 ageerde hij met het artikel 'Het gaat té goed met het Vlaamse jeugdboek' tegen de middelmatigheid van de Vlaamse literatuur. 'Wat ik mis, is gedrevenheid, dat is voor mij de oorsprong van oorspronkelijkheid,' verzuchtte hij. In 2002 signaleerde hij in het tijdschrift Vlaanderen niettemin een kleine top van auteurs met internationale kwaliteiten, onder wie Bart Moeyaert en Anne Provoost. In hun boeken 'vallen inhoud en vorm zozeer samen dat je als lezer het gevoel hebt dat het verhaal of het gedicht met geen andere woorden geschreven had kunnen worden'.

Van Coillies veelzijdige belangstelling gaat ook uit naar het vertalen van kinderliteratuur, een vak dat hij in 1999 aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst introduceerde. Op 31 maart 2004 organiseerde hij in Brussel een internationaal colloquium met een aantal gerenommeerde auteurs, vertalers en wetenschappers. Hij wijst op de eigen wetmatigheid van het vertalen voor kinderen en waarschuwt voor de infantilisering van inhoud en taal. 'Net als de grootste auteurs vertalen de sterkste vertalers niet bewust voor kinderen, maar vanuit het kind in zichzelf, een kind dat vanzelfsprekend een andere taal spreekt en behoort tot een andere cultuur.' (Literatuur zonder leeftijd, nr. 67, zomer 2005).

Dit credo sluit aan bij de visie van Jan Van Coillie op goede kinder- en jeugdliteratuur. Kwaliteit, gedrevenheid, oorspronkelijkheid en kindgerichtheid waardeert hij zowel bij populaire auteurs als bij uitmuntende stilisten. Zijn bevindingen en opvattingen over de verschillende aspecten en genres van de kinder- en jeugdliteratuur vatte hij in 1999 samen in Leesbeesten en boekenfeesten. In 2007 verscheen een compleet herziene en aangevulde uitgave van dit standaardwerk.

Leesbeesten en boekenfeesten

Dit lijvige standaardwerk is het resultaat van jarenlang onderzoek. In het eerste, theoretische deel, 'hoe werken kinderboeken', komen de functies, de verschillende deelnemers en genres van de jeugdliteratuur aan bod. Opvallend is de aandacht voor de jonge lezer in de verschillende leeren leeftijdsfases. Ook strips krijgen uitgebreid aandacht. In een historisch overzicht van de middeleeuwen tot de tweede helft van de twintigste eeuw plaatst Van Coillie de trends in de Nederlandse jeugdliteratuur in hun pedagogische en socio-culturele context. Het betoog wordt verlevendigd met talrijke tekstfragmenten, illustraties en uitspraken van kinderen en auteurs.

Met de praktische tips en werkvormen van het tweede deel, 'hoe werken met kinderboeken', kunnen de gebruikers creatief aan de slag. Van Coillie legt vooral de nadruk op leespromotie en het uitwisselen van leeservaringen. Niet de werkvorm maar het lezen moet centraal staan.

De keuze die Van Coillie uit het aanbod maakte, is niet elitair. Naast literaire titels staan vlotte, ontspannende boeken. Kernwoorden voor zijn keuze, waarin ook de jonge lezer een stem kreeg, zijn gedrevenheid, oorspronkelijkheid, en authenticiteit.

Leesbeesten en boekenfeesten eindigt met een gedetailleerde wegwijzer in de wereld van de kinder- en jeugdliteratuur en een lijst van in de tekst genoemde kinderboeken, per genre.

Waardering

De bloemlezingen van Jan Van Coillie krijgen van recensenten en leraren in Vlaanderen alle lof. 'Een welkome bron voor leerkrachten', 'misschien zal het graafwerk van Jan van Coillie ook creatief inspirerend werken,' schrijft Nieuwe Gids bij het verschijnen van Ma, er zit een dichter in mijn boom (1983). Ook in Nederland bleef de verzamelbundel niet onopgemerkt. Remco Ekkers vindt dat de scholen in het Nederlandse taalgebied geen excuus meer hebben om geen aandacht aan poëzie te besteden. Volgens Leesgoed had de keuze van de gedichten, die nadrukkelijk op kinderen gericht zijn, iets grensverleggender kunnen zijn. Mariette van Halewijn spreekt haar bewondering uit voor Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn (1996), omdat de gedichten gekozen zijn met aandacht voor de gevoelswereld van de jongeren. Annemie Leysen noemt De dichter is een tovenaar (2000) een schatkamer voor wie dichters dichter bij de kinderen wil brengen, maar wijst er ook op dat Van Coillie vaak uit hetzelfde dichtersvaatje tapt. Vanessa Joosen komt tot de conclusie dat de indeling volgens thematische criteria handzaam en vrij traditioneel blijft.

De kleuterreeksen Knuffel en Nellie en Cezar beantwoorden volgens verschillende recensenten volledig aan de wensen van het doelpubliek.

Voor Van Leesbeesten en boekenfeesten is er veel positieve aandacht. 'Een werk waar we al lang op zaten te wachten,' vindt Karel Seghers in Het Belang van Limburg. 'Een uitermate gebruiksvriendelijke gids,' oordeelt Annemie Leysen.

Bij het verschijnen van Met duizend blote ogen (2005) spreekt Remco Ekkers in Poëziekrant zijn waardering uit voor het feit dat Van Coillie verder kijkt dan de bekende jeugddichters en dat hij daarmee de schotten tussen de poëzie voor de jeugd en voor volwassenen sloopt. Hij besluit: 'Het zou, gezien zijn activiteiten, mogelijk zijn hem de Komrij van de jeugdpoëzie te noemen, maar hij is eenvoudig de Jan van Coillie van de poëzie'.

Bibliografie

Kinder- en jeugdboeken

  • Ra ra ra, wie aapt mij na? Met illustraties van Pepe. Mechelen, Bakermat, 1994.
  • Knuffel-serie, 8 deeltjes: Knuffel op de boerderij, Knuffel op het potje, Knuffel naar de dokter, Knuffel naar de crèche (2000); Knuffel in het bos, Knuffel in het circus, Knuffel is jarig, Knuffel speelt verstoppertje (2001). Met illustraties van Marijke ten Kate. Doornik, Casterman.
  • Twinkel pinkel kleine ster. Met illustraties van J. Lewis. Averbode, Altiora, 2002.
  • Schommel maar, beertje lief. Met illustraties van J. Lewis. Averbode, Altiora, 2002.
  • En zo dans ik... Met illustraties van J. Lewis. Averbode, Altiora, 2002.
  • Het kind in de kribbe. Met illustraties van J. Lewis. Averbode, Altiora, 2002.
  • Nellie en Cezar-serie: De kleuren leren met Nellie en Cezar (2003); Leren tellen met Nellie en Cezar (2004); In bad (2005); Jarig! (2005); Ziek (2005); Aan tafel (2005); Aan zee (2006); In de tuin (2006). Met illustraties van Ingrid Godon. Averbode, Altiora.
  • Met Luk Depondt en Riet Wille, Dopido Liedjesboek. 11 liedjes voor peuters. Muziek Jos Bielen. Averbode, Averbode educatief, 2004. (Met cd)
  • Met Luk Depondt en Riet Wille, Doremi Liedjesboek. 19 liedjes voor kleuters. muziek Jos Bielen. Averbode, Averbode educatief, 2004. (Met cd)
  • Met Luk Depondt, Hopsasa, in het rond! 11 liedjes voor peuters en jonge kleuters. Muziek Jos Bielen. Averbode, Averbode educatief, 2006. (Met cd)
  • Met Luk Depondt, Ik swing en ik zing. 11 liedjes voor oudere kleuters. Muziek Jos Bielen. Averbode, Averbode educatief, 2006. (Met cd)

Bloemlezingen

  • Ma, er zit een dichter in mijn boom. Met illustraties van Paul De Becker. Leuven, Davidsfonds, 1983. (Kinderpoëzie)
  • De Meermin. Gent, Poëziecentrum, 1983. (Kinderpoëzie)
  • Deze haan heeft laarzen aan. Met illustraties van Paul De Becker. Leuven, Davidsfonds, 1986. (Bakerrijmen)
  • Kom maar dichter. Met illustraties van Joep Bertrams. Averbode, Altiora, 1990. (Kinderpoëzie)
  • Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn. Averbode, Altiora, 1996. (Poëzie 12+)
  • Een zucht en een zoen. Een bloemlezing liefdesgedichten samengesteld door Jan van Coillie. Averbode, Altiora, 1999.
  • De dichter is een tovenaar. Met illustraties van Klaas Verplancke. Averbode, Averbode, 2000. (Kinderpoëzie)
  • Ozewiezewoze. Met illustraties van Klaas Verplancke. Wielsbeke, De Eenhoorn, 2000. (Klassieke kinderliedjes)
  • Er staat een taart in lichterlaaie. Met illustraties van Harmen van Straaten. Leuven, Davidsfonds/Infodok, 2004. (Humoristische kinderpoëzie)
  • Met duizend blote ogen. 236 gedichten gekozen door Jan Van Coillie. Met illustraties van Reinhart Croon. Averbode, Altiora, 2005. (Poëzie +12)
  • Met Lieve Lams, Waar ik naar verlang vandaag. 99 jonge gedichten. Met illustraties van Gerda Dendooven. Leuven, Davidsfonds/Literair, 2006. (Poëzie 15+)

Keuze uit didactische en wetenschappelijke publicaties

  • Van lapjeskat tot liegbeest. Dertig jaar kinderverzen in Nederland en Vlaanderen (1950-1980). Lier, Van In; Den Haag, NBLC, 1982.
  • 's Levens kweekschool. Overzicht van de kinder- en jeugdliteratuur in Vlaanderen in de negentiende eeuw. Lier, Van In; Den Haag, NBLC, 1984.
  • Poëzie graag. Werken met gedichten in de kleuterklas en op de basisschool. Averbode, Altiora, 1990.
  • Met R. Ghesquière, Uit de schaduw. Een geschiedenis van de Vlaamse jeugdliteratuur van 1830 tot heden. Provincie West-Vlaanderen, 1997.
  • Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken. Leuven, Davidsfond/Infodok; Den Haag, Biblion, 1999. (5e, herziene druk: 2002; 7e, compleet herziene druk: 2007)
  • Met Joke Linders, Selma Niewold en Jos Staal, Encyclopedie van de jeugdliteratuur. Baarn, De Fontein; Groningen, Wolters-Noordhoff, 2004.
  • Poëzie ontdekken. Gedichten in de klas. Averbode, Altiora, 2005.
  • Poëzie voor peuters en kleuters; Poëzie voor kinderen. In: Praktijkgids voor de basisschool. Mechelen, Wolters Plantyn, oktober 2006, p. 87-145.
  • Met Walter P. Verschueren (ed.), Children's Literature in Translation. Challenges and Strategies. Manchester, St. Jerome, 2006.

Over Jan Van Coillie

  • R.D.P., 'Dichter' bij de kinderen. In: De Nieuwe Gids, 4-11-1982
  • I.V.V., Gedichtje in de kerstboom. In: Nieuwe Gazet, 16-12-1982.
  • Gerda de Vrieze, Ma er hangt poëzie in de boekenboom! In: Topmagazine, 14-1-1983.
  • X, 'Pa er zit een dichter in mijn boom'. In: Het Belang van Limburg, 30-11-1984.
  • X, Een dichter in een boom. In: De Standaard, 10-12-1985.
  • Remco Ekkers, Jan Van Coillie. Kom maar dichter. In: Poëziekrant, januari/februari 1991.
  • Dirk de Geest: Gekleurde billen in een geklede broek? In: Leesidee jeugdliteratuur, jaargang 2 (1996), nr. 8, blz. 296.
  • Dirk Musschoot, gedichten moeten aanspreken. In: Het Nieuwsblad, 11-9-1996.
  • JBK, Jan Van Coillie leert kinderen dichten. In: De Standaard, 12-9-1996.
  • Mariette Van Halewijn, Ik stop je in een gedicht. Pittige gedichten voor opgroeiende tieners. In: De Standaard, 12-9-1996.
  • Jaak Dreesen, Jan van Coillie wil ze een sleutel geven! 'Ik weet zeker dat veel jonge mensen van gedichten houden...' In: De Bond, 27-9-1996. (Interview)
  • Hanneke Leliveld, De verleden tijd van lief. In: de Volkskrant, 23-4-1999.
  • Dirk Musschoot, Alles over Leesbeesten en boekenfeesten! Jan van Coillie: de mening van de jonge lezer telt. In: Omtrent, januari 1999. (Interview)
  • Karel Segers, 'Ik ruik wat goed is'. Jeugdboekenwijze Jan van Coillie schrijft standaardwerk. In: Het Belang van Limburg, 13-3-1999. (Interview)
  • Jan Staes, Hoe werken met kinder- en jeugdboeken. In: Leesidee jeugdliteratuur, jaargang 5 (1999), nr. 2, blz. 89-90.

Selma Niewold, Handboek jeugdliteratuur. In: de Volkskrant, 11-6-1999.
  • Annemie Leysen, Werken met leesbeesten. In: De Morgen, 3-11-1999.
  • Marjoleine de Vos, Niet stout zijn, Kareltje. Twee bloemlezingen over kinderpoëzie. In: NRC Handelsblad, 5-1-2001.
  • Annemie Leysen, Kinderpoëzie van stichtelijk tot stout. In: De Morgen, 14-2-2001.
  • Katrien Vloeberghs, Tovenaar of goochelaar?: staat een bloemlezing voor de persoonlijke keuze van de samensteller? In: * Leesidee jeugdliteratuur, jaargang 7 (2001), nr. 5, blz. 205-206.
  • Anita Wuestenberg, Leeskriebels. Er staat een taart in lichterlaaie. In: De Bond, 17-9-2004.
  • Vanessa Joosen, Lettergetetter. Met duizend blote ogen. Jan van Coillie. In: Blikopener, jaargang 7 (2006), nr. 6.
  • Ria de Schepper, Boekenrekje. Wensen en verlangens. In: De Bond, 13-1-2006.

websites

  • https--www.villakakelbont.be
  • https--www.leesplein.nl
  • https--www.pluizuit.be

Jet Marchau [bron: https--www.dbnl.org/tekst/coil001lexi01_01/lvdj00999.php]

prof. dr. Jan Van Coillie

Van zedenspiegels tot apps - Een geschiedenis van de Nederlandstalige jeugdliteratuur van de middeleeuwen tot nu

'Jantje zag eens pruimen hangen', het is een van de beroemdste dichtregels uit de Nederlandse literatuur. Hij komt uit een bundel uit 1778, die beschouwd wordt als het eerste kinderboek in het Nederlands. Lazen kinderen voordien dan geen boeken? Jazeker, alleen verraden die een radicaal andere kijk op kinderen. In zijn lezing gaat professor Van Coillie op zoek naar dat veranderende 'kindbeeld' en dus ook naar de oorsprong van de manier waarop wij met kinderen omgaan.

Hij begint zijn zoektocht in de vijftiende eeuw met een boek waarin kinderen geleerd wordt hun tong in bedwang te houden. In vogelvlucht neemt hij je vervolgens mee door de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Hij maakt duidelijk wat kinderboeken toen met wormkruid en wakkere hanen te maken hadden en wat kinderen in die tijd te lezen kregen over seks en geweld.

De meeste aandacht gaat naar de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw. Rode draad vormt de spanning tussen een regressief kindbeeld, dat het kind zo lang mogelijk kind wil laten blijven en een progressieve visie, die het kind zo snel mogelijk volwassen wil zien. Onderweg wordt duidelijk waarom Nicolas Beets de Brave hendrik een paar blauwe ogen wou slaan en waarom we kinderen met grote, blauwe ogen zo schattig vinden. De spreker gaat ook op zoek naar verklaringen voor het immense succes van reeksen als Harry Potter, De hongerspelen en Dagboek van een Loser. Hij eindigt met een reflectie over de toekomst van het (kinder)boek in de digitale maatschappij.

Jan Van Coillie promoveerde in 1988 als eerste in Vlaanderen op een studie over jeugdliteratuur. Hij is hoogleraar Nederlandse taalbeheersing aan de faculteit Letteren van de KU Leuven, campus Brussel, waar hij ook jeugdliteratuur en jeugdliteratuur in vertaling doceert. Van 1999 tot 2006 was hij voorzitter van het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur. Hij was eindredacteur van de Encyclopedie van de jeugdliteratuur (2004) en is sinds 2006 redacteur van het Lexicon van de jeugdliteratuur. Hij publiceerde talrijke artikels en boeken over kinderpoëzie, de geschiedenis van de jeugdliteratuur, sprookjes, jeugdliteratuur in vertaling en jeugdliteratuur en digitale media. Ruime bekendheid verwierven zijn bloemlezingen met gedichten voor kinderen en tieners en zijn boek Leesbeesten en boekenfeesten. Hoe werken (met) kinder- en jeugdboeken (2007). Daarnaast is hij actief als recensent, vertaler en dichter voor kinderen.

  • Link naar publicatielijst: https--lirias.kuleuven.be/cv?u=U0003722
  • Link naar curriculum vitae: http--www.kuleuven.be/wieiswie/nl/person/00003722

[bron: http--nl-interdyscyplinarnie.uni.wroc.pl/prof-dr-jan-van-coillie]

--- Over (foto 3): Joke Linders ---

Joke Linders (1943), biograaf, criticus, docent en consulent jeugdliteratuur, promoveerde in 1999 op het schrijverschap van Annie M.G. Schmidt. De meest gezongen kinderliedjes bracht zij bijeen in Liedjes met een hoepeltje erom. Haar kennis van en liefde voor jeugdliteratuur legde zij vast in onder meer Het ABC van de jeugdliteratuur, Trage post voor Anna Johanna en Daar staat het. Beeld voor beeld door Nederland.

[bron: https--www.meulenhoff.nl/auteur/joke-linders]

Joke Linders (1943), biograaf, vertaler, criticus, docent en consulent jeugdlite ratuur, promoveerde in 1999 op het schrijverschap van Annie M.G. Schmidt. De mee st gezongen kinder­ liedjes bracht zij bijeen in Liedjes met een hoepeltje e rom. Haar kennis van en liefde voor de jeugdliteratuur legde zij onder meer vast in Het ABC van de jeugdliteratuur, Trage post voor Anna Johanna en Daar staat het. Beeld voor beeld door Nederland.

[bron: https--www.lannoo.be/nl/joke-linders]

Joke Linders is biograaf, recensent, docent, vertaler en consulent kinder- en jeugdliteratuur.

Sinds maart 2014 beheert zij samen met Barend Linders uitgeverij Schaep 14 te Bloemendaal. Zie ook https--www.schaep14.nl

Jongste publicaties van Joke Linders: Geversstraat 25- Opgroeien in Oegstgeest (2018)Een zoektocht naar de jaren van mijn jeugd. Geboren in het midden van de oorlog, in een rooms-katholiek middenstandsmilieu groeide ik op in de jaren vijftig. Een tijd van wederopbouw die de grote veranderingen van de jaren zestig en zeventig mogelijk maakte. Een persoonlijk tijdsdocument dat veel herkenning oproept. Voor meer informatie zie Boeken

Het Abc van Annie MG met bijdragen van oa Wim Brands, Gerda Dendooven, Henk van Gelder, Wilfred Takken, Janneke van der Veer en Ivo de Wijs (2016)

Tussen ganzenveer en telefoon - drie voormoeders uit Amsterdam (2015)

Golfslag - Van Wim Hofman naar Ed Leeflang en terug (2016)

Trage post voor Anna Johanna, twaalf brieven aan mijn kleindochter over boeken die een grote en soms beslissende rol in mijn leven speelden. Op 1 oktober jl arriveerde de vijfde druk! Het boekje kost 14,50 en is te bestellen via info@jokelinders.nl. Meer info in de rubriek Schaep 14

Een jaar lang verzamelde ik herinneringen aan uren gretig lezen, aan boeken en auteurs die altijd bij me blijven. Annie M.G. Schmidt, Alleen op de wereld, Paul Biegel, Winnie de Poeh, Hella S. Haasse en Kikker. Berichten van toen naar nu. Bestellen via info@jokelinders.nl Meer info in de rubriek Schaep 14

https--www.hetoudekinderboek.nl/blogoudekinderboek/author/jeannette "Heel wat mensen hebben sterke herinneringen aan de boeken die ze als kind lazen. Maar heel weinig mensen kunnen ze zo mooi verwoorden als Joke Linders het in deze brieven heeft gedaan."

Mijn eerste biografie was die over An Rutgers van der Loeff. In 1999 promoveerde ik op Annie M.G. Schmidt, de geschiedenis van haar schrijverschap. Daarna volgden Ik bof dat ik een kikker ben. Leven en werk van Max Velthuijs, een boek over Dick Bruna, deelstudies over Fiep Westendorp, Witte zuster in donker Afrika en Ik hou zo van de Gouden Boekjes. In november 2011 verscheen de biografie van Han G. Hoekstra die ik samen met Janneke van der Veer schreef. zie ook: http--www.amboanthos.nl/NF_Result_auteur.asp?A_Id=399. In maart 2013 publiceerde uitgeverij Rubinstein Hoera, we gaan naar Artis, een verzameling verhalen, gedichten en illustraties voor kinderen ter gelegenheid van 175 jaar Artis.

Sinds mijn afstuderen in de algemene literatuurwetenschap aan de Rijksuniversiteit van Leiden (1974) houd ik me bezig met kinder- en jeugdliteratuur in de breedste zin van het woord. Veel plezier beleefde ik aan het recenseren van literatuur voor grote en kleine mensen en het tot bloei brengen van Literatuur zonder leeftijd, het enige essayistische tijdschrift over jeugdliteratuur. Het samen met anderen in het leven roepen van de Woutertje Pieterse Prijs in 1988, was en van de hoogtepunten uit mijn carriere als criticus. Van de lessen in schrijven voor kinderen, zowel op de HKU als op de schrijversvakschool in Amsterdam of het tuinhuis in Bloemendaal genoot ik minstens evenzeer als mijn leerlingen. Onder hen Benny Lindelauf, Carli Biessels, Kaat Vrancken, Patricia Kuiper, Simon van der Geest, Mirjam Oldenhave, Anneke Scholtens, Els Launspach en Tjibbe Veldkamp.

[bron: https--jokelinders.nl]

Te veel en toch te weinig

Joke Linders: Doe nooit wat je moeder zegt. Annie M.G. Schmidt - de geschiedenis van haar schrijverschap. Amsterdam: Querido, 1999, (proefschrift Universiteit Utrecht), 499 blz., ill., ƒ 85,-. ISBN 90 214 7344 5.

Het uiterlijk van Doe nooit wat je moeder zegt mag er zijn, omdat het zo mooi past bij het onderwerp, Annie M.G. Schmidt. Niet alleen omdat de rebelse titel rechtstreeks aan haar werk ontleend is, maar ook omdat de letters qua vormgeving (Harry N. Sierman) zo uit een van haar kinderboeken afkomstig hadden kunnen zijn.

Het boek is onmiskenbaar met een vlotte pen geschreven, waardoor het zich gemakkelijk laat lezen. Veelvuldig gebruik van theoretisch jargon vermijdt Linders zoveel mogelijk. De gekozen heldere structuur, een keurige chronologische gang door Schmidts leven en werk, draagt bij aan die leesbaarheid. Het is, wellicht mede daardoor, een enigszins braaf boek geworden. Linders heeft een immense hoeveelheid feiten en feitjes weten te verzamelen (een 'schatkamer' dus voor verder Schmidt-onderzoek), die op ordelijke wijze worden gerangschikt, met aardige paragraafen hoofdstuktitels als 'Domineesland', 'Als een spin in haar web', 'Het evangelie van de emancipatie', 'Drie brillen en een loepje'.

De rode draad in deze studie vormt de paradox in Schmidts leven en schrijverschap. De titel van de dissertatie moge in een andere richting wijzen, maar in feite heeft Schmidt altijd gedaan wat haar moeder haar had voorgehouden: niet trouwen, hard werken om een carrière op te bouwen en een beroemd schrijfster worden. Linders benoemt deze houding vervolgens als 'ambivalent', zowel existentieel als poëticaal: tweeslachtige gevoelens over haar eigen capaciteiten, tweeslachtige gevoelens over de kwaliteit van haar werk (zeker waar het haar werk voor volwassenen betrof), maar ook een tweeslachtige houding ten opzichte van het gezag en een (mogelijk) verzet daartegen. De verdienste van deze studie is dat Linders laat zien - in leven en werk -, dat Schmidt slechts ten dele de rebelse geest is geweest, waarvoor men haar altijd gehouden heeft.

Een helder gestructureerd, leesbaar boek dus op het eerste gezicht. Maar is het ook een géed boek? Tenslotte hebben we hier te maken met een dissertatie. Doe nooit wat je moeder zegt beoogt immers méér to zijn dan zo maar een publicatie over Schmidt, het is de eerste écht grote studie over haar.

Juist omdat het hier om een proefschrift gaat, lijken me een aantal op- en aanmerkingen gerechtvaardigd. In deze teksrsoort verwacht je in elk geval iets als een (al of niet stevige) theoretische basis. Die is in dit bock wel erg smal. In het 'Woord vooraf' verwijst Linders naar Dorleijns oratie Terug naar de auteur, waarin deze betoogt hoezeer de auteur de verbindende factor vormt tussen tekst, poëtica en lirerair-sociale context. (Op zichzelf naruurlijk geen opzienbarende of revotutionaire gedachte, maar op dát moment, 1989, en uit zíjn mond - Dorleijn gold toentertijd als een van de jonge (Sötemann is de enige oude) peetvaders van het poë;ticale onderzoek - toch een wending in onderzoeksrichting binnen de neerlandistiek). In de rest van haar betoog komen we of en toe, veelal in de noten, nog wel wat theoretische noties (veldtheorie, polysysteemtheorie, poëticale theorieën) tegen, maar in feite moet, als ik het goed zie, Dorleijns oratie als het échte uitgangspunt beschouwd worden. Deze wat dunne theoretische invalshoek heeft onder meer tot gevolg dat het niet altijd even duidelijk is, wat Linders met haar boek voor heeft. Anders gezegd, waar gaat dit proefschrift nu precies over? Gaat het om een onderzoek naar de factoren die bijgedragen hebben aan Schmidts canonisering (veel aandacht voor kritiek en vooraanstaande critici)? Is het toch vooral een biografisch proefschrift met veel aandacht voor de historische context (de jaren vijfrig en zestig komen uitgebreid in beeld)? Gaat het om de literatuuropvattingen van Schmidt en moeten we deze studie als een vorm van poëticaal onderzoek beschouwen? Welnu, Doe nooit wat je moeder zegt gaat in feite overal over (dar is overigens - 'elk nadeel heb zijn voordeel', zoals de grootste Nederlandse filosoof na Spinoza pleegt to zeggen - tegelijkertijd voor de nauwelijks in wetenschap of wetenschappelijkheid geïnteresseerde lezer weer het aardige van het boek, iedereen vindt wel iets van zijn gading), en daardoor hinkt deze dissertatie op te veel gedachten en uitgangspunten, was niet bevorderlijk is voor de coherentie. Het is daardoor een nogal hybridisch geheel geworden, met alle gevolgen van dien.

Een ander bezwaar hangt samen met dat hybridische karakter. De ondertirel van het boek luidt: 'Annie Schmidt, de geschiedenis van haar schrijverschap'. Dat schrijverschap komt er nogal bekaaid vanaf, er is veeleer sprake van 'een geschiedenis van de waardering van haar schrijverschap'. Vele, vele critici komen aan het woord, maar de teksten zélf komen to weinig aan bod, in feite vrijwel uitsluitend in thematische zin. En zo blijft de literariteit van Schmidts werk onderbelicht. Een meer analytische aanpak zou niet hebben misstaan en zou de bewijskracht van Linders beweringen hebben versterkt.

Enkele voorbeelden van een mogelijke analytische aanpak: zoals bekend bewonderen niet alleen kinderen het werk van Schmidt, maar ook zeer veel volwassenen. Zou die dubbele bewondering niet juist het gevolg zijn van de literaire kracht van Schmidts werk? In dit analytisch-interpretatieve verband had Linders meer gebruik kunnen en moeten maken van de theoretische notie 'implied reader', omdat Schmidt klaarblijkelijk twee 'implied readers' voor ogen heeft. Met name het proza biedt op dit punt tal van interessante mogelijkheden. In Minoes legt de hoofdfiguur, immers in een identiteitscrisis verkerend, op een gegeven moment een bezoek of bij de zogenaamde 'praatdokter', gerooid met de omineuze naam 'dokter Schuld'. Deze zelfde functionaris heeft bovendien een kat met de naam 'Analieze'. Dergelijke grapjes (schuld, analyse) zijn uitsluitend te vatten door de volwassen lezer. Zoals ook deze, waarvoor je wel langer 'doorgeleerd' moet hebben. Tante Moortje geeft Minoes deze raad: 'Lik jezelf. Dat is het begin en het einde van alle wijsheid.' Voor bepaalde volwassen lezers roept deze uitspraak ongetwijfeld reminiscenties op aan de klassieke uitspraak (in Delphi): Gnothi seauton. Oftewel: Ken Uzelf.

Maar ook elders richt Schmidt zich tevens tot de volwassen lezer. Zo is het opstijgen van de lift door het dak van het warenhuis in Abeltje mijns inziens te beschouwen als een mooie metafoor van de verbeelding: een vlucht dwars door de beperkingen van de alledaagse realiteit naar de onbeperkte vrijheid en ruimheid van het rijk van de fantasie. Om in termen van Abeltje te blijven: Annie Schmidt heeft altijd van meer dan één lift gebruikgemaakt.

Maar niet alleen wat de duiding van het werk aangaat, laat Linders kansen liggen of kiest ze voor te gemakkelijke oplossingen. Eigenlijk stelt ze zich te weinig vragen. Zo wees Frans Ruiter tijdens de promotie er terecht op, dat er méér gedaan had kunnen worden met de geschiedenis van de waardering van Schmidts schrijverschap. Een van de interessantste aspecten van Linders studie acht hij de plaatsing van de gewijzigde waardering tegen de achtergrond van de ingrijpende veranderingen in 'het literaire veld' in de afgelopen halve eeuw. Linders schrijft daarover: 'Schmidt was een van de eerste kinderschrijvers over wie gezaghebbende smaakmakers uit het literaire veld een positief oordeel durfden uit te spreken. Met haar opname in het literaire circuit nam de status van de literaruur toe die zij beoefende. Die statusverhoging gelds in bescheiden mate voor cabaretteksten, journalistiek en theaterstukken, het geldt bij uitstek voor kinderliteratuur' (p.379). Linders gaat er in din citaat kennelijk stilzwijgend vanuit dat de status van het literaire veld min of meer een constante is. Alles wat in het literaire circuit eerst niet gewaardeerd wordt en later wel, ondergaat binnen de gedachtegang van Linders kennelijk een statusverhoging. Ruiter is een andere zienswijze op dit verschijnsel toegedaan. Zou het niet zo kunnen zijn dat het literaire veld, de literatuur als geheel, vanaf de jaren zestig aan status heeft ingeboet (of van plaats binnen de cultuur is veranderd) en dat juist dààrom voorheen minder gewaardeerde genres een volwaardiger plaats toebedeeld krijgen? En zou een dergelijke visie niet eerder stroken met het proces van nivellering en democratisering waar Linders met enige regelmaat over spreekt? Een zienswijze waar veel voor te zeggen valt.

De hybridische opzet van Linders proefschrift heeft ertoe geleid, dat het te veel kritische vragen oproept. Weliswaar heeft zij ons een uitgebreid, goed gedocumenteerd, goed geschreven naslagwerk geschonken, maar Linders beweegt zich op te veel verscheidene terreinen, waardoor geen enkel gebied écht geëxploreerd kan worden en de lezer, ondanks de veelheid aan gegevens, met een ietwat ontevreden gevoel achterblijft. Het had zo veel mooier kunnen zijn.

harry bekkering [bron: https--www.dbnl.org/tekst/_lit003200001_01/_lit003200001_01_0052.php]

--- Over (foto 4): Selma Niewold ---

Het Eeuwige Leven - Selma Niewold (1953-2022) - Een kritische ambassadeur van de jeugdliteratuur [2022-02-13]

Dat jeugdliteratuur een eigen, volwaardige plek in de literatuurkritiek heeft gekregen, is mede de verdienste van Selma Niewold. Met de opkomst van de grote namen in de jeugdliteratuur trad Niewold naar voren als recensent, onder meer in de Volkskrant, waar zij vanaf 1988 jarenlang samen met Rindert Kromhout jeugdboeken besprak. Op 7 januari overleed ze onverwacht op haar 68ste, na een leven in de letteren.

'Het literaire aspect van de jeugdboeken heeft altijd voorop gestaan bij haar', zegt Toin Duijx, die zo'n 35 jaar bevriend was met Niewold. Ze was als recensent kritisch, maar wist dat altijd goed te onderbouwen en toegankelijk op te schrijven, zegt Duijx, zelf in dat vakgebied werkzaam op de universiteiten van Leiden en Tilburg. 'Afkraken om het afkraken was haar stijl niet. Met haar scherpe selectie en criteria bouwde ze aan een soort canon van de Nederlandse jeugdliteratuur.'

Lezen was haar van huis uit meegegeven. Niewold werd in de Amsterdamse Diamantbuurt - waar zij tot haar 50ste zou blijven wonen - geboren in een remonstrants gezin als jongste met drie broers, een vader die rechercheur was bij de kinder- en zedenpolitie en een moeder die werkte als huisvrouw. Thuis stonden vooral boeken van de 'rode' Arbeiderspers op de plank. Niewold dankte, net als haar broers, haar voornaam aan een schrijver, in dit geval Selma Lagerlöf. Lezen was in zo'n gezin vanzelfsprekend; het boek Alleen op de wereld is altijd een van haar favorieten gebleven, zoals ze ook graag Stefan Brijs en Arthur Japin las.

Onderdeel van een grotere wereld

Niewold studeerde Nederlands en kwam als journalist te werken op de kunstredactie van de krant De Waarheid. Daar ontmoette ze binnenlandredacteur Erik van der Hoeven, die haar levenspartner zou worden. Na haar jaren voor de Volkskrant (haar laatste bespreking stond in 2002 in de krant) ging ze werken in het onderwijs, bij het Amsterdamse Spinoza Lyceum.

Ze ontpopte zich als een ware ambassadeur van de (goede) jeugdliteratuur. Drie jaar lang zat ze in de Griffel-jury, daarnaast in jury van de Jenny Smelik-IBBY Prijs. Voor het Fonds voor de Letteren beoordeelde ze manuscripten. Ook stelde ze in 1994 voor uitgeverij Ploegsma een verhalenbundel samen, Verhalen in nachtblauw. Ze was - met onder anderen Joke Linders - samensteller van de Encyclopedie van de jeugdliteratuur en werkte mee aan de losbladige uitgave Lexicon van de jeugdliteratuur.

Waarom altijd jeugdliteratuur? Haar partner: 'Ze vond dat kinderen niet vroeg genoeg in aanraking konden komen met boeken, theater en musea. Dat maakt hen bewuster dat ze als mensen onderdeel van een grotere wereld zijn.'

Weerbaar maken

In haar persoonlijke leven zijn meer mogelijke verklaringen te vinden. Haar naasten roemen Niewold om haar uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel. Zelf is ze als puber op de middelbare school nogal gepest. Daarom besteedde ze later op het Spinoza Lyceum veel aandacht aan dat onderwerp. Goede boeken kunnen kinderen, en Niewold zal het ongetwijfeld aan den lijve ervaren hebben, weerbaar maken of op weg helpen in het leven. Iets van de oude linkse verheffingsgedachte moet haar - in haar jonge jaren fervent PSP'er - daarbij hebben gedreven.

De roker (en enthousiast fietser, altijd met helm op, kampeerder en kanovaarder) leed aan COPD. In een ingezonden brief in Het Parool beklaagde ze zich vorig jaar over ongevaccineerden die een coronagevaar vormen voor risicogroepen als mensen met longaandoeningen.

Waaraan ze op 7 januari plotseling overleden is, is niet helemaal duidelijk. Ze was goed herstellende van een aneurysma waaraan ze vorige zomer is geopereerd. Begin januari werd ze beroerd en kreeg maagproblemen, een dag later is ze overleden.

Selma Niewold laat behalve haar partner een zoon en twee kleinkinderen achter.

Jean-Pierre Geelen [bron: https--www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/een-kritische-ambassadeur-van-de-jeugdliteratuur~b9fcdeac]

...

Selma Niewold

Selma Niewold geeft Nederlands op het Spinozalyceum in Amsterdam aan leerlingen uit onder- en bovenbouw in alle afdelingen vanaf vmbo-t tot en met gymnasium. Tijdens en na haar studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit werkte ze in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Ze begon daar als uitleenhulp en werd later jeugdbibliothecaris van de afdeling onderwijsvoorrangsbeleid. Vanuit verschillende bibliotheken in Amsterdam Noord verzorgde ze toen leesprojecten op scholen en in peuterspeelzalen. De daarbij opgedane ervaring was in 1998 de aanzet tot een overstap naar het middelbaar onderwijs. Als recensent kinder- en jeugdliteratuur schreef zij onder meer twaalf jaar voor de Volkskrant. Ze is één van de redacteuren van de Encyclopedie van de jeugdliteratuur en schreef veel artikelen voor onder meer Literatuur zonder leeftijd.

Lezen en laten lezen

Uit onderzoek blijkt dat meisjes meer lezen dan jongens. Ook de motieven waarom ze lezen en het soort boeken dat gelezen wordt, schijnt seksegebonden te zijn. Moeten docenten bij hun lessen daar rekening mee houden? En als die vraag bevestigend wordt beantwoord, hoe doe je dat dan en moeten schrijvers en uitgevers zich nu meer richten op jongensonderwerpen, omdat daaraan een tekort lijkt te zijn? Voordat deze vragen beantwoord kunnen worden, dienen zich nieuwe vragen aan. Een van de belangrijkste is die naar het doel van literatuuronderwijs. Willen we cultuur overdragen via (jeugd)literaire werken? Willen we de taalvaardigheid van de leerlingen bevorderen en kunnen we dat bereiken door het leesplezier te stimuleren met uitsluitend prettige leeservaringen door meer van hetzelfde te laten lezen, of moeten we leerlingen laten merken dat het de moeite loont om af en toe iets hoger te reiken? De beantwoording van deze vragen is de basis voor de literatuurlessen en heel bepalend voor de keuze van de boeken. Een van de stellingen die Selma Niewold alvast wil meegeven: boekpromotie heeft de grootste kans van slagen als je de boeken die je onder de aandacht brengt zelf met plezier gelezen hebt.

...

[bron: https--www.dbnl.org/tekst/_lit004200901_01/_lit004200901_01_0035.php]

Hoe de indianen echt leefden [2002-09-23]

Bijna ieder kind raakt een tijdje in de ban van het Wilde Westen. Romantische verhalen over cowboys en indianen zijn er in overvloed, maar wie goede en feitelijke informatie zoekt over indianen, kan slechts een enkel boek vinden....

Karl May beschreef in zijn boeken over Winnetou de indiaan als een goed mens, moedig en trouw. In cowboy-films werd de indiaan echter als bloeddorstig en wild afgeschilderd. In zijn inleiding rekent Vijgen allereerst af met deze hardnekkige fabels over de goede en de slechte indiaan. Volgens hem kun je in de film Dances with Wolves zien hoe de indianen echt waren. Het zijn 'individuen met namen, ze praten, eten en maken grappen en ruzie, net als de blanken'.

In Tipi's, totems en tomahawks vertelt Vijgen hoe de eerste indianen in Amerika terechtkwamen en hoe hun dagelijks leven eruit zag. 'De tenten die werden gebruikt door de indianen die veel rondtrokken, waren tipi's.' Op de tekeningen van Peter Nuyten en op foto's is goed te zien hoe deze tenten en de met strooien matten bedekte koepelvormige hutten (wigwams) opgebouwd werden. Vijgen besteedt ook aandacht aan minder bekende bouwwerken, zoals de longhouses die vaak honderd meter lang waren en zeven meter breed.

Het stamverband is de bekendste samenlevingsvorm van de indianen, maar er waren ook groepen die een gemeenschap met klassen vormden, waarin bazen heersten over slaven. Andere groepen indianen leefden in gezinsverband of in clans.

Vijgen geeft een gedetailleerde beschrijving van enkele indianenstammen. Onder andere van de Pueblo's, landbouwers die meesters waren in het pottenbakken en schitterend zilversmeedwerk maakten. Een van de hoofdstukken is gewijd aan beroemde opperhoofden.

Tipi's, totems en tomahawks is voor de geïnteresseerde lezer goed toegankelijk. Vijgen neemt de jonge lezer volstrekt serieus. In het boek staan geen flauwe grappen noch worden de bladzijden gevuld met semi-interessante feitjes. De auteur verbergt zijn bewondering voor de rijke cultuur van de indianen niet. Maar dat heeft geenszins geleid tot een ongenuanceerd verhaal waarbij de geschiedenis slechts vanuit één standpunt wordt belicht.

Het verslag van het verloop van de contacten tussen blanken en indianen en hun bittere strijd laat door de hier gehanteerde vrij zakelijke stijl een diepe indruk achter. De laatste hoofdstukken gaat Vijgen in op het leven in de reservaten en op de protesten van de indianen.

In zijn nawoord roept hij de lezers op om meer te lezen over de indianen in Noord-Amerika. Helaas is de schrijver vergeten een literatuurlijst toe te voegen. Ook ontbreekt een bronvermelding van literatuur die hij zelf heeft geraadpleegd.

Uitgeverij SUN begeeft zich met Tipi's, totems en tomahawks en met Het Monowiki-vogeltje van Eric Wagemans voor het eerst op het terrein van de kinder- en jeugdliteratuur. Het boek van Vijgen is een uitstekend begin voor deze uitgever, die van plan is alleen goede kinderboeken op de markt te brengen.

De verdwenen honden van Rindert Kromhout is geschreven ter gelegenheid van de Maand van het Spannende Boek. Het initiatief voor deze speciale uitgave komt van de Groep Kinderboeken Uitgevers. Achter in het boekje zitten kortingsbonnen op twintig boeken, onder andere De GVR van Roald Dahl en Meester van de zwarte molen van Otfried Preussler. De actie loopt tot 1 september.

De verdwenen honden is een vlot geschreven verhaaltje waarin twee kinderen op speurtocht gaan naar de plotselinge verdwijning van enkele huisdieren. Voor ervaren detectivelezers biedt het boek weinig verrassingen. Maar wie minder ervaring heeft, zal zich zeker door de auteur op het verkeerde been laten zetten door zijn beschrijving van de eerste verdachte. De uitgave van het boek is niet alleen een commercieel handige zet, maar ook een aardige geste naar kinderen, die immers graag spannende boeken lezen.

Selma Niewold [bron: https--www.volkskrant.nl/cultuur-media/hoe-de-indianen-echt-leefden~b806031f]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 118x
sauvegardé 0x
Depuis 13 sept. '24
Numéro de l'annonce: m2157607436