Caractéristiques
État
Comme neuf
Origine
Pays-Bas
Année (orig.)
1997
Auteur
Zie beschrijving
Description
||boek: De ontdekking van de hemel|Roman|De Bezige Bij
||door: Harry Mulisch
||taal: nl
||jaar: 1997
||druk: 15e druk
||pag.: 901p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 90-234-3560-5
||code: 1:000498
--- Over het boek (foto 1): De ontdekking van de hemel ---
Is de hemel een organisatie die op het punt staat begrepen en opgerold te worden door de technologisch hoogontwikkelde mens van de twintigste eeuw?
De ontdekking van de hemel (1992) is een totaalroman waarin alle thema's en obsessies uit het werk van Harry Mulisch in 65 hoofdstukken bijeenkomen. Dit monumentale boek is tegelijk een psychologische roman, een filosofische roman, een tijdroman, een ontwikkelingsroman, een avonturenroman en een alles overkoepelend mysteriespel.
[bron: https--www.standaardboekhandel.be]
Al in zijn debuut Archibald Strohalm (1952) manifesteerde Harry Mulisch (1927-2010) zich als een literaire durfal. Hij schreef toneel (Oidipus Oidipus, 1972), gedichten (Tegenlicht, 1975), filosofische werken, essays, journalistieke verslagen, commentaren op de eigen tijd en autobiografische analyses.
Toch is het vooral met zijn proza dat hij zijn plaats in de literatuurgeschiedenis heeft opgeëist. Met klassieke romans als Het stenen bruidsbed (1959) en De aanslag (1982) verwierf hij veel aanzien, maar in de aanloop naar zijn vijfenzestigste verjaardag mikte hij hoger en verder. Voor Mulisch was alleen de top van de Olympus hoog genoeg.
In zijn magnum opus wilde hij alles wat hij eerder had geschreven in een compleet nieuwe samenhang vatten. Hij wilde het mysterie van hemel en aarde voor eens en altijd duiden. Met De ontdekking van de hemel bevestigde Mulisch in een raamvertelling van 65 overrompelende hoofdstukken niet alleen zijn plek bij 'de Grote Drie' van de naoorlogse literatuur uit Nederland, hij wilde er W.F. Hermans en Gerard Reve zelfs mee naar de kroon te steken.
'Ik ben de tweede wereldoorlog', had Mulisch beweerd. Hij bedoelde dat hij in zich de genen verenigde van een collaborerende vader uit Oostenrijk-Hongarije en die van een in Antwerpen geboren Duits-Joodse moeder. Die zeer ambigue identiteit van daderschap en slachtofferschap in één werd een fundament van zijn schrijverschap, en de thematiek resoneerde ook mee in De ontdekking van de hemel.
In deze vuistdikke raamvertelling beraamt een oude, vergeetachtige Chef (God) een vermaledijd plan. Een engel krijgt van hem de belangrijke taak om drie uitzonderlijke mensen op aarde op een gewiekste manier samen te brengen. De uitbundige sterrenkundige Max Delius, de introverte linguïst Onno Quist en de betoverende celliste Ada Brons moeten een driehoeksverhouding aangaan opdat een uitzonderlijke jongen ter wereld kan komen.
Het kost grote offers en een spectaculair spel met de natuurelementen, maar de engel slaagt uiteindelijk wel in zijn opzet. De door God uitverkoren boorling Quinten Quist groeit op als een verblindende bolleboos in wie hemel en aarde onlosmakelijk met elkaar zijn verknoopt. Het eindspel, een adembenemende race tegen de tijd in het heilige Rome, moet dan nog beginnen.
De ontdekking van de hemel heeft in de loop der jaren de status van een klassieker verworven. Dat bleek in 2007 nog maar eens uit een publiekspeiling van NRC Handelsblad en NPS. Het ruim negenhonderd pagina's tellende boek werd toen uitgeroepen tot 'beste Nederlandstalige boek aller tijden'. De roman werd ook veelvuldig vertaald en bekroond, en in 2001 waagde Jeroen Krabbé zich aan een verfilming. Geen sinecure, want de roman is een vernuftig literair spel met verwijzingen naar theologie, mythologie, filosofie, astronomie, kabbalistiek en nog veel meer. De ontdekking van de hemel vraagt een beklimming maar het panorama onderweg is adembenemend.
[bron: https--literairecanon.be/nl/werken/de-ontdekking-van-de-hemel]
De ontdekking van de hemel is een boek van de Nederlandse auteur Harry Mulisch (1927-2010). Het boek wordt door recensenten en indertijd bij leven ook door Mulisch zelf gezien als zijn magnum opus, zijn grootste en belangrijkste werk. Het haalde de shortlist van de AKO Literatuurprijs in 1993 en het werd genomineerd voor de NS Publieksprijs. Het boek werd in 2001 verfilmd onder regie van Jeroen Krabbé, in een Brits-Nederlandse coproductie.
In 2002 verscheen de veertig bladzijden lange eerste versie van het boek, Vonk, dat Mulisch in de jaren zeventig schreef. De ontdekking van de hemel was het eerste boek dat Mulisch schreef met behulp van een tekstverwerker omdat hij naar eigen zeggen geen zin meer had om 'soms honderden bladzijden te moeten overtypen'.
Mulisch debuteerde vlak na de Tweede Wereldoorlog. In tegenstelling tot de Vijftigers, die toen in opkomst waren, schreef hij realistisch en surrealistisch. Mulisch goot zijn romans in de vorm van een lopend verhaal met een logisch tijdsverloop. Daarbij gebruikte hij soms technieken die ook voorkomen bij schrijvers zoals Shakespeare. In tegenstelling tot veel andere realistische schrijvers in de Nederlandse literatuur voegde hij daaraan veel symbolistische kenmerken toe. In De ontdekking van de hemel zijn dit onder andere de initialen van Quinten Quist en de wijze van overlijden van Max Delius. In deze en andere romans komen er motieven voor uit de mythologie van de klassieke oudheid. Naast de opbouw vertonen Mulisch' motieven eveneens overeenkomsten met oudere en bekende werken uit de hellenistische periode, Bijbelboeken, werken van schrijvers als Shakespeare, enzovoorts. De roman Hoogste tijd is bijvoorbeeld net als het toneelstuk Hamlet opgedeeld in vijf bedrijven en bevat een raamvertelling door een toneelstuk in een toneelstuk plaats te laten vinden. Dit is vergelijkbaar met Hamlet, maar met een laag extra. In De ontdekking van de hemel is tevens sprake van een raamvertelling, die meer lijkt op de Der Ring des Nibelungen en Job.
De ontdekking van de hemel is een roman. Mulisch' werk wordt soms vanwege de vele motieven en hun aard ook "filosofisch" genoemd. Het filosofische karakter is in dit boek terug te vinden in onder meer symbolistische motieven en de verwijzingen naar mythologie. Verder komen de christelijke en de joodse theologie uitvoerig aan bod. In het magnum opus van Mulisch wordt veelvuldig gerefereerd aan de Tenach door te verwijzen naar onder andere het verbond van God met de mensen, de Tien Geboden, enzovoorts. Het feit dat de mens met God gebroken zou hebben, dan wel andersom, is daarnaast te verbinden met de filosoof Friedrich Nietzsche. Nietzsche zei dat God dood was, maar wel omdat de mens hem zou hebben vermoord.
In De ontdekking van de hemel laat Mulisch de motieven, stijlen, verwijzingen enzovoorts die hij eerder in zijn oeuvre gebruikte grotendeels terugkomen. Hierdoor wordt het gehele oeuvre met elkaar verbonden.
Veel werken van Mulisch bevatten sporen van de Tweede Wereldoorlog. Hieronder naast De ontdekking van de hemel ook het verhaal Tussen hamer en aambeeld (1947), de roman Het stenen bruidsbed (1959), de reportage De zaak 40/61 (1962), en de romans De aanslag (1982) en Siegfried (2001). Motieven als destructie versus Schepping, goed versus kwaad, enzovoorts, zijn terugkerende thema's.
Mulisch onderscheidt zich in deze en andere werken van zijn tijdgenoten, de Vijftigers, door zijn gebruik van de klassieke regels van de roman. De Vijftigers en de daaraan verbonden Cobra-beweging laten meer fantasie toe in aan de realiteit ontleende figuren, zoals gezichten of objecten. Schrijvers hechten meer aan spontaniteit en (veel) minder aan spelling, interpunctie, enzovoorts. De Grote Drie, W.F. Hermans, Gerard Reve en Mulisch, wijken hierin min of meer af, waarbij Mulisch een duidelijk andere stijl hanteert met een eigen karakter. In zijn hele oeuvre is weinig te vinden van de typische vormen van spontaniteit die de Vijftigers kenmerken. Het slot van De ontdekking van de hemel doet anders dan veel andere werken van Mulisch surrealistisch aan.
De ontdekking van de hemel is een raamvertelling. In het kader vindt een dialoog plaats tussen twee engelen: een hoger en een lager geplaatste. Deze dialoog treft de lezer aan in de proloog, de drie intermezzo's en de epiloog van de roman. De Chef (God) wil een afgevaardigde in de gedaante van een mens op aarde het testimonium laten terughalen. Om de juiste persoon te creëren is een mens nodig met een perfecte DNA-samenstelling om de missie succesvol te laten verlopen.
Om de juiste grootouders aan vaders zijde bij elkaar te brengen, is het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onvermijdelijk, aldus de laagst geplaatste engel. Max Delius, de vader van de afgevaardigde, heeft een Joodse moeder en Oostenrijkse vader die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de Duitsers werkt. De moeder van de afgevaardigde heeft Nederlandse grootouders die elkaar treffen tijdens een bombardement dat in Leiden plaatsvindt tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het verhaal
De geschiedenis die de engel vertelt in de dialoog gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw. Het uitgebreide verhaal begint in 1967 en vormt met 65 hoofdstukken het grootste gedeelte van de roman. Het begint met een ruzieachtig familiefeest in Den Haag. Mede door die sfeer wil Onno Quist naar huis in Amsterdam liften en krijgt een lift van Max Delius. Onno is filoloog en Max is sterrenkundige. De familie Quist is een conservatieve familie en Max is een man met snel wisselende bedpartners, een onderzoeker en een atheïst. Van familie is bij hem nauwelijks sprake meer; die is in de Tweede Wereldoorlog grotendeels omgekomen in Auschwitz of door andere omstandigheden. Max is dus het tegendeel van Onno's familie. Onno en Max ontmoeten later Ada Brons, een celliste met wie Max een intieme relatie krijgt. Ada repeteert en treedt op met haar muzikale partner Bruno. Onno, Max en Ada hebben veel contact, zowel vriendschappelijk als amoureus. De relatie tussen Max en Ada is serieus en vormt voor Max een breuk met zijn eerdere leven. Ada verbreekt de relatie, vlak nadat Max met de zin "maak jezelf maar klaar" een vrijage heeft afgebroken.
Max gaat op datzelfde moment actief op zoek naar zijn familiegeschiedenis. Met Onno, die hem ophaalt als hij de vrijage met Ada abrupt beëindigt, bezoekt hij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en hij gaat alleen op reis naar Duitsland en Polen. Tussen Ada en Onno ontstaat in die periode een liefdesrelatie, maar de vriendschap tussen Onno en Max blijft desondanks volledig intact. Als kort daarop Ada moet spelen in Cuba gaan Max en Onno met haar mee. In de laatste nacht van hun verblijf daar, gaan zowel Onno als Ada, een stel nu, vreemd. Ada bedrijft met Max de liefde als zij aan het strand zijn. Onno deelt elders met een andere vrouw het bed. In het intermezzo dat volgt wordt duidelijk dat de afgevaardigde aan het strand door Max bij Ada verwekt wordt.
Max, Onno en Ada weten geen van allen wie de vader is van Ada's kind als blijkt dat ze zwanger is. Onno weet niet beter dan dat het van hem is en hij trouwt met Ada in Amsterdam. Na vijf maanden krijgt Ada echter een auto-ongeluk waardoor ze in coma raakt. Onno, zijn schoonmoeder Sophia Brons en Max besluiten samen dat het kind door Max en Sophia opgevoed zal worden. Max heeft intussen bij de Westerbork Synthese Radio Telescoop een nieuwe baan verkregen en de drie gaan wonen op Groot Rechteren, een kasteel in de omgeving. Tijdens haar coma bevalt Ada met een keizersnede van Quinten Quist. Quinten is een wat vreemde jongen in de ogen van zijn medebewoners op Groot Rechteren. Hoewel hij pas laat kan praten, kan hij dat meteen veel beter dan leeftijdsgenoten. Zijn interesse ligt al vroeg bij architectuur en andere onderwerpen die niet voor de hand liggen voor zijn leeftijd.
De levens van Onno, Max en Quinten nemen allerlei wendingen. Max en Sophia hebben een goed functionerende, maar zakelijke relatie. 's Nachts delen ze echter met regelmaat het bed, als Sophia de slaapkamer van Max insluipt. Onno krijgt een nieuwe vriendin, Helga. Zijn nieuwe partner overlijdt echter door grof geweld en nadat ook zijn politieke en wetenschappelijke carrière is stukgelopen vertrekt hij met onbekende bestemming. In de politiek is hij geen kandidaat meer als men ontdekt dat hij in Cuba overleg over de gewapende strijd heeft bijgewoond onder het bewind van Fidel Castro. Zijn oude beroep van filoloog biedt hem geen bevrediging meer nadat hij de Schijf van Phaistos niet kon ontcijferen. In dezelfde periode komt ook Max' leven ten einde als hij 's avonds in een oude kampbarak van Westerbork wordt getroffen door een bewust gestuurde meteoriet. Hij had de nieuwste astronomische metingen vlak daarvoor anders geïnterpreteerd. Het begin, de Oerknal, was ontstaan uit een eerdere oneindigheid: de ontdekking van de hemel, tevens de titel van dit boek. De onderzoeker, die door de oerknal als door een sleutelgat heenkijkt met zijn nieuwe verklaring, wordt vanuit de hemel vernietigd.
Quinten probeert tijdens zijn puberteit zijn vader, Onno, te traceren. Hij vertrekt daarvoor naar Italië, mede geïnspireerd door dromen van een burcht die in hem de interesse voor architectuur hebben gewekt. Op het plein voor het Roomse Pantheon vindt hij zijn vader terug. Quinten raakt na veel denken en gesprekken met Onno overtuigd van de aanwezigheid van de steen met de Tien Geboden in het Sancta Sanctorum van de basiliek Sint-Jan van Lateranen naast het Lateraans Paleis in Rome. Toen tijdens een sedisvacatie (onbezette bisschopszetel) de vicaris-generaal van het bisdom Rome zou zijn uitgevallen konden de pauselijke geheimen niet worden overgedragen. Dit zou zijn gebeurd toen het Lateraans Paleis eeuwen eerder de hoofdresidentie van de paus was. Hoewel Onno dit niet gelooft, breken ze samen in. Ze vinden daadwerkelijk de Stenen Tafelen. Onno verliest echter in alle opwinding zijn wandelstok, die zijn aanwezigheid daar verraden kan. Onno en Quinten vluchten samen naar Israël.
Als Onno in Israël op een terras een vrouw ziet, die op haar arm het kampnummer getatoeëerd heeft staan van Max' moeder, realiseert hij zich dat Quinten mogelijk zijn zoon niet is. Quinten en de vrouw vertonen uiterlijk namelijk opvallende overeenkomsten. Max' moeder zou in Auschwitz omgebracht zijn, maar de tatoeage doet hem anders vermoeden.
Quinten zelf ziet intussen zijn omgeving veranderen in de Burcht uit zijn droom. Nadat hij met de Stenen Tafelen naar binnen is gelopen, treft hij zijn moeder Ada aan. Als Onno ontdekt dat Quinten met de Stenen Tafelen weg is, belt hij Sophia, die hem vertelt dat Ada gecremeerd is na geëuthanaseerd te zijn. Dat laatste is op exact hetzelfde moment gebeurd als waarop hij en Quinten de Tien Geboden stalen. Bij het horen van dit alles krijgt Onno opnieuw een hersenbloeding en wordt vermoedelijk door Sophia opgehaald in Jeruzalem.
De ontvangst van Mulisch' De ontdekking van de hemel was weliswaar wisselend, maar overwegend positief. Diverse media berichtten over het magnum opus van de schrijver. De ontdekking van de hemel werd door de lezers van NRC Handelsblad in 2007 verklaard tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Een selectie recensies luidt als volgt:
"Toch kan ik niet concluderen dat het een echt goede roman is. Daarvoor springen de gebreken te veel in het oog. [...] De ontdekking van de hemel blijft een overschatte roman, maar wel een heel onderhoudende en bij tijd en wijle zelfs ontroerende." --Recensieweb, 7 maart 2007
"Hoewel de roman mij in zijn geheel heeft geïmponeerd, meen ik mij te herinneren, maar ik wil mij voorzichtig uitdrukken, dat hij op sommige ogenblikken, vooral in het Derde Deel, wat verslapt." --Trouw, 15 oktober 1992
"Mulisch' roman is niet alleen virtuoos en vermakelijk, maar ook ontroerend en spannend: een schitterende uitnodiging om deze hemel te ontdekken. Wie in staat is zo'n boek te schrijven kan zich heel wat pretenties veroorloven." --Trouw, 21 november 1992
"Sein jüngster Roman, der jetzt auf deutsch erscheint, hat die niederländischen Kritiker zu Vergleichen mit Thomas Mann und Robert Musil angeregt." --Der Spiegel, 1 maart 1993
"For sheer novelistic bravura, The Discovery of Heaven often delights both the mind and the heart. But in his determination to astound the world with a mock-theological epic, Mr. Mulisch doesn't know when to stop." --The New York Times, 5 januari 1997
Het thema vernietiging keert veelvuldig terug in de roman. Een aantal voorbeelden:
Verwijzing naar andere teksten
Raven, afwisselend symbool van goed of kwaad in de literatuur
In het gesprek tussen de engelen wordt de wetenschap al aangehaald als motief, omdat de mens met het DNA-onderzoek zich de scheppende kracht toe heeft geëigend. De technologie maakt de geboorte van Quinten overigens weer mogelijk, omdat in de comateuze Ada de vrucht kan groeien en via een keizersnede het kind geboren kan worden.
In de roman lijkt God zich terug te trekken uit dit deel van zijn schepping. Ook de bovengenoemde verwijzing naar Elia is een verband met religie. De uitspraak dat de hemel niet bestaat zoals wel de hel in de gedaante van Auschwitz, verwijst naar de religieuze begrippen "hemel" en "hel" en naar de wetenschappelijke vooruitgang die de vernietigingskampen mede mogelijk maakte. De mens heeft zich dus de scheppingskracht eigengemaakt, die eerder was voorbehouden aan God. Maar tevens is de vernietigingskracht die de mens ermee heeft verkregen ongekende (onaards).
In de tijd dat De ontdekking van de hemel uitkwam, speelde in de politiek het debat rondom euthanasie. D66-minister van Volksgezondheid Els Borst maakte die uiteindelijk mogelijk met wetgeving tijdens het Kabinet-Kok I. Ada's leven wordt in De ontdekking van de hemel ten slotte actief beëindigd door haar moeder met insuline.
Personages
Onno Quist staat in de roman min of meer als sleutelfiguur in verbinding met Hein Donner, een vriend van Mulisch. Donner was schaker, schrijver en bestuurslid van het genootschap Nederland-Cuba. De familie Quist is een behoudende, calvinistische familie. Veel familieleden hebben rechten gestudeerd en bekleden functies in het openbaar bestuur en de rechterlijke macht. Onno zelf is meer links georiënteerd en van beroep is hij filoloog, deskundige op het gebied van dode talen.
Max Delius doet denken aan Mulisch zelf, met een Joodse moeder en een pro-Duitse vader tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij is de biologische vader van Quinten en samen met Sophia Brons voedt hij hem op. Voor hem is het vaderschap onzeker en de buitenwereld, inclusief Onno, weet niet beter dan dat Onno Quist de vader van Quinten is.
Quinten Quist is de messiaanse figuur met de opdracht het testimonium terug te brengen. De naam Quinten kan als meervoud van Quint (Latijn voor vijf) gezien worden en dat lijkt geen toeval omdat de decaloog, de Tien Geboden, zijn bestaansrecht vormen. Ook zijn initialen Q.Q. hebben een Latijnse betekenis: Qualitate Qua (ambtshalve). Dit kan duiden op de reden van Quintens aanwezigheid op aarde. De heilige Kwinten was verder volgens de Rooms-katholieke legende een uiterst succesvol missionaris.
Ada Brons, de jonge celliste, is de moeder van Quinten die nog maagd is als ze Max als vriend krijgt en met hem haar eerste seksuele ervaringen deelt.
Sophia Brons is de moeder van Ada. Hoewel zij dus Quintens grootmoeder is, neemt zij met Max de opvoeding op zich omdat Ada in coma is geraakt voordat Quinten geboren werd. "Mevrouw" Brons sluipt af en toe Max' slaapkamer binnen in het kasteel Groot Rechteren. Dit seksuele contact beëindigt ze als Quinten op zevenjarige leeftijd een keer de slaapkamer betreedt tijdens hun intieme contact.
Bruno is Ada's partner in de muziek. Met hem heeft ze géén seksuele relatie, maar samen vormen zij een muzikaal duo.
Helga is de vriendin van Onno, nadat Ada in coma raakt als gevolg van het auto-ongeval.
De namen Ada en Onno zijn palindromen. Omkering zou dus voor hen niets veranderen, laat staan hun identiteit verbergen. Gezien Max' familiegeschiedenis, doet hij juist dat wat zijn vriend en Ada niet goed kunnen. Max keert namelijk af en toe zijn voor- en achternaam om en stelt zich dan voor als Delius Max. Dit om niet met de beruchte oorlogsmisdadiger Wolfgang Delius, zijn vader, te worden geassocieerd. Deze gewoonte, het omdraaien van de voor- en achternaam, had Max' vader overigens zelf ook.
Locaties
Verschillende (historische) locaties spelen een belangrijke rol in het boek, waaronder Kamp Westerbork, Leiden, Amsterdam, concentratiekamp Auschwitz, Cuba, Venetië, Florence, Rome, Vaticaanstad en Jeruzalem. Kasteel Groot Hoenlo bij Olst komt onder de naam Groot Rechteren bij Dwingeloo voor als de plek waar de jonge Quinten opgroeit.
Nominaties en prijzen
Verfilming
De ontdekking van de hemel is in 2001 verfilmd als The Discovery of Heaven, geregisseerd door Jeroen Krabbé. De cast bestond uit onder anderen: Stephen Fry, Greg Wise, Ellen Vogel en Marjolein Sligte. Jeroen Krabbé speelde naast het regisseren tevens een rol en Edwin de Vries was verantwoordelijk voor het scenario. De film werd Platina en voor het beste scenario van 2002 kreeg Edwin de Vries een Gouden Kalf.
...
Theaterbewerking
De ontdekking van de hemel wordt in 2014 bewerkt tot een toneelvoorstelling door Ignace Cornelissen en geproduceerd door Hummelinck Stuurman Theaterbureau.
Kritiek
In 2007 verscheen er een literaire kritiek op De ontdekking van de hemel in de vorm van een roman van de hand van Elsbeth Etty: Maak jezelf maar klaar. Hierin wordt het verhaal opnieuw verteld, echter vanuit het perspectief van Ada Brons.
[bron: wikipedia]
--- Over (foto 2): Harry Mulisch ---
Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927 - Amsterdam, 30 oktober 2010) was een Nederlandse schrijver.
Mulisch, de zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader die collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog en een Duits-Joodse moeder, groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een sterke invloed op hem en zijn schrijverschap had. In 1947 verscheen zijn eerste verhaal (De kamer), in 1952 volgde zijn eerste roman: archibald strohalm. Vele andere werken volgden, waaronder Het stenen bruidsbed (1959), Twee vrouwen (1975), De aanslag (1982) en De ontdekking van de hemel (1992). Zijn laatste roman was Siegfried, verschenen in 2001. 'Magisch-mythisch' is een veelgebruikte aanduiding voor een groot deel van zijn oeuvre.
Mulisch geldt als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij wordt tot "De Grote Drie" van de naoorlogse Nederlandse literatuur gerekend, waartoe ook Willem Frederik Hermans en Gerard Reve behoren. Mulisch won een groot aantal literaire prijzen, waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren en de P.C. Hooft-prijs, beide voor zijn gehele oeuvre. De ontdekking van de hemel werd in 2007 uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. In oktober 2010 overleed de auteur op 83-jarige leeftijd aan kanker.
Mulisch' vader Kurt Victor Karl Mulisch werd in 1892 geboren in Gablonz an der Neisse in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Jablonec nad Nisou in Tsjechië. In de Eerste Wereldoorlog was hij commandant van een batterij zware bereden veldartillerie aan het Russische, Italiaanse en Franse front. Na de oorlog emigreerde hij naar Nederland. Mulisch' moeder Alice Schwarz zag op 16 maart 1908 in Antwerpen het levenslicht als dochter van een Oostenrijks-Joodse bankier uit Frankfurt am Main. Wegens hun vriendschappelijke contacten met Duitse officieren vluchtte het gezin Schwarz na de Eerste Wereldoorlog van Vlaanderen naar Nederland. Aldaar ontmoetten Karl Mulisch en Alice elkaar via haar vader, die de oorlogsveteraan aan een baan hielp. Naar aanleiding van deze samenloop van omstandigheden zou Mulisch later concluderen dat hij zijn bestaan te danken had aan de Eerste Wereldoorlog.
In april 1926 trouwden Karl Mulisch en Alice Schwarz in Amsterdam en uit het huwelijk werd op 29 juli 1927 hun enige zoon Harry geboren op het adres Westerhoutpark 16 te Haarlem, waar de familie zich had gevestigd. Harry werd grotendeels opgevoed door de huishoudster, Frieda Falk, die in 1891 geboren werd in Posen in het toenmalige Duitse Keizerrijk, thans Poznan in Polen. Met haar reisde de vierjarige Harry, die gedeeltelijk in het Nederlands en in het Duits werd opgevoed, in het najaar van 1931 naar Berlijn (ten tijde van de Weimarrepubliek) en verdwaalde er in het labyrint van de Tiergarten. Naar eigen zeggen zouden dit de plaats en het moment geweest zijn waarop de voorwaarden voor zijn schrijverschap tot stand kwamen.
Mulisch leerde schrijven op een particulier instituut in Haarlem, dat hij van 1933 tot 1939 bezocht. In deze jaren schreef Harry al zijn eerste verhaal, De pottebakker, over een komisch voorval op school. In 1936, toen Mulisch negen was, scheidden zijn ouders. Zijn moeder verhuisde naar Amsterdam en in 1951 emigreerde ze naar Berkeley in Californië (dit adres staat in het overlijdensbericht van Karl Mulisch op 10 juli 1957). Ze overleed op 2 januari 1996 in San Francisco. Harry bleef bij zijn vader, Kurt Victor Karl Mulisch, K.V.K. zoals hij hem later in zijn geschriften vaak noemde, in Haarlem. Zijn vader werd na de vrolijke jaren twintig zwaarmoedig. Bovendien daalde zijn inkomen waardoor de afgeslankte familie een aantal keren naar kleinere woningen verhuisde.
In de jaren dertig kreeg Mulisch grenzeloze interesse in de chemie, die was gewekt door het jongensboek De ongelooflijke avonturen van Bram Vingerling (1927) van Leonard Roggeveen. Later besefte Mulisch dat Bram Vingerling in feite de alchemie beoefende, een van de belangrijkste thema's uit zijn oeuvre.
Met de kreet "Krieg, Krieg! Herr Mulisch! Es ist Krieg! Die Deutschen sind da!", uitgeschreeuwd door opvoedster Frieda, begon voor de twaalfjarige Harry de Tweede Wereldoorlog. In de oorlogsjaren was Mulisch' vader in opdracht van de Nazi's directeur personeelszaken van Lippman-Rosenthal & Co. Dit bankiershuis had de taak geconfisqueerde Joodse bezittingen, zoals tegoeden, effecten en andere kostbaarheden, te 'beheren'. Dankzij de samenwerking met de nazi's was K.V.K. Mulisch in staat zijn Joodse ex-vrouw en zijn (volgens de nazi-ideologie "half-Joodse") zoon uit Duitse handen te houden. Harry's groot- en overgrootmoeder van moeders kant werden in 1943 naar concentratiekampen weggevoerd. Na de bevrijding werd de vader van Mulisch opgepakt wegens collaboratie.
Doordat Mulisch de zoon was van een collaborateur en van een Joodse vrouw (en kleinzoon van slachtoffers), leefde hij in een merkwaardige positie. Deze omstandigheden leverden stof op voor een groot deel van zijn werk. Het maakte hem duidelijk hoe ingewikkeld begrippen als 'goed', 'kwaad' en 'schuld' liggen. Dit is waar zijn werk vooral over gaat. Een gevleugelde uitspraak van Mulisch was: "Ik heb de oorlog niet zo zeer 'meegemaakt', ik 'ben' de Tweede Wereldoorlog".
In 1941 verhuisde Mulisch met zijn vader en Frieda naar de Anna van Burenlaan in Haarlem. Mulisch verklaarde het belang van dit huis in zijn leven: "In dat huis is het allemaal gebeurd. Daar beleefde ik de oorlog. Daar schreef ik mijn eerste verhalen en romans. Daar ging ik voor het eerst met een meisje naar bed". Na vier jaar aan het Eerste Christelijk Lyceum van Haarlem bleef hij weg van school. Directe aanleiding was het zakken voor een herexamen, de dag na Dolle Dinsdag (5 september 1944), waarna Mulisch een autodidact pur sang werd.
Aanvankelijk produceerde Mulisch in zijn kamertje chemieboeken die voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Maar ondanks zijn zelfverklaarde afkeer van literatuur werd Mulisch wel degelijk beïnvloed door bepaalde schrijvers. Edgar Allan Poe was de eerste invloed op de jonge Mulisch, wat blijkt uit zijn eerste probeersels. Van Thomas Mann leerde hij de discipline om elk woord, iedere zin af te wegen, terwijl hij tegelijkertijd diep onder de indruk raakte van de overvloedige stijl van Dostojevski. Jorge Luis Borges was in de jaren zestig de laatste auteur die hem genoeg kon boeien om diens oeuvre te verslinden. Verder las hij naar eigen zeggen nooit veel literatuur, alleen het hoogst noodzakelijke om op de hoogte te blijven van collega-schrijvers. Hij zei dan ook van zichzelf: "Ik ben een schrijver, geen lezer".
Het volgende teken van Mulisch' schrijverstalent was het verhaal De kamer, dat op 8 februari 1947 in Elseviers Weekblad werd gepubliceerd. Het gaat over iemand die in zijn jonge jaren verwonderd was over een kamer. Hij kan de bekoring niet verklaren, totdat hij veertig jaar later terugkeert en de kamer bewoont. Dan komt hij erachter waarom deze kamer hem fascineerde: het blijkt zijn sterfkamer te zijn.
De jonge Mulisch hield zich eind jaren veertig bezig met occultisme, spiritisme en toneel. Hij sloot zich aan bij het Amsterdamse Reis-Opera-Gezelschap en trok met een operette voor arbeiders door de polder. Inmiddels was hij in 1949 begonnen aan zijn eerste volwassen roman. Pas na twee jaar intensief schrijven zou hij zijn debuut archibald strohalm afronden.
In 1971 trouwde Mulisch met Sjoerdje Woudenberg. Met haar kreeg hij twee dochters. Vanaf 1987 was hij samen met zijn vriendin Kitty Saal, met wie hij een zoon kreeg.
Publicaties
1952-1959
Omdat hij het verhaal De kamer (1947) en de novelle Tussen hamer en aambeeld (1952) kwalitatief onder de maat vond, besloot Mulisch zijn literaire carrière opnieuw te beginnen met een roman waaraan hij twee jaar werkte: Archibald Strohalm (1952), een boek waarin het mythisch-magische element een belangrijke rol speelt. Hij won er de Reina Prinsen Geerligsprijs mee, een prestigieuze onderscheiding die enkele jaren voordien Gerard Reve ten deel was gevallen met De Avonden. Archibald strohalm zette meteen de toon voor de eerste periode van Mulisch' schrijverschap. In de jaren 1952 tot 1959 overheerste een sterk mythische invloed. Gewoonlijk laat Mulisch zijn proza beginnen met een tafereel uit het alledaagse leven dat, naarmate het verhaal vordert, uitmondt in wonderbaarlijke en bovennatuurlijke motieven waarin niet zelden de alchemie een belangrijke rol speelt. Mulisch plaatste zichzelf met zijn 'abstract realisme' in een uitzonderlijke positie in de Nederlandse literatuur, waarin het realisme sterk overheerste.
Na de Mulisch-God-associatie in de verhalenbundel Chantage op het leven (1953), de roman De diamant (1954), een lineair verhaal over de geschiedenis van een diamant door de eeuwen heen, De sprong der paarden en de zoete zee (1955), een novelle over de onbeantwoorde liefde van een schooljongen en de verdrinkingsdood van een Schoklandse visser en diens broers, en de absurde verhalen over de heer Tiennoppen in Het mirakel (1955), schreef hij in 1956 Het zwarte licht. Deze 'kleine roman' handelt over Maurits Akelei, een stadsbeiaardier, die zijn zesenveertigste verjaardag viert, maar grotendeels 23 jaar terug in de tijd leeft, toen zijn vriendin Marjolein overspel pleegde. Zijn leven verging op die dag figuurlijk zoals op de dag van handelen, 20 augustus 1953, de apocalyps verkondigd wordt. Het mythische aspect wordt tot uiting gebracht in het laatste hoofdstuk, waarin Akelei de wereld zichtbaar ten onder ziet gaan. De verhalenbundel De versierde mens (1957) bevat eveneens een aantal magische verhalen. Een nooit gepubliceerd kort verhaal dat Mulisch in 1953 schreef naar aanleiding van de Watersnoodramp, werd in de zomer van 2008 ontdekt in het archief van de Literaire Uitgeverij De Beuk. Het Letterkundig Museum in Den Haag kocht het verhaal op 8 september 2008 bij veilinghuis De Eland.
In 1959 sloot Mulisch de eerste periode af met het gewichtige Het stenen bruidsbed. Deze roman gaat over het bombardement op Dresden in februari 1945. Mulisch was de eerste schrijver, die dit literair verbeeldde. En de enige, die het beschrijft vanuit de bombardeerder. Norman Corinth, boordschutter in een van de bommenwerpers, is dertien jaar later terug in Dresden en wordt geconfronteerd met zijn verrichtingen in de oorlog. Mulisch' idee achter het verhaal is de eeuwigheid van de oorlog en het fenomeen van de oorlogsmisdadiger. De auteur toont de synchronie tussen de Tweede Wereldoorlog en de Trojaanse Oorlog. Corinth zet hij naast Attila de Hun, Dzjengis Khan en Hitler. Het schakelen tussen verschillende tijden is kenmerkend voor Mulisch' filosofie over de tijd. De schrijver probeert in bijna al zijn boeken de tijd stil te zetten. Naast de tijdsdimensie filosofeerde de auteur in Het stenen bruidsbed over het verschil tussen de geschiedenis en de antigeschiedenis. De compositie van de roman is gedeeltelijk gebaseerd op de Ilias van Homerus.
1959-1972
Het stenen bruidsbed markeerde het begin van de tweede periode, die globaal parallel loopt met de jaren zestig. De roman vormt het scharnier tussen de mythische verhalen van de jaren vijftig en het engagement van de jaren zestig. De gebeurtenissen uit de jaren zestig worden in deze periode voornamelijk beschreven in studies en tijdsgeschiedenissen. Mulisch' verklaring voor deze koerswijziging zag hij in de dreigende atoomoorlog:
"Het is oorlog. En in oorlogstijd moet men zich niet bezig houden met het schrijven van romans. Dan zijn er echt wel belangrijker dingen te doen."
Eigenlijk verschool de schrijver zich achter een schrijversblok. Hij werkte in deze periode nog aan een aantal andere romans, maar wist deze niet te voltooien.
Na het toneelstuk De knop (1960), over de ondergang van de wereld door de atoombom, schreef hij in 1961 Voer voor psychologen, een bundeling die door zijn autobiografische en exhibitionistische karakter als een sleutelboek in zijn oeuvre wordt beschouwd. Een jaar later kwam De zaak 40/61 uit. Deze reportage werd samengesteld uit zijn artikelen voor Elseviers Weekblad over het proces tegen de nazi Adolf Eichmann in Jeruzalem. Daarnaast ondernam Mulisch voor deze studie reizen naar Auschwitz, Berlijn en Israël. Met deze studiereizen legde hij in dit 'verslag van een ervaring' de nadruk op de achtergronden waardoor hij dichter bij de wortels van het kwaad kwam. Zelfs in dit sobere, bijna journalistieke boek is de schrijver in staat het incidentele binnen een bijna mythisch historisch kader te plaatsen.
Eichmann had een destructieve invloed op het schrijverschap van Mulisch, wat in een impasse resulteerde. De ideeën waren er wel, maar de auteur wist ze niet in een vorm te gieten. Hij zocht als alternatief zijn heil in non-fictieve, geëngageerde boeken.
Pas vier jaar na De zaak 40/61, verscheen Bericht aan de rattenkoning (1966), een boek over de rellen van Provo in Amsterdam en de reacties van wat Mulisch als het 'regentendom' bestempelde. Hij presenteerde het boek niet enkel als een verslag over de gebeurtenissen, maar ook als een onderdeel daarvan. Zijn linkse sympathieën werden nog een stuk manifester in Het woord bij de daad (1968). In dit boek, gebaseerd op zijn ervaringen in Cuba, waar hij ook Fidel Castro ontmoette, bestudeert de schrijver de revolutionaire maatschappij en het mechanisme van de guerrillastrijd op het revolutionaire Cuba. Mulisch verkeert dan in marxistisch vaarwater. Na de Telegraafrellen op 14 juni 1966 noemde Mulisch Godfried Bomans, die de anonieme schrijvers van een pamflet dat tot protest had opgeroepen had veroordeeld, een "verrader"; Bomans werd met de dood bedreigd en moest door de politie worden bewaakt. De opera Reconstructie (1969), waarvan hij in samenwerking met Hugo Claus het libretto schreef, ging over Che Guevara.
De verteller uit 1970 was de eerste roman sinds 1959, maar lijkt meer op een kluwen van hermetische teksten. Het onbegrepen verhaal kreeg dan ook vernietigende kritieken. De auteur was ontstemd en verklaarde een en ander in De verteller verteld (1971), waarin hij tevens de ontstaansgeschiedenis uit de doeken deed, daarbij refererend aan Goethes Urfaust. Het boek verschaft daarnaast inzicht in de redenen dat zoveel andere romans in het voorbije decennium mislukt waren. Eveneens in 1971 schreef Mulisch De affaire Padilla, een nawoord over de revolutie op Cuba. In De toekomst van gisteren uit 1972 blikte hij terug op de culturele revolutie van de jaren zestig. Naast een verklaring over de mislukte roman De Verteller, bevat het boek een overzicht van de Koude Oorlog, een verslag van een bezoek aan de ex-nazi Albert Speer en een verslag over zijn ervaring in Parijs in mei 1968, waarin Mulisch het optimisme en de doeltreffendheid van de manifestaties en opstanden uit de jaren zestig relativeert.
1972-1982
Met De toekomst van gisteren sloot hij de tweede periode (1959-1972) af. Het engagement met de wereldpolitiek nam in de maatschappij gestaag af en leek te stranden in de restauratie van de jaren zeventig. Ook in Mulisch' oeuvre was deze tendens aanwijsbaar. Met een lagere frequentie zagen essays het levenslicht, terwijl hij zich juist meer aan poëzie (vanaf 1973, een nieuwe dimensie in zijn oeuvre), verhalen (vanaf 1976) en toneelstukken ging wijden. Ook schreef hij Volk en vaderliefde (gepubliceerd 1975, uitgezonden 1976) voor de Herodotusreeks van de VPRO. Bovendien manifesteerde de filosofische en psychologische Mulisch zich als nooit tevoren. Ingetogener dan in de jaren vijftig greep hij terug naar de mythologie. Vooral zijn interpretatie van de Oedipus-mythe is rijkelijk verwerkt in zijn theaterstukken (Oidipous Oidipous, 1972), studies (Het seksuele bolwerk, 1973), poëzie (De wijn is drinkbaar dankzij het glas, 1976), verhalen (Oude lucht, 1977) en in de succesvolle roman Twee vrouwen uit 1975.
Dit laatste boek bevat onder de schijnbaar doorzichtige oppervlakte van het verhaal over een lesbische verhouding een mythologische ondergrond door de verwerking van de Orpheus-mythe. In vergelijking met de romans uit de jaren vijftig en De verteller uit 1970 houdt Mulisch zijn verhaal stilistisch in toom. Deze tendens zal voortgezet worden in de romans uit de jaren tachtig en negentig. Daartegenover is zijn omstreden filosofisch getint magnum opus, De compositie van de wereld uit 1980, volgens Mulisch zelf "grondtoon" van geheel zijn oeuvre, voor velen moeilijk te doorgronden ondanks de zakelijke toon en ondanks de vele voorbeelden en illustraties bij zijn denkconstructie.
1982-2010
Als er een vierde periode kan worden aangeduid in het oeuvre van Mulisch, dan begint die met zijn bekendste boek: De aanslag uit september 1982, dat in 1986 verfilmd zou worden. Hoewel de jaren zeventig (1972-1982) en de decennia daarna (1982-2010) inhoudelijk overeenkomstig zijn, kan er op twee vlakken een onderscheid worden gemaakt. Enerzijds genoot de auteur een bijna goddelijke status die hij had verkregen door het eclatante commerciële succes van enkele van zijn boeken in het buitenland. Zijn boeken konden altijd al op gretige aftrek rekenen (met uitzondering van De compositie van de wereld), maar de aantallen die in zeer korte tijd van De aanslag en De ontdekking van de hemel verkocht werden, overtroffen alle verwachtingen. Een ander verschil is de stilistische helderheid. Het lijkt alsof de schrijver na dertig jaar de ultieme vorm heeft gevonden en zijn schrijverschap naar een nieuw hoogtepunt stuwt. Een van de voornaamste Mulisch-onderzoekers, Frans de Rover, stelt vast:
"Met 'De aanslag' en 'Hoogste tijd' staat Mulisch op het toppunt van zijn schrijfkunst: literair lijkt hij alles te kunnen; nationale en internationale waardering vallen hem ten deel. Tegen de achtergrond van die comfortabele kunstenaarspositie ontstaat het werk na 1982, dat in veel opzichten 'virtuositeit' uitstraalt: Mulisch speelt een geraffineerd spel met zichzelf en met zijn oeuvre."*
Voor het eerst werd Mulisch door critici op handen gedragen.
De aanslag is de eerste Nederlandse bestseller waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Het boek gaat over de represailles op een Haarlemse familie naar aanleiding van een aanslag op een collaborateur, een politieofficier en NSB-lid. De jongste zoon, Anton Steenwijk, overleeft de catastrofe als enige en in de loop van zijn leven tracht hij via ontmoetingen met betrokkenen van de aanslag de ware toedracht te achterhalen. Het verhaal is opgedeeld in vijf episoden: januari 1945, de aanslag; 1952, de Korea-oorlog; 1956, Hongarije; 1966, Provo en Vietnam; en 1981, de demonstraties tegen de plaatsing van NAVO-kernraketten. Per episode komt Anton steeds dichter bij de ware toedracht van de misdaad.
Naast een aantal essays en lezingen, schreef Mulisch scheppend proza, zoals Hoogste tijd (1985), over de ondergang van een oude toneelspeler, De pupil (1987), De elementen (1988) en het fantastische verhaal Het beeld en de klok (1989). In 1984 hield Harry Mulisch in Leiden de Huizingalezing onder de titel 'Het Ene'.
In 1992 verscheen zijn 901 bladzijden en 65 hoofdstukken tellende opus magnum: De ontdekking van de hemel. Mulisch manifesteerde zich in dit verhaal als 'de meester', god-gelijk. Hij laat het verhaal door engelen vertellen. Het is een roman waarin alle mythologische en filosofische registers worden opengetrokken. De vriendschap tussen Onno Quist en Max Delius is de voorbode van de geboorte van Quinten, die (in 1985) de uitverkorene is tot een goddelijke opdracht. Die goddelijke opdracht is een waarschuwing tegen de verworden maatschappij.
In 1996 verscheen een boekje met een facsimile van de eerste versie van De aanslag, dat de titel De oer-aanslag meekreeg. In de herfst van 1998 zag de roman De procedure het licht. Het is de ultieme prestatie om leven te kunnen construeren, die Mulisch hier fascineert. Victor Werker construeert met DNA-knipsels de Eobiont. De roman is ingewikkeld opgebouwd, alles hangt met alles samen, zoals alle levensvormen op onze aarde verstrengeld zijn.
Naar aanleiding van de Boekenweek schreef Mulisch in 2000 het boekenweekgeschenk, Het theater, de brief en de waarheid. Deze novelle, over de affaire-Jules Croiset, werd in een recordoplage van 760.000 exemplaren uitgegeven en speciaal voor de Boekenweek ging de auteur op tournee door Nederland. Dat de oorlog na meer dan vijftig jaar schrijverschap nog steeds een inspiratiebron was, bewees Siegfried (2001), een roman waarin Mulisch pretendeert met de zoon van Hitler de nazileider te doorgronden. Zoals in zijn hele oeuvre doet hij hierbij een beroep op filosofische en mythologische motieven.
In januari 2006 ontstond enige commotie door een pamflet van de journalist Dick Verkijk, waarin deze beweerde dat Mulisch in de Tweede Wereldoorlog lid van de NSB-organisatie Jeugdstorm was geweest. Mulisch ontkende dit bericht in de Volkskrant met onder andere de woorden "als het waar was, had ik er wel een prachtige roman over geschreven", terwijl Verkijk beweerde twee onafhankelijke getuigen te hebben gehoord die Mulisch in het NSB-uniform hadden gezien. Aangezien lidmaatschap van de Jeugdstorm door de ouders van de jonge leden werd geïnitieerd, was het eigenlijk geen aanklacht tegen Mulisch maar tegen zijn vader. Het pamflet van Verkijk verscheen in februari 2006.
Net als de door hem bewonderde Thomas Mann was Mulisch een groot liefhebber van Venetië. In het beroemde Hotel des Bains op het Lido, het eiland vlak bij de oude stad, bracht Mulisch jaarlijks enkele weken door. In dit hotel schreef Mann zijn werk De dood in Venetië.
Redacteur
Mulisch was naast zijn schrijverschap actief als redacteur van Podium (1958-1962), van Randstad (1961-1969) en van De Gids (1965-1990). Van 1962 tot 1992 was hij bestuurslid van de Schrijversvereniging van De Bezige Bij, de uitgeverij waar hij vanaf zijn eerste publicaties actief was.
Schrijverschap
Het werk van Mulisch heeft vaak een metafysisch karakter. Hij wordt geprezen om zijn romancompositie. Vaak zijn er binnen zijn romans verschillende verhaallijnen te trekken.
Mulisch zag schrijven als een magisch proces. De taak van de schrijver is om de diepere betekenis van de werkelijkheid zichtbaar te maken. Dat kon volgens Mulisch door mythen en symbolen in de werkelijkheid te herkennen. De grote verhalen van de mensheid verbeelden de diepere betekenis van de werkelijkheid, het levensraadsel. Mulisch liet zijn werk aansluiten op die grote verhalen. De schrijver veranderde in het schrijfproces (op magische wijze) de werkelijkheid zodanig, dat in de gebeurtenissen het bovenpersoonlijke zichtbaar wordt, waardoor ze tot mythe worden verheven. Deze literatuuropvatting wordt magisch-mythisch genoemd.
Mulisch kreeg af en toe te maken met een verwijt van arrogantie. Zelf zei hij (onder meer in Over de verbeelding, zijn dankwoord bij het ontvangen van de P.C. Hooft-prijs) dat dit een houding was van tot het extreme opgedreven zelfspot. Hij sprak daarin van:
"gevallen, waar de hoogmoed, de arrogantie, de ijdele façade voornamelijk pantseringen zijn tegen een al te opdringerige buitenwereld: pantseringen, waarachter kwetsbare zielen schuilgaan: zielen, die ook maar steeds weer moeten beginnen met een stuk steen, met wat verf in tubes, met mogelijke tonen, of met de verzameling woorden van hun taal, zielloos gerangschikt in het woordenboek. Met iets, kortom, waar iedereen over beschikken kan. Met niets dus eigenlijk."
Dat Mulisch zich tientallen jaren deze ironische houding aanmat, werd niet door iedereen als geloofwaardig beschouwd. Daarbij werd gewezen op Mulisch' eigen pamflet Het ironische van de ironie (1976), waarin hij racistische passages in het werk van Gerard Reve bekritiseerde. Volgens Mulisch waren deze wellicht ironisch bedoeld, maar werd deze ironie zo lang volgehouden dat ze eenvoudigweg Reves feitelijke mening werden: "Dat is het ironische van de ironie, dat zij het plotseling niet meer is." Als dat waar is, zou dat ook op kunnen gaan voor Mulisch' eigen zelfspot, aldus zijn critici. Anderen wezen erop dat verschillende onbescheiden uitspraken zo grotesk zijn, dat ze alleen maar ironisch bedoeld konden zijn, zoals: "Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertje lief aan." Een ander voorbeeld is de achterkant van de roman De pupil, waarop een foto is afgebeeld van Harry Mulisch met op de achtergrond de Vesuvius. Het onderschrift van de foto luidt: "Van links naar rechts: de Vesuvius, Harry Mulisch".
Eerbetoon
De belangrijkste prijzen die Mulisch mocht ontvangen, waren onder andere: de Reina Prinsen Geerligsprijs (1951, voor archibald strohalm), de Bijenkorf Literatuurprijs (1957, voor Het Zwarte Licht), de Vijverbergprijs (1963, voor De Zaak 40/61), Constantijn Huygensprijs (1977, voor het hele oeuvre), de P.C. Hooft-prijs (1977, voor het hele oeuvre). De aanslag werd in 1986 door middelbare scholieren bekroond als het best gewaardeerde boek. De gemeente Amsterdam kende in 1993 de Multatuliprijs toe aan De ontdekking van de hemel. In 1995 viel hem de Prijs der Nederlandse Letteren ten deel. De recentste prijs was de Libris Literatuur Prijs 1999 voor De Procedure.
In 1977 werd Mulisch tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemd. In 1992 werd hij tot Officier bevorderd. Ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag werd hij in 1997 tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw benoemd. In 2002 ontving hij het Duitse Bundesverdienstkreuz I. Klasse, omdat zijn literaire werk de banden tussen Nederland en Duitsland bevordert. In 2005 eindigde Mulisch op nr. 93 bij de verkiezing van De grootste Nederlander. De ontdekking van de hemel werd in 2007 verkozen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden.
Mulisch ontving op 8 januari 2007 een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam bij gelegenheid van de 375e dies natalis van de universiteit.
Op 30 oktober 2011, een jaar na zijn dood, werd aangekondigd dat het voormalig woonhuis van Mulisch aan de Leidsekade zou worden omgevormd tot een aan de schrijver gewijd museum, genaamd het Harry Mulisch Huis. Anno 2014 was hierover nog weinig concreets te melden. Verder werd de leestafel in het Grand-Café Américain, waaraan Mulisch vaak zat te lezen, omgedoopt tot Harry Mulisch-leestafel en voorzien van een koperen plaquette. In januari 2013 werd in Américain tevens een borstbeeld onthuld, gemaakt door Menno Veenendaal.
De planetoïde 10251 Mulisch is in oktober 2006 naar hem vernoemd. De auteur reageerde met "Nu ben ik in de hemel" en zei zich gevleid te voelen, met het argument dat zelfs Nobelprijswinnaars vergeten worden, maar hemellichamen niet.
Hieronder volgt een chronologische lijst van prijzen toegekend aan Mulisch:
Vertalingen
Mulisch is de meest vertaalde schrijver uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Zijn boeken zijn in minstens 38 talen verschenen, te weten Afrikaans, Albanees, Bahasa Indonesia, Bulgaars, Chinees, Deens, Duits, Engels, Esperanto, Estisch, Fins, Frans, Grieks, Hebreeuws, Hindi, Hongaars, Italiaans, IJslands, Japans, Koreaans, Kroatisch, Litouws, Maleis, Noors, Oekraïens, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Servisch, Servo-Kroatisch, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch, Turks, Vietnamees en Zweeds.
Verfilmingen
De belangrijkste verfilmingen van zijn boeken zijn die van Twee vrouwen (de Engelstalige film Twice a woman in 1981), De aanslag (1986) van Fons Rademakers, bekroond met een Golden Globe en een Oscar, Hoogste tijd (1994) van Frans Weisz en De ontdekking van de hemel (de Engelstalige film The Discovery of Heaven in 2001) van Jeroen Krabbé.
Toneelbewerkingen
Van eind mei tot en met half juni 2013 speelde het Nationale Toneel in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag een toneelbewerking van Mulisch' roman Het stenen bruidsbed uit 1959. Het toneelstuk, dat onder regie staat van Johan Doesburg, ging van half september tot en met half november op tournee door Nederland. Jeroen Spitzenberger, Tamar van den Dop en Stefan de Walle namen de hoofdrollen in het toneelstuk op zich. Gelijktijdig bracht het Letterkundig Museum in Den Haag een tijdelijke tentoonstelling over Het stenen bruidsbed. In 2017 komt Hummenlinck Stuurman met een toneelbewerking van het succesvolle boek twee vrouwen waar ze van midden februari tot half mei op tournee door Nederland gaan, met Renée Soutendijk, Chris Tates en Roos van Erkel in de hoofdrol.
Literatuur
...
[bron: wikipedia]
Harry Mulisch wordt door velen beschouwd als een spraakmakende, humoristische en tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid. Zijn gekoesterde bijnaam 'de Nederlandse Homerus' roept bij sommigen misprijzen op. Collega Ronald Giphart zet het werk en leven van Harry Mulisch op een rij.
Harry Mulisch is een van de belangrijkste schrijvers uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Hij wordt gerekend tot 'de Grote Drie', samen met Gerard Reve en W.F. Hermans. Zijn grootste bestseller is De aanslag (1982), met een wereldwijde oplage van ongeveer twee miljoen exemplaren. De verfilming van dit boek wint in 1987 een Oscar.
Hoe is de jeugd van Harry Mulisch?
Harry Kurt Victor Mulisch wordt in Haarlem geboren op 29 juli 1927 (precies negen maanden na de uitbarsting van de Vesuvius, iets dat volgens hem geen toeval was). Zijn vader is Kurt Mulisch, geboren in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en tijdens de Eerste Wereldoorlog officier aan het Westelijke front. Na de oorlog leert Kurt in Nederland de in Vlaanderen geboren Alice Schwarz kennen. In april 1926 trouwt het stel en een jaar later - Alice is dan achttien jaar - wordt in Haarlem Harry geboren. Hij zal enig kind blijven.
De beide echtelieden spreken in het begin Duits met elkaar, maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding met Duits als tweede taal. De opvoeding van Harry wordt voor een groot deel voor rekening genomen door de Poolse huishoudster Frieda Falk, naar wie Harry een dochter noemt.
Als Harry negen jaar is scheiden zijn ouders, zijn moeder vertrekt naar Amsterdam, waar hij haar wekelijks bezoekt. Harry blijft bij zijn vader en Frieda wonen. In de jaren dertig krijgt Harry een grote fascinatie voor chemie als hij het boek De ongelofelijke verhalen van Bram Vingerling (1927) van Leonard Roggeveen leest.
Harry is twaalf jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. In de oorlog werkt Harry's vader als directeur personeelszaken bij de bank Lippman-Rosenthal & Co. Deze bank krijgt van de nazi's de opdracht geconfisqueerde Joodse bezittingen te 'beheren'. De band van zijn vader met de nazi's zorgt er ook voor dat Harry's Joodse moeder niet naar de kampen wordt gestuurd en dat hij niet wordt opgeroepen voor de Arbeitseinsatz . Deze paradox zal er voor zorgen dat Harry later zal zeggen dat hij de Tweede Wereldoorlog wás. Mulisch: "Zowel de agressor als het slachtoffer zitten in mijn bloed."
Het maakt hem bewust van de ingewikkeldheid van begrippen als 'goed' en 'kwaad' en 'schuld', die in zijn latere oeuvre en gedachtegoed een grote rol spelen.
Tijdens de oorlogsjaren gaat het op school niet goed met Harry. Hij behaalt slechte resultaten - naar eigen zeggen verveelt hij zich - en hij spijbelt veel. Zijn meeste tijd gaat zitten in het doen van scheikundige proeven en zijn avonturen met meisjes. Harry wordt van school gestuurd. Volgens de rector is hij "te fluwelig, enigszins onbetrouwbaar, druk, onderaards kletser, lawaaierig, luidruchtig, ruw, praatjesmaker, bankenvernieler."
Wat is 'de ontdekking van Harry's schrijverschap'?
...
Hoe bouwt Mulisch verder aan zijn literaire universum?
...
Hoe succesvol is Mulisch?
...
Wat is de relatie van Mulisch met vrouwen?
...
Hoe denkt Mulisch over de dood?
...
Conclusie
...
[bron: https--npofocus.nl/artikel/7566/wie-was-harry-mulisch]
||door: Harry Mulisch
||taal: nl
||jaar: 1997
||druk: 15e druk
||pag.: 901p
||opm.: paperback|zo goed als nieuw
||isbn: 90-234-3560-5
||code: 1:000498
--- Over het boek (foto 1): De ontdekking van de hemel ---
Is de hemel een organisatie die op het punt staat begrepen en opgerold te worden door de technologisch hoogontwikkelde mens van de twintigste eeuw?
De ontdekking van de hemel (1992) is een totaalroman waarin alle thema's en obsessies uit het werk van Harry Mulisch in 65 hoofdstukken bijeenkomen. Dit monumentale boek is tegelijk een psychologische roman, een filosofische roman, een tijdroman, een ontwikkelingsroman, een avonturenroman en een alles overkoepelend mysteriespel.
[bron: https--www.standaardboekhandel.be]
Al in zijn debuut Archibald Strohalm (1952) manifesteerde Harry Mulisch (1927-2010) zich als een literaire durfal. Hij schreef toneel (Oidipus Oidipus, 1972), gedichten (Tegenlicht, 1975), filosofische werken, essays, journalistieke verslagen, commentaren op de eigen tijd en autobiografische analyses.
Toch is het vooral met zijn proza dat hij zijn plaats in de literatuurgeschiedenis heeft opgeëist. Met klassieke romans als Het stenen bruidsbed (1959) en De aanslag (1982) verwierf hij veel aanzien, maar in de aanloop naar zijn vijfenzestigste verjaardag mikte hij hoger en verder. Voor Mulisch was alleen de top van de Olympus hoog genoeg.
In zijn magnum opus wilde hij alles wat hij eerder had geschreven in een compleet nieuwe samenhang vatten. Hij wilde het mysterie van hemel en aarde voor eens en altijd duiden. Met De ontdekking van de hemel bevestigde Mulisch in een raamvertelling van 65 overrompelende hoofdstukken niet alleen zijn plek bij 'de Grote Drie' van de naoorlogse literatuur uit Nederland, hij wilde er W.F. Hermans en Gerard Reve zelfs mee naar de kroon te steken.
'Ik ben de tweede wereldoorlog', had Mulisch beweerd. Hij bedoelde dat hij in zich de genen verenigde van een collaborerende vader uit Oostenrijk-Hongarije en die van een in Antwerpen geboren Duits-Joodse moeder. Die zeer ambigue identiteit van daderschap en slachtofferschap in één werd een fundament van zijn schrijverschap, en de thematiek resoneerde ook mee in De ontdekking van de hemel.
In deze vuistdikke raamvertelling beraamt een oude, vergeetachtige Chef (God) een vermaledijd plan. Een engel krijgt van hem de belangrijke taak om drie uitzonderlijke mensen op aarde op een gewiekste manier samen te brengen. De uitbundige sterrenkundige Max Delius, de introverte linguïst Onno Quist en de betoverende celliste Ada Brons moeten een driehoeksverhouding aangaan opdat een uitzonderlijke jongen ter wereld kan komen.
Het kost grote offers en een spectaculair spel met de natuurelementen, maar de engel slaagt uiteindelijk wel in zijn opzet. De door God uitverkoren boorling Quinten Quist groeit op als een verblindende bolleboos in wie hemel en aarde onlosmakelijk met elkaar zijn verknoopt. Het eindspel, een adembenemende race tegen de tijd in het heilige Rome, moet dan nog beginnen.
De ontdekking van de hemel heeft in de loop der jaren de status van een klassieker verworven. Dat bleek in 2007 nog maar eens uit een publiekspeiling van NRC Handelsblad en NPS. Het ruim negenhonderd pagina's tellende boek werd toen uitgeroepen tot 'beste Nederlandstalige boek aller tijden'. De roman werd ook veelvuldig vertaald en bekroond, en in 2001 waagde Jeroen Krabbé zich aan een verfilming. Geen sinecure, want de roman is een vernuftig literair spel met verwijzingen naar theologie, mythologie, filosofie, astronomie, kabbalistiek en nog veel meer. De ontdekking van de hemel vraagt een beklimming maar het panorama onderweg is adembenemend.
[bron: https--literairecanon.be/nl/werken/de-ontdekking-van-de-hemel]
De ontdekking van de hemel is een boek van de Nederlandse auteur Harry Mulisch (1927-2010). Het boek wordt door recensenten en indertijd bij leven ook door Mulisch zelf gezien als zijn magnum opus, zijn grootste en belangrijkste werk. Het haalde de shortlist van de AKO Literatuurprijs in 1993 en het werd genomineerd voor de NS Publieksprijs. Het boek werd in 2001 verfilmd onder regie van Jeroen Krabbé, in een Brits-Nederlandse coproductie.
In 2002 verscheen de veertig bladzijden lange eerste versie van het boek, Vonk, dat Mulisch in de jaren zeventig schreef. De ontdekking van de hemel was het eerste boek dat Mulisch schreef met behulp van een tekstverwerker omdat hij naar eigen zeggen geen zin meer had om 'soms honderden bladzijden te moeten overtypen'.
Mulisch debuteerde vlak na de Tweede Wereldoorlog. In tegenstelling tot de Vijftigers, die toen in opkomst waren, schreef hij realistisch en surrealistisch. Mulisch goot zijn romans in de vorm van een lopend verhaal met een logisch tijdsverloop. Daarbij gebruikte hij soms technieken die ook voorkomen bij schrijvers zoals Shakespeare. In tegenstelling tot veel andere realistische schrijvers in de Nederlandse literatuur voegde hij daaraan veel symbolistische kenmerken toe. In De ontdekking van de hemel zijn dit onder andere de initialen van Quinten Quist en de wijze van overlijden van Max Delius. In deze en andere romans komen er motieven voor uit de mythologie van de klassieke oudheid. Naast de opbouw vertonen Mulisch' motieven eveneens overeenkomsten met oudere en bekende werken uit de hellenistische periode, Bijbelboeken, werken van schrijvers als Shakespeare, enzovoorts. De roman Hoogste tijd is bijvoorbeeld net als het toneelstuk Hamlet opgedeeld in vijf bedrijven en bevat een raamvertelling door een toneelstuk in een toneelstuk plaats te laten vinden. Dit is vergelijkbaar met Hamlet, maar met een laag extra. In De ontdekking van de hemel is tevens sprake van een raamvertelling, die meer lijkt op de Der Ring des Nibelungen en Job.
De ontdekking van de hemel is een roman. Mulisch' werk wordt soms vanwege de vele motieven en hun aard ook "filosofisch" genoemd. Het filosofische karakter is in dit boek terug te vinden in onder meer symbolistische motieven en de verwijzingen naar mythologie. Verder komen de christelijke en de joodse theologie uitvoerig aan bod. In het magnum opus van Mulisch wordt veelvuldig gerefereerd aan de Tenach door te verwijzen naar onder andere het verbond van God met de mensen, de Tien Geboden, enzovoorts. Het feit dat de mens met God gebroken zou hebben, dan wel andersom, is daarnaast te verbinden met de filosoof Friedrich Nietzsche. Nietzsche zei dat God dood was, maar wel omdat de mens hem zou hebben vermoord.
In De ontdekking van de hemel laat Mulisch de motieven, stijlen, verwijzingen enzovoorts die hij eerder in zijn oeuvre gebruikte grotendeels terugkomen. Hierdoor wordt het gehele oeuvre met elkaar verbonden.
Veel werken van Mulisch bevatten sporen van de Tweede Wereldoorlog. Hieronder naast De ontdekking van de hemel ook het verhaal Tussen hamer en aambeeld (1947), de roman Het stenen bruidsbed (1959), de reportage De zaak 40/61 (1962), en de romans De aanslag (1982) en Siegfried (2001). Motieven als destructie versus Schepping, goed versus kwaad, enzovoorts, zijn terugkerende thema's.
Mulisch onderscheidt zich in deze en andere werken van zijn tijdgenoten, de Vijftigers, door zijn gebruik van de klassieke regels van de roman. De Vijftigers en de daaraan verbonden Cobra-beweging laten meer fantasie toe in aan de realiteit ontleende figuren, zoals gezichten of objecten. Schrijvers hechten meer aan spontaniteit en (veel) minder aan spelling, interpunctie, enzovoorts. De Grote Drie, W.F. Hermans, Gerard Reve en Mulisch, wijken hierin min of meer af, waarbij Mulisch een duidelijk andere stijl hanteert met een eigen karakter. In zijn hele oeuvre is weinig te vinden van de typische vormen van spontaniteit die de Vijftigers kenmerken. Het slot van De ontdekking van de hemel doet anders dan veel andere werken van Mulisch surrealistisch aan.
De ontdekking van de hemel is een raamvertelling. In het kader vindt een dialoog plaats tussen twee engelen: een hoger en een lager geplaatste. Deze dialoog treft de lezer aan in de proloog, de drie intermezzo's en de epiloog van de roman. De Chef (God) wil een afgevaardigde in de gedaante van een mens op aarde het testimonium laten terughalen. Om de juiste persoon te creëren is een mens nodig met een perfecte DNA-samenstelling om de missie succesvol te laten verlopen.
Om de juiste grootouders aan vaders zijde bij elkaar te brengen, is het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onvermijdelijk, aldus de laagst geplaatste engel. Max Delius, de vader van de afgevaardigde, heeft een Joodse moeder en Oostenrijkse vader die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de Duitsers werkt. De moeder van de afgevaardigde heeft Nederlandse grootouders die elkaar treffen tijdens een bombardement dat in Leiden plaatsvindt tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het verhaal
De geschiedenis die de engel vertelt in de dialoog gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw. Het uitgebreide verhaal begint in 1967 en vormt met 65 hoofdstukken het grootste gedeelte van de roman. Het begint met een ruzieachtig familiefeest in Den Haag. Mede door die sfeer wil Onno Quist naar huis in Amsterdam liften en krijgt een lift van Max Delius. Onno is filoloog en Max is sterrenkundige. De familie Quist is een conservatieve familie en Max is een man met snel wisselende bedpartners, een onderzoeker en een atheïst. Van familie is bij hem nauwelijks sprake meer; die is in de Tweede Wereldoorlog grotendeels omgekomen in Auschwitz of door andere omstandigheden. Max is dus het tegendeel van Onno's familie. Onno en Max ontmoeten later Ada Brons, een celliste met wie Max een intieme relatie krijgt. Ada repeteert en treedt op met haar muzikale partner Bruno. Onno, Max en Ada hebben veel contact, zowel vriendschappelijk als amoureus. De relatie tussen Max en Ada is serieus en vormt voor Max een breuk met zijn eerdere leven. Ada verbreekt de relatie, vlak nadat Max met de zin "maak jezelf maar klaar" een vrijage heeft afgebroken.
Max gaat op datzelfde moment actief op zoek naar zijn familiegeschiedenis. Met Onno, die hem ophaalt als hij de vrijage met Ada abrupt beëindigt, bezoekt hij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en hij gaat alleen op reis naar Duitsland en Polen. Tussen Ada en Onno ontstaat in die periode een liefdesrelatie, maar de vriendschap tussen Onno en Max blijft desondanks volledig intact. Als kort daarop Ada moet spelen in Cuba gaan Max en Onno met haar mee. In de laatste nacht van hun verblijf daar, gaan zowel Onno als Ada, een stel nu, vreemd. Ada bedrijft met Max de liefde als zij aan het strand zijn. Onno deelt elders met een andere vrouw het bed. In het intermezzo dat volgt wordt duidelijk dat de afgevaardigde aan het strand door Max bij Ada verwekt wordt.
Max, Onno en Ada weten geen van allen wie de vader is van Ada's kind als blijkt dat ze zwanger is. Onno weet niet beter dan dat het van hem is en hij trouwt met Ada in Amsterdam. Na vijf maanden krijgt Ada echter een auto-ongeluk waardoor ze in coma raakt. Onno, zijn schoonmoeder Sophia Brons en Max besluiten samen dat het kind door Max en Sophia opgevoed zal worden. Max heeft intussen bij de Westerbork Synthese Radio Telescoop een nieuwe baan verkregen en de drie gaan wonen op Groot Rechteren, een kasteel in de omgeving. Tijdens haar coma bevalt Ada met een keizersnede van Quinten Quist. Quinten is een wat vreemde jongen in de ogen van zijn medebewoners op Groot Rechteren. Hoewel hij pas laat kan praten, kan hij dat meteen veel beter dan leeftijdsgenoten. Zijn interesse ligt al vroeg bij architectuur en andere onderwerpen die niet voor de hand liggen voor zijn leeftijd.
De levens van Onno, Max en Quinten nemen allerlei wendingen. Max en Sophia hebben een goed functionerende, maar zakelijke relatie. 's Nachts delen ze echter met regelmaat het bed, als Sophia de slaapkamer van Max insluipt. Onno krijgt een nieuwe vriendin, Helga. Zijn nieuwe partner overlijdt echter door grof geweld en nadat ook zijn politieke en wetenschappelijke carrière is stukgelopen vertrekt hij met onbekende bestemming. In de politiek is hij geen kandidaat meer als men ontdekt dat hij in Cuba overleg over de gewapende strijd heeft bijgewoond onder het bewind van Fidel Castro. Zijn oude beroep van filoloog biedt hem geen bevrediging meer nadat hij de Schijf van Phaistos niet kon ontcijferen. In dezelfde periode komt ook Max' leven ten einde als hij 's avonds in een oude kampbarak van Westerbork wordt getroffen door een bewust gestuurde meteoriet. Hij had de nieuwste astronomische metingen vlak daarvoor anders geïnterpreteerd. Het begin, de Oerknal, was ontstaan uit een eerdere oneindigheid: de ontdekking van de hemel, tevens de titel van dit boek. De onderzoeker, die door de oerknal als door een sleutelgat heenkijkt met zijn nieuwe verklaring, wordt vanuit de hemel vernietigd.
Quinten probeert tijdens zijn puberteit zijn vader, Onno, te traceren. Hij vertrekt daarvoor naar Italië, mede geïnspireerd door dromen van een burcht die in hem de interesse voor architectuur hebben gewekt. Op het plein voor het Roomse Pantheon vindt hij zijn vader terug. Quinten raakt na veel denken en gesprekken met Onno overtuigd van de aanwezigheid van de steen met de Tien Geboden in het Sancta Sanctorum van de basiliek Sint-Jan van Lateranen naast het Lateraans Paleis in Rome. Toen tijdens een sedisvacatie (onbezette bisschopszetel) de vicaris-generaal van het bisdom Rome zou zijn uitgevallen konden de pauselijke geheimen niet worden overgedragen. Dit zou zijn gebeurd toen het Lateraans Paleis eeuwen eerder de hoofdresidentie van de paus was. Hoewel Onno dit niet gelooft, breken ze samen in. Ze vinden daadwerkelijk de Stenen Tafelen. Onno verliest echter in alle opwinding zijn wandelstok, die zijn aanwezigheid daar verraden kan. Onno en Quinten vluchten samen naar Israël.
Als Onno in Israël op een terras een vrouw ziet, die op haar arm het kampnummer getatoeëerd heeft staan van Max' moeder, realiseert hij zich dat Quinten mogelijk zijn zoon niet is. Quinten en de vrouw vertonen uiterlijk namelijk opvallende overeenkomsten. Max' moeder zou in Auschwitz omgebracht zijn, maar de tatoeage doet hem anders vermoeden.
Quinten zelf ziet intussen zijn omgeving veranderen in de Burcht uit zijn droom. Nadat hij met de Stenen Tafelen naar binnen is gelopen, treft hij zijn moeder Ada aan. Als Onno ontdekt dat Quinten met de Stenen Tafelen weg is, belt hij Sophia, die hem vertelt dat Ada gecremeerd is na geëuthanaseerd te zijn. Dat laatste is op exact hetzelfde moment gebeurd als waarop hij en Quinten de Tien Geboden stalen. Bij het horen van dit alles krijgt Onno opnieuw een hersenbloeding en wordt vermoedelijk door Sophia opgehaald in Jeruzalem.
De ontvangst van Mulisch' De ontdekking van de hemel was weliswaar wisselend, maar overwegend positief. Diverse media berichtten over het magnum opus van de schrijver. De ontdekking van de hemel werd door de lezers van NRC Handelsblad in 2007 verklaard tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Een selectie recensies luidt als volgt:
"Toch kan ik niet concluderen dat het een echt goede roman is. Daarvoor springen de gebreken te veel in het oog. [...] De ontdekking van de hemel blijft een overschatte roman, maar wel een heel onderhoudende en bij tijd en wijle zelfs ontroerende." --Recensieweb, 7 maart 2007
"Hoewel de roman mij in zijn geheel heeft geïmponeerd, meen ik mij te herinneren, maar ik wil mij voorzichtig uitdrukken, dat hij op sommige ogenblikken, vooral in het Derde Deel, wat verslapt." --Trouw, 15 oktober 1992
"Mulisch' roman is niet alleen virtuoos en vermakelijk, maar ook ontroerend en spannend: een schitterende uitnodiging om deze hemel te ontdekken. Wie in staat is zo'n boek te schrijven kan zich heel wat pretenties veroorloven." --Trouw, 21 november 1992
"Sein jüngster Roman, der jetzt auf deutsch erscheint, hat die niederländischen Kritiker zu Vergleichen mit Thomas Mann und Robert Musil angeregt." --Der Spiegel, 1 maart 1993
"For sheer novelistic bravura, The Discovery of Heaven often delights both the mind and the heart. But in his determination to astound the world with a mock-theological epic, Mr. Mulisch doesn't know when to stop." --The New York Times, 5 januari 1997
Het thema vernietiging keert veelvuldig terug in de roman. Een aantal voorbeelden:
- de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
- het bombardement op het Leids rangeerterrein
- de dood van Ada als gevolg van een auto-ongeluk
- de dood van Max, getroffen door een meteoriet
- het einde van Onno's carrière als zijn politieke positie onhoudbaar wordt en hij niet kan presteren bij het vertalen van de Schijf van Phaistos
- Onno's verlies van Quinten als biologische zoon, als die verwekt blijkt te zijn door Max.
Verwijzing naar andere teksten
- De raaf Edgar, die voorkomt als Onno's huisdier, zou verwijzen naar het gedicht The raven van Edgar Allan Poe. Hierin landt de raaf telkens op het borstbeeld van Pallas Athena, godin van de hemel. De raaf in Poe's gedicht bezoekt een man die treurt om het verlies van zijn geliefde. Onno rouwt om het verlies van Ada en Helga, zijn overleden geliefden.
- De raaf verwijst ook naar de Bijbelfiguur Elia, die gevoed werd door raven.
Raven, afwisselend symbool van goed of kwaad in de literatuur
- Mulisch' werk vertoont overeenkomsten met de middeleeuwse graalromans. Ook hierin wordt gezocht naar een heilig object dat is te vinden in een burcht. In De ontdekking van de hemel is de Burcht in Quintens droom aanwezig en daarna aan het einde van de roman, wanneer Quinten in de hemel wordt opgenomen. In de graalromans wordt altijd een missie volbracht door een mens met messiaanse kenmerken. Deze verhalen zijn vaak mystiek, met name als de messiaanse hoofdpersoon van aarde verdwijnt.
- Quinten wordt met een keizersnede ter wereld gebracht en een van de artsen die daarbij betrokken is heet Anton Steenwijk, net als het hoofdpersonage uit De aanslag, dat ook in dat verhaal anesthesist is.
- Het boek is qua structuur vergelijkbaar met Wagners Der Ring des Nibelungen. In Wagners stuk wil de Opperste God Wotan zijn macht herwinnen, waarbij zijn eigen regels hem in de weg zitten.
- Met de raamvertelling van de hemelse dialogen als duiding van het aardse bestaan, lijkt de auteur te verwijzen naar zowel het Bijbelboek Job als Goethes Faust. Ook het pact dat Francis Bacon sluit in De ontdekking van de hemel is een onderwerp van gesprek tussen de engelen. Dit gaat terug op Faust, waarnaar de engelen in de roman zelf verwijzen. Hierbij betrekken zij de versies van Faust van Christopher Marlowe (1590), Goethe (1808/1832) en Thomas Mann (1947).
In het gesprek tussen de engelen wordt de wetenschap al aangehaald als motief, omdat de mens met het DNA-onderzoek zich de scheppende kracht toe heeft geëigend. De technologie maakt de geboorte van Quinten overigens weer mogelijk, omdat in de comateuze Ada de vrucht kan groeien en via een keizersnede het kind geboren kan worden.
In de roman lijkt God zich terug te trekken uit dit deel van zijn schepping. Ook de bovengenoemde verwijzing naar Elia is een verband met religie. De uitspraak dat de hemel niet bestaat zoals wel de hel in de gedaante van Auschwitz, verwijst naar de religieuze begrippen "hemel" en "hel" en naar de wetenschappelijke vooruitgang die de vernietigingskampen mede mogelijk maakte. De mens heeft zich dus de scheppingskracht eigengemaakt, die eerder was voorbehouden aan God. Maar tevens is de vernietigingskracht die de mens ermee heeft verkregen ongekende (onaards).
In de tijd dat De ontdekking van de hemel uitkwam, speelde in de politiek het debat rondom euthanasie. D66-minister van Volksgezondheid Els Borst maakte die uiteindelijk mogelijk met wetgeving tijdens het Kabinet-Kok I. Ada's leven wordt in De ontdekking van de hemel ten slotte actief beëindigd door haar moeder met insuline.
Personages
Onno Quist staat in de roman min of meer als sleutelfiguur in verbinding met Hein Donner, een vriend van Mulisch. Donner was schaker, schrijver en bestuurslid van het genootschap Nederland-Cuba. De familie Quist is een behoudende, calvinistische familie. Veel familieleden hebben rechten gestudeerd en bekleden functies in het openbaar bestuur en de rechterlijke macht. Onno zelf is meer links georiënteerd en van beroep is hij filoloog, deskundige op het gebied van dode talen.
Max Delius doet denken aan Mulisch zelf, met een Joodse moeder en een pro-Duitse vader tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij is de biologische vader van Quinten en samen met Sophia Brons voedt hij hem op. Voor hem is het vaderschap onzeker en de buitenwereld, inclusief Onno, weet niet beter dan dat Onno Quist de vader van Quinten is.
Quinten Quist is de messiaanse figuur met de opdracht het testimonium terug te brengen. De naam Quinten kan als meervoud van Quint (Latijn voor vijf) gezien worden en dat lijkt geen toeval omdat de decaloog, de Tien Geboden, zijn bestaansrecht vormen. Ook zijn initialen Q.Q. hebben een Latijnse betekenis: Qualitate Qua (ambtshalve). Dit kan duiden op de reden van Quintens aanwezigheid op aarde. De heilige Kwinten was verder volgens de Rooms-katholieke legende een uiterst succesvol missionaris.
Ada Brons, de jonge celliste, is de moeder van Quinten die nog maagd is als ze Max als vriend krijgt en met hem haar eerste seksuele ervaringen deelt.
Sophia Brons is de moeder van Ada. Hoewel zij dus Quintens grootmoeder is, neemt zij met Max de opvoeding op zich omdat Ada in coma is geraakt voordat Quinten geboren werd. "Mevrouw" Brons sluipt af en toe Max' slaapkamer binnen in het kasteel Groot Rechteren. Dit seksuele contact beëindigt ze als Quinten op zevenjarige leeftijd een keer de slaapkamer betreedt tijdens hun intieme contact.
Bruno is Ada's partner in de muziek. Met hem heeft ze géén seksuele relatie, maar samen vormen zij een muzikaal duo.
Helga is de vriendin van Onno, nadat Ada in coma raakt als gevolg van het auto-ongeval.
De namen Ada en Onno zijn palindromen. Omkering zou dus voor hen niets veranderen, laat staan hun identiteit verbergen. Gezien Max' familiegeschiedenis, doet hij juist dat wat zijn vriend en Ada niet goed kunnen. Max keert namelijk af en toe zijn voor- en achternaam om en stelt zich dan voor als Delius Max. Dit om niet met de beruchte oorlogsmisdadiger Wolfgang Delius, zijn vader, te worden geassocieerd. Deze gewoonte, het omdraaien van de voor- en achternaam, had Max' vader overigens zelf ook.
Locaties
Verschillende (historische) locaties spelen een belangrijke rol in het boek, waaronder Kamp Westerbork, Leiden, Amsterdam, concentratiekamp Auschwitz, Cuba, Venetië, Florence, Rome, Vaticaanstad en Jeruzalem. Kasteel Groot Hoenlo bij Olst komt onder de naam Groot Rechteren bij Dwingeloo voor als de plek waar de jonge Quinten opgroeit.
Nominaties en prijzen
- 1993: Multatuliprijs
- 1993: Mekka-prijs
- 1993: Nominatie (shortlist) voor de AKO Literatuurprijs in 1993
- 2007: verkozen tot Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden
Verfilming
De ontdekking van de hemel is in 2001 verfilmd als The Discovery of Heaven, geregisseerd door Jeroen Krabbé. De cast bestond uit onder anderen: Stephen Fry, Greg Wise, Ellen Vogel en Marjolein Sligte. Jeroen Krabbé speelde naast het regisseren tevens een rol en Edwin de Vries was verantwoordelijk voor het scenario. De film werd Platina en voor het beste scenario van 2002 kreeg Edwin de Vries een Gouden Kalf.
...
Theaterbewerking
De ontdekking van de hemel wordt in 2014 bewerkt tot een toneelvoorstelling door Ignace Cornelissen en geproduceerd door Hummelinck Stuurman Theaterbureau.
Kritiek
In 2007 verscheen er een literaire kritiek op De ontdekking van de hemel in de vorm van een roman van de hand van Elsbeth Etty: Maak jezelf maar klaar. Hierin wordt het verhaal opnieuw verteld, echter vanuit het perspectief van Ada Brons.
[bron: wikipedia]
--- Over (foto 2): Harry Mulisch ---
Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927 - Amsterdam, 30 oktober 2010) was een Nederlandse schrijver.
Mulisch, de zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader die collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog en een Duits-Joodse moeder, groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een sterke invloed op hem en zijn schrijverschap had. In 1947 verscheen zijn eerste verhaal (De kamer), in 1952 volgde zijn eerste roman: archibald strohalm. Vele andere werken volgden, waaronder Het stenen bruidsbed (1959), Twee vrouwen (1975), De aanslag (1982) en De ontdekking van de hemel (1992). Zijn laatste roman was Siegfried, verschenen in 2001. 'Magisch-mythisch' is een veelgebruikte aanduiding voor een groot deel van zijn oeuvre.
Mulisch geldt als een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. Hij wordt tot "De Grote Drie" van de naoorlogse Nederlandse literatuur gerekend, waartoe ook Willem Frederik Hermans en Gerard Reve behoren. Mulisch won een groot aantal literaire prijzen, waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren en de P.C. Hooft-prijs, beide voor zijn gehele oeuvre. De ontdekking van de hemel werd in 2007 uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. In oktober 2010 overleed de auteur op 83-jarige leeftijd aan kanker.
Mulisch' vader Kurt Victor Karl Mulisch werd in 1892 geboren in Gablonz an der Neisse in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Jablonec nad Nisou in Tsjechië. In de Eerste Wereldoorlog was hij commandant van een batterij zware bereden veldartillerie aan het Russische, Italiaanse en Franse front. Na de oorlog emigreerde hij naar Nederland. Mulisch' moeder Alice Schwarz zag op 16 maart 1908 in Antwerpen het levenslicht als dochter van een Oostenrijks-Joodse bankier uit Frankfurt am Main. Wegens hun vriendschappelijke contacten met Duitse officieren vluchtte het gezin Schwarz na de Eerste Wereldoorlog van Vlaanderen naar Nederland. Aldaar ontmoetten Karl Mulisch en Alice elkaar via haar vader, die de oorlogsveteraan aan een baan hielp. Naar aanleiding van deze samenloop van omstandigheden zou Mulisch later concluderen dat hij zijn bestaan te danken had aan de Eerste Wereldoorlog.
In april 1926 trouwden Karl Mulisch en Alice Schwarz in Amsterdam en uit het huwelijk werd op 29 juli 1927 hun enige zoon Harry geboren op het adres Westerhoutpark 16 te Haarlem, waar de familie zich had gevestigd. Harry werd grotendeels opgevoed door de huishoudster, Frieda Falk, die in 1891 geboren werd in Posen in het toenmalige Duitse Keizerrijk, thans Poznan in Polen. Met haar reisde de vierjarige Harry, die gedeeltelijk in het Nederlands en in het Duits werd opgevoed, in het najaar van 1931 naar Berlijn (ten tijde van de Weimarrepubliek) en verdwaalde er in het labyrint van de Tiergarten. Naar eigen zeggen zouden dit de plaats en het moment geweest zijn waarop de voorwaarden voor zijn schrijverschap tot stand kwamen.
Mulisch leerde schrijven op een particulier instituut in Haarlem, dat hij van 1933 tot 1939 bezocht. In deze jaren schreef Harry al zijn eerste verhaal, De pottebakker, over een komisch voorval op school. In 1936, toen Mulisch negen was, scheidden zijn ouders. Zijn moeder verhuisde naar Amsterdam en in 1951 emigreerde ze naar Berkeley in Californië (dit adres staat in het overlijdensbericht van Karl Mulisch op 10 juli 1957). Ze overleed op 2 januari 1996 in San Francisco. Harry bleef bij zijn vader, Kurt Victor Karl Mulisch, K.V.K. zoals hij hem later in zijn geschriften vaak noemde, in Haarlem. Zijn vader werd na de vrolijke jaren twintig zwaarmoedig. Bovendien daalde zijn inkomen waardoor de afgeslankte familie een aantal keren naar kleinere woningen verhuisde.
In de jaren dertig kreeg Mulisch grenzeloze interesse in de chemie, die was gewekt door het jongensboek De ongelooflijke avonturen van Bram Vingerling (1927) van Leonard Roggeveen. Later besefte Mulisch dat Bram Vingerling in feite de alchemie beoefende, een van de belangrijkste thema's uit zijn oeuvre.
Met de kreet "Krieg, Krieg! Herr Mulisch! Es ist Krieg! Die Deutschen sind da!", uitgeschreeuwd door opvoedster Frieda, begon voor de twaalfjarige Harry de Tweede Wereldoorlog. In de oorlogsjaren was Mulisch' vader in opdracht van de Nazi's directeur personeelszaken van Lippman-Rosenthal & Co. Dit bankiershuis had de taak geconfisqueerde Joodse bezittingen, zoals tegoeden, effecten en andere kostbaarheden, te 'beheren'. Dankzij de samenwerking met de nazi's was K.V.K. Mulisch in staat zijn Joodse ex-vrouw en zijn (volgens de nazi-ideologie "half-Joodse") zoon uit Duitse handen te houden. Harry's groot- en overgrootmoeder van moeders kant werden in 1943 naar concentratiekampen weggevoerd. Na de bevrijding werd de vader van Mulisch opgepakt wegens collaboratie.
Doordat Mulisch de zoon was van een collaborateur en van een Joodse vrouw (en kleinzoon van slachtoffers), leefde hij in een merkwaardige positie. Deze omstandigheden leverden stof op voor een groot deel van zijn werk. Het maakte hem duidelijk hoe ingewikkeld begrippen als 'goed', 'kwaad' en 'schuld' liggen. Dit is waar zijn werk vooral over gaat. Een gevleugelde uitspraak van Mulisch was: "Ik heb de oorlog niet zo zeer 'meegemaakt', ik 'ben' de Tweede Wereldoorlog".
In 1941 verhuisde Mulisch met zijn vader en Frieda naar de Anna van Burenlaan in Haarlem. Mulisch verklaarde het belang van dit huis in zijn leven: "In dat huis is het allemaal gebeurd. Daar beleefde ik de oorlog. Daar schreef ik mijn eerste verhalen en romans. Daar ging ik voor het eerst met een meisje naar bed". Na vier jaar aan het Eerste Christelijk Lyceum van Haarlem bleef hij weg van school. Directe aanleiding was het zakken voor een herexamen, de dag na Dolle Dinsdag (5 september 1944), waarna Mulisch een autodidact pur sang werd.
Aanvankelijk produceerde Mulisch in zijn kamertje chemieboeken die voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Maar ondanks zijn zelfverklaarde afkeer van literatuur werd Mulisch wel degelijk beïnvloed door bepaalde schrijvers. Edgar Allan Poe was de eerste invloed op de jonge Mulisch, wat blijkt uit zijn eerste probeersels. Van Thomas Mann leerde hij de discipline om elk woord, iedere zin af te wegen, terwijl hij tegelijkertijd diep onder de indruk raakte van de overvloedige stijl van Dostojevski. Jorge Luis Borges was in de jaren zestig de laatste auteur die hem genoeg kon boeien om diens oeuvre te verslinden. Verder las hij naar eigen zeggen nooit veel literatuur, alleen het hoogst noodzakelijke om op de hoogte te blijven van collega-schrijvers. Hij zei dan ook van zichzelf: "Ik ben een schrijver, geen lezer".
Het volgende teken van Mulisch' schrijverstalent was het verhaal De kamer, dat op 8 februari 1947 in Elseviers Weekblad werd gepubliceerd. Het gaat over iemand die in zijn jonge jaren verwonderd was over een kamer. Hij kan de bekoring niet verklaren, totdat hij veertig jaar later terugkeert en de kamer bewoont. Dan komt hij erachter waarom deze kamer hem fascineerde: het blijkt zijn sterfkamer te zijn.
De jonge Mulisch hield zich eind jaren veertig bezig met occultisme, spiritisme en toneel. Hij sloot zich aan bij het Amsterdamse Reis-Opera-Gezelschap en trok met een operette voor arbeiders door de polder. Inmiddels was hij in 1949 begonnen aan zijn eerste volwassen roman. Pas na twee jaar intensief schrijven zou hij zijn debuut archibald strohalm afronden.
In 1971 trouwde Mulisch met Sjoerdje Woudenberg. Met haar kreeg hij twee dochters. Vanaf 1987 was hij samen met zijn vriendin Kitty Saal, met wie hij een zoon kreeg.
Publicaties
1952-1959
Omdat hij het verhaal De kamer (1947) en de novelle Tussen hamer en aambeeld (1952) kwalitatief onder de maat vond, besloot Mulisch zijn literaire carrière opnieuw te beginnen met een roman waaraan hij twee jaar werkte: Archibald Strohalm (1952), een boek waarin het mythisch-magische element een belangrijke rol speelt. Hij won er de Reina Prinsen Geerligsprijs mee, een prestigieuze onderscheiding die enkele jaren voordien Gerard Reve ten deel was gevallen met De Avonden. Archibald strohalm zette meteen de toon voor de eerste periode van Mulisch' schrijverschap. In de jaren 1952 tot 1959 overheerste een sterk mythische invloed. Gewoonlijk laat Mulisch zijn proza beginnen met een tafereel uit het alledaagse leven dat, naarmate het verhaal vordert, uitmondt in wonderbaarlijke en bovennatuurlijke motieven waarin niet zelden de alchemie een belangrijke rol speelt. Mulisch plaatste zichzelf met zijn 'abstract realisme' in een uitzonderlijke positie in de Nederlandse literatuur, waarin het realisme sterk overheerste.
Na de Mulisch-God-associatie in de verhalenbundel Chantage op het leven (1953), de roman De diamant (1954), een lineair verhaal over de geschiedenis van een diamant door de eeuwen heen, De sprong der paarden en de zoete zee (1955), een novelle over de onbeantwoorde liefde van een schooljongen en de verdrinkingsdood van een Schoklandse visser en diens broers, en de absurde verhalen over de heer Tiennoppen in Het mirakel (1955), schreef hij in 1956 Het zwarte licht. Deze 'kleine roman' handelt over Maurits Akelei, een stadsbeiaardier, die zijn zesenveertigste verjaardag viert, maar grotendeels 23 jaar terug in de tijd leeft, toen zijn vriendin Marjolein overspel pleegde. Zijn leven verging op die dag figuurlijk zoals op de dag van handelen, 20 augustus 1953, de apocalyps verkondigd wordt. Het mythische aspect wordt tot uiting gebracht in het laatste hoofdstuk, waarin Akelei de wereld zichtbaar ten onder ziet gaan. De verhalenbundel De versierde mens (1957) bevat eveneens een aantal magische verhalen. Een nooit gepubliceerd kort verhaal dat Mulisch in 1953 schreef naar aanleiding van de Watersnoodramp, werd in de zomer van 2008 ontdekt in het archief van de Literaire Uitgeverij De Beuk. Het Letterkundig Museum in Den Haag kocht het verhaal op 8 september 2008 bij veilinghuis De Eland.
In 1959 sloot Mulisch de eerste periode af met het gewichtige Het stenen bruidsbed. Deze roman gaat over het bombardement op Dresden in februari 1945. Mulisch was de eerste schrijver, die dit literair verbeeldde. En de enige, die het beschrijft vanuit de bombardeerder. Norman Corinth, boordschutter in een van de bommenwerpers, is dertien jaar later terug in Dresden en wordt geconfronteerd met zijn verrichtingen in de oorlog. Mulisch' idee achter het verhaal is de eeuwigheid van de oorlog en het fenomeen van de oorlogsmisdadiger. De auteur toont de synchronie tussen de Tweede Wereldoorlog en de Trojaanse Oorlog. Corinth zet hij naast Attila de Hun, Dzjengis Khan en Hitler. Het schakelen tussen verschillende tijden is kenmerkend voor Mulisch' filosofie over de tijd. De schrijver probeert in bijna al zijn boeken de tijd stil te zetten. Naast de tijdsdimensie filosofeerde de auteur in Het stenen bruidsbed over het verschil tussen de geschiedenis en de antigeschiedenis. De compositie van de roman is gedeeltelijk gebaseerd op de Ilias van Homerus.
1959-1972
Het stenen bruidsbed markeerde het begin van de tweede periode, die globaal parallel loopt met de jaren zestig. De roman vormt het scharnier tussen de mythische verhalen van de jaren vijftig en het engagement van de jaren zestig. De gebeurtenissen uit de jaren zestig worden in deze periode voornamelijk beschreven in studies en tijdsgeschiedenissen. Mulisch' verklaring voor deze koerswijziging zag hij in de dreigende atoomoorlog:
"Het is oorlog. En in oorlogstijd moet men zich niet bezig houden met het schrijven van romans. Dan zijn er echt wel belangrijker dingen te doen."
Eigenlijk verschool de schrijver zich achter een schrijversblok. Hij werkte in deze periode nog aan een aantal andere romans, maar wist deze niet te voltooien.
Na het toneelstuk De knop (1960), over de ondergang van de wereld door de atoombom, schreef hij in 1961 Voer voor psychologen, een bundeling die door zijn autobiografische en exhibitionistische karakter als een sleutelboek in zijn oeuvre wordt beschouwd. Een jaar later kwam De zaak 40/61 uit. Deze reportage werd samengesteld uit zijn artikelen voor Elseviers Weekblad over het proces tegen de nazi Adolf Eichmann in Jeruzalem. Daarnaast ondernam Mulisch voor deze studie reizen naar Auschwitz, Berlijn en Israël. Met deze studiereizen legde hij in dit 'verslag van een ervaring' de nadruk op de achtergronden waardoor hij dichter bij de wortels van het kwaad kwam. Zelfs in dit sobere, bijna journalistieke boek is de schrijver in staat het incidentele binnen een bijna mythisch historisch kader te plaatsen.
Eichmann had een destructieve invloed op het schrijverschap van Mulisch, wat in een impasse resulteerde. De ideeën waren er wel, maar de auteur wist ze niet in een vorm te gieten. Hij zocht als alternatief zijn heil in non-fictieve, geëngageerde boeken.
Pas vier jaar na De zaak 40/61, verscheen Bericht aan de rattenkoning (1966), een boek over de rellen van Provo in Amsterdam en de reacties van wat Mulisch als het 'regentendom' bestempelde. Hij presenteerde het boek niet enkel als een verslag over de gebeurtenissen, maar ook als een onderdeel daarvan. Zijn linkse sympathieën werden nog een stuk manifester in Het woord bij de daad (1968). In dit boek, gebaseerd op zijn ervaringen in Cuba, waar hij ook Fidel Castro ontmoette, bestudeert de schrijver de revolutionaire maatschappij en het mechanisme van de guerrillastrijd op het revolutionaire Cuba. Mulisch verkeert dan in marxistisch vaarwater. Na de Telegraafrellen op 14 juni 1966 noemde Mulisch Godfried Bomans, die de anonieme schrijvers van een pamflet dat tot protest had opgeroepen had veroordeeld, een "verrader"; Bomans werd met de dood bedreigd en moest door de politie worden bewaakt. De opera Reconstructie (1969), waarvan hij in samenwerking met Hugo Claus het libretto schreef, ging over Che Guevara.
De verteller uit 1970 was de eerste roman sinds 1959, maar lijkt meer op een kluwen van hermetische teksten. Het onbegrepen verhaal kreeg dan ook vernietigende kritieken. De auteur was ontstemd en verklaarde een en ander in De verteller verteld (1971), waarin hij tevens de ontstaansgeschiedenis uit de doeken deed, daarbij refererend aan Goethes Urfaust. Het boek verschaft daarnaast inzicht in de redenen dat zoveel andere romans in het voorbije decennium mislukt waren. Eveneens in 1971 schreef Mulisch De affaire Padilla, een nawoord over de revolutie op Cuba. In De toekomst van gisteren uit 1972 blikte hij terug op de culturele revolutie van de jaren zestig. Naast een verklaring over de mislukte roman De Verteller, bevat het boek een overzicht van de Koude Oorlog, een verslag van een bezoek aan de ex-nazi Albert Speer en een verslag over zijn ervaring in Parijs in mei 1968, waarin Mulisch het optimisme en de doeltreffendheid van de manifestaties en opstanden uit de jaren zestig relativeert.
1972-1982
Met De toekomst van gisteren sloot hij de tweede periode (1959-1972) af. Het engagement met de wereldpolitiek nam in de maatschappij gestaag af en leek te stranden in de restauratie van de jaren zeventig. Ook in Mulisch' oeuvre was deze tendens aanwijsbaar. Met een lagere frequentie zagen essays het levenslicht, terwijl hij zich juist meer aan poëzie (vanaf 1973, een nieuwe dimensie in zijn oeuvre), verhalen (vanaf 1976) en toneelstukken ging wijden. Ook schreef hij Volk en vaderliefde (gepubliceerd 1975, uitgezonden 1976) voor de Herodotusreeks van de VPRO. Bovendien manifesteerde de filosofische en psychologische Mulisch zich als nooit tevoren. Ingetogener dan in de jaren vijftig greep hij terug naar de mythologie. Vooral zijn interpretatie van de Oedipus-mythe is rijkelijk verwerkt in zijn theaterstukken (Oidipous Oidipous, 1972), studies (Het seksuele bolwerk, 1973), poëzie (De wijn is drinkbaar dankzij het glas, 1976), verhalen (Oude lucht, 1977) en in de succesvolle roman Twee vrouwen uit 1975.
Dit laatste boek bevat onder de schijnbaar doorzichtige oppervlakte van het verhaal over een lesbische verhouding een mythologische ondergrond door de verwerking van de Orpheus-mythe. In vergelijking met de romans uit de jaren vijftig en De verteller uit 1970 houdt Mulisch zijn verhaal stilistisch in toom. Deze tendens zal voortgezet worden in de romans uit de jaren tachtig en negentig. Daartegenover is zijn omstreden filosofisch getint magnum opus, De compositie van de wereld uit 1980, volgens Mulisch zelf "grondtoon" van geheel zijn oeuvre, voor velen moeilijk te doorgronden ondanks de zakelijke toon en ondanks de vele voorbeelden en illustraties bij zijn denkconstructie.
1982-2010
Als er een vierde periode kan worden aangeduid in het oeuvre van Mulisch, dan begint die met zijn bekendste boek: De aanslag uit september 1982, dat in 1986 verfilmd zou worden. Hoewel de jaren zeventig (1972-1982) en de decennia daarna (1982-2010) inhoudelijk overeenkomstig zijn, kan er op twee vlakken een onderscheid worden gemaakt. Enerzijds genoot de auteur een bijna goddelijke status die hij had verkregen door het eclatante commerciële succes van enkele van zijn boeken in het buitenland. Zijn boeken konden altijd al op gretige aftrek rekenen (met uitzondering van De compositie van de wereld), maar de aantallen die in zeer korte tijd van De aanslag en De ontdekking van de hemel verkocht werden, overtroffen alle verwachtingen. Een ander verschil is de stilistische helderheid. Het lijkt alsof de schrijver na dertig jaar de ultieme vorm heeft gevonden en zijn schrijverschap naar een nieuw hoogtepunt stuwt. Een van de voornaamste Mulisch-onderzoekers, Frans de Rover, stelt vast:
"Met 'De aanslag' en 'Hoogste tijd' staat Mulisch op het toppunt van zijn schrijfkunst: literair lijkt hij alles te kunnen; nationale en internationale waardering vallen hem ten deel. Tegen de achtergrond van die comfortabele kunstenaarspositie ontstaat het werk na 1982, dat in veel opzichten 'virtuositeit' uitstraalt: Mulisch speelt een geraffineerd spel met zichzelf en met zijn oeuvre."*
Voor het eerst werd Mulisch door critici op handen gedragen.
De aanslag is de eerste Nederlandse bestseller waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Het boek gaat over de represailles op een Haarlemse familie naar aanleiding van een aanslag op een collaborateur, een politieofficier en NSB-lid. De jongste zoon, Anton Steenwijk, overleeft de catastrofe als enige en in de loop van zijn leven tracht hij via ontmoetingen met betrokkenen van de aanslag de ware toedracht te achterhalen. Het verhaal is opgedeeld in vijf episoden: januari 1945, de aanslag; 1952, de Korea-oorlog; 1956, Hongarije; 1966, Provo en Vietnam; en 1981, de demonstraties tegen de plaatsing van NAVO-kernraketten. Per episode komt Anton steeds dichter bij de ware toedracht van de misdaad.
Naast een aantal essays en lezingen, schreef Mulisch scheppend proza, zoals Hoogste tijd (1985), over de ondergang van een oude toneelspeler, De pupil (1987), De elementen (1988) en het fantastische verhaal Het beeld en de klok (1989). In 1984 hield Harry Mulisch in Leiden de Huizingalezing onder de titel 'Het Ene'.
In 1992 verscheen zijn 901 bladzijden en 65 hoofdstukken tellende opus magnum: De ontdekking van de hemel. Mulisch manifesteerde zich in dit verhaal als 'de meester', god-gelijk. Hij laat het verhaal door engelen vertellen. Het is een roman waarin alle mythologische en filosofische registers worden opengetrokken. De vriendschap tussen Onno Quist en Max Delius is de voorbode van de geboorte van Quinten, die (in 1985) de uitverkorene is tot een goddelijke opdracht. Die goddelijke opdracht is een waarschuwing tegen de verworden maatschappij.
In 1996 verscheen een boekje met een facsimile van de eerste versie van De aanslag, dat de titel De oer-aanslag meekreeg. In de herfst van 1998 zag de roman De procedure het licht. Het is de ultieme prestatie om leven te kunnen construeren, die Mulisch hier fascineert. Victor Werker construeert met DNA-knipsels de Eobiont. De roman is ingewikkeld opgebouwd, alles hangt met alles samen, zoals alle levensvormen op onze aarde verstrengeld zijn.
Naar aanleiding van de Boekenweek schreef Mulisch in 2000 het boekenweekgeschenk, Het theater, de brief en de waarheid. Deze novelle, over de affaire-Jules Croiset, werd in een recordoplage van 760.000 exemplaren uitgegeven en speciaal voor de Boekenweek ging de auteur op tournee door Nederland. Dat de oorlog na meer dan vijftig jaar schrijverschap nog steeds een inspiratiebron was, bewees Siegfried (2001), een roman waarin Mulisch pretendeert met de zoon van Hitler de nazileider te doorgronden. Zoals in zijn hele oeuvre doet hij hierbij een beroep op filosofische en mythologische motieven.
In januari 2006 ontstond enige commotie door een pamflet van de journalist Dick Verkijk, waarin deze beweerde dat Mulisch in de Tweede Wereldoorlog lid van de NSB-organisatie Jeugdstorm was geweest. Mulisch ontkende dit bericht in de Volkskrant met onder andere de woorden "als het waar was, had ik er wel een prachtige roman over geschreven", terwijl Verkijk beweerde twee onafhankelijke getuigen te hebben gehoord die Mulisch in het NSB-uniform hadden gezien. Aangezien lidmaatschap van de Jeugdstorm door de ouders van de jonge leden werd geïnitieerd, was het eigenlijk geen aanklacht tegen Mulisch maar tegen zijn vader. Het pamflet van Verkijk verscheen in februari 2006.
Net als de door hem bewonderde Thomas Mann was Mulisch een groot liefhebber van Venetië. In het beroemde Hotel des Bains op het Lido, het eiland vlak bij de oude stad, bracht Mulisch jaarlijks enkele weken door. In dit hotel schreef Mann zijn werk De dood in Venetië.
Redacteur
Mulisch was naast zijn schrijverschap actief als redacteur van Podium (1958-1962), van Randstad (1961-1969) en van De Gids (1965-1990). Van 1962 tot 1992 was hij bestuurslid van de Schrijversvereniging van De Bezige Bij, de uitgeverij waar hij vanaf zijn eerste publicaties actief was.
Schrijverschap
Het werk van Mulisch heeft vaak een metafysisch karakter. Hij wordt geprezen om zijn romancompositie. Vaak zijn er binnen zijn romans verschillende verhaallijnen te trekken.
Mulisch zag schrijven als een magisch proces. De taak van de schrijver is om de diepere betekenis van de werkelijkheid zichtbaar te maken. Dat kon volgens Mulisch door mythen en symbolen in de werkelijkheid te herkennen. De grote verhalen van de mensheid verbeelden de diepere betekenis van de werkelijkheid, het levensraadsel. Mulisch liet zijn werk aansluiten op die grote verhalen. De schrijver veranderde in het schrijfproces (op magische wijze) de werkelijkheid zodanig, dat in de gebeurtenissen het bovenpersoonlijke zichtbaar wordt, waardoor ze tot mythe worden verheven. Deze literatuuropvatting wordt magisch-mythisch genoemd.
Mulisch kreeg af en toe te maken met een verwijt van arrogantie. Zelf zei hij (onder meer in Over de verbeelding, zijn dankwoord bij het ontvangen van de P.C. Hooft-prijs) dat dit een houding was van tot het extreme opgedreven zelfspot. Hij sprak daarin van:
"gevallen, waar de hoogmoed, de arrogantie, de ijdele façade voornamelijk pantseringen zijn tegen een al te opdringerige buitenwereld: pantseringen, waarachter kwetsbare zielen schuilgaan: zielen, die ook maar steeds weer moeten beginnen met een stuk steen, met wat verf in tubes, met mogelijke tonen, of met de verzameling woorden van hun taal, zielloos gerangschikt in het woordenboek. Met iets, kortom, waar iedereen over beschikken kan. Met niets dus eigenlijk."
Dat Mulisch zich tientallen jaren deze ironische houding aanmat, werd niet door iedereen als geloofwaardig beschouwd. Daarbij werd gewezen op Mulisch' eigen pamflet Het ironische van de ironie (1976), waarin hij racistische passages in het werk van Gerard Reve bekritiseerde. Volgens Mulisch waren deze wellicht ironisch bedoeld, maar werd deze ironie zo lang volgehouden dat ze eenvoudigweg Reves feitelijke mening werden: "Dat is het ironische van de ironie, dat zij het plotseling niet meer is." Als dat waar is, zou dat ook op kunnen gaan voor Mulisch' eigen zelfspot, aldus zijn critici. Anderen wezen erop dat verschillende onbescheiden uitspraken zo grotesk zijn, dat ze alleen maar ironisch bedoeld konden zijn, zoals: "Ik ben een groot schrijver, daar helpt geen moedertje lief aan." Een ander voorbeeld is de achterkant van de roman De pupil, waarop een foto is afgebeeld van Harry Mulisch met op de achtergrond de Vesuvius. Het onderschrift van de foto luidt: "Van links naar rechts: de Vesuvius, Harry Mulisch".
Eerbetoon
De belangrijkste prijzen die Mulisch mocht ontvangen, waren onder andere: de Reina Prinsen Geerligsprijs (1951, voor archibald strohalm), de Bijenkorf Literatuurprijs (1957, voor Het Zwarte Licht), de Vijverbergprijs (1963, voor De Zaak 40/61), Constantijn Huygensprijs (1977, voor het hele oeuvre), de P.C. Hooft-prijs (1977, voor het hele oeuvre). De aanslag werd in 1986 door middelbare scholieren bekroond als het best gewaardeerde boek. De gemeente Amsterdam kende in 1993 de Multatuliprijs toe aan De ontdekking van de hemel. In 1995 viel hem de Prijs der Nederlandse Letteren ten deel. De recentste prijs was de Libris Literatuur Prijs 1999 voor De Procedure.
In 1977 werd Mulisch tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemd. In 1992 werd hij tot Officier bevorderd. Ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag werd hij in 1997 tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw benoemd. In 2002 ontving hij het Duitse Bundesverdienstkreuz I. Klasse, omdat zijn literaire werk de banden tussen Nederland en Duitsland bevordert. In 2005 eindigde Mulisch op nr. 93 bij de verkiezing van De grootste Nederlander. De ontdekking van de hemel werd in 2007 verkozen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden.
Mulisch ontving op 8 januari 2007 een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam bij gelegenheid van de 375e dies natalis van de universiteit.
Op 30 oktober 2011, een jaar na zijn dood, werd aangekondigd dat het voormalig woonhuis van Mulisch aan de Leidsekade zou worden omgevormd tot een aan de schrijver gewijd museum, genaamd het Harry Mulisch Huis. Anno 2014 was hierover nog weinig concreets te melden. Verder werd de leestafel in het Grand-Café Américain, waaraan Mulisch vaak zat te lezen, omgedoopt tot Harry Mulisch-leestafel en voorzien van een koperen plaquette. In januari 2013 werd in Américain tevens een borstbeeld onthuld, gemaakt door Menno Veenendaal.
De planetoïde 10251 Mulisch is in oktober 2006 naar hem vernoemd. De auteur reageerde met "Nu ben ik in de hemel" en zei zich gevleid te voelen, met het argument dat zelfs Nobelprijswinnaars vergeten worden, maar hemellichamen niet.
Hieronder volgt een chronologische lijst van prijzen toegekend aan Mulisch:
- 1951 - Reina Prinsen Geerligsprijs voor archibald strohalm
- 1957 - Bijenkorf-literatuurprijs voor Het zwarte licht
- 1957 - Anne Frank-prijs voor archibald strohalm
- 1961 - Athos-prijs groot ƒ 1000,- voor zijn gehele oeuvre
- 1961 - ANV-Visser Neerlandia-prijs voor Tanchelijn
- 1963 - Vijverbergprijs voor De zaak 40/61
- 1977 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre
- 1977 - Cestoda-prijs
- 1977 - P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre
- 1986 - Diepzee-prijs voor De aanslag
- 1993 - Multatuliprijs voor De ontdekking van de hemel
- 1993 - Mekka-prijs voor De ontdekking van de hemel
- 1995 - Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre
- 1999 - Libris Literatuur Prijs voor De procedure
- 1999 - Prix Jean Monnet de Littérature Européenne voor De ontdekking van de hemel
- 2003 - De Inktaap voor Siegfried
- 2007 - Prix européen des jeunes lecteurs voor Siegfried
- 2007 - Eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam
- 2007 - Italiaanse Nonino-prijs voor literatuur
- 2007 - Beste Nederlandse roman aller tijden voor De ontdekking van de hemel
Vertalingen
Mulisch is de meest vertaalde schrijver uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Zijn boeken zijn in minstens 38 talen verschenen, te weten Afrikaans, Albanees, Bahasa Indonesia, Bulgaars, Chinees, Deens, Duits, Engels, Esperanto, Estisch, Fins, Frans, Grieks, Hebreeuws, Hindi, Hongaars, Italiaans, IJslands, Japans, Koreaans, Kroatisch, Litouws, Maleis, Noors, Oekraïens, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Servisch, Servo-Kroatisch, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch, Turks, Vietnamees en Zweeds.
Verfilmingen
De belangrijkste verfilmingen van zijn boeken zijn die van Twee vrouwen (de Engelstalige film Twice a woman in 1981), De aanslag (1986) van Fons Rademakers, bekroond met een Golden Globe en een Oscar, Hoogste tijd (1994) van Frans Weisz en De ontdekking van de hemel (de Engelstalige film The Discovery of Heaven in 2001) van Jeroen Krabbé.
Toneelbewerkingen
Van eind mei tot en met half juni 2013 speelde het Nationale Toneel in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag een toneelbewerking van Mulisch' roman Het stenen bruidsbed uit 1959. Het toneelstuk, dat onder regie staat van Johan Doesburg, ging van half september tot en met half november op tournee door Nederland. Jeroen Spitzenberger, Tamar van den Dop en Stefan de Walle namen de hoofdrollen in het toneelstuk op zich. Gelijktijdig bracht het Letterkundig Museum in Den Haag een tijdelijke tentoonstelling over Het stenen bruidsbed. In 2017 komt Hummenlinck Stuurman met een toneelbewerking van het succesvolle boek twee vrouwen waar ze van midden februari tot half mei op tournee door Nederland gaan, met Renée Soutendijk, Chris Tates en Roos van Erkel in de hoofdrol.
Literatuur
...
[bron: wikipedia]
Harry Mulisch wordt door velen beschouwd als een spraakmakende, humoristische en tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid. Zijn gekoesterde bijnaam 'de Nederlandse Homerus' roept bij sommigen misprijzen op. Collega Ronald Giphart zet het werk en leven van Harry Mulisch op een rij.
Harry Mulisch is een van de belangrijkste schrijvers uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Hij wordt gerekend tot 'de Grote Drie', samen met Gerard Reve en W.F. Hermans. Zijn grootste bestseller is De aanslag (1982), met een wereldwijde oplage van ongeveer twee miljoen exemplaren. De verfilming van dit boek wint in 1987 een Oscar.
Hoe is de jeugd van Harry Mulisch?
Harry Kurt Victor Mulisch wordt in Haarlem geboren op 29 juli 1927 (precies negen maanden na de uitbarsting van de Vesuvius, iets dat volgens hem geen toeval was). Zijn vader is Kurt Mulisch, geboren in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en tijdens de Eerste Wereldoorlog officier aan het Westelijke front. Na de oorlog leert Kurt in Nederland de in Vlaanderen geboren Alice Schwarz kennen. In april 1926 trouwt het stel en een jaar later - Alice is dan achttien jaar - wordt in Haarlem Harry geboren. Hij zal enig kind blijven.
De beide echtelieden spreken in het begin Duits met elkaar, maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding met Duits als tweede taal. De opvoeding van Harry wordt voor een groot deel voor rekening genomen door de Poolse huishoudster Frieda Falk, naar wie Harry een dochter noemt.
Als Harry negen jaar is scheiden zijn ouders, zijn moeder vertrekt naar Amsterdam, waar hij haar wekelijks bezoekt. Harry blijft bij zijn vader en Frieda wonen. In de jaren dertig krijgt Harry een grote fascinatie voor chemie als hij het boek De ongelofelijke verhalen van Bram Vingerling (1927) van Leonard Roggeveen leest.
Harry is twaalf jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. In de oorlog werkt Harry's vader als directeur personeelszaken bij de bank Lippman-Rosenthal & Co. Deze bank krijgt van de nazi's de opdracht geconfisqueerde Joodse bezittingen te 'beheren'. De band van zijn vader met de nazi's zorgt er ook voor dat Harry's Joodse moeder niet naar de kampen wordt gestuurd en dat hij niet wordt opgeroepen voor de Arbeitseinsatz . Deze paradox zal er voor zorgen dat Harry later zal zeggen dat hij de Tweede Wereldoorlog wás. Mulisch: "Zowel de agressor als het slachtoffer zitten in mijn bloed."
Het maakt hem bewust van de ingewikkeldheid van begrippen als 'goed' en 'kwaad' en 'schuld', die in zijn latere oeuvre en gedachtegoed een grote rol spelen.
Tijdens de oorlogsjaren gaat het op school niet goed met Harry. Hij behaalt slechte resultaten - naar eigen zeggen verveelt hij zich - en hij spijbelt veel. Zijn meeste tijd gaat zitten in het doen van scheikundige proeven en zijn avonturen met meisjes. Harry wordt van school gestuurd. Volgens de rector is hij "te fluwelig, enigszins onbetrouwbaar, druk, onderaards kletser, lawaaierig, luidruchtig, ruw, praatjesmaker, bankenvernieler."
Wat is 'de ontdekking van Harry's schrijverschap'?
...
Hoe bouwt Mulisch verder aan zijn literaire universum?
...
Hoe succesvol is Mulisch?
...
Wat is de relatie van Mulisch met vrouwen?
...
Hoe denkt Mulisch over de dood?
...
Conclusie
...
[bron: https--npofocus.nl/artikel/7566/wie-was-harry-mulisch]
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
...
Nieuwpoort+Deel Westende
vu 64x
sauvegardé 0x
Depuis 16 juill. '24
Numéro de l'annonce: m2137347461
Mots-clés populaires
van hemeldoncklitterature francaisevan in dans Livres scolaireslivres harry potter dans Livres pour enfants | Jeunesse | 10 à 12 ansharry potter dans Langue | Anglaislocation de van dans Langue | Anglaisle robert van dale dans Dictionnairesvan den berghe pauvers dans Art & Culture | Photographie & Designmon 2émemain dans BDvan weijer dans Romansphysique van in dans Langue | Anglaisbende van wim dans Politique & Sociétérobert van de velde dans Romansharry dickson dans BDmachine glace dans Horeca | Équipement de cuisinesynthetiseur bruxelles dans Synthétiseursr6 accidentee dans Pièces | Yamahasony 85mm dans Photo | Lentilles & Objectifsthe box enceinte dans Enceintesmoteur toyota dans Toyotasouplex dans Antiquités | Jouetssteyr tractoren dans Agriculture | Tracteurscharleroi vendre dans Volkswagenpewag servo dans Chaînes