Caractéristiques
Description
De MDdec Rev02P is een wisselmatrix-printje waarmee je tot 8 dubbelspoelige wissels kunt aansturen met de helft van het aantal uitgangen en draden. In plaats van per wissel 2 uitgangen en 3 draden, gebruik je multiplexing: 1 printje met diodes en ontstoringscondensatoren al gemonteerd. Ideaal als je veel wissels hebt en bedrading en uitgangen wilt besparen.
Het probleem: veel wissels = veel bedradingNormaal gesproken heb je per dubbelspoelige wissel:
- 2 OC32-uitgangen (of DS32-aansluitingen)
- 2 transistoren voor stroomversterking
- 3 draden: 2× naar de spoelen + 1× gemeenschappelijke middenaftakking
Voorbeeld: 32 wissels
- 64 uitgangen nodig
- 65 draadjes (64 voor spoelen + 1 gemeenschappelijk)
- 64 transistoren
Dat werkt, en is nog steeds betaalbaar, maar het kan efficiënter.
De oplossing: multiplexing met de MDdecMet wisselmultiplexing bespaar je op: Uitgangen (de helft of minder)
Bedrading (exponentieel minder draadjes)
Vermogenselektronica (minder transistoren/drivers)
Voorbeeld: 32 wissels via multiplexing
- 16 uitgangen in plaats van 64
- 16 draadjes in plaats van 65
- Uitgespaarde OC32-uitgangen kun je weer voor andere doeleinden gebruiken
In plaats van zelf een matrix te solderen met draadjes, diodes en condensatoren, gebruik je de MDdec:
- 4×4 matrix op printje
- Diodes en ontstoorcondensatoren al gemonteerd
- Stuurt 8 dubbelspoelige wissels aan (= 2× het basisschema uit de OC32-handleiding)
- Plug-and-play: aansluiten en klaar
Je kunt meerdere MDdecs combineren voor grotere netwerken:
Aantal MDdecs Matrix Aantal wissels 1× 4×4 8 2× 4×8 16 4× 8×8 32Hoe meer wissels je hebt, hoe meer je bespaart. De besparing groeit exponentieel.
Wanneer loont multiplexing? Aantal wissels Besparing 1–4 wissels Minimaal of negatief (gewoon direct aansluiten is prima) 5–8 wissels Begint interessant te worden 8+ wissels Sterk aanbevolen: flinke besparing op bedrading en uitgangen 16–32+ wissels Essentieel: anders onpraktisch veel bedrading Toepassingen- Grote rangeerknooppunten met veel wissels dicht bij elkaar
- Schaduwstations met tientallen in-/uitrijdsporen
- Complexe emplaceementen (met OC32 uitgangen overhouden voor seinen, verlichting, etc.)
- Opstelling met beperkte bekabeling (minder draadjes door het landschap)